korfbaloefening
Vak oefening 4-0 naar 3-1 naar 2-2

Geschikt voor de volgende technieken:



Vak oefening 4-0 naar 3-1 naar 2-2

De oefening start in de 4-0 opstelling. De bal wordt van speler 1 naar speler 2 geplaatst, waarna speler 1 de rebound-positie invult. Speler 3 vult het gat dat speler 1 achterlaat op door naar voren aan te sluiten. Hierdoor ontstaat er ruimte voor speler 4 om achter de korf aan te sluiten. Hiermee is de 3-1 gerealiseerd, spelers 2,3 en 4 vormen samen een driehoek rond de korf.

De volgende stap is een aangeef maken, dus naar de 2-2 toe. Speler 2 passt de bal naar speler 3, en speler 4 komt in de aangeef. Timing is hierbij erg belangrijk. Speler 4, de aangever, moet precies op tijd aansteunen. Als hij te vroeg is kan zijn verdediger voorverdedigen, als hij te laat is kan de verdediger van speler 3 zich herstellen in de verdedigende positie. De perfecte timing is dan ook dat speler 3 de bal kan passen zodra hij deze ontvangt, en dat speler 4 niet staat te wachten op de bal.

Zodra speler 4 met bal in de aangeefpositie staat, moeten beide schutters, spelers 2 en 3, een actie maken om tot schot te komen. Dat kan een wijkbeweging of een breedtebeweging zijn. De aangever, speler 4, maakt een keuze voor een schutter (in het filmpje speler 2) en passt de bal naar de schutter. De schutter komt tot schot, en de rebounder, speler 1, vangt de bal af. De speler die niet tot schot is gekomen (in het filmpje speler 3) blijft in beweging en krijgt zodra de bal is afgevangen door speler 1 de bal, en komt alsnog tot schot. Dit kan het bonusschot genoemd worden. Waarom is dit schot belangrijk? Je dwingt hiermee beide spelers in beweging te blijven, en zij krijgen een beloning in de vorm van een schot. Speler 1 vangt de bal opnieuw af, en de oefening is afgelopen.


Iedereen draait 1 plekje door en de oefening kan opnieuw beginnen.