Korfbaloefeningen voor alle technieken

Advertentie

De strafworp is vaak een beginoefening voor de doorloopbal. In deze map wordt daarvan afgeweken en wordt de doorloopbal apart behandeld. De strafworp is namelijk de enige doelkans die niet afhankelijk is van de positie van de tegenstander en heeft steeds dezelfde uitgangspositie. Slechts bij buitenwedstrijden kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de wijze van het nemen van de strafworp.

Beginhouding

Een lichte spreid/schrede stand met licht gebogen knieën en het lichaamsgewicht op het voorste been. De bal wordt met beide handen vóór het lichaam gehouden op heuphoogte. De handen houden de bal vast zoals bij afstandschot is beschreven.

Verloop

De beweging wordt ingezet door strekking van het voorste been en een gelijktijdig vooroverbuigen van het lichaam, waardoor het lichaam zich in de richting van de korf beweegt. Het achterste been fungeert als zwaaibeen. De soepel gestrekte armen worden omhoog gebracht en begeleiden de bal zo lang mogelijk in zijn baan naar de korf om de nauwkeurigheid te vergroten. Landing op het zwaaibeen, armen en de vingers wijzen de bal na.

Strafworp

Veel voorkomende fouten

  • Armen onvoldoende gestrekt, waardoor de bal niet lang genoeg wordt begeleidt
  • Te krachtige afzet, waardoor een goede schietbalans verloren gaat
  • Armen worden niet even krachtig gestrekt
  • Achterste voet komt op de grond voor de bal de handen heeft verlaten, omdat de afzetbeweging te kort is (overtreding van de loopregel)
  • Lichaamsgewicht wordt onvoldoende op het voorste been gehouden tijdens beginhouding, neiging om de voorste voet te verplaatsen is ook een overtreding van de loopregel


Oefening 1

De strafworp kan direct in zijn geheel worden geoefend. De druk bij de strafworp van het moeten scoren kan op verschillende manieren worden nagebootst: tien op rij scoren waarbij opnieuw moet worden geteld als er wort gemist. Welke groep komt tot

de hoogste serie gescoorde strafworpen, score is twee punten en missen 1 punt € wie heeft als eerste 20 punten, welke speler scoort het meest in 10 pogingen. Bij deze oefening draait alles om de techniek. Ook in de wedstrijd is alleen de techniek doorslaggevend of dat er wel of niet gescoord wordt. Er is geen sprake van een tijdsfactor of een verdediger. De oefeningen zo inrichten dat niet de tijd, maar het rendement belangrijk is.

Beginsituatie

Het spel wordt gespeeld met twee teams van ieder vier dames en vier heren. Het veld is verdeeld in twee vakken van ieder 20 bij 20 meter (pupillen aangepast, 15 bij 15).

Spelbedoeling

Welk team scoort het meeste doelpunten? Het aanvallen (scoren en samenspelen om te scoren) is door de verdeling van het veld in vakken gescheiden van het verdedigen (voorkomen van scoren, storen in de opbouw en onderscheppen van de bal).

Spelregels

Niet lopen met de bal, niet alleen spelen, alleen uit vrije positie doelpogingen ondernemen. Wisselen na twee doelpunten of na vijf minuten.

Aanpak

De trainer geeft voortdurend aanwijzingen. Aandachtspunten voor de coaching zijn:

  • Gericht vrijlopen in de aanval om tot scoren te komen of om te helpen de bal in de richting van de paal te spelen (opbouwen en/of afvangen). Er kan hierbij al sprake zijn van een eerste taakverdeling. Een taakverdeling in het vak houdt een verdeling van posities in, die na iedere actie weer kan veranderen. In korfbaltermen: vrijspelen in de paalzone, aanvallen op schotafstand, steunen (aangeven) bij de paal, afvangen (rebound pakken) onder de paal.
  • Het vrijlopen in het aanvalsvak om de bal vanuit het verdedigingsvak te kunnen ontvangen. Het probleem is dat alle spelers naar de lijn (naar de bal) toe willen. Hier helpt alleen continu coachen. Er kan hierbij wederom sprake zijn van taakverdeling. Wie haalt de bal op en wie loopt er vrij in de paalzone.
  • Het vrijlopen in de verdediging om na een onderschepping de bal te transporteren naar het aanvalsvak. Centrale aanwijzingen zijn hier: niet te ver gooien en gericht

werpen naar een medespeler die vrij staat en dichter bij het aanvalsvak is. Niet richting korf gooien in het verdedigingsvak.

  • Bij het verdedigen coacht de trainer de verdedigers op het voorkomen van doelpunten door ze gericht de tegenstander te laten volgen. Tegelijkertijd coacht hij ze op het onderscheppen van de bal door ze de bal te laten volgen. Het voorkomen van doelpunten en het onderscheppen dient een jonge speler in combinatie te leren.
  • De trainer beïnvloedt het gebruiken van de goede techniek. Met name geeft hij aanwijzingen op het correct uitvoeren van de bovenhandse strekworp op een stilstaande en bewegende speler. Let op het gebruik van de juiste hand in combinatie van het standbeen ten opzichte van de spelrichting.
  • De technieken, de middelen waardoor een leuk spel kan ontstaan zijn:
  • Afstandschot, doorloopbal en strafworp
  • Bovenhandse strekworp, in vrije positie en met een verdediger
  • Tweehandig vangen, stilstaand en in de loop

De vaardigheid wordt pas echt beheerst, wanneer de technieken in de wedstrijdsituatie correct en op het juiste moment wordt toegepast.

  • In het spel kunnen speciale regels worden ingevoerd, die gericht zijn op techniekverbetering of op taakverdeling, zoals:
  • Er mag alleen met één hand worden samengespeeld
  • Als een team de bal laat vallen gaat de bal naar de tegenpartij
  • Er worden spelers aangewezen die een speciale taak krijgen: steunen, afvangen, aanvallen.
  • De trainer blijft trainer, ook als hij deelneemt aan het spel. Tijdens het spel kan hij ook richting geven.

Wat kun je zien?

  • In het begin spelen de spelers dicht bij elkaar, ‘kluitjeskorfbal’.
  • Het opbrengen van de bal in de richting van het aanvalsvak na een onderschepping, wordt vaak gedaan door wild te werpen in die richting in plaats van het gericht gooien naar een medespeler.
  • De aanvallers gaan staan wachten op de bal aan de lijn.
  • Veel techniekfouten door druk van de tegenstander.
Advertentie

Beginsituatie

Het spel wordt gespeeld in een vak van 20 bij 20 meter. In iedere hoek van het vak is een driehoek gemarkeerd met korte zijden van 7 meter. De korf staat in het midden van het vak. Er spelen partijen van ieder vier spelers, de overige spelers zijn wisselspelers.

Spelbedoeling

Welk team scoort de meeste punten? Probeer door samenspel in scoringspositie te komen en probeer te scoren. Probeer te verhinderen dat de tegenpartij veel punten kan scoren.

Spelregels

Je mag niet lopen met de bal, je mag niet alleen spelen, de bal mag niet uit de handen van de tegenstander of medespeler worden genomen. Je mag niet verdedigd schieten. Scoort een partij vanuit de gemarkeerde driehoek, dan telt de score dubbel. Wanneer de bal wordt onderschept, dient de bal eerst naar een van de vier hoeken te worden gespeeld alvorens men mag gaan aanvallen. Er mag vanuit de wisselzone onbeperkt worden gewisseld. Spelers mogen weer terug in het spel worden gebracht.

Aanpak

De trainer verdeelt de groep in twee teams. De trainer kan zich beperken tot het geven van aanwijzingen en het aanmoedigen. Afhankelijk van de grootte van de groep kunnen er meerdere veldjes worden uitgelegd. Het spel kan zonder veel voorbereiding worden gespeeld. De trainer kan de spelregels aanpassen aan het niveau of de beleving.

Wat kun je zien?

Veel actie, waarbij veel elementen van het korfbal op een functionele manier worden geoefend. Het belonen van de score vanuit de driehoeken kan voor de verdedigende tactiek consequenties krijgen als er veel van afstand raak geschoten wordt. Het spel kan aanleiding geven tot voorverdedigen en een strikt 1:1 duel.

Beginsituatie

Het spel wordt gespeeld door 2 partijen, vier tegen vier, op één korf, die midden in het vak van 20 bij 20 meter staat. Afmetingen voor pupillen kunnen worden beperkt tot 10 bij 10.

Spelbedoeling

Welk team scoort de meeste doelpunten, probeer de bal te onderscheppen om vervolgens de bal over naar een bepaald punt te spelen alvorens kan worden gestart met aanvallen, probeer door samenspel in scoringspositie te komen en probeer te scoren.

Spelregels

Je mag niet lopen met de bal, je mag niet alleen spelen, de bal mag niet uit de handen van de tegenstander of medespeler worden genomen. Andere regels als verdedigd schieten of snijden kunnen worden weggelaten.

Aanpak

De trainer verdeelt de groep in twee partijen van ieder vier spelers. Leg de spelbedoeling uit en geeft een der partijen de beginbal. Zonder veel ingrijpen kan de trainer meerder partijtjes naast elkaar laten spelen, afhankelijk van materiaal en aantal spelers. Houd als trainer het spel op gang en geef aanwijzingen.

Wat kun je zien?

  • Het spel is eenvoudig en kan bijna zonder leiding gespeeld worden
  • Spelers zijn voordurend bezig met korfbal en krijgen veel ballen
  • Het basisprobleem, door samenspel tot scoringspositie te komen, is voortdurend aan de orde
  • De techniek van samenspelen, het vangen en gooien, worden functioneel geoefend. Er is sprake van correctie door de situatie, waarin het vangen en gooien middelen zijn en waarbij sprake is van tegenspel.

Beginsituatie

Het spel wordt gespeeld door 2 partijen die tegen elkaar heen en weer spelen tussen 2 korven die op ongeveer 15 meter afstand van elkaar staan. De 2 teams bestaan uit vier spelers of tenminste drie spelers. Grotere teams is niet aan te bevelen vanwege de beperkende ruimte waarin men dan kan vrijlopen.

Spelbedoeling

Welk team scoort de meeste doelpunten? Probeer de bal te veroveren om te kunnen aanvallen, probeer door samen te spelen in scoringspositie te komen en probeer te scoren.

Spelregels

Je mag niet lopen met de bal, je mag niet alleen spelen, de bal mag niet uit de handen van de tegenstander of medespeler worden genomen. Andere regels als verdedigd schieten of snijden kunnen worden weggelaten.

Aanpak

Verdeel de groep in twee partijen van gelijk aantal spelers. De trainer kan meespelen met de partij in balbezit om via eigen inbreng voor een goed spelverloop te zorgen. Het meespelen van 2 trainers is stimulerend voor de spelers en geeft mogelijkheid tot correctie tijdens het spel.

In de loop van het spel kunnen er regels bijkomen die leiden tot het gericht oefenen van de basisvaardigheden. Voorbeelden zijn:

  • Er mag alleen met één hand worden geworpen en doelpogingen doen de spelers altijd met 2 handen
  • Er worden spelers aangewezen met speciale taken, spelers die helpen en spelers die proberen te scoren.

Wat kun je zien?

  • De beginnende speler begrijpt korfbal direct
  • Er is veel gelegenheid om korfbalspel te beoefenen, daarmee ook de basisvaardigheden als vrijlopen, aanvallen en verdedigen
  • Al spelend komen korfbaltechnieken aan de orde
  • Uit het spel kan worden gelezen wat gericht moet worden geoefend in vereenvoudigde  spelelementen

Per tweetal een bal en een korf Nr. 1 neemt strafworpen; Nr. 2 vangt af en geeft aan.

Strafworpen moeten geconcentreerd worden genomen. Wedstrijdvormen waarbij het gaat om "zo veel mogelijk" in een bepaalde tijd, raden we af. Beter is het om: het niet mogen missen van een strafworp als uitgangspunt te nemen.

  1. Eén van de twee begint. Als je mist mag de ander. 3x achterelkaar raak schieten is een punt
    Welk tweetal behaalt in 2 minuten de meeste punten ?
  2. Wie scoort uit bijvoorbeeld 12 strafworpen de meeste doelpunten ?
  3. Om de beurt een strafworp nemen. Als er 2x wordt gemist opnieuw beginnen met tellen.
    elk tweetal maakt de hoogste 'serie' ?
Advertentie

2-tallen; niet te ver uit elkaar; 1 bal per 2-tal

Bal overgooien, bal op de grond; rondje rennen

Let op:

- Juiste been voor (rechts gooien=linkerbeen voor; links gooien =rechterbeen voor)

- Bal vasthouden op de hand met gespreide vingers

- begin met bal zo ver mogelijk naar achteren te houden

- bal gooien met nawijzen

- naar voren stappen tijdens gooien

- niet te hard en niet te zacht, maar wel strak

- mikken op borst medespeler

In het kort: aardige schietoefening met veel loopwerk.

Organisatie: de korven worden in een cirkel geplaatst. Bij elke korf staat een aangever met een bal. De rest van de spelers staat midden in de cirkel (het midden moet duidelijk herkenbaar zijn.

In de zaal is vaak wel een cirkel aanwezig, op het veld moet een pilon geplaatst worden). Het aantal korven komt heel precies: streef naar 2 korven per 5 spelers.

a ) De spelers in de middencirkel krijgen de opdracht om doorloopballen te nemen op één van de korven, het geeft niet welke. Aangezien er iets meer spelers in de cirkel staan dan er vrije korven zijn, komt het erop aan om snel een vrije korf te zoeken. Wie niet vlug genoeg is, moet dus even wachten. En als Jantje al op weg is naar een korf, maar op het laatste moment nog voorbij gelopen wordt door Marietje, die harder loopt, dan moet Jantje terug naar de middencirkel om van daaruit opnieuw een poging te wagen. Ieder vangt zijn eigen doorloopbal af. Na het aangeven loopt een ieder door de middencirkel of om de pilon heen om vervolgens weer zo snel mogelijk een vrije korf te zoeken.

b ) Als a., maar nu met de opdracht: Wie maakt het eerst 10 doelpunten? Ook degenen die eerst dachten: 'Laat maar, hij loopt toch harder dan ik' zullen nu proberen om toch als eerste bij die vrije korf te komen. Let erop dat men niet gaat 'afsnijden' door niet meer door de middencirkel of om de pilon te lopen.

c ) Als b., maar met de opdracht: 'Wie maakt het eerst op elke korf een doelpunt?

d ) Als b., maar met bovenhands genomen doorloopballen.

e ) Als b., maar er volgt een 'overneemsituatie': de loper vanuit de middencirkel speelt na de bal ontvangen te hebben, de bal terug op de aangever die bij de paal is weg gestart. De oorspronkelijke aangever moet proberen van uit dit wegstarten te scoren. Wie maakt het eerst 5 doelpunten?

f ) Als b., maar de loper neemt uitwijkballetjes (naar keuze links of rechts, afstanden niet te groot). De aangever vangt ook het schot af. De schutter loopt na het schot meteen naar de korf en krijgt daar de bal van de afvanger, die zich zal haasten om via het midden zelf weer een poging te wagen, want: wie heeft het eerst 5 keer gescoord?

g ) Als f., maar na de uitwijkbeweging volgt geen schot: de bal gaat terug naar de aangever die bij de korf is weggestart. Deze schiet met een kwart/halve draai. De schutter loopt weer naar het midden, de ander vangt (uiteraard) de bal af. Variatie: De oefening kan ook worden gedaan met verdedigers erbij. Deze hebben natuurlijk een ondankbare taak: de aanvaller heeft de keus uit een groot aantal korven. Welke aanvaller heeft het eerst 10 doorloopballen of 5 doelpunten uit uitwijkballen gescoord?

De meeste korfballers vinden het bovenstaande een leuke ontspannen oefening, die heel geschikt is om een training mee te starten, men kan er net zoveel energie in kwijt als waar men aan toe is. Als het moment daar is om iedereen echt aan het werk te zetten, volgt b.:

Advertentie

In het kort: schietspelletje waarbij het scoren wel heel erg belangrijk is. 

Organisatie: tweetallen per korf, een vaste aangever en een vaste schutter op bijvoorbeeld vier meter voor de korf.

De schutters krijgen als opdracht om zo snel mogelijk 10 punten te halen. Een doelpunt telt voor twee punten, wordt er niet gescoord, dan wordt er een punt van het totaal afgetrokken (als je op 0 staat en je mist, dan blijft het totaal 0 punten). Zodra iemand 10 punten heeft, wordt er van taak gewisseld.

Variatie: 

bij 'mindere goden' kun je het wat gemakkelijker maken door een doelpunt met bijvoorbeeld 3 punten te belonen, en 'toppers' maak je het moeilijker door voor een doelpunt slechts 1 punt toe te kennen. Ook kun je de afstanden eventueel vergroten of verkleinen.

Advertentie