Bekijk oefeningen voor een andere techniek

In het kort: diverse tikspelen.

Organisatie: baken een niet al te groot gebied (20 bij 10 à 20 meter) af met behulp van korven of pilonnen. Geef de tikkers als het er meer zijn, elk een lintje.

Gewoon tikkertje: één tikker moet in een bepaalde tijd (bijvoorbeeld 30 seconden) zoveel mogelijk mensen tikken. Wie getikt wordt, gaat aan de kant staan. Wie weet de meesten te tikken? Of: wie slaagt erin geen enkele keer getikt te worden?

Als voorbeeld 1, maar met twee tikkers (als de groep wat groter is).

Tweelingtikkertje. Als voorbeeld 2, maar de beide tikkers hebben elkaar bij de hand vast.

Als voorbeeld 2, wie getikt wordt, gaat in het veld bok staan. De anderen kunnen je weer bevrijden door over de bok te springen. 

Weg met de bal. Eén van de spelers heeft een bal. De bal wordt willekeurig rondgespeeld. De tikker moet proberen die speler te tikken die de bal in handen heeft. Als de groep groot is, dan deze splitsen in tweeën (en dus ook met twee tikkers werken). Sint Joris en de draak. Vier- of vijftallen vormen. Drie of vier spelers staan achter elkaar en houden elkaar bij het middel vast. Voor elk rijtje staat één speler (een tikker). Deze moet proberen de achterste van het rijtje te tikken. Het groepje probeert dit te verhinderen door zich steeds te verplaatsen. De spelers moeten elkaar steeds vast blijven houden! Als de rij verbroken wordt of als de achterste getikt wordt, wisselen van tikker.

Overlopertje. De spelers staan aan een lange zijde van een rechthoekig gebied (ongeveer ter grootte van een gymzaal). De tikker loopt ergens midden in het gebied. Op teken van de trainer moeten alle spelers overlopen naar de andere lange zijde. De tikker probeert hierbij zoveel mogelijk spelers te tikken. Is men door het vak gekomen, dan wacht men op het volgende teken om weer terug te lopen. Wie wordt in bijvoorbeeld 6 keer niet getikt? Dit tikspelletje kan ook dienen als een speelse oefening in het verdedigen

In het kort: diverse loop- en springoefeningen in circuitvorm,

voornamelijk gericht op verbeteren van 'de conditie'.

Organisatie: afhankelijk van gekozen circuit. Hieronder een voorbeeld

(zie de figuur) van een circuit met zes tweetallen. In dit geval zijn nodig

6 pilonnen, twee banken en een springtouwtje.

Er wordt gewerkt met tweetallen.

Zodra de eerste van elk tweetal klaar is met zijn onderdeel, voert de

tweede de oefening uit.

Is ook deze klaar, dan lopen ze beide naar het volgende onderdeel.
De trainer geeft steeds de tijd aan die er gewerkt wordt, in dit geval
steeds circa 30 seconden. Om er wat meer 'kompetitie' in te brengen,
kan ieder voor zich het aantal herhalingen tellen. Wie van elk tweetal
loopt en springt het vlugst?

Beschrijving van de verschillende onderdelen:
1. Pilonnenloop: de spelers slalommen om de diverse pilonnen. Aan het einde lopen ze snel terug en beginnen weer opnieuw.

2. Bankspringen: de spelers springen steeds heen en weer over de bank, waarbij ze met twee benen afzetten. Na zes sprongen zijn ze aan het einde van de bank gekomen en dan lopen ze terug naar het begin van de bank om weer opnieuw te beginnen.

3. Om de bank heen en terug lopen.

4. Touwtje springen, ook de jongens ja! (Vertel hen ter aanmoediging dat touwtje springen een favoriete conditieoefening voor boksers is!)

5. Lijnenloop: sprinten naar de eerste lijn, deze aantikken, dan achteruitlopen naar de startlijn, dan weer vooruit naar de tweede lijn en tot slot weer achteruit naar de beginlijn. Daarna weer van voren af aan.

6. Bokspringen: steeds over de 'vrije man' heen en terug bokspringen.

Gesponsorde link - liever geen advertenties?
Gesponsorde link - liever geen advertenties?

In het kort: al rondlopend diverse vormen van lopen, stoppen, draaien en springen beoefenen. 

Organisatie: op het veld een 'parcours' uitleggen (met pilonnen of met korven in een grote cirkel). In de zaal lopen we gewoon rond. Verder is een fluitje, zeker op het veld, erg handig.

In rustige looppas rondlopen, waarbij de groep zich over het hele parcours verspreidt. De aldus ontstane tussenruimte moet gedurende de hele oefening zo goed mogelijk gehandhaafd worden. Op teken van de trainer snel draaien en de andere kant uitlopen.

Idem, maar nu de andere kant omdraaien. De eerste passen na de draai worden met een klein sprintje afgelegd (korte pasjes).

Achteruit rondlopen. Op teken van de trainer weer draaien en de andere kant op achteruit lopen. Afwisselend beide kanten om draaien.

Met kruispassen rondlopen. Ook de andere kant op.

Looppas rond. Op teken van de trainer snel gaan zitten (of liggen), weer opstaan, een kort sprintje trekken en weer verder in looppas.

Tempo iets hoger dan looppas. Als er 1 keer kort wordt gefloten dan een sprintje aantrekken. Wordt er 2 keer zeer snel achter elkaar gefloten, dan snel enkele meters achteruit lopen. Opletten geblazen, er kunnen botsinkjes optreden!

Looppas rond. Op fluitsignaal proberen de persoon voor je aan te tikken. Na maximaal 20 meter sprint weer verder in looppas.

De spelers gaan dichter achter elkaar lopen, de onderlinge afstand bedraagt circa anderhalve meter. Op teken van de trainer sprint de achterste van de rij al zigzaggend om de anderen heen naar voren. De trainer fluit om de 2 à 3 seconden. Kun je de persoon voor je inhalen?

Op teken van de trainer maken de spelers een hoge opsprong. Beurtelings met links en rechts afzetten.

Als i., maar nu moeten de armen bij de opsprong ook nog omhoog gebracht worden, zoals bij het afvangen van een bal onder de korf. Let er op dat men wel hoog blijft springen!

De spelers gaan hinkend op het rechterbeen rond. Na circa een halve minuut hinken op het linkerbeen.

Als k., maar nu moeten de sprongen zo groot mogelijk worden gemaakt. Probeer in zo weinig mogelijk hinken rond te komen!

De spelers mogen het op links en rechts hinken zelf enkele keren afwisselen. De spelers worden genummerd, afwisselend met 1 en 2. De nummers 1 gaan bokstaan. De nummers 2 springen over alle nummers 1 heen tot ze weer op hun eigen plek zijn. Daarna andersom.

Op teken van de trainer veren de spelers diep door de knieën, waarna ze een hoge opsprong maken (afzetten met twee benen, de armen ter ondersteuning mee omhoog zwaaien).

voor de korfbaltrainer: Yoursportplanner one

Korfbaltrainingen

Eenvoudig korfbaltrainingen maken en bewaren. Bekijk de trainingen in de mobiele app op het trainingsveld.

Naar de korfbaltrainingen

Korfbaloefeningen

Bestaande korfbaloefeningen zoeken. Je eigen oefeningen maken, bewaren en hergebruiken. Oefeningen delen.

Naar de korfbaloefeningen

Team

Diverse tools voor de organisatie rondom je korfbalteam(s). Wedstrijden, agenda, rijschema en meer...

Korfbalwedstrijden

Voer de wedstrijden en uitslagen in. Wedstrijden worden in de agenda getoond.

Agenda

Onderhoud de agenda die iedereen uit het team kan raadplegen. Trainingen, wedstrijden en evenementen.

Wie rijdt er wanneer?

Rijschema voor teams. Nodig chauffeurs uit. Chauffeurs geven aan wanneer ze wel en niet kunnen rijden.