Volleybaloefeningen voor alle technieken

Advertentie

Speler staat met emmer boven het hoofd bij het net, mag wel beetje verplaatsen maar niet bukken. Trainer staat op achterlijn met rijtje spelers met bal naast zich. Trainer gooit bal willekeurig in het veld en speler toetst bal in de emmer. Steeds moeilijker maken.

  accent op plank en vanuit de knieën, dus armen blijven stil en komen niet boven de schouders uit!

2 tallen met 1 bal en op de zijlijn staan. Speler 1 verplaatst al toetsend naar de andere zijlijn. Daar rol je de bal terug naar speler 2. 

Trainers gooien de bal aan over het net en speler toetst de bal voor zichzelf op. Vang de bal en breng de bal bij de trainer en sluit dan achterin de rij aan.

Gaat dit goed dan probeer je 2x te toetsen, bal vangen en via bh gooi beweging bal over het net. Dan duik je onder het net door en pak je de bal en die breng je bij de trainer.

Advertentie

Touwtje springen. 1 groot touw en trainers draaien.

  • Speler erin 1x springen en er weer uit
  • Speler erin 3x springen en er weer uit
  • Probeer 2 of 3 spelers erin te krijgen en 2x te springen en dan gaat voorste er uit en komt er bij de achterkant iemand in.

2 tallen spelen via bovenhandse gooi techniekbal over het net. Vang de bal ook bovenhands en blijf 2 tellen zo staan. Diegene die gegooid heeft, tikt de middenlijn snel aan en gaar weer klaar staan. 

Nu gooit 1 iemand de bal via bovenhandse gooi beweging aan en de ander speelt direct bovenhands terug. Diegene die bovenhandsterug speelt, tikt de middenlijn aan.

Speler met emmer boven zijn hofd staat op de midden positie. Trainer gooit bal aan en speler vangt de bal en dan direct via bovenhandse gooi beweging in de emmer gooien. Trainer staat naast de speler met emmer. Zorg dat het een vloeiende beweging wordt!

  • Trainer gooit bal over het net en speler vangt de bal
  • Daarna via oh gooi beweging terug over het net naar de trainer
  • dan middenlijn aantikken
  • en dan buitenom lopen
  • en weer achteraan aan sluiten
  • Allemaal 1 bal en probeer bal op te gooien en dan voor jezelf te toetsen.
  • Zo vaak als je kunt
  • Als de bal dreigt te vallen: vang hem dan
Advertentie

2 of 3 lummels (hangt van de grote van de groep af)

  • Hou ook rekening met een goede vanger en een minder goede vanger.
  • Als 1 iemand de bal vangt dan wissel je alle lummels tegelijk zodat nooit de zwakste blijft staan!

2 tallen met 1 handdoek. Trainer gooit bal over het net en de bal moet in de handdoek vallen na de stuit.

Advertentie
  • Als je af bent dan ga je met beide armen omhoog staan.
  • 1 arm door medespeler naar beneden dan roep je KNAK.
  • Arm 2 naar beneden door medespeler dan roep je WORST en ben je vrij.
Advertentie