background

gymles

Welkom bij de gymnastieksectie van Yoursportplanner. Als enthousiaste docent en gepassioneerde gymnastiektrainer vind je hier de ultieme bron voor trainingsoefeningen, tactische inzichten en hulpmiddelen om effectieve trainingen te creëren. Of je nu met jeugd of volwassenen werkt, met beginners of ervaren spelers, Yoursportplanner voorziet je van alle informatie en hulpmiddelen die je nodig hebt om je doelen te bereiken in de sport waar je zoveel van houdt. De juiste trainingen, oefeningen, toewijding en plezier vormen de sleutel tot succes. Op dit moment bieden we 107 gymnastiekoefeningen aan en zijn er 4 gymnastiektrainingen gemaakt door gymnastiektrainers. Aarzel niet en ga snel verder om je gymnastiektrainingen samen te stellen en de prestaties van je gymnastiekteam te verbeteren.

Bekijk oefeningen

  • je maakt met hoedjes 9 vakken

    Je verdeeelt de groep over 2 teams, elk team krijgt 3 hesjes en probeert 3 op een rij te maken.
    als alle hesjes al liggen mag de volgende speler 1 hesje per keer verplaatsen
    • Maak 2 teams. 
    • Elk team staat aan één kant van het veld klaar op de achterlijn. 
    • Leg evenveel ballen als spelers op allebei de 3 meter lijnen.
    • Als de trainer/ trainster GO! roept, gaat iedereen de ballen naar de overkant rollen. 
    • Wie na 3 minuten de minste ballen in hun veld heeft liggen, heeft gewonnen.
    • Op teken van trainer starten beide spelers met sprinten.  
    • Blauw moet om eerste pion en Rood rent recht door om blauw te tikken.
    • Rood wordt Blauw en omgedraaid.
    • De docent kiest 2 leeuwen (tikkers) uit. 
    • De leeuwen mogen alleen maar tikken in hun kooi.
    • Dit is het gebied tussen de banken of tussen de banken en de muur. 
    • Alle lopers mogen een biefstuk pakken (pittenzakje) uit de slagerij korf.
    • De bedoeling van het spel is dat de lopers langs alle 2 de leeuwen komen zonder getikt te worden om vervolgens de biefstuk in de BBQ korf te leggen.
    • wordt je wel getikt door een van de 2 leeuwen dan moet je de biefstuk in het hol van de leeuw leggen.
    • vervolgens mag je een nieuwe biefstuk halen bij de slagerij en het opnieuw proberen. 
    • Als alle biefstukken op zijn stopt het spel.
    • Alle biefstukken worden geteld en degene met de meeste biefstukken wint.
    • dat zijn de leeuwen of de lopers.
    • je kan alleen maar als groep winnen het is dus belangrijk dat de groep lopers goed samenwerkt.
    • De docent kiest 2 katten (tikkers) uit.
    • De andere leerlingen krijgen een lintje, die moeten ze achter in hun broek zodat ze een staart krijgen.
    • De staart moet wel lang zijn, dus het lintje moet ver uit de broek steken. 
    • Het spel start, de katten moeten alle muizen vangen.
    • Dit doen de katten door het lintje (staart) van een muis uit de broek te trekken.
    • Alle lintjes (staarten) die de katten hebben gevangen worden in de korf gelegd zodat niemand over een lintje kan uitglijden. 
    • Als je lintje (staart) is afgepakt wordt je een kat en moet je andere muizen gaan vangen.
    • Langzamerhand komen er dus steeds meer katten bij.
    • Als alle muizen zijn gevangen begint het spel weer opnieuw.
    • De docent kiest 2 tikkers uit.
    • Zij moeten binnen hun tikkersvak blijven (binnen de 4 pionnen) en de basketballen van de lopers wegtikken als die willen oversteken.
    • Dit moeten zij doen terwijl ze zelf ook met een bal dribbelen.
    • De lopers moeten dus dribbelend naar de overkant zien te komen zonder hun basketbal te verliezen.
    • Als een loper de basketbal niet meer bij zich heeft is hij af en wordt hij automatisch een tikker.
    • Een tip die je aan de lopers kan geven is dat ze de bal afschermen met hun lichaam.
    • Dit betekent met je lichaam tussen de bal en de tegenstander blijven.
    • De leerlingen mogen pas opnieuw oversteken als iedereen is getikt of de overkant heeft gehaald.
    • Uiteindelijk krijg je naarmate het spel vordert steeds meer tikkers en steeds minder lopers.
    • De loper die als laatste overblijft is de winnaar.
    • De docent kiest 5 leerlingen uit die op de bank moeten zitten.
    • De boer is een tikker en een koe is een loper. 
    • Het spel start, de eerste boer mag van de bank af en slaat op een mat of trommel en schreeuwt IK BEN DE BOER!!!
    • Nu weten alle koeien wie de tikker is. 
    • Het doel van het spel is dat de boer een koe vangt.
    • Dit doet de boer door een koe af te tikken.
    • Heeft de boer een koe afgetikt?
    • Dan wordt de boer ook een koe en moet degene die is afgetikt op de bank gaan zitten.
    • Er is dus telkens een nieuwe tikker. 
    • Op de bank geldt een doorschuif systeem.
    • Dat betekent dat de leerling die het langste op de bank zit weer in het veld mag als iemand af is.
    • De docent maakt een vierkant van banken in het midden van het speelveld en legt hier alle ballen in.
    • De docent kiest 2 leerlingen die hier in gaan staan. 
    • De andere leerlingen gaan verspreid over het speelveld staan.
    • De opdracht is simpel.
    • De gooiers moeten alle ballen uit het vierkant gooien, de brengers moeten alle ballen terug in het vierkant gooien.
    • Elke ronde duurt 2 a 5 minuten.
    • Dit moet de docent zelf bepalen. 
    • Liggen er bij het eindsignaal meer ballen in het vierkant dan in het veld dan winnen de brengers.
    • Als er meer ballen in het veld dan in het vierkant liggen dan winnen de gooiers.
    • De leerlingen pakken allemaal een blokje en zoeken een plekje in de zaal uit.
    • Je mag je blokje alleen ergens binnen de (meestal gele) volleybalveldlijnen zetten.
    • Zo is er nog genoeg ruimte tussen de blokjes en de muur om te voetballen.
    • Het doel van het spel is om iemands blokje om te schieten terwijl je je eigen blokje moet verdedigen.
    • Schiet je iemands blokje om?
    • Dan mag je 1 bokje van hem/haar pakken en op jouw blokje zetten.
    • Als je het goed speelt krijg je een toren en wie uiteindelijk de hoogste toren heeft is de winnaar.
    • Als een hoge toren wordt omgeschoten mag er maar 1 blokje vanaf gepakt worden, niet allemaal.
    • Als je laatste blokje wordt omgeschoten mag je een nieuwe uit de kist pakken en gewoon weer meedoen.
    • Zet een speelveld af.
    • Een iemand is de tikker, en moet iedereen aftikken.
    • De overige mensen hebben 2 ballen tot hun beschikking die ze mogen overspelen. 
    • Je mag niet getikt worden op het moment dat je de bal in je handen hebt. 
    • Dus als de tikker naar iemand toerend, moet je snel de bal naar deze speler gooien. 
    • De bal mag je niet eindeloos de vasthouden.

Bekijk trainingen

Registreer vandaag!

Registreer vandaag!

Registreer vandaag!

Registreer Registreer Winning team