Je speelt dit spel in een korfbal vak met twee partijen. De spel speel je van lijn naar lijn.
Je schiet met tweetallen en je maakt 5 doorloopballen, 5 uitwijkballen, 5 afstandsschoten op 6/7 meter, 5 afstapballen van 3 meter en 5 strafworpen per persoon.
Je speelt 3:3 of 4:4 in een ruimte kleiner dan een korfbalvak. Je speelt met het 3 of 4 tal 10x over zonder dat de bal valt en zonder dat de bal wordt onderschept. Je zoekt steeds de vrije ruimte als medespeelster die de bal niet heeft, zodat steeds kan worden doorgespeeld. Wel 3 of 4 tal speelt als eerste 30x over
Om elke paal liggen 5 hoedjes op 5 verschillende afstanden, tussen de 3 en 7 meter. Je werkt met tweetallen en schiet steeds 2x vanaf elk hoedje. Welk tweetal heeft als eerste bij alle hoedjes 1x gescoord (bij te eenvoudig vraag je 2 of 3 x per hoedje)
In deze oefening gaat het vooral om focus (concentratie) Net als in een wedstrijd schiet je bijna nooit vanaf dezelfde plek. Toch moet elk schot zuiver zijn. Balans is hier erg belangrijk.