In het kort:start- en sprintspelletje.
Organisatie:Tweetallen aan weerszijden van een lijn in het midden van de zaal. De nummers 1, die iets links van de lijn staan, zijn de ratten en de nummers 2, die een half metertje rechts van de lijn staan, zijn de raven. Tussen de ratten en de raven is dus 1 meter tussenruimte. De trainer roept nu voortdurend 'ratten' of 'raven' in willekeurige volgorde. Als er 'ratten' wordt geroepen, lopen de ratten zo snel mogelijk naar hun kant van de zaal. De raven moeten dan proberen de ratten te tikken.
* Wie heeft zijn persoonlijke tegenstander het vaakst te pakken?
Aanwijzing:
Om het spannend te houden de 'r' flink lang laten rollen of er een kort verhaaltje van maken.
1 aanvaller blijft schieten ondertussen blijft hij ook de ballon hoog houden (zodat de ballon de grond niet raakt) De afvang vangt en gooit de bal steeds aan.
Onderstaande opdrachten worden 1 minuut uitgevoerd en resultaten worden genoteerd, zodat het later vergeleken kan worden met eigen tweede prestatie of die van een ander team.
opdracht 1:
opdracht 2:
opdracht 3: