Voor de start van de intervaltraining joggen ze eerst 10 minuten in groep rond het veld zodat de spieren opgewarmd zijn en de basis snelheid is ¨ïngewerkt¨.Oefening 1 (rechtervak op de tekening)De ploeg opsplitsen in 2 groepen (stel deze 3 meter naast elkaar op).- 30 seconden joggen- 20 seconden hardlopen- 10 seconden sprinten.Dit 3 maal na elkaar.- afkoeling 30 seconden (3 minuten tijdsverloop)- 30 seconden joggen-20 seconden hardlopen-10 seconden sprinten Dit 3 maal na elkaar- afkoeling 30 seconden ( 3 minuten tijdsverloop)- 30 seconden joggen- 20 seconden hardlopen- 10 seconden sprinten- Afkoeling 30 seconden ( 3 minuten tijdsverloop)Oefening 2: ( Trap met de kegels op de tekening)Stel kegeltjes/potjes in trapvorm op ongeveer 10 meter van de zijlijn.Tussen de kegeltjes is er onderling een afstand van 6 meterIn de rechtdoor richting wordt gesprint,. Zijwaarts richting het volgende kegeltje.Iedereen doet dit 4 maal
14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
, 14 x ballen
Uitvoering
Alle spelers joggen in een vierkant over het veld.
De helft van de spelers heeft een bal.
Spelers met bal passen naar spelers zonder bal, met oogcontact.
De bal mag niet langer dan 5 seconden worden vastgehouden.
Bij een fluitsignaal van de trainer sprinten spelers zonder bal naar een nabije speler met bal en proberen de bal af te pakken.
Spelers met bal proberen de bal af te schermen (1:1 duel).
Bij een volgend fluitsignaal hervatten we het joggen en passen.
Variant
Bij een oneven aantal spelers krijgt de speler zonder directe tegenstander een opdracht, bijvoorbeeld sprinten over de breedte van het veld.