Gymlesoefeningen voor alle technieken

Advertentie
  • De docent kiest 5 leerlingen uit die op de bank moeten zitten.
  • De boer is een tikker en een koe is een loper. 
  • Het spel start, de eerste boer mag van de bank af en slaat op een mat of trommel en schreeuwt IK BEN DE BOER!!!
  • Nu weten alle koeien wie de tikker is. 
  • Het doel van het spel is dat de boer een koe vangt.
  • Dit doet de boer door een koe af te tikken.
  • Heeft de boer een koe afgetikt?
  • Dan wordt de boer ook een koe en moet degene die is afgetikt op de bank gaan zitten.
  • Er is dus telkens een nieuwe tikker. 
  • Op de bank geldt een doorschuif systeem.
  • Dat betekent dat de leerling die het langste op de bank zit weer in het veld mag als iemand af is.
  • De docent maakt 2 teams.
  • Zet de kegels op 2 meter afstand van de muur.
  • Indien er geen beschikking is over kegels kunnen er ook blokjes en dergelijke gebruikt worden.
  • Een team gaat links staan (zie plattegrond) met 1 hand op de muur.
  • Het andere team gaat rechts achter de lijn staan.
  • Achter deze lijn zijn ze veilig en kunnen ze niet getikt worden.
  • Het spel begint. 
  • Het rechter team moet proberen zoveel mogelijk kegels achter de veilige lijn te brengen.
  • Ze mogen maar 1 kegel tegelijk meenemen en schijnbewegingen zijn toegestaan.
  • Het linker team moet dit voorkomen door ze af te tikken. 
  • Zodra een leerling van het linker team zijn hand van de muur afhaalt moet hij iemand van het rechter team tikken voordat die allemaal achter de veilige lijn zijn.
  • Lukt dit niet dan is hij af.
  • Tikt hij wel iemand van het rechter team dan is die af en mag hij weer met een hand tegen de muur gaan staan.
  • Als je af bent moet je op de bank zitten.
  • Het spel stopt als alle kegels in het veilige gebied zijn of als alle spelers van een van de teams af zijn. 
  • Hierna wissel je de teams van plaats.
Advertentie
  • De leerlingen pakken allemaal een blokje en zoeken een plekje in de zaal uit.
  • Je mag je blokje alleen ergens binnen de (meestal gele) volleybalveldlijnen zetten.
  • Zo is er nog genoeg ruimte tussen de blokjes en de muur om te voetballen.
  • Het doel van het spel is om iemands blokje om te schieten terwijl je je eigen blokje moet verdedigen.
  • Schiet je iemands blokje om? Dan mag je 1 bokje van hem/haar pakken en op jouw blokje zetten.
  • Als je het goed speelt krijg je een toren en wie uiteindelijk de hoogste toren heeft is de winnaar.
  • Als een hoge toren wordt omgeschoten mag er maar 1 blokje vanaf gepakt worden, niet allemaal.
  • Als je laatste blokje wordt omgeschoten mag je een nieuwe uit de kist pakken en gewoon weer meedoen.
  • De docent maakt 2 teams van 4 of 5 tallen.
  • Het team dat de bal heeft moet de bal 5X overspelen zonder dat het andere team de bal onderschept.
  • Lukt dit dan krijgt dat team een punt. 
  • Het team zonder bal moet de bal in bezit weten te krijgen door deze te onderscheppen.
  • Als er een punt wordt gescoord krijgt het andere team automatisch de bal.
  • Zet 2 kasten en 2 Trapezoïdes in de hoeken van de zaal met ieder 3 pionnen erop.
  • De docent maakt teams van 3 a 4 leerlingen.
  • 4 teams gaan in het veld en de rest op de bank
  • De leerlingen moeten met de fitnessbal de pionnen van de andere teams omver slaan terwijl ze hun eigen pionnen moeten verdedigen. 
  • Als bij een team alle 3 de pionnen om zijn moet dat team wisselen met het team dat op de bank zit.
  • De docent verdeeld de leerlingen over 2 teams van 3.
  • De leerlingen moeten op hun buik gaan liggen en een blokje pakken.
  • De docent rolt de tennisbal in het speelveld en het spel begint.
  • De leerlingen moeten de bal bij het andere team tegen de mat aan krijgen.
  • Als dit lukt krijgen ze 1 punt.
  • Dit moeten ze doen door met het blokje de bal weg te kaatsen.
  • Net als Air hockeyen.
  • Het team dat aan het einde van het spel de meeste punten heeft wint.
Advertentie
  • Zet 4 banken in een vierkant, 4 pionnen op de hoeken van de banken en een korf in het vierkant klaar.
  • Zet vervolgens 2 tjoeks klaar in ongeveer een hoek van 45 graden.
  • Test de tjoeks even uit voordat je begint.
  • De docent maakt teams van 3 a 4 leerlingen per team.
  • 2 gaan in het veld en de rest op de bank.
  • We spelen rondes van 5 punten.
  • De bedoeling is dat de bal via de tjoek in het vierkant komt (Je mag via beide tjoeks scoren).
  • Lukt dit dan krijg je 1 punt, raak je een pion dan krijg je 2 punten en als de bal in de korf gaat heeft het andere team gelijk verloren.
  • Het verliezende team wisselt met het team op de bank.
  • De kant waar de meeste spelers staan slaat de bal op.
  • Iedere speler mag de bal 1 keer aanraken per beurt.
  • Nadat de bal naar de overkant is geslagen moet hij naar de andere kant van de tafel rennen. 
  • Er wordt volgens de normale tafeltennisregels gespeelt.
  • Af is op de bank zitten totdat het spel is afgelopen.
  • Uiteindelijk blijven er 2 spelers over.
  • Deze spelen een finale best of 5 (wie als eerste 3 punten scoort wint).
  • De winnaar krijgt een leven als prijs waarmee hij 1 keer kan terug komen in het spel als hij is uitgeschakeld.
Advertentie
  • De docent zet op 20 tennisballen (bij een les met 20 leerlingen) nummers 1t/m20.
  • De docent geeft elke leerling een papiertje waarop zijn/haar eigen nummer staat.
  • Het spel begint. Alle ballen worden tegelijkertijd door de zaal gegooid. 
  • De leerlingen moeten op zoek naar hun eigen bal.
  • Als een leerling een bal heeft gecontroleerd en het is niet zijn/haar bal dan mag de leerling de bal over de grond wegrollen. 
  • Vind de leerling de bal?
  • Dan gaat hij/zij naar de docent toe die aan de zijkant van de zaal staat.
  • De docent controleert vervolgens of het nummer klopt met het nummer op het papiertje. 
  • De eerste die met de goede bal bij de docent komt wint. 
  • Het spel stopt als 10 leerlingen hun bal hebben gevonden.
Advertentie