Op de korte zijde oefeningen doen:
huppelen
hakken tegen de billen
stap stap tik de grond aan
springen met tweetal en op hoogste punt de handen van elkaar aantikken
achteruit lopen met lange passen
T-Loop (4/3 tallen) elk 3x lopen
Oefenen van pootje 2 en 3
De bal wordt tot achter de korf gespeeld. De dame die hem daar krijgt speelt de bal terug van degene die hem speelde en komt zelf aan de bal kant vrij richting de voorkant van de korf. Daar krijgt ze de bal terug en staat dan perfect in een aangeef positie naast de korf. De voor in het vak al in beweging zijnde dame komt tot een doorbraak zodra de bal in handen is van de loopster. De beweging voorin moet zodanig zijn dat de verdedigster niet durft te kijken. Bij een bange verdedigster is wandelen al voldoende beweging, bij een verdedigster met meer zelf vertrouwen zul je scherper moeten bewegen
pootje 3 is het zelfde, maar dan wordt de dame aangespeeld die niet voorin staat, maar in de diagonaal van de aangeefster. Ook die dame komt via de balkant tot een doorbraak.
Eerst oefenen zonder tegenstander, daarna met tegenstanders waarbij de verdedigers het mogelijk maken de bal te spelen. Ze mogen wel proberen de looplijnen van de aanvallers te frustreren.
met 4 tallen het 1:1 duel oefenen.
1 aanvaller, 1 verdediger en 2 aangevers. De opdracht is: scoor een schot, doorloopbal en uitwijkbal
In het 3:3 komen alle functies goed aan bod. Welk drietal scoort als eerste 3x
bij ongelijke aantallen nemen de rest van de speelsters strafworpen en oefenen de vrije bal
Scoor met tweetal 20 afstandsschoten uit beweging. De schutter schiet 5 keer en is steeds in beweging aan alle kanten van de paal. Na 5 schoten wordt gewisseld van functie.
De afvangen probeert de bal te vangen voordat deze de grond raakt. Dat betekent dat je moet beoordelen waar de bal komt om op tijd te zijn met vangen.
Speel in het 4:4 met een opdracht.
ballijn verdedigen
aanval zorgt dat er een afvang is voordat wordt geschoten.