Per 2 tal beide een goal scoren. Wanneer beide scoren schuif je door naar links naar de volgende korf, ongeacht of het 2-tal naast je al klaar is. Wie is er als eerste terug bij zijn eigen korf en scoort daar beide nogmaals.
scoor 10 bovenhands doorloopballen
scoor 15 uitwijkballen
scoor 10 kleine kansjes (afstappen) op verschillende afstanden. Geef de ballen hoog aan.
Speel de bal diep het vak in. Degene die de bal speelt, pakt de afvang. De tweede dame speelt de bal door naar één van de andere speelsters en komt vervolgens via het blok bij de paal tot een aangeef. De speelster met de bal speelt de bal in en de andere dame maakt op dat moment een doorbraak of uitwijk beweging en schiet. Degene die de bal vangt plaatst weer uit naar de uitgewaaierde vakgenoten. Zij gaat vervolgens weer naar de paal om te vangen. Als de positie is ingenomen en er kan niet geschoten worden, komt de volgende passer in de aangeef. Na ontvangst van de bal passt zij uit. enz.
We oefenen dit eerst zonder tegenstander en vervolgens met tegenstandster
Om elke paal liggen 5 hoedjes op 5 verschillende afstanden, tussen de 3 en 7 meter. Je werkt met tweetallen en schiet steeds 2x vanaf elk hoedje. Welk tweetal heeft als eerste bij alle hoedjes 1x gescoord (bij te eenvoudig vraag je 2 of 3 x per hoedje)
In deze oefening gaat het vooral om focus (concentratie) Net als in een wedstrijd schiet je bijna nooit vanaf dezelfde plek. Toch moet elk schot zuiver zijn. Balans is hier erg belangrijk.
In dit partijtje wil ik vooral terugzien dat eerst de vang en vervolgens de aangeef wordt neergezet. Vragen of ze de verbinding zien met het spelen van pootjes. (1 en 2)