doorloopbal met hoedjes. (scoor bij elke opdracht 5x bovenhands en 5x onderhands). 5 hoedjes voor de korf (2 of 3 tal per paal)
1. loop langs de hoedjes
2. zigzaggend door de hoedjes naar de korf
3. springend van links naar rechts over de hoedjes (schaatspas)
4. 2 vooruit, 1 achteruit langs de hoedjes
5. huppend over de hoedjes
Hoedje op 6 meter voor de korf en een hoed naast de korf op 5 meter. Speel de bal naar voren. De speelster legt de bal op de grond en loopt naar het andere hoedje en vervolgens naar de korf. De aangever loopt naar de bal en geeft de andere speelster een doorloopbal aan
scoor samen 20x
per opdracht 1x rustig om te oefenen en 3x snel
Loop rustig naar de hoedjes, tik het linkerhoedje aan, en tik vervolgens het rechterhoedje aan en loop links weg voor een uitwijkbal
Vervolgens doe je dat rechtsom, dus eerst rechterhoedje, dan links en dan rechts weg voor de uitwijkbal.
Per kant maak je 5x 5 series per persoon
Wie scoort er meer dan 10 (dat is maar 1 op de 5 raak)
schiet op 6 meter voor de korf, de afvangen speelt opnieuw uit en loopt weg van de paal. Zij krijgt de bal terug en schiet, de aangever vangt af, speelt uit en is zelf weer weg bij de korf.
Scoor 20x
met tweetallen afstandschieten. na elk doelpunt wordt ja geroepen en wisselt iedereen van functie,
welk tweetal scoort als eerste 10x