De aangeef staat 3 meter naast de paal. De aangeef geeft de bal aan als daar om gevraagd wordt doordat de nemer de handen vooruit steekt. De nemer vangt de bal zelf af. De aangever wordt schutter en de schutter wordt aangever. scoor 10 doelpunten pp
De bal wordt uitgespeeld op een bewegende dame op ongeveer 4 meter. De aangever bepaalt of de bal links of rechts van de dame wordt geplaatst. Het aangeven moet strak gebeuren en op ooghoogte van de schutter. scoor 10x pp
Vervolgens komt er een verdedigster te staan voor de neemster. Nu zie je dat als je de bal niet hoog houdt de neemster de bal moeilijk kan zien.Dus als je de bal hoog houdt, ziet zij naar welke kant jij de bal gaat uitspelen en kan dus goed reageren. Komt ze niet vrij, kijk je hoe de verdedigster staat, zorg dat je aanspeelbaar bent en de neemster stapt nog een keer uit. scoor 10x pp
Nogmaals met verdedigster, maar nu doe je net alsof je gooit. Voor de neemster is dit het signaal dat ze voor de doorbraak moet komen. scoor 10x pp
blauw plaatst bal naar voren en loopt zijwaarts uit, zij krijgt de bal van rood, rood komt naar haar toe, krijgt de bal en schiet. Blauw vangt af
beide speelsters schieten 5 series van 5 schoten
bal is voorin bij rood. wit beweegt op en neer waardoor het lijkt dat zij de bal bij rood gaat halen. blauw sprint van de paal opzij en krijgt de bal van rood. rood sprint naar de paal om de afvang te pakken. wit komt naar de plek van rood, krijgt de bal en schiet. rood vangt af en geeft de bal aan wit en sprint zijwaarts uit. rood krijgt de bal en wit spurt naar de paal om af te vangen, blauw komt voor de korf tot schot.
We spelen 4:4 waarbij tot het eerste schot komt er een afvang onder de paal is. Daarna komt de afvang uit de ruimte. De aangever staat, ten opzichte van de schutter, aan de zijkant van de paal. (dus aangeven vanuit de ruimte)