Korfbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1700 korfbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
korfbal training

Korfbaloefeningen

Laatste update: januari 2026
drawing Conditietraining met doorloopballen
Doel
  • Als eerste 20 doorloopballen maken.
Uitvoering
  • De spelers worden verdeeld in groepjes van 3 of 4 personen.
  • Begin bij de drie hordes en spring eroverheen, startend vanaf links.
  • Ga heen en weer over de hordes.
  • Ren slalommend om de pylonnen heen.
  • Tik de hoedjes aan.
  • Volg daarna met een doorloopbal op snelheid.
  • Probeer ondanks de vermoeidheid de doorloopbal rustig te nemen.
  • Wie behoudt balcontrole en wint het spel?
drawing Zijwaarts aanspelen en rebound timing
Uitvoering
  • Twee spelers staan in het voorveld, één met de bal.
  • De aanvaller met bal speelt de bal naar voren en haalt hem weer op.
  • Daarna draait de aanvaller in voor het schot.
  • De reboundspeler komt inlopen vanuit de achterkant.
Herhalingen
  • Per persoon 5 keer vanaf links inlopen.
  • Per persoon 5 keer vanaf rechts inlopen.
Belangrijk
  • Doe de herhalingen achter elkaar om een goede feeling te krijgen bij het indraaiend schieten.
  • De reboundspeler moet goed timen.
  • Loop op het juiste moment, namelijk wanneer er geschoten wordt, om op de juiste plek voor de rebound uit te komen.
drawing Conditietraining met bal
Doorloopbal en Schot
  • Werk in drie- of tweetallen bij de korf.
  • 1 persoon werkt 2 minuten, 2 personen voor de rebound.
  • Pionnen in een vierkant rondom de korf, op 4 meter afstand.
  • Speler 1 begint bij de eerste pion, loopt naar binnen voor een doorloopbal.
  • Vervolgens naar de tweede pion voor een schot.
  • Ga naar de derde pion voor een doorloopbal, enzovoort.
  • Na 1 minuut wisselt de speler.
Uitwijkballen
  • 2 minuten lang uitwijkballen nemen.
  • 2 aangevers met elk een bal.
  • Na 2 minuten wordt 1 van de anderen schutter.
  • Wie van het drietal is de beste schutter?
  • Eventueel een tweede beurt om te verbeteren.
Overgooien en Sprinten
  • Spelers staan twee aan twee, 12 meter uit elkaar.
  • Gooi de bal over naar de overkant en sprint achter de bal aan.
  • Herhaal 10 keer per persoon.
drawing Doorloop- en uitwijkbal competitie
Opstelling
  • Palen in een driehoek opstelling.
  • Bij elke korf staat iemand met een bal als vaste aangever.
  • De overige spelers staan in het midden bij de twee hoepels.
Uitvoering
  • Vanuit het midden neem je een doorloopbal op een van de korven.
  • Je mag nooit twee keer achter elkaar naar dezelfde paal.
  • Zet steeds een voet in een van de hoepels om door te gaan naar een volgende paal.
  • Het doel is om zo snel mogelijk vijf keer te scoren.
  • Als dit lukt, ga je in een van de hoepels staan. Deze hoepel mag dan niet meer worden gebruikt door de anderen om door te lopen naar een volgende korf.
  • Wissel vervolgens van aangevers en start opnieuw.
  • Halverwege de oefening wisselen naar uitwijkballen.
drawing Warming-up met bal in trio's
Uitleg
  • Verdeel de groep in tweetallen.
  • Elk tweetal heeft een bal en een korf met vier hoedjes.
  • Zet het veld uit zoals weergegeven bij de tekening.
  • Speler 1 start bij het hoedje voor de korf, speler 2 is de aangever.
  • Speler 1 start met een breedtelijn en zet vervolgens strak aan voor de doorloopbal.
  • Na de doorloopbal blijft speler 1 dichtbij de korf in beweging voor een korte kans.
  • Tot slot maakt speler 1 een diepe lijn voor het schot.
  • Hierna wisselt speler 1 om met speler 2.
Uitvoering
  • Maak het competitief door punten te koppelen aan de verschillende doelpunten.
  • Doorloopbal en korte kans tellen voor 1 punt, het afstandsschot voor 2 punten.
  • Drie kansen raak in één beurt geeft 5 punten.
  • Niet scoren is 1 punt aftrek.
  • Wie scoort als eerste 25 punten en welke paal heeft als eerste beide spelers met 25 punten?
drawing Schieten en doorloopballen na inpassen
Uitvoering
  • Vorm groepen van drie of vier spelers bij een korf.
  • Plaats de bal in naar de korf en beweeg naar links.
  • Ontvang de bal terug en schiet.
  • Beweeg vervolgens naar rechts en neem een doorloopbal.
Doel
  • Score 10 afstandsschoten van links en 10 van rechts.
  • Leg de nadruk op de doorloopbal door 20 doorloopballen over rechts en 20 over links te scoren.
  • Varieer met schot bij één hoedje en doorloopbal bij het andere hoedje.
drawing Rebound training
Opstelling
  • Drie spelers per korf: één schutter en twee rebounders.
  • Rebounders staan achter de korf op 3 of 4 meter afstand, afhankelijk van niveau.
  • Van de twee rebounders is er één aanvaller en één verdediger. Spreek van tevoren af wie welke rol heeft.
Uitvoering
  • De schutter staat voor de korf en roept "ja".
  • Op dat moment mogen beide rebounders richting de korf bewegen om de juiste positie te pakken.
  • Als de aanvaller aangeeft dat hij/zij goed staat, mag de schutter schieten.
  • Na drie rondes wisselen van positie.
Aandachtspunten
  • Let op de opstelling van aanvaller en verdediger in de rebound.
  • Zorg voor goed uitblokken van de tegenstander.
Variaties
  • Spreek niet van tevoren af wie welke functie heeft en laat spelers apart punten tellen voor een bepaald aantal rebounds.
  • De schutter schiet op een willekeurig moment, waarna de rebounders mogen reageren om te vangen.
  • De schutter vangt mee af en mag, als het schot mislukt, passen naar de aanvallende rebounder voor een korte kans.
drawing Scoren vanuit verschillende afstanden
Opzet
  • Werk in tweetallen of drietallen.
  • Bij tweetallen speel je om en om, bij drietallen draai je door.
Uitvoering
  • Plaats 6 pylonnen rond de korf, allemaal op 6 meter afstand.
  • Welk tweetal of drietal scoort als eerste 5 keer een doorloopbal vanaf elke pylon?
  • Vervolgens scoort welk tweetal of drietal als eerste 2 of 3 keer vanaf elke afstand?
  • Verplaats daarna de pylonnen naar 2 meter afstand en laat iedere speelster 2 doelpunten maken van elke kant.
drawing Intensieve schiettraining met vier tallen
Uitvoering
  • Blijf met je team aan je eigen kant van het veld.
  • Aangevers wisselen door zodat iedereen in beweging blijft.
  • De oefening moet met hoge intensiteit worden uitgevoerd.
  • Start is bij de pionnen. Na pion 5 sprint naar de eerste korf.
  • Rebounder sprint daarna naar de tweede korf en sluit weer aan bij de pionnen.
  • Tel de scores per team hardop om het competitie-element te behouden.
Ronde 1
  • 20 doorloopballen scoren.
  • Pion oefeningen: slalommen.
Ronde 2
  • 10 schoten van 3-4 meter scoren.
  • Pion oefeningen: 2 pionnen vooruit, 1 pion achteruit.
Ronde 3
  • 20 korte kansen achter de paal scoren.
  • De sprinter wordt aangegeven en speelt terug op de uitstappende rebounder onder de paal.
  • Pion oefeningen: huppend over de pionnen.
Ronde 4
  • 10 schoten van 4-5 meter scoren.
  • Pion oefeningen: schaatsend over de pionnen springen, landing even vasthouden.
Ronde 5
  • 10 uitwijkballen scoren.
  • Pion oefeningen: opspringen bij pion 1, 3 en 5 en squat bij 2 en 4.
drawing Open ruimtes opvullen en schot verbeteren
Uitvoering
  • De aanvallers staan rondom de korf opgesteld en spelen de bal één keer rond.
  • Na deze ronde wordt een breedtepass gegeven en vult de reboundaanvaller zijn positie in.
  • Een derde aanvaller vult de ontstane ruimte op voor het schot.
  • Belangrijk is dat wanneer je de bal gaat ophalen voor het schot, je het veld kleiner maakt, zodat je een stap naar achteren kunt zetten voor een goede schotafstand.
  • Breidt dit uit door een extra dubbelspel met de vierde aanvaller, die aan de zijkant weer aansluit.
drawing Hoepeltikken 2.0
Doel
  • Verbeteren van samenwerking en tactisch inzicht.
Uitvoering
  • Er zijn twee tikkers op het veld.
  • Lopers beginnen buiten het veld en proberen een bal te bemachtigen die aan de andere kant van het veld ligt.
  • Op de eerste helft van het speelveld liggen hoepels die fungeren als veilige zones. Lopers kunnen hier maximaal 5 seconden in blijven staan.
  • Als een loper langer dan 5 seconden in een hoepel staat, moet hij of zij wisselen met een van de tikkers.
  • Nadat lopers de helft van het veld zijn gepasseerd, mogen ze niet meer terug. De tikkers mogen deze helft niet betreden.
  • Eenmaal in bezit van een bal, mag een loper proberen een doelpunt te maken vanaf een afstand van minimaal 5 meter.
  • Er mag maar één keer geschoten worden en lopers mogen niet lopen met de bal. Samenwerking met andere lopers is daarom essentieel.
  • Wordt een loper getikt, dan wisselt hij of zij van plaats met de tikker.
drawing Doorloop race 2.0
Doel
  • Verbeteren van conditie en doorlooptechniek.
Uitvoering
  • Plaats aan de ene kant van de korf twee hordes en aan de andere kant drie pylonnen.
  • Spring over de hordes en slalom zijwaarts door de pylonnen.
  • Neem gedurende 45 seconden doorloopballen van beide kanten van de korf, zoveel mogelijk.
  • Neem 15 seconden rust na de eerste ronde.
  • Herhaal de oefening nog eens voor 45 seconden, gevolgd door 15 seconden rust.
  • Voer een laatste sessie van 45 seconden uit.
drawing Diepe bal en afstandsschot met kleine kans
Opstelling
  • Drie spelers: één speler onder de korf met de bal (Wit) en twee andere spelers (Rood en Blauw) 5 meter naast elkaar voor de korf.
Uitvoering
  • De aangever speelt de rechterspeler (1) aan.
  • De rechterspeler kaatst met de speler naast hem/haar (2).
  • De rechterspeler loopt diep voor een afstandsschot van circa 6 meter (3).
  • De aangever fungeert ook als rebounder en passt de tweede speler in voor een klein kansje (4).
  • Zorg ervoor dat de diepe bal op de juiste hand en hoogte wordt ingespeeld.
  • Als je niet kunt schieten, dubbel dan nog een keer met de aangever.
  • De schutter van de kleine kans moet in het gezichtsveld van de rebounder komen.
  • De kleine kans wordt altijd geschoten, ongeacht of het afstandsschot erin zit.
Tips
  • De schutter van de tweede kans moet goed opletten waar hij of zij de actie maakt.
  • De rebounder moet zich bewust zijn van de positie.
drawing Triangelloop met drie spelers
Opstelling
  • Vorm groepjes van drie spelers.
  • Aan de ene kant van het speelveld staan twee spelers, aan de andere kant staat één speler met de bal.
  • Tussen de spelers ligt een rechthoek van zes hoedjes.
Uitvoering
  • Begin met de bal bij het tweetal en gooi deze naar de speler aan de overkant.
  • Een speler van het tweetal loopt naar het midden, langs een diagonale lijn, om de bal in de loop te ontvangen.
  • De loper speelt de bal terug naar de andere speler van het tweetal, die kort oversteekt naar de andere kant.
  • De loper neemt vervolgens de positie van de overgestoken speler in.
  • De bal wordt daarna met een lange pass naar de overkant gegooid en het proces herhaalt zich.
Variaties
  • Voer deze oefening uit als warming-up op een laag tempo gedurende 2 minuten.
  • Na de warming-up kan een wedstrijd worden gehouden om te zien wie binnen één minuut de bal het vaakst kan laten oversteken.
  • Kan ook met viertallen worden gespeeld.
drawing Screenen voor de korf
Opstelling
  • Speel in een 3-1 formatie binnen je vak of 4-4 voor een complete uitvoering.
Uitvoering
  • Iedereen start in het voorveld.
  • De aanvaller met verdediger bevindt zich tussen twee mede-aanvallers.
  • De aanvaller speelt de bal naar achteren, maakt een beweging richting de bal en beweegt er weer vanaf.
  • De tweede aanvaller blijft stilstaan om de verdediger af te houden, zodat de eerste aanvaller om hen heen kan bewegen en hen als blok kan gebruiken.
  • Het is belangrijk dat de beweging soepel verloopt, zodat het lijkt alsof je in de ruimtes wegloopt.
  • In 4-tegen-4 situaties speel je het complete spel.
Tip
  • Het is aan de spelers om het juiste moment te vinden om te gaan.
drawing Tussenuit stappen en nieuwe aangeef invullen
Doel
  • Het verbeteren van het snel tot schot komen en het effectief invullen van de aangeef positie.
Uitvoering
  • De bal komt het vak binnen en wordt met maximaal 2 passes naar achteren verlegd.
  • De aanvaller aan de zijkant ontvangt de bal uit het voorveld en speelt deze door naar achteren.
  • De aanvaller uit het voorveld vult de open gekomen plek op en krijgt de bal aangespeeld.
  • Vervolgens speelt deze de bal naar binnen op een uitstappende aangeef positie.
  • Let op de timing: wanneer je de looplijn naar achteren inzet, de korte versnelling bij het ophalen van de bal, de schotdreiging en het naar binnen vallen, en het uitstappen naar de aangeef positie.
  • Herhaal het invullen van deze posities vanuit verschillende kanten en start steeds ergens anders met de bal.
drawing Zoek je korf

Organisatie

  • Plaats de korven in een cirkel.
  • Bij elke korf staat een aangever met een bal.
  • De rest van de spelers staat in het midden van de cirkel, dat duidelijk herkenbaar moet zijn.

Uitvoering

  • De spelers in de middencirkel nemen doorloopballen bij een van de korven. Het maakt niet uit welke korf gekozen wordt.
  • Er zijn meer spelers dan vrije korven, dus het is belangrijk snel een vrije korf te zoeken.
  • Wie niet snel genoeg is, moet even wachten.
  • Als een speler naar een korf onderweg is, maar ingehaald wordt door een snellere speler, moet de eerste speler terug naar het midden om opnieuw te proberen.
  • Elke speler vangt zijn eigen doorloopbal af.
  • Na het aangeven loopt de aangever door de middencirkel of om een pilon en zoekt opnieuw een vrije korf.
  • Doel is om als eerste 10 keer te scoren.

Variaties

  • Neem de doorloopballen bovenhands.
  • Neem uitwijkballen naar keuze links of rechts, met niet te grote afstanden. De aangever vangt ook het schot af. Na het schot loopt de schutter naar de korf en ontvangt daar de bal van de afvanger. Wie scoort als eerste 5 keer?
  • Bij de uitwijkbeweging volgt geen schot: de bal gaat terug naar de aangever die bij de korf is weggestart. Deze schiet met een kwart/halve draai. De schutter loopt weer naar het midden, de ander vangt de bal af.
drawing Verleiding weerstaan in tweetallen

Uitvoering

  • Vorm tweetallen waarbij de verdediger centraal staat en de aanvaller opdrachten krijgt.
  • De aanvaller beweegt in een rustig tempo naar voren over de eerste 4 meter.
  • Nadat de eerste hoed gepasseerd is, varieert de aanvaller in bewegingen van links naar rechts en maakt korte acties terug.
  • Na het passeren van de tweede hoed, die op 10 meter van de eerste hoed ligt, verhoogt de aanvaller het tempo om de verdediger voorbij te proberen te lopen.
  • Op 4 meter verderop ligt het volgende startpunt.

Verdediging

  • De verdediger heeft één opdracht: blijf aan de grond!

Rotatie

  • Als je aan de andere kant bent, draai je de rollen om en ga je direct door.
  • Wanneer iedereen weer terug is bij het begin, schuif je één plek op naar rechts om een andere tegenstander te krijgen.
  • Mensen die aan het einde van de rij staan, gaan naar de andere kant van de rij.
  • Per persoon 5 keer de verdedigende positie aannemen.
drawing Korvendans
Oefening 1
  • Vorm tweetallen.
  • Één speler schiet, de ander re- en detbound.
  • De schutter blijft schieten totdat er gescoord is, met een maximum van vier schoten van achter de korf.
  • Na maximaal vier schoten, ga je naar de volgende paal totdat je een rondje hebt gemaakt.
  • Het kan voorkomen dat je geen punt scoort in een ronde.
  • Wissel van rol na een ronde.
  • Wie als eerste één keer per schutter een rondje gemaakt heeft met de meeste gescoorde doelpunten wint. Doelpunten tellen voor drie punten!
Variant voor Drietallen
  • Voeg een verdediger toe die meeloopt voor schoten onder druk.
Oefening 2
  • Vorm tweetallen.
  • Een speler start onder de korf met de bal, de ander bij de hoed in het midden.
  • De bal wordt naar het midden gespeeld en opgehaald.
  • De speler bij de hoed rent kloksgewijs naar de volgende paal het achterveld in en ontvangt de bal achter de korf voor een schot.
  • De andere speler gaat voor de rebound.
  • Na de rebound wordt de bal weer afgespeeld zodat de rollen omdraaien en je dus om en om schiet.
  • Wie scoort de meeste doelpunten na twee rondes?
  • Bonus: Je krijgt een bonuspunt als je de bal vangt na het schot zonder dat de bal stuitert.
drawing 1e positie voorverdedigen en houden
  • 3 aanvallers beginnen rondom de korf, waarvan 1 met verdediger in het achterveld
  • De aanvaller achterin gaat direct voor de aangeef op volle snelheid. 
  • De verdediger heeft de taak om de 1e voorverdedigende positie te behouden
  • Op het moment dat de aanvaller achterin deze looplijn inzet word de bal echter naar de zijkant gespeeld, waardoor beide spelers moeten schakelen
  • Lukt het de aanvaller om in de aangeef te komen, dan speelt deze bal de bal naar buiten. 
  • Je probeert daarna de 2e aangeef positie te behouden
  • Lukt dit niet. Dan gaat de aanvaller via de korf naar het achterveld om een doelpoging te zoeken. 
  • De aanvaller in het achterveld doet dit 3x keer achter elkaar, daarna door draaien

drawing Voorverdedigen in korfzone
  • Een aanvaller en verdediger staan beiden in een cirkel van 3 meter van hoedjes, waarbij de verdediger zoveel mogelijk probeert te voorkomen dat de aanvaller kan uitstappen naar de aangeef positie
  • Beide spelers moeten in de cirkel blijven
  • De aanvallers om de cirkel heen spelen over naar elkaar en proberen daarmee de verdediger op het verkeerde been te krijgen
  • Kan de verdediger 5x een aangeef positie voorkomen voordat er één minuut voorbij is?

  • Voor de verdediger onder de korf kun je het makkelijker maken door te starten met 2 aanvallers die de bal enkel vanuit het voorveld mogen aanspelen
drawing Duur-conditie schotoefeningen - 4 tallen
  • Trainen van duur conditie met 4 tallen
  • Je blijft met je team aan je eigen kant.
  • Aangevers wisselen door zodat iedereen in beweging blijft.
  • Bedoeling is dat de oefening met hoge intensiviteit gedaan wordt.
  • Start is voor de pionnen. Na pion 5 in sprint naar de eerste korf.
  • Rebound sprint daarna naar tweede korf.
  • Rebounder tweede korf sluit weer bij pionnen aan.
  • Tel de scores per team
  • Hardop tellen met je team, dit om het competitie element er in te houden
  • Ronde 1: 
    • 20 doorloopballen scoren. (pion oefeningen = slalommen)
  • Ronde 2: 
    • 10 schoten 3-4m scoren. (pion oefening = 2 pionnen vooruit, 1 pion achteruit)
  • Ronde 3: 
    • 20 korte kansen achter de paal scoren. De sprinter wordt aangegeven en die speelt terug op de uitstappende rebounder onder de paal (pion oefening = huppend over de pionnen)
  • Ronde 4: 
    • 10 schoten 4-5m scoren. (pion oefening = schaatsend over de pionnen springen, landing even vasthouden)
  • Ronde 5: 
    • 10 uitwijkballen scoren. (pion oefening opspringen bij pion 1, 3 en 5 en squat bij 2 3n 4)
drawing Conditie schieten met krachtoefeningen parabool
Tweetallen bij een korf, 
2 pionnen op 4 meter voor de korf met 3/4 meter ertussen.

  • Speler 1 begint links van de korf en springt heen en weer OVER de pion heen. 
  • Rent naar de andere pion en doet daar hetzelfde.
Vervolgens:
  • Uitwijkbal maken voor het shot  
  • Of doorloopbal maken
  • Of om de korf heen snijden voor kleine kans
Na elk schot voert de persoon de oefening bij de pionnen weer uit.

Variatie: 
Het springen over de pionnen heen kan ook vervangen worden door een x aantal squats, lunches, burpees etc.

drawing loopladder oefening met hoedjes
  • Neem 5 doorloopballen. 
  • Ga zigzaggend door de eerste 4 hoedjes.
  • Daarna linksaf en voorwaarts lopend met telkens twee voeten tussen elk hoedje.
  • Aan het einde omdraaien en dan de hele dwarse lijn met twee voeten doorlopen.
  • Aan het einde weer terug naar het midden.
  • Tenslotte zigzaggend door de laatste 4 hoedjes en in volle sprint een doorloopbal nemen.
Variatie:
  • Doe deze zelfde oefening nogmaals maar dan gaan we richting korf zijwaarts voor- en achteruit door de hoedjes, de dwarse kant is weer korte pasjes.
  • Ook nu 5 doorloopballen nemen en/of scoren.
drawing Warming-up met bal
Uitleg
  • Verdeel de groep in tweetallen. Elk tweetal heeft een bal en een korf met vier hoedjes.
  • Zet het veld uit zoals weergegeven bij de tekening.
  • Speler 1 start bij het hoedje voor de korf, speler 2 is de aangeef.
  • Speler 1 start met een breedtelijn en zet vervolgens strak aan voor de doorloopbal.
  • Na de doorloopbal blijft speler 1 dichtbij de korf in beweging voor een korte kans.
  • Tot slot maakt speler 1 een diepe lijn voor het schot.
  • Hierna wisselt speler 1 om met speler 2.
Om het competitief te maken, kun je punten koppelen aan de verschillende doelpunten.
drawing Actie-reactie
Per 2 of 3 spelers:

  • Timing is belangrijk. Werk met vaste functie
  • Met 3 spelers is speler blauw de aangever, speler rood gaat een doorloopbal nemen, speler wit zorgt ervoor dat op het juiste moment de actie voor het schot wordt ingezet. 
  • Vervolgens gaat speler rood eveneens op het juiste moment opnieuw naar binnen vallen. 
  • Wissel na 10 acties.

  • Met 2 spelers is de nemer van de doorloopbal ook diegene die zelf afvangt, aangever gaat uit naar schot. 
  • Na afvangen rebound gaat de bal opnieuw doorgespeeld worden op de schutter en gaat de speler onder de korf opnieuw uit. 
  • Bal wordt lateraal gespeeld en er wordt opnieuw steun belopen voor de doorloopbal. 
  • Wissel na 7 kansen van functie -2x-.
drawing Schot en core stability circuit
  • Start met 1 been in de ladder, andere been in de ladder en dan ernaast de benen om en om er weer uit. Ritme in-in_uit-uit. 
  • Een verdediger loopt tegengesteld mee achteruit. Na de ladder neem je een doorloopbal.
  • Spring met beide benen voorwaarts over de horde en vervolgens zijwaarts over de andere hordes, maak een zijwaartse beweging naar rechts, krijg de bal en scoor.
  • Ga met een ski beweging door de speedladder, aan het eind krijg je de bal en schiet direct.
  • 2 hoedjes vooruit, 1 hoedje terug, maak een doorloop beweging, krijg de bal en speel de aangever, die uitstapt aan.
  • 5 sprint tussen de twee hoedjes 2x heen en weer, maak een strafworp.
We werken met 3- of 4-tallen en elke oefening duurt 4 minuten.
drawing Speedladder sprint
 Werk met 2- of 3-tallen: 
  • De tweede speler start als de eerste bij de tweede speedladder is.
  • Met 3-tallen is er steeds een rustpunt tot de derde bij de 2e speedladder is.
  • 2 speedladders liggen 10 meter uit elkaar.
Oefening:
  •  Je gaat links zijwaarts door de speedladder, knieën optrekken. 
  •  Vervolgens sprint je naar de andere speedladder. 
  •  Daar ga je er rechts zijwaarts doorheen, knieën optrekken. 
  •  Rustig achterwaarts terug naar het uitgangspunt. 
  •  Iedereen doet dit 5x. 
 De overige spelers nemen uitwijkballen tot ze aan de beurt zijn. 

28 van de 1721 korfbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig