Gymlestrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 100 gymlesoefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
gymles training

Gymlesoefeningen

Laatste update: januari 2026
Uitvoering
  • Zet een bak met ballen op de achterlijn.
  • De spelers starten met een bal in de hand.
  • Ze rennen naar de twee hoedjes die het dichtst bij het net zijn.
  • Vanaf daar proberen ze de bal in de emmer te gooien.
  • Als ze slagen, rennen ze terug naar de ballenbak voor een nieuwe bal.
  • Ze rennen naar de twee hoedjes in het midden en proberen opnieuw de bal in de emmer te gooien.
  • Bij een mislukte poging rennen ze terug naar de ballenbak voor een nieuwe bal en proberen het opnieuw op hetzelfde niveau.
  • Degene die als eerste de drie niveaus voltooit, wint.
Startopstelling:
  • Iedere speler krijgt een nummer.
  • Swiss bal in het midden.
  • Spelers in een cirkel rond de Swiss bal.
Uitvoering:
  • Spelers cirkelen rond de bal, zijwaarts of achterwaarts-voorwaarts.
  • Wanneer een nummer wordt geroepen, reageert de betreffende speler, neemt de bal en werpt deze naar de weggelopen spelers.
  • Toevoeging: speler die geraakt wordt, pakt de Swiss bal en probeert nog iemand te raken.
Coach Notes:
  • Bewegen rond de cirkel.
  • Reageer op richtingsveranderingen.
  • Beweeg verbeteren, focus verbeteren.
Spelbeschrijving
  • Kies 2 tikkers uit.
  • Geef aan 3 lopers een lintje die ze in hun hand moeten vasthouden.
  • De tikkers moeten alle lintjes verzamelen door lopers te tikken die een lintje hebben.
  • Als een loper getikt is, moet hij op de bank zitten.
  • Op de bank geldt de regel: 3 is te veel. Als er 3 lopers op de bank zitten, mag de eerste weer meedoen.
  • Lopers mogen lintjes doorgeven aan andere lopers om te voorkomen dat tikkers ze krijgen.
Uitvoering
  • De docent start de tijd met een stopwatch.
  • Het spel stopt als alle lintjes door de tikkers zijn verzameld.
  • De tikkers die het snelst alle lintjes verzamelen, winnen.
Opstelling
  • Zet 2 kasten tegen een muur.
  • Laat de leerlingen 2 rijen vormen, elk bij een kast.
  • Bij een kast geeft de leraar hulp, bij de andere proberen de leerlingen het zelf.
  • Leerlingen mogen zelf kiezen waar ze staan en tijdens de les wisselen.
  • Rechtshandigen staan aan de linkerkant, linkshandigen aan de rechterkant van de kast.
Uitvoering
  • Pak met de hand de rand aan de voorkant in het midden van de kast vast.
  • De duim wijst naar de andere kant van de kast.
  • Zet je af en probeer zo ver mogelijk op de kast te komen.
  • Het doel is om steunend op je hand/arm over de kast heen te draaien en weer op de mat te landen.
  • Gebruik handen en voeten tegen de muur om naar de andere kant van de kast te komen.
  • Controleer dat de kast niet te hoog is en pas de hoogte aan indien nodig.
Spelverloop
  • De docent kiest twee "katten" (tikkers) uit.
  • De andere leerlingen krijgen een lintje dat als staart dient en achter in hun broek steekt.
  • De katten proberen de lintjes (staarten) van de "muizen" te pakken door ze uit de broek te trekken.
  • Gevangen lintjes worden in de korf gelegd om uitglijden te voorkomen.
  • Wanneer een muis zijn lintje verliest, wordt deze een kat en helpt hij de andere muizen vangen.
  • Het spel eindigt wanneer alle muizen zijn gevangen, waarna het opnieuw begint.
Spelbeschrijving
  • De leerlingen pakken allemaal een blokje en zoeken een plekje in de zaal uit.
  • Zet je blokje alleen binnen de (meestal gele) volleybalveldlijnen.
  • Er moet voldoende ruimte zijn tussen de blokjes en de muur om te voetballen.
Doel
  • Het doel is om iemands blokje om te schieten terwijl je je eigen blokje verdedigt.
  • Schiet je iemands blokje om, dan mag je een blokje van hem of haar pakken en op jouw blokje zetten.
  • Wie uiteindelijk de hoogste toren heeft, is de winnaar.
Regels
  • Als een hoge toren wordt omgeschoten, mag er maar één blokje vanaf gepakt worden.
  • Als je laatste blokje wordt omgeschoten, mag je een nieuwe uit de kist pakken en weer meedoen.
Opstelling
  • Deelnemers vormen tweetallen en kiezen elk een eigen matje.
  • De tweetallen zitten tegenover elkaar.
  • De aanvaller zit op handen en knieën, de verdediger op ellebogen en knieën.
Rollen
  • Aanvaller: Probeer de bal te pakken.
  • Verdediger: Verdedig de bal.
Uitvoering
  • Het spel begint en de aanvaller probeert de bal te pakken.
  • Als de aanvaller de bal pakt, wint hij.
  • Als het niet lukt binnen 60 seconden, wint de verdediger.
  • Laat de deelnemers elke 2 à 3 minuten van tegenstander wisselen om de spanning erin te houden.
Uitvoering
  • Vorm tweetallen en kies elk een eigen mat.
  • Sta tegenover elkaar op de mat met alleen de voorvoet op de rand; de hak blijft los van de grond.
  • Plaats de vlakke handen tegen elkaar en start het spel.
Doel
  • Breng de tegenstander uit evenwicht zodat hij/zij een stap moet zetten.
Spelregels
  • Je mag duwen of inhouden terwijl de ander duwt.
  • Wissel om de 2 à 3 minuten van tegenstander om de spanning erin te houden.
Doel
  • De tikkers moeten ontdekken wie de geheime verlossers zijn.
Spelverloop
  • De docent kiest twee tikkers en laat hen op de gang wachten.
  • Uit de groep worden twee geheime verlossers gekozen.
  • De tikkers komen terug en het spel begint.
  • De tikkers proberen iedereen te tikken. Wie getikt is, blijft stilstaan.
  • Een verlosser kan iemand bevrijden door drie high-fives te geven.
  • De verlossers moeten dit stiekem doen, zodat de tikkers hen niet ontdekken.
Uitvoering
  • Als de docent het stopsignaal geeft, gaat iedereen op de gele lijn zitten, behalve de tikkers.
  • De tikkers staan voor de groep bij de docent en krijgen drie pogingen om de verlossers te raden.
  • Als de verlossers worden geraden, winnen de tikkers. Anders winnen de verlossers.
Opstelling
  • Zet twee banen uit met pionnen of ander materiaal.
  • Plaats twee hoepels tegen de muur.
  • Zorg voor maximaal vijf leerlingen per baan; zet eventueel meer banen uit.
  • Plaats een korf bij het startpunt voor het verzamelen van alle ballen.
  • Leg verschillende soorten ballen neer voor experimentatie.
Uitvoering
  • De leerlingen moeten de bal zo rollen dat deze stil komt te liggen in de hoepel.
  • Elke bal rolt anders, dus laat de leerlingen experimenteren met verschillende ballen.
  • Volg het overzichtsplaatje om te zien waar de leerlingen moeten starten.
Voorbereiding
  • Zorg ervoor dat iedereen een plekje aan de parachute heeft. De meeste parachutes hebben lusjes aan de buitenkant om deze vast te houden.
  • Voordat je begint, is het belangrijk dat de parachute goed strak staat. Laat een aantal leerlingen naar achteren lopen totdat iedereen op de juiste plek staat.
Uitvoering
  • De docent geeft het ritme aan. Later kunnen de kinderen dit zelf doen.
  • Beweeg de parachute 5 keer omhoog en omlaag.
  • Bij de 6e keer omhoog duikt iedereen naar binnen onder de parachute en houdt deze op de grond. Zo ontstaat er een tent.
  • Na enkele seconden geeft de docent een signaal en gaat iedereen weer uit de tent om opnieuw te beginnen.
Opstelling
  • De groep staat in de vier hoeken van het veld opgesteld.
  • Een tikker met een partijlintje.
Uitvoering
  • Op een teken steken de deelnemers naar keuze het veld over in drie richtingen: de korte zijde, de lange zijde of diagonaal.
  • Bij terugkeer verdienen ze respectievelijk één, twee of drie punten.
  • De tikker opereert in de ruimte en tikt deelnemers af.
  • Getikte kinderen moeten eerst terug naar hun hoek voordat ze opnieuw mogen oversteken.
Doel
  • Hoeveel punten kun je in een afgesproken tijd halen?
Introductie
  • Wil je je conditie verbeteren? Hier zijn enkele effectieve manieren om dat te doen.
Warming-up
  • Zorg ervoor dat je een goede warming-up doet voordat je begint.
Uitvoering
  • Ren tussen twee pionnen: 2 pionnen vooruit, 1 pion achteruit. Herhaal dit twee keer.
  • Pak de bal en ren vijf rondjes met de bal. Dit verbetert je balcontrole en conditie.
  • Ren vijf keer de trap op en neer voor een binnenoefening.
Tips
  • Geef je eigen draai aan de oefeningen voor variatie.
  • Begin rustig en bouw het geleidelijk op. Probeer niet meteen voluit te gaan.
Spelopzet
  • Speel op een derde of de helft van de zaal.
  • Kies twee tikkers die een lintje krijgen.
  • De tikkers proberen de lopers af te gooien met de goalcha- of foambal.
  • De tikkers mogen niet lopen met de bal.
  • Aan de zijkant van het veld staan vijf pylonnen.
Uitvoering
  • Als een loper wordt afgegooid, moet hij/zij een pion op zijn/haar kant leggen.
  • De afgegooide loper blijft meedoen met het spel.
  • Als alle pylonnen om zijn, winnen de tikkers en worden er twee nieuwe tikkers gekozen.
  • Als na vijf minuten spelen de pylonnen nog niet om zijn, winnen de lopers en worden er ook twee nieuwe tikkers gekozen.
Uitvoering
  • Verdeel de spelers in groepen van 2 of 3 en plaats ze aan de linkerkant van het veld.
  • Geef elke speler een tennisbal.
  • Op het startteken rent de eerste speler van elk groepje met een bal naar de rechterkant van het veld.
  • Daar aangekomen, legt de speler de bal buiten de lijn en rent zo snel mogelijk terug.
  • De volgende speler in de groep herhaalt dit met zijn/haar bal.
  • De oefening eindigt wanneer alle ballen aan de rechterkant liggen en de laatste speler terug is bij de groep.
  • De eerste groep die compleet terug is, wint.
Opstelling
  • Plaats een springplank op ongeveer een halve tot een hele stap voor de kast.
  • De leerlingen maken een rij bij de pion.
Niveau 1
  • De leerlingen nemen een aanloop vanaf de pion en springen via de springplank op de kast.
  • Ze landen staand op twee voeten.
Niveau 2
  • De leerlingen nemen een aanloop vanaf de pion en springen via de springplank over de kast heen.
  • Ze mogen hierbij de kast niet aanraken.
Niveau 3
  • De leerlingen nemen een aanloop vanaf de pion en springen via de springplank over de kast heen.
  • Ze zetten hun handen op de kast, maar eerst moeten de benen over de kast heen.
Niveau 4
  • De leerlingen nemen een aanloop vanaf de pion en springen via de springplank over de kast heen.
  • Ze schoppen hun voeten/benen omhoog en zetten hun handen op de kast, maar eerst moeten de benen over de kast heen.
Uitvoering
  • Zorg ervoor dat de kast niet te hoog is en pas eventueel de hoogte aan.
Doel
  • Alle spelers van de tegenpartij afgooien om te winnen.
Spelregels
  • De docent verdeelt de groep in 2 teams.
  • Je mag niet met de bal lopen en moet op je eigen veld blijven.
  • Via de mat mag je het vak van de tegenstander betreden, maar je moet op de mat blijven.
  • Als je op de vloer van de tegenstander stapt, ben je af.
Uitvoering
  • Het spel begint met de docent die 3 ballen in het spel gooit.
  • Teams proberen elkaar af te gooien.
  • Afgegooide spelers moeten op de bank zitten.
  • Als team 1 de bal in de korf op het veld van team 2 gooit, is het hele team dat op de bank zit weer vrij.
  • De docent kiest 2 leeuwen (tikkers) uit. 
  • De leeuwen mogen alleen maar tikken in hun kooi.
  • Dit is het gebied tussen de banken of tussen de banken en de muur. 
  • Alle lopers mogen een biefstuk pakken (pittenzakje) uit de slagerij korf.
  • De bedoeling van het spel is dat de lopers langs alle 2 de leeuwen komen zonder getikt te worden om vervolgens de biefstuk in de BBQ korf te leggen.
  • wordt je wel getikt door een van de 2 leeuwen dan moet je de biefstuk in het hol van de leeuw leggen.
  • vervolgens mag je een nieuwe biefstuk halen bij de slagerij en het opnieuw proberen. 
  • Als alle biefstukken op zijn stopt het spel.
  • Alle biefstukken worden geteld en degene met de meeste biefstukken wint.
  • dat zijn de leeuwen of de lopers.
  • je kan alleen maar als groep winnen het is dus belangrijk dat de groep lopers goed samenwerkt.
  • De leerlingen pakken allemaal een blokje en zoeken een plekje in de zaal uit.
  • Je mag je blokje alleen ergens binnen de (meestal gele) volleybalveldlijnen zetten.
  • Zo is er nog genoeg ruimte tussen de blokjes en de muur om te voetballen.
  • Het doel van het spel is om iemands blokje om te schieten terwijl je je eigen blokje moet verdedigen.
  • Schiet je iemands blokje om?
  • Dan mag je 1 bokje van hem/haar pakken en op jouw blokje zetten.
  • Als je het goed speelt krijg je een toren en wie uiteindelijk de hoogste toren heeft is de winnaar.
  • Als een hoge toren wordt omgeschoten mag er maar 1 blokje vanaf gepakt worden, niet allemaal.
  • Als je laatste blokje wordt omgeschoten mag je een nieuwe uit de kist pakken en gewoon weer meedoen.

Circulatie warming-up 

  • Deze bestaat uit het losjes inlopen gedurende 5 à 10 minuten met verschillende lichte bewegingsvormen voor armen, benen en romp. 
  • Hierdoor breng je de functie van het hart, de longen, het zenuwstelsel en het spierapparaat actief op een hoger niveau dan het rustniveau. 


Rekken en stretchen

warming-up

Wil je nou meer conditie krijgen? Dat kan, maar je hebt er wel een paar dingen voor nodig.

  • Wat heb je allemaal nodig?
    • Pionnen 
    • Voetbal 
    • Kleding waar je lekker in kan sporten  
    • Trap 
  • Allereerst is het belangrijk dat je zorgt dat je een goede warming up doet voordat je aan je conditie gaat werken!
  • Wat moet je doen?:
    • Ren 2 pionnen naar voor 1 naar achter en dat iedere keer herhalen. 
      • Doe dat 2x
    • Pak de bal erbij en ga met de bal 5 rondjes rennen. 
      • Dit zorgt voor bal controle en ook dat je toch even weer wat aan je conditie heb gedaan
    • Je kan ook oefeningen binnen doen voor je conditie namelijk ren 5 keer de trap op en neer 
  • Natuurlijk kan je ook zelf je eigen draai geven aan hoe je het wil doen, maar dit vind ik de fijnste en leukste manieren om het te kunnen verbeteren. 
  • Probeer niet de eerste dag al meteen hard te gaan rennen zonder te stoppen doe het in stapjes!
  • De groep staat in de vier hoeken van het veld opgesteld.
  • Een tikker met een partijlintje
  • Op een teken gaan zij naar keuze het veld in drie richtingen oversteken:
  • de korte zijde, de lange zijde of diagonaal.
  • Dit levert telkens bij terugkeer resp. één, twee of drie punten op.
  • Een tikker opereert in de ruimte en verplicht de getikte kinderen eerst terug te gaan naar zijn hoek voor hij weer mag oversteken.
  • Hoeveel punten kun je in een afgesproken tijd halen?
  • De docent zet 2 pionnen neer.
  • Zie plattegrond voor de precisie locatie, houd de basketbal belijning aan.
  • De docent verdeeld de leerlingen over 2 teams en ieder team gaat achter een pion staan.
  • De teams moeten vanaf de pion de bal in de basket schieten.
  • Als een leerling heeft geschoten haalt hij/zij de bal op, geeft/passt de bal naar de volgende in de rij en sluit weer achteraan aan in de rij.  
  • Iedere bal die in de basket gaat is een punt. 
  • Het team dat als eerste 5 punten heeft gescoord wint.
  • De docent verdeeld de zaal in 2 velden door banken op de middellijn van de zaal te zetten.
  • Vervolgens maakt de docent 2 vakken met pionnen om recht van aanval in te halen.
  • Tijdens dit spel wordt de spelregel gids gehanteerd. Zie module basketbal voor deze gids.
  • De docent verdeeld de leerlingen over teams van 3 eventueel met een wissel.
  • Zie onderaan de lesvoorbereiding de tabellen met de speelschema’s.
  • De bedoeling is dat het team dat de bal heeft (op de plattegrond team 2&3) proberen te scoren.
  • Om te mogen scoren dient het team eerst recht van aanval te krijgen.
  • Dit krijgen ze als ze met de bal in het vak van de pionnen komen.
  • Vanaf nu mag het team scoren.
  • Dit doen ze door de bal in de basket te schieten.
  • Het andere team moet proberen de bal af te pakken.
  • Als dat lukt wisselen de teams van rol en moet het nieuwe bal bezittende team recht van aanval halen en daarna proberen te scoren.
  • De docent kiest een tikker uit.
  • De tikker moet met de foambal alle lopers afgooien. 
  • Als een loper af is moet hij in het hok achter de bank gaan staan.
  • Een loper kan vrij komen door de korfbal met een loper die nog niet is afgegooid over te gooien.
  • Wordt de bal heen en terug gegooid zonder dat deze de grond raakt dan is de loper weer vrij.
  • Als alle lopers af zijn wint de tikker en komt er een nieuwe tikker.
  • Zijn na 3 a 4 minuten nog niet alle lopers afgegooid dan komt er ook een nieuwe tikker.
  • De docent maakt 2 teams.
  • Het doel van het spel is om alle spelers van de tegenpartij af te gooien.
  • Als dat lukt heeft jouw team gewonnen. 
  • Je mag niet met de bal lopen en alleen op je eigen veld blijven.
  • Maar er is een uitzondering, de mat!
  • Je mag via de mat met de bal het vak van de tegenstander inlopen.
  • Je moet echter wel op de mat blijven.
  • Stap je per ongeluk verkeerd en beland je op de vloer van de tegenstander dan ben je af.
  • Het spel begint.
  • De docent gooit 3 ballen in het spel.
  • De teams gaan proberen elkaar af te gooien.
  • Als je bent afgegooid moet je op de bank zitten.
  • Gooit team 1 de bal in de korf die op het veld van team 2 staat dan is het hele team dat op de bank zit weer vrij.
  • Zet 2 kasten tegen een muur.
  • Laat de leerlingen 2 rijen maken ieder bij een kast.
  • Bij een van de kasten staat de leraar hulpverlening te geven en bij de andere mogen de leerlingen het zelf proberen.
  • De leerlingen mogen zelf kiezen waar ze bij gaan staan en mogen tijdens de les ook wisselen.
  • Er wordt bij beide kasten hulpverleend.
  • Rechtshandigen gaan bij de linkerkant van de kast staan en linkshandigen aan de rechterkant.
  • Vervolgens pakt de leerling met zijn/haar hand de rand aan de voorkant in het midden van de kast vast.
  • De duim wijst maar de andere kant van de kast.
  • De leerling zet zich af en probeert zover als mogelijk op de kast te komen.
  • Hoe verder je komt hoe beter. 
  • Het is uiteindelijk de bedoeling al steunend op je hand/arm over de kast heen draait en weer op de mat terecht komt.
  • De leerlingen mogen zich met handen en voeten afzetten op de muur om naar de andere kant van de kast komen.
  • Let op dat de kast niet te hoog is en pas eventueel de hoogte van de kast aan.
  • Leg 1 reutherplank (springplank) op ongeveer een halve stap/1 stap voor de kast.
  • De leerlingen maken een rij bij de pion. 
  • Niveau 1:
  • De leerlingen moeten vanaf de pion een aanloop nemen en via de reutherplank (springplank) op de kast springen. Hierbij landen ze staand op 2 voeten.
  • Niveau 2:
  • De leerlingen moeten vanaf de pion een aanloop nemen en via de reutherplank (springplank) over de kast heen springen. Ze mogen hierbij de kast niet aanraken.
  • Niveau 3:
  • De leerlingen moeten vanaf de pion een aanloop nemen en via de reutherplank (springplank) over de kast heen springen waarbij ze hun handen neerzetten op de kast.
  • Belangrijk! Eerst met de benen over de kast heen en dan pas de handen neerzetten.
  • Niveau 4:
  • De leerlingen moeten vanaf de pion een aanloop nemen en via de reutherplank (springplank) over de kast heen springen waarbij ze hun voeten/benen omhoog schoppen en handen neerzetten op de kast.
  • Belangrijk! Eerst met de benen over de kast heen en dan pas de handen neerzetten.
  • Let op dat de kast niet te hoog is en pas eventueel de hoogte van de kast aan.

28 van de 155 gymles oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig