Hockeyoefeningen voor de techniek aanvallen
Laatste update: januari 2026
Beschrijving
- A passt de bal naar B.
- C beweegt naar de ruimte langs de zijlijn en versnelt in die richting.
- C ontvangt een harde pass van B.
- C en D spelen een twee tegen één tegen de verdediger in rode kleur.
- Verbeteren van de coördinatie en het samenspel in situaties van numerieke overmacht.
- Als de verdediger de bal herwint, probeert hij te scoren in het kleine doel aan de zijkant.
Uitvoering
- A begint met de bal en passt deze terug naar B.
- B ontvangt de bal en passt naar C.
- C neemt de bal aan en speelt breed naar de doorgelopen A.
- Vanaf dit punt start een 3-tegen-2 situatie.
- Verdedigers willen de bal naar buiten duwen door samen te werken.
- Het doel is om de bal pas af te pakken als de tegenstander bij de achterlijn is.
- Daarna proberen ze eruit te komen met een channel over de forehand zijde.
- Ze scoren in het goaltje aan de zijkant.
Uitvoering
- Speler A rent richting ballen.
- Spelers B en C bewegen richting speelveld.
- Speler A neemt de bal uit en slaat in.
- Spelers B en C bieden zich aan, terwijl ze worden afgedekt door twee verdedigers.
- Speler A mag een selfpass uitvoeren.
- Aanvallers proberen te scoren in het grote doel.
- Verdedigers, als ze de bal bemachtigen, proberen te scoren in doeltje X.
- Snel nemen van de bal.
- Aanbieden van spelers.
- Loop- en speellijnen.
- Tackleback.
Uitvoering
- A begint met de bal en passt naar B.
- Vanaf hier start een 3-tegen-2 situatie met een terugverdediger die mag starten zodra B de bal heeft aangenomen.
- De verdedigers proberen druk op de bal te zetten en zorgen dat de as van het veld gesloten blijft.
- De aanvallers proberen snelheid te maken om te voorkomen dat de terugverdediger kan helpen in de verdediging.
- Als de verdedigers de bal veroveren, mogen ze scoren in het doeltje op de 23-meter lijn.
Uitvoering
- Speler A begint met de bal en passt naar speler B.
- Speler B ontvangt de bal en passt naar speler C.
- Speler C ontvangt de bal en speelt deze in de diepte naar de doorgelopen speler A.
- Speler A ontvangt de bal en vanaf hier begint een 3 tegen 2 situatie.
- Denk aan de scoringsposities in de cirkel en houd oogcontact met elkaar.
- Voor de verdedigers is communicatie cruciaal; zorg dat ze hoorbaar met elkaar communiceren over hun posities.
Balverovering
- De bal wordt meestal veroverd op het middenveld of in de eigen cirkel.
- De controleur of back verovert de bal en geeft direct een pass naar het middenveld of de flank.
Omschakeling
- De middenvelder speelt direct diep op de vleugelspits of spits.
- De vleugelspits aan de andere kant sprint richting de kop van de cirkel.
- De spits beweegt slim voor de afwerking.
- Middenvelders sluiten aan bij de spitsen voor een rebound of tweede bal.
- Houd de verdediging compact en dicht bij elkaar.
Ruimte benutten
- De tegenstander staat vaak hoog, wat ruimte achter hun verdediging creëert.
- Vleugelspitsen en spits moeten deze ruimte herkennen en benutten.
Uitvoering
- De oefening begint met twee aanvallers en twee verdedigers die op een lijn staan.
- Op het startsignaal springen beide teams naar de aangegeven plek.
- Na het springen rennen ze terug naar hun startpositie.
- De trainer gooit een bal in het speelveld zodra de spelers terug zijn.
- Het team dat als eerste de bal bemachtigt, mag aanvallen.
- Het andere team verdedigt en probeert de aanvallers zo lang mogelijk uit de cirkel te houden.
Uitvoering
- Er zijn twee rijen met spelers.
- Elke speler heeft een bal, behalve de speler die begint met de tip-in (Blauw 1).
- Speler Blauw 1 loopt om de pion en ontvangt een tipbal van Oranje 1.
- Oranje 1 loopt vervolgens om de pion en ontvangt een tipbal van Blauw 2.
- Na de actie sluit elke speler achteraan in zijn eigen rij aan of wisselt van rij.
Variaties
- Voeg een extra tussenpass toe op de kop van de cirkel.
- Zet de pionnen breder uit elkaar voor langere passes.
- Maak de afstand kleiner voor kortere passes.
- Specificeer of de tip hoog of laag moet worden uitgevoerd.
- Verwijder de blauwe pionnen voor een andere dynamiek.
Doel
- Trainen van instappen door voorstoppers bij bal in de as.
- Middenvelders leren rugdekking geven en insluiten.
- Directe omschakeling naar aanval via de spitsen na balwinst.
- Spelers rouleren in verschillende rollen om allround inzicht te ontwikkelen.
Uitvoering
- Startpositie: Aanvallend team begint met balbezit in de as van het veld.
- Verdedigend team staat compact opgesteld, met voorstoppers net voor de verdediging en middenvelders daarachter.
- Fase 1 – Instappen:
- Zodra de bal in de as komt, stapt een voorstopper in om druk te zetten.
- De andere voorstopper dekt door of blijft als rugdekking.
- Fase 2 – Rugdekking & Insluiten:
- Middenvelders knijpen in en sluiten snel aan om de bal af te pakken of de ruimte te beperken.
- Samenwerking en communicatie zijn cruciaal.
- Fase 3 – Omschakeling:
- Bij balwinst wordt er direct gezocht naar de spitsen.
- Spitsen proberen af te maken op doel binnen 10 seconden.
Rotaties
- Na elke ronde wisselen spelers van rol: Iedereen komt een keer in de rol van voorstopper en middenvelder. Spitsen en aanvallers kunnen ook rouleren indien gewenst.
Variaties
- Voeg een tijdslimiet toe voor het aanvallende team om tot een doelpoging te komen.
- Laat het verdedigende team na balwinst een tegenaanval opzetten met een extra speler.
- Werk met punten: 1 punt voor succesvolle balwinst, 2 punten voor een doelpunt na omschakeling.
Uitvoering
- A speelt de bal naar de inlopende B.
- B speelt de bal naar de diep bewegende C.
- D maakt een diepteloop en ontvangt de bal van C.
- D dribbelt de cirkel in en passt richting de strafbalstip naar de inlopende A.
Rotatie
- A draait door naar de positie van B.
- B draait door naar de positie van C.
- C draait door naar de positie van D.
- D draait door naar de positie van A.
Uitvoering
- Vorm twee teams met gelijke aantallen.
- Het ene team begint bij de keeper en het andere team verdedigt twee kleine goaltjes aan de zijkanten.
- Het team bij de keeper staat half kort en het andere team zet hoog druk.
- Draai tussendoor van kant, zodat de teams wisselen van drukpositie.
Doel
- Leer hoe je effectief druk kunt zetten.
- Wissel van kant wanneer je moet scoren in de kleine goaltjes.
- Focussen op opbouw van het spel.
Doel
- Aanvallers: Afmaken, looplijnen volgen en kruisen
- Verdedigers: Kies het juiste moment, blocktackle uitvoeren en de bal naar de zijkant wegpassen
Uitvoering
- Drie aanvallers dringen de cirkel binnen met als doel te scoren.
- Twee vaste verdedigers staan klaar in de cirkel om de aanval te stoppen.
- De aanvallers moeten samenwerken, de juiste looplijnen kiezen en kruisen om tot een doelpoging te komen.
- Verdedigers moeten alert zijn, het juiste moment kiezen voor een tackle en proberen de bal naar de zijkant te spelen.
De witte speler bij de rij pylonen speelt de bal naar een van de aanvallers (de blauwe spelers), ze mag zelf kiezen welke.
- De aanvallers gaan met z'n drieën proberen te scoren (de twee bij de pylonen en degene in de cirkel).
- De verdediger die de bal speelde gaat verdedigen en krijgt hulp van de verdediger in de cirkel.
- Als de bal weg is, loopt de blauwe speler op de 23 meterlijn met de bal en gaat scoren, de witte speler daarachter gaat verdedigen.
- Alle spelers doen dan mee.
Aanval via achterlijn
- Speler A passt na speler B.
- B haalt een achterlijn, A loopt door naar de strafbal stip.
- B speelt de bal naar A. One touch op goal.
Uitleg
- Algemene uitleg/ herhaling van de hotbox.
- Speler B: Bal aan de stick, voor je en hoofd omhoog tijdens achterlijn lopen.
- 2 vs 1 + keeper: Aanvaller A uitleg geven voor de man/vrouw komen aanvallende positie.
Differentiëren
- Geen keeper? Bouncebord en banden als keeper.
- Verdediger D mag meedoen met de oefening. Waardoor het 2 vs 1 + keeper wordt en verdediging kan scoren in het goal.
- Aanvaller C mag meedoen met de oefening. Waardoor het 3 vs 1 + keeper wordt en verdediging kan scoren in het goal.
- Speler A flatst de bal breed over de hele breedte naar rechts.
- B neemt de bal open aan en speelt de bal diep naar C die is komen inlopen naar de lijn.
- C speelt de bal meteen breed terug naar B die zich daar aanbiedt.
- B speelt de bal op D die zich van in de cirkel BUITEN de cirkel aanbiedt.
- D loopt met de bal langs de achterlijn de cirkel weer in en speelt de bal op de kop waar A ondertussen staat.
- A schiet op het goal.
Doordraaien:
B naar A
A naar C - wit naar blauw
C naar D - blauw naar oranje
D naar B - oranje naar rood
B naar A - rode pion naar wit
B naar A
A naar C - wit naar blauw
C naar D - blauw naar oranje
D naar B - oranje naar rood
B naar A - rode pion naar wit
Doel oefening:
Hoge druk tactiek duidelijk maken voor een team.
Hoge druk tactiek duidelijk maken voor een team.
- 6 versus 6
- Opstelling verdediging is 4-2 en eventuele keeper
- Opstelling aanval is 3-3.
Bal wordt om en om uitgenomen door verdedigers en aanvallers.
Doel van verdediging
In balbezit:
Doel van verdediging
In balbezit:
- Bal uitspelen en scoren in 1 van de 2 doeltjes op de middenlijn.
- Driehoekjes vormen zodat altijd iemand aanspeelbaar is.
- Bal kunnen verleggen van kant wanneer drukte op 1 zijde.
Geen balbezit:
- Compact spelen / zorgen dat de bal + speler aan de bal begeleiden naar de buitenkant.
- Binnenkant van een aanvaller dekken zodat de weg naar het doel gedekt is.
Doel aanval
In balbezit:
In balbezit:
- Aanvallers compact wanneer bal in midden van het veld is, wanneer bal naar zijkant wordt weggespeeld moet 1 aanvaller hoek in lopen en andere 2 aanvallers scoringspositie in de cirkel aannemen.
- Bal kunnen verleggen van kant wanneer drukte op 1 zijde.
Geen balbezit:
- Aanvallers hoge druk op de bal / afspeelmogelijkheden dekken.
- Middenveld compact tot bal op één kant is en dan druk zetten.
Aanvallers: spelers 1, 2 en 3
Verdedigers: speler A, B en C
Verdedigers: speler A, B en C
- Alle overige spelers verdelen zich in rijtje achter de verdedigers.
- Speler A start het spel en speelt één van de aanvallers aan.
Na elke onderbreking zoals shoot, bal uit de cirkel of goal, worden de verdedigers aanvallers en komen er vanuit rijtje A,B en C nieuwe verdedigers in.
Spel start direct nadat de verdediger een nieuwe bal inbrengt op 1 van de aanvallers.
Spel start direct nadat de verdediger een nieuwe bal inbrengt op 1 van de aanvallers.
- De aanvallers sluiten achter aan bij rijtje A, B en C. Lopen niet door het spel.
- Korte aanvallen van maximaal 1 minuut op hoge intensiteit.
Opmerkingen:
- Direct druk om harde bal op goal te voorkomen.
- Weg naar de goal dicht.
- Herkennen waar het gevaar is; vrije speler
- Geen ruimte geven in de cirkel.
- Afpakken hoeft niet altijd, weg naar goal dichthouden wel.
- Verdedigers hebben baat bij snel inbrengen van de bal op eerste aanvaller die klaar staat.
Twee oefeningen gelijktijdig. Let op; alleen op goal als je oogcontact met keeper hebt.
Links:
Links:
- A speelt naar B. B terug naar A.
- B neemt sterk aan, draait over forehand, of backhand de cirkel in en maakt af op de goal
Rechts:
- C speelt naar D
- D speelt terug naar C
- D in banaantje richting cirkel
- C geeft pass in ruimte rondom rand cirkel
Aandacht:
- Timing loopactie en timing pass
- Snelheid in de oefening en strak passen
Moeilijker maken:
- Verdediger inzetten. Schijn verdedigen.
- Speler 1 speelt naar A.
- A neemt aan en drijft om pylonnen en maakt af op de goal.
- A positioneert direct na schot op goal voor 2e bal.
Vrijwel gelijktijdig speelt:
- Speler 2 naar B.
- Speler B drijft de bal rond de cirkel en speelt speler B aan.
Aandacht:
- Timing. wanneer start speler 2.
- Na schot direct schakelen en positioneren
- Speler A moet in de loop/ beweging aangespeeld worden.
- 1 en 2 passen de bal 3x op en neer.
- Diegene die als laatste de bal krijgt, speelt iemand aan van zijn kleur in de cirkel en mag mee een aanval opbouwen in de cirkel.
Uitbreiding:
- Ze mogen de cirkel uit en ook 2 meter buiten de cirkel bewegen.
- Zodra de bal is weggewerkt door de verdedigende partij is de aanval afgelopen.
- Uitverdedigen naar buiten.
Tegelijk aan deze oefening kunnen 3 spelers de strafcorner oefenen.
Trainers verdelen over beide oefeningen.
Trainers verdelen over beide oefeningen.
- B begint met lopen om de pionnendriehoek heen
- Bij de middelste pion krijgt deze de bal aangespeeld
- En speelt de bal vervolgens terug naar A
- B loopt verder naar binnen
- Deze krijgt de bal in de loop in de backhand aangespeeld
- Bij de oefening vanaf de andere kant krijg je deze in je forehand aangespeeld
- Als B de bal heeft aangenomen, speelt deze hem naar C
- C is inmiddels langs de pionnen komen oplopen
- C neemt de bal aan en loopt langs de pionnen terug naar de achterlijn
- Geeft de bal voor de goal aan de doorgelopen B
- B rondt vervolgens de bal af op doel
Deze oefening kun je aan beide kanten van het veld doen, zodat je sneller achter elkaar door kunt gaan.
Verdeel je groep in 2 teams.
- Rode speler in het centrum speelt verdediger in en krijgt de bal terug. 2 - 1 uithockeyen in de 'verboden' zone.
- Rechter blauwe speler start met een bal en speelt verdediger in, speelt terug op blauw en er start een 3-3 in de 'verboden' zone en het rechtervak.
- Verdedigers mogen scoren in het goal als de bal wordt onderschept.
- Na deze aanval start een aanval vanuit links.
- Speler rood speelt de verdediger in, speelt terug en er start een 4-4 in het hele 23 meter gebied.
- Verdedigers kunnen uitverdedigen door te scoren in één van de goals.
Bij overtreding -mits voordeel- of uitbal, direct doorschakelen naar volgende aanval.
Extra toevoegen: Scoren binnen 10/15 sec. Start wanneer de aanvaller de bal terug ontvangt van de verdediger.
- A begint met de bal en speelt eerst de bal terug naar B.
- Als B de bal heeft aangenomen start de 3 tegen 3 en mogen de verdedigers druk gaan zetten.
- Tips voor de aanvallers:
- Gebruik de oefening van het switchen van de spitsen.
- Speel alleen de veilige bal.
- Denk aan de 4 vakken in de cirkel.
- Tips voor de verdedigers:
- Houdt je man/vrouw in de cirkel.
- Duw ze naar een kant.
- Zet altijd druk op de bal en laat ze dus niet schieten.
Estafette 4
- Spelers blauw en rood starten tegelijk met de bal
- Slalom om de 5 pionnen --> kruisen --> om de groene pion heen en afronden op doel.
- Scoor je dan mag je direct de kortste weg kiezen om je volgende teamgenoot aan te tikken.
- Mis je; naast, paal of de bal haalt het doel niet, dan maak je een omweg via de rode of blauwe pion/driehoek.
- Spelers blauw lopen terug via de blauwe pion en spelers rood via de rode.
- Als je geweest bent, ga je op de grond zitten.
- Het team dat als eerste alle spelers op de grond heeft zitten, wint de estafette.
- Afhankelijk van het aantal spelers, kun je ervoor kiezen alle spelers twee keer aan de beurt te laten komen.
- Wissel halverwege de oefening van kant.
1 vs. 1
- De trainer zet een vierkant uit en verzamelt alle ballen en spelers hierin.
- De trainer geeft alle spelers een nummer. In dit voorbeeld 1 t/m 6.
- De trainer roept telkens twee nummers. In dit voorbeeld 3 en 5.
- De speler met getal 3 speelt een 1 vs. 1 tegen de speler met getal 5.
- De speler die een doelpunt maakt, krijgt een punt.
- Vervolgens noemt de trainer twee andere getallen, waarna een nieuwe 1 vs. 1 gespeeld wordt.
- De spelers houden zelf bij hoeveel punten ze hebben gemaakt.
Overlopertje
- Op één speler na, starten alle spelers met bal op de lijn.
- Zij proberen de overkant van het veld te bereiken zonder de bal te verliezen.
- De verdediger -speler rood- probeert de bal van de spelers -blauw- af te pakken en uit het veld te werken.
- Verliest een speler zijn bal en wordt de bal uit het vak gespeeld dan is hij af.
- Vervolgens helpt hij de verdediger om de ballen af te pakken en uit het veld te werken.
- Het spel gaat net zo lang door tot dat alle spelers af zijn.
- De speler die als laatst over is, wint het spel.
Aandachtspunten:
- Is het spel klaar, begin je opnieuw met een andere verdediger.
- Maakt de speler een overtreding, is hij ook af.
Superslalom.
Deze slalom kun je op 4 verschillende manieren uitvoeren:
Deze slalom kun je op 4 verschillende manieren uitvoeren:
- Normale slalom: speler én de bal bewegen zich voorwaarts door de poortjes.
- Speler blijft zich links van de poortjes bewegen en heeft de bal aan de rechterkant van zijn lichaam.
- Speler blijft zich rechts van de poortjes bewegen en heeft de bal aan de linkerkant van zijn lichaam.
- Speler beweegt zich links van het eerste poortje en bal gaat er rechts langs, speler beweegt zich rechts van het het tweede poortje en de bal gaat er rechts langs. De speler blijft dit afwisselen tot het einde van de slalom.
Na de slalom rondt de speler de bal op doel af en sluit hij weer achteraan in de rij.
- Speler A rent richting ballen.
- Spelers B en C richting speelveld.
- Speler A neemt de bal uit -slaat in.
- Spelers B en C bieden zich aan en worden daarbij afgedekt door de twee verdedigers.
- Speler A mag een selfpass doen.
- Aanvallers scoren in het grote doel.
- Verdedigers indien ze de bal bemachtigen, scoren in doeltje X.
Aandachtsgebied is: snel nemen, aanbieden, loop- en speellijnen, tackleback.