Handbaloefeningen
Laatste update: januari 2026
Doel
- Aanleren en verfijnen van een nieuwe variant passeerbeweging: afdraai naar links (tegen schotarm).
- Zet een verdediger neer (paaltje, dummy, speler).
- Gebruik een doel of pionnen als doel, met daarin een keeper.
- Werk in groepjes van 2 of 3 spelers.
- Begin eerst zonder bal, daarna met bal.
- Na het gooien haal je zelf de bal op.
- Je ontvangt de bal in de sprong zodat je tweevoetenlanding geldt als nulpas.
- Technisch:
- Rechtshandige speler: na de tweevoetenlanding draai je met het rechterbeen achteruit en zet je deze neer.
- Maak één stap met links richting het doel.
- In de draai breng je je arm al in schotpositie (dus omhoog brengen).
- Blijf zoveel mogelijk rechtop.
- Zet af met je linkerbeen en maak je sprongworp op doel.
- Een linkshandige speler doet dit precies andersom.
- Tactisch: Maak je nulpas zoveel mogelijk aan de rechterkant (rechtshandige speler) van de verdediger.
- Fysiek/mentaal: Eventueel rijtje linkshandig en rijtje rechtshandig maken, achter elkaar doorgaan.
- Stap 1: Zonder bal (verdediger is paaltje).
- Stap 2: Met eigen bal tippend (verdediger is paaltje).
- Stap 3: Bal ontvangen van de verdediger (verdediger is speler).
- Stap 4: Bal ontvangen van medespeler.
- Stap 5: Twee rijtjes tegenover elkaar. Je kruist elkaar in het midden en na passeerbeweging pass je de bal naar de voorste speler van het rijtje en sluit achteraan.
- Spelers die dit al goed kunnen, kunnen ook oefenen met afdraai richting schotarm.
- Rechtshandige speler: na tweevoetenlanding met het linkerbeen wegdraaien en met rechts laatste pas richting het doel.
- Linkshandige speler: na tweevoetenlanding met het rechterbeen wegdraaien en met links laatste pas richting het doel.
Uitvoering
- Linker opbouwspeler speelt met een stuiter de bal naar de hoekspeler.
- Hoekspeler speelt de bal terug naar de linker opbouwspeler.
- Linker opbouwspeler zet druk op de verdediging.
- Hoekspeler komt achterlangs en ontvangt de bal.
- Hoekspeler speelt de bal naar de rechter opbouwspeler en wacht even.
- Hoekspeler start naar de cirkel tussen de posities 3 en 2.
- Hoekspeler ontvangt de bal van de rechter opbouwspeler en rondt af op doel.
Beschrijving
- Dit spel kan gespeeld worden als eindspel, tijdens de training of als warming-up.
- Het is aantrekkelijk omdat het goed te differentiëren en te veranderen is.
- Er worden twee teams gemaakt in een vak van ongeveer 10 bij 10 meter.
- Één team begint met de bal en probeert deze 10 keer over te spelen naar een teamgenoot.
- Het andere team probeert de bal te onderscheppen en vervolgens ook 10 keer over te passen.
- Veld groter of kleiner maken.
- Andere manier van passen, zoals verplicht via een stuit of door de lucht.
Vak 1: Opbouw en afronding
- Verdeel het veld in drie gelijke delen.
- A, C en D trainen apart in vak 1 met een doel.
- Opbouwers worden in een rijtje geplaatst: linkeropbouwers, middenopbouwers en rechteropbouwers. Het midden is dubbel bezet.
- De linkeropbouwer heeft de bal, passt naar het midden. De middenopbouwer haalt op, komt achterlangs en rondt af met een sprongschot hoog.
Vak 2: Kracht en conditie stations
- Maak tweetallen en plaats ze op 5 stations. Elke tweetal traint 45 seconden per station.
- Station 1: Horde sprongen over 5 horden. De ander passt en krijgt de bal terug.
- Station 2: 1 speler met bal op 3 meter van de verdediger. Passen, terugkrijgen, aanzetten en proberen te passeren met sprongschot hoog.
- Station 3: 1 speler sprint stuiterend met bal van zijlijn naar zijlijn, de ander doet squats.
- Station 4: Buikspieroefeningen met bal. De ander zet voeten om en om tegen de bank aan. Bij omhoog komen, bal naar maatje spelen en terug.
- Station 5: 5 hoepels op een meter afstand. 1 speler springt met 2 benen van hoepel naar hoepel, de ander doet lunges op de plek.
Vak 3: Aanval en verdediging
- Speel 4 of 5 tegen 5 in partijvorm. Variaties mogelijk met 5 tegen 4 of 6 tegen 5.
- D: Instarten en schijnbeweging oefenen.
- C: Wissel 1 en 11 oefenen, normale aanval.
- A: 4:2 oefenen, muurtje en andere wissels.
Organisatie
- Vorm tweetallen, elk met één bal.
- Gebruik een hesje of pion om een doel te markeren.
- Optioneel: voeg een keeper toe.
Uitvoering
- De aanvaller dribbelt in een rechte lijn naar voren en rondt af met een schot.
- De verdediger probeert één keer de bal weg te tikken of over te nemen.
- Wissel steeds van rol tussen aanvaller en verdediger.
- Wissel ook tussen tweetallen.
Regels
- Na elke poging wisselen van aanvaller en verdediger binnen het tweetal.
Aandachtspunt
- Vergeet niet om eerst mee te lopen en het balritme te herkennen.
Variatie
- Experimenteer met verschillende uitgangsposities voor de verdediger:
- Naast de aanvaller met het gezicht naar het doel.
- Naast de aanvaller met het gezicht naar de aanvaller.
- Schuin voor de aanvaller met het gezicht naar de aanvaller.
Uitvoering
- Linkeropbouwer (LO) start in en ontvangt de bal van de middenopbouwer (MO).
- LO tikt met de bal de linker mat aan die tegen de kast staat.
- LO speelt de bal terug naar de MO.
- LO loopt om de pion heen en krijgt de bal terug van MO.
- LO speelt de bal naar de aansteller op rechts.
- LO ontvangt de bal terug van de aansteller en rondt af zonder te stuiteren.
- LO neemt de plek in van de aansteller op rechts.
- Herhaal de oefening vanuit de andere kant met de rechteropbouwer (RO).
Doel
- Blauw moet met de bal de pion aantikken door middel van drie passen en stuiteren.
- Rood verdedigt door met de bal blauw weg te duwen.
Uitvoering
- Blauw begint met de bal en moet in maximaal drie passen, gecombineerd met stuiteren, de pion zien aan te tikken.
- Rood verdedigt door met de bal blauw fysiek weg te duwen, waardoor het moeilijker wordt voor blauw om de pion te bereiken.
Variatie
- Rood verdedigt zonder bal en voert een frontale verdediging uit door de schouder of heup van blauw te blokkeren.
Verdeling en Stations
- Verdeel de spelers in drie groepen: D, C en A.
- Creëer drie stations waar elke groep langsgaat.
Station 1: Snel Passen en Verdedigen
- Locatie: Midden van het veld, van zijlijn tot zijlijn.
- Speel 4 tegen 4 of 5 tegen 5.
- Geef één team hesjes voor herkenbaarheid.
- Doel: Bereik de zijlijn via snel passen. De bal mag niet langer dan 3 seconden in handen gehouden worden.
- Bij onderschepping gaat het spel direct verder.
- Na 10-15 minuten: Maak duo's, één bal per duo. Eén speler passt, de ander verdedigt. Probeer de verdediger te passeren met een 0-pas. Verdediger probeert de schotarm te blokkeren.
Station 2: Afronden bij het Doel
- Hoekspeler ontvangt een stuitbal van de opbouwer en springt over een horde.
- Linker en rechter opbouwer passen naar het midden, die breekt af en haalt de opbouwer in.
- Voer een sprongschot uit vanaf de 9-meterlijn.
- Het midden passt naar de cirkel, loopt in en ontvangt de bal terug voor een hoog sprongschot.
- De cirkel ontvangt de bal van het midden tussen de palen, terwijl de andere cirkel verdedigt.
Station 3: Wedstrijdvorm
- Locatie: Bij het doel.
- Speel 4 tegen 4 of 5 tegen 5.
- D-groep traint op 3:3 positie.
- C-groep traint op inlopen en passen.
- A-groep traint op het halen, afstandsschieten en het inzetten van wissels.
Uitvoering
- Vorm paren met een tussenruimte van 4 meter. Tijdens het lopen moet de bal zo snel mogelijk worden geworpen na vangst.
- Start direct met twee wissels. Bij de linker groep start de rechterspeler in. De linker speler ontvangt de bal terwijl hij naar binnen start en speelt de inkomende speler aan, die achter de baldrager langs komt.
- Voer in totaal drie wissels uit. Daarna speelt de linker speler de bal naar de cirkelspeler, die links hoog op het doel schiet.
- Bij de rechter groep start de linker speler in en komt de rechter speler achterlangs. De inkomende speler speelt de cirkelspeler aan die rechts hoog op het doel schiet.
- Na het schot wisselen de spelers van positie. Na enige tijd wisselt de cirkelspeler.
Belangrijke aandachtspunten
- Zorg dat de voeten richting het doel blijven wijzen.
- Draai open bij het vangen en werpen.
- Bij de wissel bewegen de spelers richting het doel.
- Blijf in beweging bij het vangen en werpen.
- De cirkelspeler draait naar het doel voor een sprongworp.
Uitvoering
- Speler start tussen de pionnen.
- Tik de eerste pion aan en kom naar het midden.
- Ontvang de bal hoog en speel deze direct terug.
- Tik de andere pion aan en kom weer naar het midden.
- Herhaal dit gedurende ongeveer 30 seconden in hoog tempo.
- Wissel van speler en herhaal 2 keer.
Variatie 1
- Kom diagonaal uit vanaf de pion naar het midden.
- Ontvang de bal hoog en speel terug.
- Beweeg schuin/achterwaarts diagonaal naar de andere pion.
- Herhaal deze reeks 2 keer.
Variatie 2
- Start vanuit het midden en beweeg rechtstreeks naar voren.
- Vang de bal hoog en speel hem terug.
- Beweeg achterwaarts terug naar het midden.
- Herhaal de beweging naar voren en terug 2 keer.
Opdracht
- Probeer een doelpunt te maken. Je mag aan beide zijden van het doel scoren.
Regels
- De keeper is neutraal en verdedigt beide zijden van het doel.
- Als een team de bal bemachtigt, moet het eerst het ‘recht van aanval’ krijgen door de bal op één van de matjes te drukken.
- Als een team op het doel gooit en de keeper bemachtigt de bal, dan moet de keeper deze uitgooien naar het andere team.
- Na een doelpunt krijgt de andere partij de bal uit op één van de matjes.
- Verder wordt er gespeeld volgens de normale handbalregels.
Einde spel
- Welk team heeft na 5 minuten de meeste doelpunten gemaakt?
- Of: Welk team heeft als eerste 5 doelpunten gemaakt?
Makkelijker maken
- Kleinere cirkel maken.
- Honkbalpalen verder uit elkaar plaatsen.
Moeilijker maken
- Grotere cirkel maken.
- Je mag niet meer tippen.
Uitvoering
- Plankpositie: Steun op onderarmen en tenen. Houd het lichaam gestrekt, met bovenarmen 90 graden onder de schouders en handen in vuisten. Houd deze positie 30 seconden vast.
- Plank met beenheffing: Vanuit de plankpositie, til een gestrekt been ongeveer 30 cm omhoog en houd dit 10 seconden vast. Herhaal dit 3 keer per been.
- Omgekeerde plank: Steun op handen en hakken, met vingers wijzend naar de voeten. Houd de armen gestrekt onder de schouders en het lichaam in een rechte lijn. Houd deze positie 30 seconden vast en rust vervolgens 30 seconden.
- Omgekeerde plank met beenheffing: Vanuit de omgekeerde plankpositie, til een gestrekt been 30 cm omhoog en houd dit 10 seconden vast. Herhaal dit 3 keer per been.
- Zijlig met heffing van bovenste been: Lig zijwaarts en ondersteun het hoofd met de onderste arm. Buig het onderste been, terwijl de knie en voet van het bovenste been naar voren wijzen. Til het bovenste been 30 cm omhoog voor 6 seconden en laat het dan zakken. Herhaal dit 10 keer en wissel dan van been.
- Zijlig met heffing van onderste been: Lig zijwaarts, buig het bovenste been achter het gestrekte onderste been. Til het onderste been 30 cm omhoog voor 6 seconden en herhaal dit 10 keer. Wissel dan van been.
- Tafelpositie met strekking: Steun op handen en één knie, strek de rechterarm en het linkerbeen voor 30 seconden. Zorg ervoor dat de tenen van het gestrekte been naar beneden wijzen. Wissel vervolgens van arm en been en herhaal dit 3 keer.
Uitvoering
- Vorm twee rijen met een speler tussen de rijen in.
- De speler vooraan in de linker rij speelt de bal naar de speler in het midden terwijl hij loopt.
- De speler in het midden geeft de bal terug, waarna de eerste speler met een strekworp op het doel links bovenin schiet.
- De speler vooraan in de rechter rij herhaalt dit door de middenpersoon aan te spelen, de bal in de loop terug te krijgen en met een strekworp op het doel rechts bovenin te schieten.
- Na het schot pakt de speler de bal en sluit achter in de andere rij aan.
Aandachtspunten
- Loop recht naar voren.
- Vang de bal door het bovenlichaam te draaien.
- Draai open bij het schieten.
- Loop niet door het speelveld terug.
Uitvoering
- Vorm twee rijen, één op de linkeropbouw (LO) en één op de rechteropbouw (RO).
- Een speler staat in het midden.
- LO speelt de bal naar de middenspeler terwijl deze in beweging is.
- De middenspeler start naar rechts, loopt met een boog om het schijfje en rondt af met een strekworp links laag.
- Daarna herhaalt de RO hetzelfde proces.
- De middenspeler schiet rechts hoog.
- Na het schot pakt de speler de bal en sluit aan in de andere rij.
Aandachtspunten
- Speel de bal tijdens het lopen.
- Zorg ervoor dat de speler recht voor het doel uitkomt.
- Rechtshandige spelers die naar links lopen moeten met een grote boog recht voor het doel komen; linkshandige spelers doen dit andersom.
- Speel de bal strak aan, maar schiet niet.
Variatie
- Gebruik twee aanspeelpunten in het midden.
- Vergroot de afstand tot de middenspeler.
Uitvoering
- LH start voorlangs naar de positie tussen RHV en ROV.
- MO begint met de bal tussen ROV en RHV en maakt een schijnpass naar LO.
- LO komt om MO ingestart, doet alsof ze de pass krijgt en beweegt naar de derde en vierde verdediger.
- CS schuift een stap naar het midden en zet een sper.
- Na de schijnpass start MO door en rondt af.
Aandachtspunten
- Zorg voor een goede timing tijdens de uitvoering.
- Zet druk tussen de twee verdedigers.
- Vergeet niet om naar eigen kansen en alternatieven te kijken.
- 1 = Links afronden, 2 = Rechts afronden.
Doel
- Ontwikkelen van schietvaardigheid en timing vanuit de opbouwpositie met focus op verschillende posities.
Uitvoering
- Begin de oefening met een pass vanuit de midden opbouwer (MO) naar de linkerhoek (LH) of rechterhoek (RH).
- De opbouwspeler maakt een zijwaartse aanzet en beweegt naar binnen om de bal in de loop te ontvangen.
- Rond af met een schot op doel.
- Voeg een verdediger toe om de moeilijkheidsgraad te verhogen.
- Probeer de verdediger te passeren met een zijwaartse beweging en kom tot een 1-op-1 situatie.
- Rond af met een afstandsschot voordat je bij de verdediger bent.
Aandachtspunten
- Zorg voor een goede timing bij het starten van de beweging.
- Zet druk op de verdediger en probeer deze op verschillende posities te passeren, zowel links als rechts.
Opzet
- Zet met pionnen twee vierkanten tegenover elkaar. Tussen beide vierkanten bevindt zich een denkbeeldige spiegel.
- In elk vierkant staat een persoon, waardoor er twee personen tegenover elkaar staan.
- Zorg dat er voldoende vierkanten zijn voor het aantal personen in de groep.
Uitvoering
- Schuifoefening waarbij steeds één persoon leidt en de ander volgt. Alleen bewegen in rechte lijnen en steeds terug naar het midden. Telkens 30 seconden per beurt.
- Spelers mogen alleen links-rechts bewegen, met korte of lange bewegingen.
- Naast links-rechts kan nu ook naar voren en achteren bewogen worden.
- Idem als de vorige oefening, maar nu mogen de armen ook gebruikt worden. Bijvoorbeeld één of twee armen omhoog, half hoog, etc.
- Idem als de voorgaande oefening, maar er is geen verplichting om terug naar het midden te gaan. Bewegingen blijven in rechte lijnen: diagonaal, vooruit, achteruit of zijwaarts.
- Idem als oefening 2, maar de pion waar naartoe wordt geschoven, moet worden aangetikt. Let op dat je goed door de knieën zakt en niet bukt.
- Idem als oefening 2, maar er moet een rondje worden gedraaid naar de pion waar naartoe wordt geschoven.
Varianten
- Er zijn vele varianten mogelijk.
- Bij 8 spelers zijn er 19 pionnen nodig.
Doel
- Het ontwikkelen van snelheid en samenwerking tijdens een tegenaanval, en het verbeteren van scoringskansen.
Uitvoering
- De oefening begint met vier aanvallers die snel een tegenaanval opzetten.
- De aanvallers moeten zonder dribbelen de bal naar elkaar passen en minimaal twee wissels uitvoeren, gevolgd door een derde wissel met een vlieger.
- De aanval eindigt met een schot op doel.
- Indien het team niet scoort, moeten ze als groep in een sprint terugkeren naar de startpositie en opnieuw beginnen.
- Er zijn twee verdedigers aanwezig die proberen de aanval te verstoren en een doelpunt te voorkomen.
Uitvoering
- Squat op luchtkussens voor core balans.
- Voetenwerk: Kort van pilon naar pilon en elke keer naar het middelpunt.
- Spring over een horde met twee voeten bij elkaar en sprint van pilon naar pilon.
- Plyometrische oefening met snelle richtingsverandering in sprint.
- Sprong omhoog; bij landen meteen zijwaarts naar andere pilon en weer terug.
- Snelle voeten en korte stappen over de lijnen voor- en achterwaarts.
- Loopladder: buiten, binnen, buiten (2 buiten/2 binnen/2 buiten).
- Touwspringen met twee voeten naast elkaar.
- Medicijnbal tegen het hek om en om aantikken (5x links draaien/5x rechts draaien).
- Elastiek: van rechter pilon terug om pilon en dan naar linker pilon, elke keer aantikken.
- Gewichten: met gewicht schot nabootsen.
- Burpee Sit-ups.
Doel
Variatie in aanvalsmogelijkheden aanleren, verdediger uitspelen.
Opdrachten
- Opdracht aanvaller: aanlopen en na balontvangst afronden met een schot of terugspelen.
- Opdracht verdediger: de loopweg van de balbezitter blokkeren.
Organisatie
- Afgekaderd gebied
- 2 aanvallers
- 1 aanspeler
- Pion/paaltje (vanaf stap 2)
- 1 verdediger (vanaf stap 3)
- 1 keeper
- Reservespelers
Stappen
- Stap 1: Recht aanlopen en overpassen.
- Stap 2: Tegelijk instarten en kruisen (om het paaltje).
- Stap 3: Verdediger toevoegen.
Regels
- Alleen overpassen (geen dribbel of stuit).
- Kiest de verdediger voor de niet-balbezitter, dan schieten (stap 3).
- Kiest de verdediger voor de balbezitter, dan afspelen (stap 3).
Aandachtspunten
- Tegelijk instarten (en loopweg kruisen bij stap 2).
- Op snelheid om het paaltje (vanaf stap 2).
- Een van de startende spelers krijgt de bal aangespeeld en rondt af.
- Bij stap 1 en 2 haalt de doelschieter zelf de bal op en sluit weer achter aan in de rij.
- Na een paar minuten wisselen van keeper en aanspeler.
- Bij stap 3 na iedere aanval wisselen van taak:
- Doelschieter wordt verdediger.
- Niet doelschieter wordt aanspeelpunt.
- Verdediger (haalt bal) en aanspeler sluiten achteraan in de rij.
Overige aandachtspunten
Technisch
- Aanvaller: voetenwerk (in beweging blijven), altijd zicht op de bal en goal houden.
- Verdediger: loopweg van de balbezitter blokkeren. Alleen bal onderscheppen. Aanvaller niet aanraken. Altijd zicht houden op de bal en je eigen tegenstander, alleen met vlakke hand contact maken.
Tactisch
- Aanvaller: gooien in de loop van je medespeler.
- Verdediger: op juiste moment instappen en uitstappen, inschatten baan van de bal, voor de aanvaller blijven.
Fysiek/Mentaal
- Posities wisselen.
- Is de aanvaller naast je, dan ben je als verdediger te laat dan stoppen.
- Hoog tempo om in beweging te blijven.
- Eventueel op 2 zijden veld (om wachten te voorkomen).
- Speler rood staat klaar met een noodle in de hand.
- Speelsters Wit en Blauw liggen/zitten op de grond met gezicht naar eindpunt (pilon met bal of paaltje).
- Bij call van trainer (kleur) gaat deze speler om de dopjes naar het eindpunt.
- Speelster rood probeert de weg startende speelster voordat deze bij het eindpunt is te tikken met de noodle.
Aandacht:
- Houding en manier van starten op voorvoeten.
Bij deze oefening is het de bedoeling dat het gehele team tempobalspel laat zien met loopwegen en pressie.
- B start in en speelt de bal naar de omlopende hoekspeler A.
- A speelt daarop de bal naar de mid opbouw C en loopt achterlangs retour naar de hoek.
- C speelt naar R.O (D)die in start en dan R.H. die in komt lopen.
- CS Zet elke keer sper tegen bal in.
Aandacht:
- Niet te diep inlopen in de dekking, wel druk houden op defensie.
- Opbouwers Frontaal richting doel blijven
- LH en RH snel draaien en terug komen in hoekpositie.
- LH en RO vanuit zijlijn aanzetten.
- Zuivere passing.
Benodigdheden:
- 1 korf
- 1 springplank
- 1 dikke mat
- 1 kast
- 1 tjoek
- 1 trainingsladder
- 5 pionnen (waaronder 2 kleinere)
- Verkleiningslat doel
- 5 markeerschijven
- 2 palen
- 1 hesje
- 2 spelers op de rechterzijlijn mét bal
- 1 speler op 10 meter lijn op middenopbouw met bal
- Rest spelers staan links voor in kruising middellijn en zijlijn
- Speler 1 sprint langs middellijn met een bocht naar speler A.
- Speler A speelt bal aan, waarbij speler 1 niet stopt en bal terugspeelt.
- Speler 1 rent door en krijgt bal aangespeeld door speler B.
- Ook deze wordt in beweging teruggespeelt.
- Speler 1 rent achteruit naar paal, rent hier achteruit 2 rondjes om en rent dan vooruit richting doel.
- Op 12/11 meter krijgt speler 1 van speler C de bal aangespeeld.
- Speler 1 zet drie stappen en zet zich af op springplank om over de dikke mat af te kunnen spelen op het doel.
- Met als doel om een van de pionnen omver te kunnen krijgen.
- Speler 1 rent rechtsom de dikke mat heen om bal te halen (en eventuele omgegooide pionnen weer recht te zetten).
- Vanaf het doel tipt speler 1 met de bal richting tjoek.
- Ten hoogte van pion speelt speler 1 de bal af op de tjoek en in beweging wordt deze weer gevangen.
- Speler 1 legt bal terug in korf achter speler C.
- Speler 1 rent naar trainingsladder en doorloopt deze met snelle bewegingen.
- Hierna rent speler 1 weer terug naar start positie.
- Maak groepjes van 3 (en eventueel een groepje van 2).
- Baken een gebied af (tussen twee lijnen of geef dit aan met hoedjes).
- Zet de spelers in een rijtje, tegenover elkaar.
- 3de speler staat tussen hen in.
- 3de speler rent tussen de twee lijnen in een ritme die hij/zij zelf bepaalt. Lijnen hoeven niet iedere keer aangeraakt te worden en mag ook voor gekozen worden om korte en lange bewegingen heen en weer te maken.
- De andere twee volgen in spiegelbeeld en in snelheid de middelste speler.
- Wissel na een aantal minuten van plek.
Aandachtspunt:
- maak groepjes van actieve en minder actieve spelers samen.
Deze opstelling is voor 9 spelers, maar pas deze gerust aan naar het aantal spelers dat jij hebt.
- Start op een positie met 2 spelers
- Speler 1 gooit de bal naar de volgende positie en achtervolgt de bal enz
Variaties:
- Afstanden vergroten/verkleinen
- Snelheid verhogen
- Balrichting verschilt van looprichting
- Tijdsdruk verhogen
- # ballen verhogen
Aandachtspunt:
- Bal in de loop ontvangen (minstens tot aan het hoedje)
- Na elke hoedje versnellen
- Draai je tijdig om de bal te vangen
Deze opstelling is voor 9 spelers, maar pas deze gerust aan naar het aantal spelers dat jij hebt.
- Start op een positie met 2 spelers
- Speler 1 gooit de bal naar de volgende positie en achtervolgt de bal enz
Variaties:
- Afstanden vergroten/verkleinen
- Snelheid verhogen
- Balrichting verschilt van looprichting
- Tijdsdruk verhogen
- # ballen verhogen
Aandachtspunt:
- Bal in de loop ontvangen
- Draai je tijdig om de bal te vangen
Verdeel de speler in 2 ploegen
Leg het speelveld vast en verdeel het in 4 zoals op de tekening
Leg het speelveld vast en verdeel het in 4 zoals op de tekening
- Op 1 stuk moet de kegel met het linkerhand omver gegooid worden
- Op 1 stuk moet de kegel met het rechterhand omver gegooid worden
- Op 1 stuk moet de kegel in sprong omver gegooid worden
- Op 1 stuk moet de kegel met een botspas omver gegooid worden
- Je mag als ploeg geen 2 keer op hetzelfde stuk ene poging wagen
- Zo snel mogelijk als team 5 punten scoren
- Tweetallen maken.
- Eventueel 1 drietal.
- Met pionnen een gebied afbakenen.
- Tweetalen gaan overgooien met elkaar.
- Na 10 x vangen mag een van de twee een stap naar achteren zetten.
- En zo steeds door.
- Doel gericht aangooien. Goed vangen.
- Als dit te gemakkelijk wordt: Pionnen toevoegen aan 1 kant waarbinnen één van de twee steeds schuift. Ontvangen in beweging. En stilstaan bij gooien.