Tennisoefeningen voor de techniek backhand
Laatste update: januari 2026
Uitvoering
- Leg de bal op het racket en laat de bal over de snaren rollen zonder dat hij eraf valt.
- Houd de bal op het racket terwijl je de vloer aanraakt, gaat zitten, opstaat, hinkt, en rent.
- Probeer het racket steeds op borsthoogte te houden.
- Gooi de bal met het racket omhoog en vang hem weer op met het racket.
- Gooi de bal een stukje voor je uit, loop erachteraan en vang hem weer op met je racket.
- Gooi de bal omhoog, laat hem één keer stuiten en vang hem dan met het racket op.
- Blijf de bal omhoog spelen zonder hem op te vangen en probeer rond te lopen terwijl je de bal omhoog speelt.
- Wie lukt het om dit zonder fouten en zonder iemand aan te raken?
Forehand - backhand herkennen
DEEL 1: selffeed richting
DEEL 1: selffeed richting
- Accent extra (bv hoogte, andere posities)
- Veel stippen leggen (vanuit verschillende stippen naar bepaald doel op richting, vanuit verschillende stippen op lengte)
DEEL 2:
- Kist (mij)
- Greepwissel (forehand-backhand)
- aangooien voor elkaar
- Aangooien naar 1 kant (zonder greepwissel)
- Daarna gericht aangooien voor elkaar
- PUNTENSYSTEEM
- Vakje voor kindje dat gooit, potje pakken (team of alleen naar zoveel potjes)
Uitspelen:
- Speler 1 gooit aan (naar bepaalde richting) -> 2 ballen
- Speler twee speelt terug
- Na twee ballen goed, uitspelen
Geen inspiratie: selffeed drills
- Aan de overkant staat een team van 2.
- Je neemt 2 ballen mee en hebt dus 2 kansen om een punt te maken, dit kan pas als de persoon die alleen staat een forehand en backhand heeft gespeeld.
- Heb je deze 2 ballen gebruikt? Dan is een andere persoon aan de beurt.
- Heb je in totaal 5 punten gehaald? Dan speel je matchpoint. Hier heb je een kans voor.
- Win je de matchpoint? Dan wissel je met de persoon aan de overkant die de fout heeft gemaakt dat tot het punt leidde.
- Verlies je de matchpoint? Dan ga je terug naar 4 punten en is je beurt voorbij.
- Aan de overkant staat een team van 2.
- Je neemt 2 ballen mee en hebt dus 2 kansen om een punt te maken, heb je deze 2 ballen gebruikt? dan is een andere persoon aan de beurt.
- Heb je in totaal 5 punten gehaald? dan speel je matchpoint. Hier heb je een kans voor.
- Win je de matchpoint? dan wissel je met de persoon aan de overkant die de fout heeft gemaakt dat tot het punt leidde, verlies je de matchpoint? dan ga je terug naar 4 punten en is je beurt voorbij.
- Ben je rechtshandig ga dan zijwaarts staan naar het net met je rechterschouder richting je tegenstander. Zo sta je in de juiste hoek om kracht te geven.
- Laat je racket achter je lichaam vallen op het moment dat je jouw lichaam draait. Zo gebruik je de heupen en schouders om je slag kracht te geven.
- Houdt tijdens de zwaai de arm gestrekt en pols stabiel. De elleboog is licht gebogen op het moment van impact want dan kun je de bal richting geven en, als je wilt, een spin geven.
- Sla de bal wanneer deze op de hoogte van je voorste heup komt. Zorg dat je jouw voeten richting de bal verplaatst en zet je gewicht op je voorste been terwijl je slaat.
Linkshandigen staan met linkerschouder richting de tegenstander.
Deze oefening kun je ook goed oefenen tegen een muur.
Deze oefening kun je ook goed oefenen tegen een muur.
- In de rally blijven De student is in staat om:
- Om op verschillende manieren forehand- en backhand technieken te slaan in dubbel- en enkelspel.
- Aan te geven welke principes gelden bij het opbouwen van een punt.
- Zelfstandig spel- en oefenvormen op te starten en te onderhouden.
- Met aandacht en begrip, focus, werklust en strijdlust aan de les deel te nemen.
- Samen te werken en te overleggen.
- Regelkennis toe te passen.

- Er wordt gewerkt in tweetallen.
- De bal wordt met een onderhandse (forehand) service in het spel gebracht
- De studenten spelen met forehands naar elkaar, waarbij de hoogte (onder toverkoord door) en diepte (krant) gecontroleerd wordt.
- Elke keer als de krant geraakt wordt, krijg je een punt.
- Wie heeft de meeste punten na X tijd?
- Het voorbeeld van de docent laat balans (‘stevig staan’) en de vorm van een ‘rustige zwaai’ zien.
- Extra opdracht er liggen drie verschillende kranten voor de studenten. (links-midden-rechts)

- leg de bal op het racket:laat de bal over de snaren rollen, de bal mag niet van het racket rollen
- houdt de bal op de racket,terwijl je de vloer aanraakt, gaat zitten, opstaan, gaat hinken, gaat rennen enz.
- Probeer het racket steeds op borst hoogte te houden
- gooi de bal met het racket omhoog en vang hem weer op met het racket
- gooi de bal een stukje voor je uit
- loop er achter aan en en vang hem weer op met je racket.
- gooi bal omhoog laat hem 1x stuiten en vang hem dan met racker op
- blijf de bal omhoog spelen, vang hem niet meer op
- probeer rond te lopen als je de bal omhoog speelt, wie lukt dit zonder fouten en zonder iemand aan te raken