Tennisoefeningen voor jeugd - rood
Laatste update: januari 2026
Opstelling
- Zet de spelers per tweetal achter elkaar met hun gezicht richting de muur.
- Per tweetal één tennisbal.
- Speler 1 staat het dichtst bij de muur en begint door de bal tegen de muur te gooien.
- Speler 2 vangt de bal.
- Speler 1 loopt ondertussen via de rechterkant terug en vangt vervolgens de bal die speler 2 net tegen de muur heeft gegooid.
- Herhaal minstens 20 keer.
- Maak de oefening moeilijker door de bal op te laten vangen in een hoedje.
Bovenhands gooien
- zelf laten gooien in kar, naar kegels
- middenzone
- speler 1 gooit bovenhands -> spl 2 speelt terug (racket)
- Lukken en binnenspelen
- Punt uit
- Bijvoorbeeld na x punten wisselen van kant
- Tot team wint (samenwerken)
Technisch
- wegdraaien
- 90° gooi arm
- niet dominante arm wijst
- heup indraaien (tip stand)
- balans
- Vanaf de zijlijn zet je zes hoedjes achter elkaar met aan het eind een pion.
- De spelers staan in een rij achter elkaar.
- De eerste speler gaat lopen met een tennisbal op het racket terwijl hij/zij zigzagt tussen de hoedjes door.
- Aan het eind van het parcours draaien ze om de pion heen en lopen terug naar de zijlijn waar een andere speler de bal overneemt op het eigen racket die vervolgens hetzelfde parcours aflegt.
Je kunt het parcours uitbreiden met hindernissen als een speedladder neerleggen of een pion op de zij waar ze overheen moeten stappen.
Opstelling:
- Zet de spelers per tweetal achter elkaar met hun gezicht richting de muur.
- Per tweetal 1 tennisbal.
Oefening:
- Speler 1 staat het dichtst bij de muur en begint de oefening door de bal tegen de muur te gooien.
- Speler 2 vangt de bal.
- Speler 1 loopt ondertussen via de rechterkant terug en vangt vervolgens de bal die speler 2 net tegen de muur heeft gegooid.
- Herhaal minstens 20 maal.
- Maak de oefening moeilijker door de bal op te laten vangen in een hoedje.
- Vanaf de zijlijn zet je zes hoedjes achter elkaar met aan het eind een pion.
- De spelers staan in een rij achter elkaar.
- De eerste speler gaat lopen met een tennisbal op het racket terwijl hij/zij zigzagt tussen de hoedjes door.
- Aan het eind van het parcours draaien ze om de pion heen en lopen terug naar de zijlijn waar een andere speler de bal overneemt op het eigen racket die vervolgens hetzelfde parcours aflegt.
Je kunt het parcours uitbreiden met hindernissen als een speedladder neerleggen of een pion op de zij waar ze overheen moeten stappen.
- Welke tweetal kan de bal het vaakst onafhankelijk over het net spelen??
- De tennisers staan dicht bij het net.
- Je kan het moeilijker maken door de afstand te vergroten.
- tussen beide tennissers liggen 2 hoepels,ongeveer een meter uit elkaar.
- Probeer de bal in elkaars hoepel te laten stuiten (wie heeft de meeste treffers)
- Moeilijker: tussen beide tennissers. elke aan een kant van het net, aan elke kant van het net 2 hoepels (hoepels moeten aan beide kanten op dezelfde plek liggen)
- speel de bal over het net en probeer de bal in de andere hoepel te laten