Voetbaloefeningen voor o11 jeugd
- Dribbelen naar de speler recht tegenover je. Vlak voordat de spelers het midden bereikt, veranderen ze 180 graden van richting en proberen ze de speler over de lijn te passeren
- Verdediger mag loskomen van de lijn, zodra de aanvaller de bal heeft afgekapt
- Aanvaller scoort een punt als de bal over de startlijn wordt gedribbeld
- Verdediger scoort een punt als de bal buiten het veldje wordt gedribbeld
- Als de bal uit is, of als er gescoord is, wisselen van functie

- Spelers kunnen scoren door de bal stil te leggen op vijf meter van het doel en één van de leeuwen te raken.
- De bal dient tegen een leeuw geschoten te worden, Wanneer je dit drie keer gelukt is, ga je naar de volgende lijn (zeven meter). Wanneer je dit wederom drie gelukt is,dan ga je naar de kampioens lijn (tien meter).
- Wie als eerste drie leeuwen geraakt heeft vanaf de kampioens lijn is de Lion King.
- Wanneer je twee keer van een bepaalde lijn gemist hebt, dan ga weer een lijn dichter naar het doel toe.
- Punten tellen alleen wanneer de speler via het slootje terug dribbelt naar de beginpositie.
Afmetingen: afhankelijk van leeftijd envaardigheid aanpassen (bv. 7, 10 en 15 meter).
Oefening1 LOPEN RECHT VOORUIT
Jog naar het laatste dopje. Zorg dat je jebovenlichaam rechtop houdt. Je heupen, knieën en voeten moeten een lijn vormen.Laat je knieën niet naar binnen knikken. Ren op de terugweg iets sneller. Doede oefening twee keer.
Oefening 2 LOPEN HEUP UITDRAAIEN
Jog naar het eerste dopje. Stop en breng je knievoorwaarts omhoog. Draai je knie naar buiten en zet je voet neer. Zorg dat jeje bekken horizontaal en je bovenlichaam stil houdt. De heup, knie en voet vanhet standbeen vormen samen een rechte lijn. Laat de knie van het standbeen nietnaar binnen knikken. Jog naar het volgende dopje en herhaal de oefening met hetandere been. Wanneer je klaar bent met het parcours, jog je terug. Doe deoefening twee keer.
Oefening 3 LOPEN HEUP NAAR BINNEN DRAAIEN
Jog naar het eerste dopje. Stop en breng je kniezijwaarts omhoog. Draai je knie naar binnen en zet je voet neer. Zorg dat je jebekken horizontaal en je bovenlichaam stil houdt. De heup, knie en voet van hetstandbeen vormen samen een rechte lijn. Laat de knie van het standbeen nietnaar binnen knikken. Jog naar het volgende dopje en herhaal de oefening met hetandere been. Wanneer je klaar bent met het parcours, jog je terug. Doe de oefeningtwee keer.
Oefening 4 LOPEN OM PARTNER HEEN
Jog naar het eerste dopje. Shuffle zijwaarts, ineen hoek van 90 graden naar je partner, shuffle een hele cirkel om elkaar(zonder dat je van kijkrichting verandert) en terug naar het eerste dopje. Buigje heupen en knieën licht en verplaats je lichaamsgewicht naar de bal van jevoeten. Laat je knieën niet naar binnen knikken. Jog naar het volgende dopje enherhaal de oefening. Wanneer je klaar bent met het parcours, jog je terug. Doede oefening twee keer.
Oefening 5 LOPEN SPRINGEN MET SCHOUDERCONTACT
Jog naar het eerste dopje. Shuffle zijwaarts, ineen hoek van 90 graden naar je partner. Spring in het midden naar elkaar toe omschouder-schoudercontact te maken. Land op beide voeten met je heupen en knieëngebogen. Laat je knieën niet naar binnen knikken. Shuffle terug naar het eerstedopje. Jog daarna naar het volgende dopje en herhaal de oefening. Wanneer jeklaar bent met het parcours, jog je terug. Doe de oefening twee keer.
Oefening 6 LOPEN ACCELEREREN EN DECELEREREN
Ren snel naar het tweede dopje en ren vervolgensachteruit terug naar het eerste dopje; houd daarbij je heupen en knieën lichtgebogen. Ren steeds twee dopjes naar voren en één terug. Wanneer je klaar bentmet het parcours,jog je terug. Doe de