Voetbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1100 voetbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
voetbal training

Voetbaloefeningen voor o8 jeugd

Inhoud
  • Speler 1 loopt achterwaarts en gooit de bal onderhands naar het hoofd van speler 2.
  • Bij de andere zijde worden de rollen omgedraaid.
  • Speler 2 loopt voorwaarts naar de bal en kopt deze in de handen van speler 1.
  • Oefen zowel koppen, aangooien op kniehoogte als het geven van een dropkick.
  • Een dropkick is het terugspelen van de bal met de wreef kort nadat de bal de grond heeft geraakt.
Opbouw
  • Werk in tweetallen met één bal.
  • Rustig aangooien.
  • De speler loopt in de bal, wat gemakkelijker is dan andersom.
  • Houd de afstanden klein.
Coaching
  • Speler 2 moet achterwaarts lopen en de bal onderhands aangooien.
  • Zorg voor minimaal vier pilonnen of doppen.
  • Let op dat er geen obstakels op het veld staan.
  • Toon en controleer de techniek van koppen, terugspelen op kniehoogte en de dropkick voor de juiste uitvoering.
Opstelling
  • De spelers stellen zich op in een cirkel.
  • Ideaal is 6 tot 8 spelers per cirkel.
  • Per cirkel is er slechts één bal.
Uitvoering
  • Een speler passt de bal naar een andere speler en loopt de bal achterna richting de speler die hij inspeelt.
  • De tweede speler ontvangt de bal en speelt deze weer naar een andere speler uit de cirkel, ook hij loopt de bal weer achterna.
  • Dit proces blijft zich herhalen.
Kwaliteit
  • Passes moeten helder en nauwkeurig zijn.
  • De passes worden over de grond gespeeld, hou de bal laag!
  • Net na de pass versnellen de spelers met een korte sprint.
  • De spelers roepen de naam van de speler die ze willen aanspelen.
  • Alle spelers staan constant op hun tenen, niet op platte voeten, om de handelingssnelheid te verbeteren.
Voortgang
  • Je kunt het spel moeilijker maken door één keer raken toe te passen.
  • Je kunt spelen met twee ballen.
Organisatie
  • Beginnen met dribbelen.
  • Daarna door poortjes schieten.
  • Via een kaats komt er een voorzet die op doel wordt geschoten.
  • Afhankelijk van het aantal spelers kan er met 2 ballen, op positie A en C, of met 3 ballen tegelijk worden gestart.
  • Iedereen schuift elke keer een positie door.
Aandachtspunten
  • Indien nodig de bal eerst aannemen.
  • Dribbelen met beide benen.
  • Niet te hard of zacht passen.
Slalom tussen kegels
  • Loop naar de volgende kegel.
Uitvoering
  • 2 rondjes zonder bal als opwarming.
  • 2 rondjes met bal, gebruik beide voeten.
  • 2 rondjes met bal, gebruik alleen de rechtervoet.
  • 2 rondjes met bal, gebruik alleen de linkervoet.
  • Op snelheid naar de vrijstaande kegels.
  • Rond de 2 vrijstaande kegels een cirkel maken.
drawing Opwarming: balbehendigheid
Spelregels
  • De spelers spelen 4 tegen 4.
  • In de aanval moeten de spelers eerst 2 keer met elkaar hebben overgespeeld voordat er gescoord mag worden.
  • Na verloop van tijd kan dit worden uitgebreid naar 3 keer overspelen.
  • Wanneer de bal wordt afgepakt door de tegenstander, moet het tellen van de passes opnieuw beginnen.
  • Er mag niet gescoord worden als er niet voldoende is overgespeeld.
Opstelling
  • De spelers stellen zich op in een cirkel.
  • Ideaal is 6 tot 8 spelers per cirkel.
  • Per cirkel heb je slechts één bal.
Uitvoering
  • Een speler speelt de bal naar een andere speler en loopt de bal achterna richting de speler die hij inspeelt.
  • De tweede speler ontvangt de bal en speelt deze weer naar een andere speler uit de cirkel.
  • Ook hij loopt de bal weer achterna richting de speler die hij zojuist heeft ingespeeld.
  • Dit blijft zich herhalen.
Kwaliteit
  • Passes moeten helder en nauwkeurig zijn.
  • De passes worden over de grond gespeeld, hou de bal laag!
  • Net na de pas versnellen de spelers (korte sprint).
  • De spelers roepen de naam van de speler die ze in willen spelen.
  • Alle spelers staan constant op hun tenen, niet op platte voeten, om de handelingssnelheid te verbeteren.
Voortgang
  • Je kunt het spel moeilijker maken door één keer raken toe te passen.
  • Je kunt spelen met twee ballen.
  • Speler 1, die de pas heeft gegeven, moet proberen de aangespeelde speler (speler 2) te tikken alvorens hij de bal naar speler 3 heeft gespeeld.
Opstelling
  • Vorm groepen van twee spelers.
  • Elke groep heeft één bal.
  • Spelers met de bal staan op de zijlijn.
  • De andere spelers staan tegenover hen, ongeveer 6 meter verder.
Uitvoering
  • Speler A dribbelt naar voren terwijl speler B achterwaarts jogt.
  • Speler A passt de bal naar B, die de bal terugpasst naar A.
  • Herhaal dit totdat de andere zijlijn is bereikt.
  • Wissel van rol als de andere kant van het veld is bereikt.
  • Speler A loopt achteruit naar de startlijn.
Kwaliteit
  • Wissel passes af tussen rechtervoet en linkervoet.
  • Probeer één keer raken toe te passen, alleen indien nodig mag de bal twee keer worden geraakt.
  • Focus op kwaliteit boven snelheid, het is geen race.
  • Moedig successen aan!
Voortgang
  • Speel de bal op de dij, breng onder controle en volley terug.
  • Speel de bal op de borst, breng onder controle en volley terug.
  • Speel de bal op het hoofd, kop de bal terug.
Uitvoering
  • Per speler worden er twee pionnen geplaatst op ongeveer 15 meter afstand. Deze afstand kan naar wens worden aangepast.
  • De speler rent heen en terug met de bal om de pion.
  • Na terugkomst legt de speler de bal stil naast de pion.
  • Vervolgens rent de speler zonder bal in een hoog tempo heen en weer om de pion.
  • De snelste speler wint.
Variant
  • Herhaal het gewenste aantal keren.
  • Probeer ook de volgorde om te draaien: eerst zonder bal en daarna met bal.
drawing Conditietraining met pionnen
Uitvoering
  • Er wordt een variant op het standaard partijspel gespeeld.
  • Achter ieder doel staan 4 à 5 hoedjes.
  • Zodra team A scoort, pakt de scorer een hoedje achter het doel waarin gescoord is.
  • De speler rent zo snel mogelijk om het veld heen naar het eigen doel en legt het hoedje hier neer.
  • Pas hierna mag de speler weer deelnemen aan het spel.
  • Er ontstaat een natuurlijk ondertal/overtal moment.
  • Spelers die "afsnijden" moeten omkeren, het gewonnen hoedje terugzetten en vervolgens buiten het veld om terug bij het eigen doel te komen.
drawing Pionnen roof spel
Spelprincipe
  • Bij balverlies moet het team direct druk zetten op de bal.
  • Het doel is om de bal zo snel mogelijk te heroveren.
Uitvoering
  • Het rode team speelt op balbezit.
  • Het gele team probeert de bal af te pakken.
  • Als het gele team de bal verovert, probeert het direct te scoren in een van de vier doelen.
  • Het rode team moet dit voorkomen door direct druk te zetten.
  • Het veld is klein om snelle doelpogingen te stimuleren.
Coaching
  • Let op of er druk wordt gezet bij balverlies.
  • Analyseer wie druk zet en wie niet.
  • Beoordeel de intensiteit van het druk zetten.
Variaties
  • Gebruik kleine doelen als er geen keepers zijn.
  • Laat het ondertal scoren door uit het veld te dribbelen.
  • Ken punten toe aan het overtal voor een aantal keer rondspelen.
  • Ken punten toe aan het overtal als de bal is herovert zonder doelpoging van het ondertal.
  • Pas het aantal doelen aan.
  • Tel doelpunten van het ondertal zwaarder.
drawing Positiespel: direct druk zetten na balverlies
Beschrijving
  • Spelers dribbelen in een rechthoek met verschillende kegels.
  • Ze mogen de kegels niet omver dribbelen en moeten botsingen met andere spelers vermijden.
  • De coach geeft verschillende opdrachten.
Opdrachten
  • Dribbelen met de binnenkant van de rechtervoet.
  • Dribbelen met de binnenkant van de linkervoet.
  • Dribbelen met de buitenkant van de rechtervoet.
  • Dribbelen met de buitenkant van de linkervoet.
  • Dribbelen met de bal tussen beide voeten.
  • Op signaal de bal stilleggen met de voetzool en van richting veranderen.
  • Op signaal dribbelen naar een kegel en om de kegel draaien met de bal.
Opstelling
  • Afstanden: 8 bij 8 meter.
  • Variaties afhankelijk van aantal spelers en leeftijd.
  • Zorg dat spelers niet te dicht op elkaar staan, maar ook niet te ver uit elkaar.
Spelregels
  • Iedere speler houdt een bal in één hand.
  • De bal mag niet van hand verwisseld worden; anders is de speler af.
  • Spelers lopen op tempo door het vak met de bal op de hand.
  • Probeer de bal van de tegenstander weg te tikken.
  • De laatste speler die overblijft, wint.
Doel
  • Spelers leren om zich bewust te zijn van hun omgeving en tegenstanders.
  • Ontwijken van tegenstanders om de bal te behouden.
Uitvoering
  • Voor gevorderde groepen kan dit ook met de bal aan de voet worden gedaan.
drawing Het kijkspel