Volleybaloefeningen voor de techniek verdediging / toetsen / onderhands / duiken
Laatste update: januari 2026
Uitvoering
- Spelers beginnen bij de pion en alles wordt onderhands gespeeld.
- Optioneel: Start met een korte bal, indien er voldoende spelers zijn. Anders beginnen bij de pion en achterwaarts bewegen.
- Beweeg achterwaarts voor een diepe bal.
- Maak een sprint naar voren voor een korte bal.
- Beweeg zijwaarts voor een korte bal.
- Beweeg opnieuw achterwaarts voor een diepe bal.
Aandachtspunten
- Zorg ervoor dat de bal wordt aangegooid zodra de voorgaande bal is gespeeld.
- De bal moet haalbaar maar uitdagend worden gegooid.
Opstelling
- Plaats 4 boxen op het veld: 2 in zone 2 en 2 in zone 4. Positioneer 2 spelers en 2 trainers om vanaf de boxen te slaan. Als er geen boxen beschikbaar zijn, sla dan vanaf de vloer aan dezelfde kant als de verdediging.
- Vorm 2 groepen voor de oefening. Bepaal de basispositie, meestal 1 meter achter de 3-meter lijn en 1 meter van de zijlijn.
- Verwerk twee ballen van de buitenaanvaller of de rechteraanvaller. Pas je lichaam aan door naar de aanvaller te draaien.
- Verwerk twee ballen van cross-court slagen, één simulerend voor perimeterverdediging en de andere voor rotatieverdediging.
- Voer eerst perimeterverdediging uit, gevolgd door rotatieverdediging.
- Pass beide ballen met slechts één aanraking naar het midden van het veld tussen zones 3 en 6.
- Benadruk snelle voetbewegingen om efficiënt de verdedigingsposities te bereiken.
- Leer spelers niet om de verdediging naar het net te duwen, tenzij het een vrije bal situatie is.
- Leer perimeterverdediging, zelfs als het niet de hoofdstrategie is, omdat spelers in beide methoden bedreven moeten zijn.
- Zorg ervoor dat spelers het belang van hun startbasispositie voor effectieve verdediging begrijpen.
- Voeg een middenblokslag toe.
- Voeg een lijn tip toe.
- Combineer een middenblokslag, een cross-slag en een lijn tip voor meer complexe scenario's.
Uitvoering
- Speler 4 geeft een setup naar speler 1.
- Speler 1 valt aan op speler 2.
- Speler 2 verdedigt naar speler 3.
- Speler 3 geeft een setup naar speler 2.
- Speler 2 valt aan op speler 1.
- Speler 1 verdedigt naar speler 4.
- Het proces herhaalt zich.
- Nadat spelers 3 en 4 elk 5 setups hebben gegeven, wisselen de spelers van positie.
- De uitdaging is om te wisselen terwijl de bal in het spel blijft.
Opstelling
- 2 teams van 6, 8, 10 of 12 spelers.
- 1 speler in het veld, de rest staat achter de achterlijn in de wachtkamer.
- De trainer brengt de bal in het spel naar veld A of B.
- Spelers mogen de bal alleen onderhands spelen.
- Na het spelen van de bal stapt de speler uit en neemt iemand uit de wachtkamer de plek in.
- Bij een fout zorgt de speler voor balveiligheid en moedigt het team aan.
- Als alle spelers van een team zijn weggespeeld, verdient het andere team een punt.
Oefening 1
- Elk drietal heeft twee ballen.
- Twee spelers staan aan het net, enkele meters uit elkaar.
- De derde speler staat in het achterveld.
- Spelers aan het net gooien om beurten de bal in een snel tempo.
- De speler in het achterveld speelt de bal onderhands terug.
- De eerste bal wordt diep gegooid.
- De tweede bal wordt kort gegooid.
- Aangooiers gaan verder uit elkaar staan.
- De speler aan de zijlijn gooit diep, de andere speler gooit kort.
- Na een bepaald aantal ballen of tijd wisselen de spelers van plaats.
Uitvoering
- A serveert naar B.
- B passt de bal naar de spelverdeler.
- De spelverdeler speelt een hoge bal in het achterveld.
- B verdedigt deze bal terug naar de spelverdeler.
- De spelverdeler geeft een setup voor A.
- A valt aan op deze setup.
- Na de aanval neemt A de plek in van B en wordt B reserve.
- De spelverdeler blijft staan.
- De buitenaanvallers gebruiken met één spelverdeler de linkerhelft van het veld.
- De middenaanvallers en diagonaalaanvallers gebruiken met een andere spelverdeler de rechterhelft.
- Na de service pakt A een tweede bal.
- Na de aanval van B gooit A deze bal het veld in.
- B speelt deze bal naar de spelverdeler.
- De spelverdeler geeft een setup.
- B valt nog een keer aan.
Doel
- Het verbeteren van de verdedigingshouding en het anticiperen op de bal.
Uitvoering
- Plaats 2 tot 3 trainers aan één kant van het veld met een voorraad ballen.
- Zet een pion op een bepaalde afstand van de trainers.
- Een speler start bij de pion en rent naar voren om in de verdedigingspositie te komen.
- De speler moet laag blijven en zijwaarts shuffelen terwijl hij of zij de bal volgt.
- De trainers gooien de bal in het gebied achter de pion.
- De speler moet goed opletten en kijken waar de bal komt om adequaat te reageren.
- Een reservespeler zorgt ervoor dat de trainers steeds voldoende ballen hebben.
BEWEGING EN REACTIE OEFENINGEN
(met tennisballen - per 2)
T-CATCH TENNIS BALL
STARTOPSTELLING
(met tennisballen - per 2)
T-CATCH TENNIS BALL
STARTOPSTELLING
- 2 spelers
- 3 potjes
- 2 tennisballen
UITVOERING
- Speler A beweegt tussen potjes
- Speler B houdt 2 tennisballen hoog
- Speler A terug centraal, Speler B tikt tennisbal
- Speler A vangt bal
RAPID FIRE BALL TOSS
STARTOPSTELLING
STARTOPSTELLING
- 2 spelers
- 5 tennisballen
UITVOERING
- Speler B gooit 5 tennisballen random in het veld, speler A probeert bal te raken na 1 bots
WATCH & CATCH BALL TOSS
STARTOPSTELLING
STARTOPSTELLING
- 2 spelers
- tennisbal
UITVOERING
- Speler A staat met de rug naar speler B
- Speler B gooit moeilijk tennisbal over Speler A
- Speler A vangt bal na 1 bots
COACH NOTES:
- Beweging en reactie
- Voetenwerk
- Altijd terug naar homebase!
BEWEGING EN REACTIE OEFENINGEN
(met tennisballen - per 2)
T-CATCH TENNIS BALL
STARTOPSTELLING
(met tennisballen - per 2)
T-CATCH TENNIS BALL
STARTOPSTELLING
- 2 spelers
- 3 potjes
- 2 tennisballen
UITVOERING
- Speler A beweegt tussen potjes
- Speler B houdt 2 tennisballen hoog
- Speler A terug centraal, Speler B tikt tennisbal
- Speler A vangt bal
RAPID FIRE BALL TOSS
STARTOPSTELLING
STARTOPSTELLING
- 2 spelers
- 5 tennisballen
UITVOERING
- Speler B gooit 5 tennisballen random in het veld, speler A probeert bal te raken na 1 bots
WATCH & CATCH BALL TOSS
STARTOPSTELLING
STARTOPSTELLING
- 2 spelers
- tennisbal
UITVOERING
- Speler A staat met de rug naar speler B
- Speler B gooit moeilijk tennisbal over Speler A
- Speler A vangt bal na 1 bots
COACH NOTES:
- Beweging en reactie
- Voetenwerk
- Altijd terug naar homebase!
- Spelers verdelen zich in groepjes van 2 of 3.
- Zij gaan vervolgens één van de 5 oefeningen doen.
- Iedere oefening correspondeert met een nummer.
- Als een oefening is gedaan, wordt aan de trainer gevraagd of het cijfer van de code juist is.
- Is dit het geval, dan mogen ze naar het volgende cijfer, anders doen zij opnieuw een oefening.
- Het groepje dat als eerste de code heeft gekraakt wint.
Oefeningen:
1. : 10 ballen in de korf toetsen vanuit pas
2.: 10 bovenhands gegooide ballen via receptie op de mat gevangen worden
3. 10 keer bovenhandse toets naar elkaar op de bank
4. 10 keer jongeleren met onderarmen, bal mag niet vallen
1. : 10 ballen in de korf toetsen vanuit pas
2.: 10 bovenhands gegooide ballen via receptie op de mat gevangen worden
3. 10 keer bovenhandse toets naar elkaar op de bank
4. 10 keer jongeleren met onderarmen, bal mag niet vallen
2 werkende groepen:
Groep 1 met trainer:
Groep 1 met trainer:
- 2 Trio's maken.
- 1e trio gaat achter de 7 meterlijn op de buik liggen.
- Trainer met ballenbak in hoek van veld.
Uitvoering:
- Trainer klapt op de bal en speelt meteen in het veld.
- Eerste bal moet in 3 meterzone gespeeld worden, niet-receptie speler vangt de bal in pashouding
- andere spelers staan op aanvalshome op moment dat bal gevangen wordt en roepen voor pass.
Groep 2
- 3 spelers met bal aan het net.
- Overige gaan werken, startend in hoek van het veld
- Krijgen eerst korte bal, verre bal en terug een korte bal.
Benodigdheden:
- Per groep 1 bal
- Per groep minimaal 4 spelers, bij voorkeur 5 spelers.
Korte beschrijving afbeelding:
- 1b speelt bal aan naar SV.
- Die geeft Set up naar 1a.
- 1a gaat veld in om straks te verdedigen.
- 1a valt rustig aan op naar 2a/b die verdedigen.
- De speler die niet verdedigd, loopt naar het net.
- SV geeft Setup naar 2 die op haar/zijn beurt weer rustig aanvalt op 1.
- Daarna opnieuw. 1b gaat onder het net door om mee te verdedigen.
Variatie:
- Bij 4 spelers is de passende 2 bij de volgende aanval passende 1.
- Rustige aanval afwisselen met prikballen.
Opstelling:
Welk team haalt meeste goudstukken/ pittenzakjes binnen?
Welk team haalt meeste goudstukken/ pittenzakjes binnen?
- 1 bank & één-tegen-allen
- 2-4 dievenbendes
- 1-2 bewakers.
Spel bestaat uit 4 spelrondes:
Spelronde 1:
Spelronde 1:
- Dief - aanvaller: per post slechts 1 actief & 1 goudstuk per keer proberen uit de bank te stelen.
- Verzamel in eigen kluis -hoepel-.
- Bewaker - verdediger- mag enkel buiten de bank verdedigen.
- Als de dief wordt gepakt dus aangetikt, moet hij het goudstuk achterlaten in het politiekantoor -onder een kegel.
- Welk team heeft meeste goudstukken kunnen stelen?
Spelronde 2:
- Verdeel goudstukken gelijk over de dieven.
- Dieven: verplaats jullie goudstukken veilig 1-voor-1 naar andere kluis -van de ene naar de andere hoepel.
- Dief -aanvaller: loop rond je kegel zonder dat de bewaker je pakt.
- Agent -verdediger: mag in dit geval enkel binnenin de bank verdedigen.
- Als de dief wordt gepakt -aangetikt, moet hij het goudstuk achterlaten in het politiekantoor -onder een kegel.
- Welk team heeft meeste goudstukken veilig kunnen overbrengen?
Spelronde 3:
- Dieven: steel gedurende x-tijd zoveel mogelijk goudstukken uit andere kluis.
- Dief -aanvaller: verplicht heen & weer door bank = let op bewaker in de bank.
- Bewaker mag enkel binnen de bank verdedigen.
- Als de dief wordt gepakt dus aangetikt, moet hij het goudstuk achterlaten in het politiekantoor -onder een kegel.
Spelronde 4:
Idem aan spelronde 3, maar met dubbele bewaking 1 bewaker buiten & 1 bewaker binnen de bank.
Welk team heeft na 4 spelrondes de meeste goudstukken in zijn bezit?
Organisatie:
- Spelers met bal op P1 op veld A.
- Reserve speler op P4 op veld B.
- 2 passers -P5 en P6- op veld B.
- 1 aanvaller op P4 op veld B.
- 1 aanvaller op P4 op veld A.
- 1 of 2 verdedigers op P5 -P6- op veld A.
Uitvoering:
- Bal slaan/ gooien vanaf veld A -P1- naar de passers op veld B.
- Plaats reserve P4 op veld B innemen.
- Pass naar aanvaller -P4- en op dat moment verplaatsen de passers naar P1 en P6.
- Aanvaller slaat/ speelt de bal op de passers en neemt de positie P5 in.
- Reserve wordt P4.
- De gespeelde bal passen en die bal slaan naar verdedigers op veld A.
- P1 op veld A snelt onder het net door en neemt de plaats van P4 in.
- P4 speelt de verdedigde bal naar P1, waar hij wordt afgevangen.
- Verdediger gaat naar P1 en sluit achter aan en begint opnieuw.
- Trainer gooit bal OH op pos VI vooraan spelen in splithouding, laag bewegen over het veld.
- 4 x elke kant, dan wisselen.
- Na spelen shuffle opzij naar ander kant.
- Spelers wisselen steeds van kant.
- Trainer gooit bal OH op pos V en I vooraan, speelster start aan potje en loopt naar voor, shuffle naar achter, speelt bal, doet blok en loopt terug.
- Tainer gooit bal OH op pos VI vooraan, spelers vertrekken vanaf zijlijn. 3m shuffle op zij, terug naar zijlijn.
- Speler blokt en na blok verdedigt de bal op pos VI / III.
- Spelers vertrekken op positie IV / III trainer gooit bal achter hen. Shuffle achteruit en spelen.
- Lage houding, 10 x tussen 2 potjes shuffle zijwaarts en bal spelen.
Bal niet te hoog opgooien. Hoog tempo. 1 shuffle step opzij. 2 x 10 keer. - Zelfde als 1 maar cross-over shuffle zijwaarts. 2 x 10 keer.
- 2 x 4 keer diagonale shuffle. Stilstaan in correcte houding.
- Vierkant shuffle steeds terug naar het midden 2 x 3 keer.
- Ruit shuffle steeds terug naar het midden 2 x 3 keer.
- Bloksprong - omdraaien & defense.
Gooien op de persoon en daarna smashen.
Doel: zoveel mogelijk punten scoren in de band van de andere persoon.
- Duo's tegenover elkaar met 2 fietsbanden met 1 bal.
- Je scoort een punt door de bal in de band van de tegenstander te gooien, waarna de bal niet gevangen kan worden door de tegenstander.
Variaties:
- Met meerdere ballen.
- Andere soort bal.
- Met of zonder pass naar ploegmaat.
- Met meerdere spelers.
- Met meer banden.
- Organisatie
- Ladderoefening.
- Zijwaartse verplaatsing naar tussen pos 4 en 5, lichaam draait mee richting aanvaller.
- Defence op aanval.
- Variante ladderoefening:
- Variant:
- Na defence, passeur bal laten setten naar pos 4 + aanval.
- Pas kan ook gaan naar blauwe speelster (aanvalster), witte speelster krijgt dan nog een freebal, waarop zij zeker de pas krijgt.
- Na defence kan er een zetbal komen van de passeur naar zowel de witte als de blauwe speelster, daarna pas naar 1 van de 2.
- Doordraaien:
- Defence => aanval => ladder
- Minstens 2 reservespeelsters aan ladder en aanval.
- Bij meer speelsters: toevoegen blok.
- Aftasten wat de speelsters kunnen.
- Organisatie:
- Op veld A 2 personen zonder bal. 1 aan het net en 1 op 3m. op positie 4 en een SV op 2/3.
- Verder op veld A een rijtje mét bal op 6.
- Op veld B een verdedigster op 6 en 5.
- Verdedigen en (voorlopig) zelf afvangen en sluiten aan op veld A.
- Werkwijze:
- Speelster op 6 gooit/speelt de bal aan bij SV.
- Op moment van set-up verplaatst de speelster op 4 aan het net naar achteren (een C-loop) en valt de aangespeelde bal aan.
- Zowel SV als aan speler geven aanvalsdekking.
- De aanvalster neemt de plaats van de passer in.
- Later aanval verplaatsen naar 3 en verdedigers naar 1 en 5.
- Trainer gooit bal naar de passer.
- Pass naar de set-up.
- Setup naar links- of rechtsbuiten.
- Aanval.
- De tegenpartij verdedigt deze bal en probeert er een tegenaanval van te maken.
LOOPROUTE
- Na 5 geslaagde verdedigingsaanvallen gaan 3 spelers naar de andere kant, let op de er altijd een spelverdeler in het veld van de ontvangende partij staat, eventueel ook rekening houden met vaste posities andere aanvallers.
Organisatie: 6 speelsters per veld
- 2 in opslag, elk aan weerszijde van het net, op positie 1
- Opslag naar 5 of 6, opbouw en bal plaatsen naar opslaggever
- Opslaggever verdedigt naar positie 6,
- deze voert het eerste contact uit
- en de vorige aanvaller set de bal naar positie 2
- de defence speelster
- Zolang er 2 ballen zijn, blijven doorgaan, als er 1 gevallen is, gaan voor het punt.
Variant: Er wordt gekeken of de verdediger kort of diep staat, korte bal is pokey, diepe bal is technische bal
- Opslag naar positie 6
- Receptie naar spelverdeler in het midden vooraan
- Speelt voorwaarts of achterwaarts naar positie 2 of 4
- zijwaartse verplaatsing naar positie 2 of 4 (straat)
- verplaatsing dia
- Setter roept dia of straat, naar waar de aanval gegeven wordt
- Aanval naar verdediger
- verdediger mag aanvallen op de positie waar de bal vandaan komt
- Diegene die de aanval gedaan heeft, loopt over en er wordt 2 tegen 3 gespeeld
- Speler A toetst de bal diep naar speler C,
- Speler C speelt de bal naar speler B,
- B tipt dan kort en speler C pakt die bal en speelt hem terug naar speler B
- B geeft dan een pas naar de hoek waar speler A gaat aanvallen.
- Ondertussen gaat speler C de bal verdedigen die wordt aangevallen door speler A aan de andere kant en verdedigt de bal naar speler B.
- En dan schuift speler A naar C,
- C naar B, en
- B naar A.
- Trainer staat op positie 3 aan het net.
- Spelers komen in 3-tallen telkens aan dezelfde kant van het net in het veld sta.
- Op positie 1, 6 en 5, waar zij in de gebruikelijke verdediging positie gaan staan.
- 1 persoon van het drietal speelt de bal naar de trainer, en trainer tikt/ slaat / speelt een bal het veld in.
- Spelers moeten de bal van de grond houden en continu terug spelen naar de trainer.
- Rally gaat door totdat bal op de grond valt, daarna draait ander drietal in.
BAL BAAN :
- Twee teams van minimaal 5 personen
- Trainer (zijlijn wit) gooit bal op de MA (positie 6)
- Pass naar spelverdeler
- Spelverdeler geeft hoge bal op linksvoor en rechtsvoor ter hoogte van de 3 meter lijn
- Aanval op 3 meter
- Tegenpartij verdedigt de bal en bouwt op dezelfde wijze een nieuwe aanval op, als er niet verdedigd wordt, gooit trainer een bal in
LOOP RICHTING:
- Verdediger (midachter) neemt plaats in van aanvaller (links of rechts)
- Aanvaller gaat naar positie MV (positie 3)
- MV draait uit het veld en sluit aan bij groep op achterlijn

https://youtu.be/bYJZ3UkSVMM
- Per 3 spelers
- 2 ballen. persoon 1&2 staan aan 1 kant,
- persoon 3 in het midden tegenover hen.
- Persoon 1 gooit een bal naar persoon 3,
- deze speelt onderhands terug naar persoon 1.
- Daarna verplaatst persoon 3 zich in shuffle tot zij tegenover persoon 2 staat, deze gooit ook een bal die persoon 3 op haar beurt weer onderhands terug speelt.
- Daarna weer zijdelings verplaatsen naar persoon 1
- dus continu zijdelings verplaatsen om afwisselend ballen onderhands terug te spelen van persoon 1 en 2,
- Na X aantal ballen wissel je
De bedoeling is dat de eerste bal gecontroleerd bij de spelverdeler komt, zodat hij of zij een goede set-up kan doen naar de aanvaller.Nadruk ligt op techniek OH, dus beginnen met de bal te gooien, indien dit vlot gaat kan overgeschakeld worden naar toets, aanval of opslag
- R1 gooit bal over naar R2
- R2 brengt OH de bal naar P2 (kan eventueel op een mat geplaatst worden, waar hij/zij niet mag afkomen) (komt in BH positie)
- P2 geeft BH pas naar A2
- A2 speelt naar R1
- R1 brengt OH de bal naar P1 (kan eventueel op een mat geplaatst worden, waar hij/zij niet mag afkomen)(komt in BH positie)
- P1 geeft BH pas naar A1
- A1 speelt naar R2
- ....
BAL BAAN :
- Twee teams van minimaal 5 personen
- Trainer (zijlijn wit) gooit bal op de MA (positie 6)
- Pass naar spelverdeler
- Spelverdeler geeft hoge bal op linksvoor en rechtsvoor ter hoogte van de 3 meter lijn
- Aanval op 3 meter
- Tegenpartij verdedigt de bal en bouwt op dezelfde wijze een nieuwe aanval op, als er niet verdedigd wordt, gooit trainer een bal in
LOOP RICHTING:
- Verdediger (midachter) neemt plaats in van aanvaller (links of rechts)
- Aanvaller gaat naar positie MV (positie 3)
- MV draait uit het veld en sluit aan bij groep op achterlijn