Palen in cirkel rond de middenstip, op zo'n 10 meter afstand(redelijke doorloopafstand).Onder elke paal 1 persoon met bal.Rest in het midden.
1. zijwaarts naar rechts
2. sprint diagonaal
3. rustig achterwaarts
4. sprint diagonaal
5. hinkelen
6. zijwaarts links
7. rustig terug naar het begin
dit doen we 5x
Speel de bal diep het vak in. Degene die de bal speelt, pakt de afvang. De tweede dame speelt de bal door naar één van de andere speelsters en komt vervolgens via het blok bij de paal tot een aangeef. De speelster met de bal speelt de bal in en de andere dame maakt op dat moment een doorbraak of uitwijk beweging en schiet. Degene die de bal vangt plaatst weer uit naar de uitgewaaierde vakgenoten. Zij gaat vervolgens weer naar de paal om te vangen. Als de positie is ingenomen en er kan niet geschoten worden, komt de volgende passer in de aangeef. Na ontvangst van de bal passt zij uit. enz.
We oefenen dit eerst zonder tegenstander en vervolgens met tegenstandster