De trainer geeft de kinderen de opdracht om in een vak of rondom korven warm te lopen. Belangrijk is dat de kinderen niet te hard van stapel lopen, het is immers warmlopen.Als de spieren zijn opgewarmd, kan de trainers variatie aanbrengen in de oefening. Op een 'Ja' of fluitsignaal van de trainer moeten de kinderen reageren.
Varianten die je kunt introduceren:
Per 2 tal beide een goal scoren. Wanneer beide scoren schuif je door naar links naar de volgende korf, ongeacht of het 2-tal naast je al klaar is. Wie is er als eerste terug bij zijn eigen korf en scoort daar beide nogmaals.
Je maakt een vak, hierin staat een aanvalster, de aanvalster moet zich in het vak blijven bewegen terwijl er een verdediger bij loopt. 1 iemand speelt steeds de bal aan. De verdediger kijkt naar de bal en probeert de bal te vangen. Elke keer dat de aanvaller de bal pakt komt er iemand bij in het vak. Wanneer de verdediger de bal pakt gooit hij hem terug en probeer je het opnieuw.
Per 4 of 5-tal 2 korven nodig.
De palen staan tegen over elkaar. Er zijn vaste aangever met bal.
Je neemt de doorloper op de paal tegen over de paal waar je begint. Als je de doorloper hebt genomen, begin je weer vanaf de paal waar je net de doorloper hebt genomen en ga je door naar de overkant.
Wisselen na x doelpunten of na zoveel minuten.
Dan gaan de aangevers de doorlopers nemen en de nemers gaan aangeven.
Let op de passing en de techniek van het nemen van de doorloper. Evt dopje of pion neerleggen waar de kinderen ongeveer de bal moeten krijgen.
Je hebt nodig een 3-tal of viertal om goed de doorloper te verdedigen.
1 persoon onder de korf met bal en eventueel ook nog een afvang.
Voor de korf een aanvaller en verdediger, op ongeveer 5-6 meter voor de korf (op verre schotafstand).
De persoon onder de korf (aangever) heeft de bal.
De aanvaller loopt zijwaarts (rechts of links) en krijgt de bal van de aangever. De aanvaller gooit de bal terug naar de aangeef en gaat met een rechte lijn naar de korf en maakt een doorloper of in uit schot (als de doorloper te goed wordt verdedigd). De verdediger blijft steeds op de goede plek staan om de doorloper niet tegen te krijgen.
Aandachtspunt verdediging dichtbij de aanvaller blijven, goed door de knieen, niet omdraaien als de bal gegooid wordt en niet achter je tegenstander aan lopen.
Laatste 15 minuten van de training Partij vorm.
E1 tegen de E2
E2 stimuleren om doorlopers te nemen, omdat de E1 die nog niet goed verdedigd. Aanvallend de bal snel te laten gaan, maar niet door elkaar heen rennen.
E2 stimuleren om dichterbij te verdedigen.
E1 aanvallend stimuleren om acties naar de korf te maken en op schotafstand proberen vrij te komen. Verdedigend niet omdraaien, bij je tegenstander blijven etc.