Voetbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1100 voetbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
voetbal training

Voetbaloefeningen

Laatste update: januari 2026
drawing Behendigheid met 12 ballen
Doel
  • Probeer zo snel mogelijk 3 ballen bij je hoedje te krijgen.
Uitvoering
  • Maak 4 tweetallen.
  • Start met 12 ballen.
  • Elke keer doet 1 speler van een tweetal mee, de andere speler wacht.
  • De winnaar is degene die als eerst 3 ballen bij zijn hoedje heeft liggen.
  • Na elke ronde gaat de tweede speler van het tweetal.
  • Na elke ronde wordt er 1 bal uit het spel gehaald.
Spelregels
  • Niet meer dan 1 bal tegelijk meenemen.
  • Alleen dribbelen is toegestaan.
  • De wachtende spelers mogen niet helpen of hinderen.
  • Het is niet toegestaan om ballen af te pakken tijdens het dribbelen.
  • Ballen mogen bij een andere speler worden weggehaald.
drawing Passvorm met open draaien
Passvorm 1
  • Speler A speelt de bal naar Speler B en neemt de positie van Speler B over.
  • Speler B staat open gedraaid, neemt de bal aan en speelt door naar Speler C.
Aandachtspunten
  • Inspelen: Raak de bal in het midden zodat deze laag blijft. Til je schietbeen iets op voor de juiste techniek.
  • Aannemen: Sta open gedraaid met je lichaam naar de speler waar je naartoe speelt en houd je ogen op de bal gericht.
  • Met de klok mee: Neem aan met links, speel door met rechts. Tegen de klok in: Neem aan met rechts, speel door met links.
Uitvoering
  • Verhoog het tempo als het te makkelijk gaat.
  • Haal de aanname eruit voor meer uitdaging; speel de bal direct door.
Passvorm 2
  • Speler B vraagt de bal.
  • Speler A speelt in op Speler B, die de bal laat vallen op Speler A.
  • Speler A speelt door naar Speler C, die de bal laat vallen op Speler B.
  • Speler B speelt schuin naar Speler D, enzovoort.
Aandachtspunten
  • Na inspelen moet de speler doorlopen om de bal te vragen tussen de pionnen.
  • De speler die terugkaatst, loopt om zijn pion en vraagt de bal in het midden.
  • Bij het terugkaatsen moet de speler kort draaien richting het vak en niet van het spel af.
Uitvoering
  • Wissel na 8 minuten van spelrichting.
  • Met de klok mee passen met rechterbeen, tegen de klok in met linkerbeen.
drawing Passvorm met open draaien
Passvorm 1
  • Speler A speelt de bal naar Speler B en verplaatst zich naar de positie van Speler B.
  • Speler B draait open, neemt de bal aan en speelt door naar Speler C.
Aandachtspunten
  • Inspelen: Raak de bal in het midden zodat hij laag blijft. Til je schietbeen iets op voor de juiste techniek.
  • Aannemen: Sta open gedraaid, met het lichaam naar de speler waar je naartoe speelt en houd je ogen op de bal.
  • Bij het spelen met de klok mee, neem je de bal aan met links en speel je door met rechts. Omgekeerd neem je aan met rechts en speel je door met links.
Uitvoering
  • Verhoog het tempo als het te makkelijk gaat. Als dat ook eenvoudig is, laat de aanname weg en speel de bal direct door.
Passvorm 2
  • Speler B vraagt de bal aan.
  • Speler A speelt in op Speler B, die de bal laat vallen op Speler A.
  • Speler A speelt door naar Speler C, die de bal laat vallen op Speler B.
  • Speler B speelt schuin naar Speler D, enzovoort.
Aandachtspunten
  • De speler die inspeelt, moet doorlopen en de bal vragen tussen de pionnen.
  • De speler die terugkaatst, loopt om zijn eigen pion om de bal opnieuw te vragen in het midden.
  • Bij het terugkaatsen moet de speler de juiste draai maken en zijn ogen op de bal houden. De draai moet kort richting het vak zijn.
drawing Standaard warming-up zonder bal
Teamverdeling
  • Team opsplitsen in twee groepen.
Veldopstelling
  • Twee rijen met twee pionnen tegenover elkaar op ongeveer 15 meter afstand.
Uitvoering
  • Per team achter elkaar lopen tussen de pionnen, om de andere pion keren en terug.
  • 2 rondjes joggen om een half veld of 4 keer heen en weer over de breedte van het veld.
  • 3 x 8 keer knieën heffen heen, terug joggen.
  • 3 x 8 keer hakken naar de billen heen, terug joggen.
  • Heen joggen met enkele armzwaai: 3 à 4 keer links, dan rechts, herhalen.
  • Terughuppel met beide armen naar voren, 3 à 4 keer, dan beide armen naar achteren, herhalen.
  • Zijwaartse jumping jack beweging heen en terug, om de 3 passen van richting wisselen.
  • Kruispassen heen en terug, om de 3 passen van richting wisselen.
  • Achteruit lopen heen, zijwaarts achteruit bewegen: 3 passen links, 3 passen rechts terug.
  • Lage tripling heen, hoge tripling met kniehef terug.
  • Uitvalpassen naar voren heen, terug joggen.
  • Lichte tempoversnelling heen tot max 60%, en terug tot max 60%.
Cooling-down
  • In een cirkel staan met voldoende afstand.
  • Armen zwaaien naar achteren links en rechts, voeten in lichte spreidstand.
  • Armen ronddraaien in grote cirkels naar boven en beneden, linksom en rechtsom.
  • Molenwieken met lichte spreidstand, licht gebogen knieën.
  • Met linkerhand naar rechtervoet, rechterhand omhoog en nakijken, dan wisselen. 10 keer links en 10 keer rechts.
drawing Drukzetten en dieptepas blokkeren
Doel
  • Verdedigers proberen de bal snel te onderscheppen.
Uitvoering
  • Het spel start bij nummer 6 die naar de doelman passt.
  • De doelman speelt direct naar nummer 2 of 4.
  • Wanneer nummer 2 of 4 de bal ontvangt, start de blauwe ploeg met drukzetten en probeert de dieptepass te verhinderen.
  • De rode ploeg kan "scoren" door een dieptepass te geven naar nummer 6, die binnen zijn afgebakende zone over de volle breedte mag bewegen.
  • De blauwe ploeg kan scoren in het grote doel.
Coaching
  • Nummer 2 en 5 van de verdedigende partij zetten direct druk op de bal.
  • Nummer 9 van de verdedigende partij dekt direct de lijn van de bal af.
  • Nummer 4 van de verdedigende partij stapt direct door op nummer 5 van de aanvallende partij.
  • Nummer 6 van de aanvallers beweegt mee met de bal en doet mee met het spel.
drawing Passvorm met actieve verdediger
Opstelling
  • Rood vierkant: 16 meter breed, 15 meter lang.
  • Blauwe pion: achterste lijn in het midden, 5 meter naar binnen, en nog eens 5 meter verder.
  • Witte pion: in het midden en 5 meter buiten het vak.
Uitleg
  • Speler B vraagt de bal aan door de actieve verdediger uit balans te brengen en naar het blauwe hoedje te sprinten.
  • Speler A speelt in op B, B speelt in op C met de actieve verdediger in de rug, C speelt in op D.
  • D legt de bal breed en C rondt af.
  • Als de actieve verdediger de bal afpakt, mag hij scoren.
  • De speler die balverlies heeft geleden, moet proberen de bal terug te veroveren.
  • De oefening is voorbij zodra een van beide partijen heeft gescoord.
Doorschuiven
  • A wordt verdediger, verdediger wordt B, B wordt C, C wordt D, en D sluit achteraan aan.
Uitvoering
  • Begin met eerst aannemen en spelen zodat B moet omgaan met een speler in de rug.
  • Daarna zet je op de actieve verdedigersplaatsen de vaste verdedigers neer en maak je er een partij van.
  • Wie de meeste goals maakt in 5 minuten wint.
Coachmomenten
  • Speel de bal in op de juiste snelheid zodat je medespeler er meteen mee kan handelen.
  • De positie van B is belangrijk om de bal meteen af te schermen tijdens de aanname.
drawing Hesje of bal doorloopwedstrijd
Opstelling
  • Vorm twee gelijke groepen naast of tegenover elkaar.
  • Plaats een paal op 8 meter afstand.
Uitvoering
  • Start met groep A tegen groep B.
  • De linker kant begint tegelijkertijd.
  • Ren op hoog tempo naar de middelpaal, houd het gezicht voorwaarts.
  • Maak een rondje om de paal en loop door naar de overkant.
  • Geef het hesje door aan de volgende speler, die hetzelfde doet in de andere richting.
Variatie
  • Vervang het hesje door een bal.
  • De rest van de activiteit blijft gelijk.
drawing Sprint van dopje naar dopje
Opzet
  • Maak twee groepen.
  • Zet een parcours uit met vier dopjes achter elkaar.
  • Houd een onderlinge afstand van circa 3 meter tussen de dopjes.
Uitvoering
  • Op signaal sprint de eerste speler heen en weer naar het eerste dopje en terug.
  • Bij elk volgend dopje sprint de speler verder en keert terug.
  • Bij het laatste dopje keert de speler terug en tikt de volgende speler aan.
  • De groep die als eerste terug is, is de winnaar.
drawing Warming-up voor 8-10 spelers
Uitvoering
  • Speler 1 passt de bal naar speler 2.
  • Speler 2 passt de bal naar speler 3.
  • Speler 1 loopt achter speler 2 langs.
  • Speler 3 kaatst de bal naar speler 1.
  • Speler 1 passt de bal naar speler 4 en loopt door naar de pion bij speler 6.
  • Speler 2 loopt schuinlinks langs speler 3.
  • Speler 4 kaatst de bal naar speler 2.
  • Speler 2 passt de bal naar speler 5 en loopt daarna door naar de pion bij speler 5.
  • Wanneer het goed gaat, moet de snelheid omhoog. Wanneer het niet goed gaat, omlaag en moeten ze de bal altijd eerst aannemen.
  • Wanneer het nog steeds goed gaat, maak je het veld kleiner.
Terugweg
  • Speler 5 passt de bal naar speler 6.
  • Speler 6 passt de bal naar speler 4.
  • Speler 5 loopt achter speler 6 langs.
  • Speler 4 kaatst de bal naar speler 5.
  • Speler 6 passt de bal naar speler 3 en loopt door naar de pion bij speler 2.
  • Speler 6 loopt schuinlinks langs speler 4.
  • Speler 3 kaatst de bal naar speler 6.
  • Speler 6 passt de bal naar speler 1 en loopt daarna door naar de pion bij speler 1.
drawing Passeren en afronden
Uitvoering
  • Speler "WIT" zakt in om de bal op te halen bij de doelverdediger.
  • De doelverdediger geeft de bal mee aan "WIT".
  • Speler "WIT" dribbelt richting speler "BLAUW".
  • Op de hoogte van zijn startpunt geeft "WIT" een pass naar "BLAUW" en loopt door.
  • Speler "BLAUW" kaatst de bal terug naar "WIT".
  • "WIT" geeft een crosspass naar speler "ROOD".
  • Speler "ROOD" dribbelt richting de zestienmeter.
  • Rond het midden van het veld passt "ROOD" naar "BLAUW2".
  • Speler "BLAUW2" kaatst de bal terug naar "ROOD".
  • Speler "ROOD" schiet de bal op doel.
Rotatie
  • "WIT" neemt de positie in van "BLAUW".
  • "BLAUW" neemt de positie in van "ROOD".
  • "ROOD" neemt de positie in van "BLAUW2".
  • "BLAUW2" neemt de positie in van de doelverdediger (indien er geen vaste doelverdediger is).
drawing Warming-up in tweetallen
Uitvoering
  • Verdeel de groep in tweetallen en plaats ieder tweetal bij een pilon op de middencirkel.
  • Laat de ballen bij de pilons liggen en laat de groep eerst een aantal rondes om de middencirkel rennen.
  • Zorg ervoor dat ieder tweetal bij een pilon met een bal komt te staan.
  • Speler 1 dribbelt de bal naar de middenstip en legt deze daar neer.
  • Op de terugweg zonder bal voert Speler 1 oefeningen uit, zoals knieheffen.
  • Zodra Speler 1 terugkeert, begint Speler 2 aan dezelfde oefeningen en haalt vervolgens de bal op.
  • Herhaal dit en wees creatief met de oefeningen.
drawing Dribbelrace met snelheid
Opzet
  • Spelers worden verdeeld in gelijke groepen.
  • Elke groep probeert zo snel mogelijk met de bal door de palen te dribbelen.
  • De laatste speler van elke groep moet de bal opnemen en hem stilleggen op de kegel.
Uitvoering
  • Start met de eerste speler van elke groep die de bal dribbelt door de palen.
  • De volgende speler begint zodra de vorige speler de bal heeft overgedragen.
  • De laatste speler legt de bal stil op de kegel om de race te voltooien.
drawing Flankaanval met afwerking
Positiespel en Passing
  • Stippellijnen geven de loopbewegingen aan, volle lijnen zijn de paslijnen.
  • Kegels fungeren als verdedigers.
Afwerking
  • Speler B werkt af.
  • Bij een te lage of te zachte voorzet kan speler C afwerken.
  • Timing, zuivere passing en positie zijn essentieel.
Uitvoering
  • Doorschuiven: A naar B, B naar C, C naar D.
  • D neemt de bal van B en sluit aan aan de andere kant.
  • De rechterkant begint wanneer er een voorzet is gegeven op links, en omgekeerd.
drawing Dribbelen en verdedigen in 1-tegen-1
Opzet
  • Afstanden tussen pionnen: 10 meter lang bij 6 meter breed.
  • Doelen: Afstand afhankelijk van leeftijdsgroep.
  • Geen hesjes nodig, want het is 1 tegen 1.
Uitvoering
  • Rood dribbelt het vak in en speelt de bal naar Blauw.
  • Blauw probeert te scoren op het doel van Rood.
  • Als Rood de bal afpakt, scoort hij op het doel van Blauw.
  • Bij een doelpunt of als de bal uit het vak gaat, sluit je achteraan aan de andere kant waar je begon.
Coachmomenten
  • Verdediging: Zorg dat je tussen de tegenstander en het doel blijft staan. Heb geduld, zak iets door je knieën en sta op je voorvoeten.
  • Aanval: Houd snelheid in je spel. Zodra je stil staat, ben je gemakkelijk te verdedigen. Breng je tegenstander uit balans door lichaamsbewegingen.
  • Tik de bal naast je tegenstander en versnel. Probeer je lichaam tussen de tegenstander en de bal te houden.
drawing Aanvalssimulatie 4 tegen 3 met keeper
Opstelling en Doel
  • Speelvorm met aanval tegen verdediging in een dubbele ruit, 8 tegen 8.
  • Aanvallers proberen te scoren in het grote doel.
  • Verdedigers proberen de bal af te nemen en terug te spelen naar het beginpunt.
  • Afmetingen van het veld: 30 x 30 meter.
Uitvoering
  • De bal start bij speler 10, die indribbelt.
  • De keeper (K), speler 3 en speler 9 staan al op hun posities.
  • Bij het vertrek van speler 10 sluiten spelers 7 en 11 aan.
  • Speler 10 speelt vervolgens naar speler 7, 9 of 11.
  • Vanaf de eerste pass sluiten spelers 2 en 5 aan in de verdediging.
  • De aanval eindigt bij een doelpunt, een bal over de achterlijn of wanneer de verdediging de bal terug naar het beginpunt krijgt.
  • Na de aanval draaien of wisselen, afhankelijk van het aantal beschikbare spelers.
Variaties
  • Maximaal 2 baltoetsen per aanvaller per aanval.
  • Maximaal 5 passes tot een verplichte doelpoging.
  • Maximaal 3 passes tot een verplichte doelpoging.
  • Minstens 2 driehoekjes per aanval.
  • Minstens 2 dubbelpasses per aanval.
drawing Aanval vanaf de zijkant
Opstelling
  • Pionnen op de 16-meterlijn, 5 meter uit elkaar.
  • Pionnen daaronder op 10 meter afstand.
  • Pionnen aan de zijkant 3 meter vanaf de 16-meterlijn en 5 meter naar beneden.
Uitvoering
  • Speler A staat 10 meter vanaf de pionnen.
  • A speelt de bal naar de inlopende speler B en loopt zelf direct naar de zijkant voorbij de verdediger.
  • B laat de bal op A vallen en keert terug naar zijn startpositie.
  • Zodra B de bal laat vallen, begint C te lopen om de back te passeren.
  • A speelt de bal in de loop mee naar C.
  • C passeert de laatste man en legt de bal terug op B.
  • B rondt af.
  • A wordt B, B wordt C, en C haalt de bal op en sluit achteraan aan, daarna via de andere kant.
Coachmoment
  • A moet na de pass meteen doorlopen.
  • B moet zich vrijmaken om de bal te vragen en daarna direct positie kiezen.
  • C moet op het juiste moment starten en niet te diep staan om niet te dicht bij de centrale verdediger te komen.
drawing Afwerken op doel vanuit drie situaties
Spelbeschrijving
  • De speler met de bal start achteraan en passeert de pionnen.
  • Vervolgens past hij de bal naar de speler die rechts staat te wachten.
  • De speler rechts speelt de bal naar de inlopende speler links.
  • De inlopende speler probeert de bal achter de keeper in het doel te schieten.
  • De spelers schuiven telkens door na hun actie.
  • De speler die de pionnen heeft gepasseerd, sluit aan bij de speler die de dieptepass heeft gegeven.
  • De speler die de dieptepass heeft gegeven, gaat naar de plaats om af te werken.
  • De speler die heeft afgewerkt, haalt de bal en sluit achteraan aan bij de spelers die de pionnen moeten passeren.
drawing Techniekstraten met potjes
Opstelling
  • Links: 3 witte potjes met 10 voetlengtes tussen, eerste potje 10 voetlengtes van de lijn.
  • Rechts: 3 blauwe potjes met 10 voetlengtes tussen, beginnend op de lijn.
  • Er zijn 3 straten, oefeningen worden in de straat uitgevoerd.
  • Terug aansluiten via het zebrapad (ruimte tussen de straten).
Looprichting
  • Witte hoedjes: met linkervoet.
  • Blauwe hoedjes: met rechtervoet.
Oefeningen
  • Tik tik stop (zelfde voet).
  • Tik stop (recht door de straat), voeten afwisselen.
  • Tik tik sleep.
  • Tik tik V maken.
  • Tik tik kap.
Uitbreidingen voor gevorderden
  • Tik tik achter steunbeen.
  • Tik tik overstap.
  • Tik tik schaar.
  • Tik tik Cruijff beweging.
Uitvoering
  • Deze techniekstraten kunnen bij elke training als warming-up gebruikt worden.
drawing Vrijlopen en passen met verste voet
Opstelling
  • Plaats drie hoedjes als referentiepunt in een driehoek.
  • Spelers staan per twee bij een hoedje.
Uitvoering
  • De achterste speler voert de oefening uit.
  • De speler maakt zich vrij van de speler voor zich.
  • Er wordt een strakke, harde pass over de grond gegeven.
  • De ontvanger neemt de bal aan met de verste voet en geeft een pass naar de volgende speler.
  • Na de pass maakt de speler tempo naar het hoedje waar hij de pass naartoe heeft gegeven.
  • De speler neemt plaats voor de speler die daar nog staat.
Doel
  • Strakke en juiste passing.
  • Goede one-touch balaanname.
  • Vrijmaken van de verdediger.
drawing Afwerken na steekpass
Opstelling
  • Grote pionnen staan 3 meter buiten het strafschopgebied.
  • Speler C staat 10 meter buiten het strafschopgebied.
  • Afstand tussen C en B is 10 meter.
  • Afstand tussen B en A is 5 meter.
  • Grote pionnen fungeren als tegenstanders.
Uitvoering
  • Speler A speelt de bal naar speler B.
  • B draait bij de tegenstander weg naar binnen en speelt een steekpass tussen de verdedigers door in de looplijn van C.
  • Speler C rondt af op doel.
  • Na de actie wordt A speler B, B wordt C, en C haalt de bal op en sluit achteraan aan.
  • De oefening begint dan aan de andere kant.
Coachingmoment
  • Let op dat speler C niet te vroeg vertrekt om buitenspel te voorkomen.
  • Vertrek ook niet te laat, anders kan de keeper de bal eenvoudig oppakken.
drawing Passen en doordraaien met vier spelers
Beschrijving
  • Deze activiteit richt zich op aanroepen en bewegen.
  • De opstelling bestaat uit vier spelers achter elkaar.
  • Bij meer spelers kunnen er twee startplaatsen worden gecreëerd.
Uitvoering
  • Speler A heeft de bal en passt naar speler B.
  • Speler B moet eerst aanroepen voordat hij de bal ontvangt.
  • Speler B neemt de bal aan en draait door naar speler C.
  • Speler C roept aan, neemt de bal aan en draait door naar speler D.
  • Speler D roept om de bal en dribbelt terug naar de beginpositie.
  • Herhaal de oefening vanaf speler A.
Let op
  • Eerst aanroepen voordat er gepasst wordt.
  • Zorg voor een goede pass.
  • Neem de bal goed aan en draai door.
drawing Recht van aanval spel
Doel
  • Teams proberen te scoren op het doel met de keeper.
Uitvoering
  • Teams moeten eerst het recht van aanval verdienen door een kaats te maken met de trainer aan de andere kant van het veld.
  • Er is continue omschakeling tussen aanvallen en verdedigen.
  • Spelers moeten alert zijn en elkaar coachen op acties en posities.
  • Bij een achterbal of wanneer de keeper de bal heeft, speelt de keeper in op het team dat als laatste verdedigde.
  • Na een doelpunt speelt de trainer direct in op het team dat het tegendoelpunt kreeg.
Veldafmetingen
  • Minimale breedte: 25 meter.
  • Minimale lengte: 40 meter.
  • Speel bij voorkeur in een ondertal- of overtal situatie.
drawing Conditietraining met pionnen
Uitvoering
  • Per speler worden er twee pionnen geplaatst op ongeveer 15 meter afstand. Deze afstand kan naar wens worden aangepast.
  • De speler rent heen en terug met de bal om de pion.
  • Na terugkomst legt de speler de bal stil naast de pion.
  • Vervolgens rent de speler zonder bal in een hoog tempo heen en weer om de pion.
  • De snelste speler wint.
Variant
  • Herhaal het gewenste aantal keren.
  • Probeer ook de volgorde om te draaien: eerst zonder bal en daarna met bal.
drawing Positiespel: direct druk zetten na balverlies
Spelprincipe
  • Bij balverlies moet het team direct druk zetten op de bal.
  • Het doel is om de bal zo snel mogelijk te heroveren.
Uitvoering
  • Het rode team speelt op balbezit.
  • Het gele team probeert de bal af te pakken.
  • Als het gele team de bal verovert, probeert het direct te scoren in een van de vier doelen.
  • Het rode team moet dit voorkomen door direct druk te zetten.
  • Het veld is klein om snelle doelpogingen te stimuleren.
Coaching
  • Let op of er druk wordt gezet bij balverlies.
  • Analyseer wie druk zet en wie niet.
  • Beoordeel de intensiteit van het druk zetten.
Variaties
  • Gebruik kleine doelen als er geen keepers zijn.
  • Laat het ondertal scoren door uit het veld te dribbelen.
  • Ken punten toe aan het overtal voor een aantal keer rondspelen.
  • Ken punten toe aan het overtal als de bal is herovert zonder doelpoging van het ondertal.
  • Pas het aantal doelen aan.
  • Tel doelpunten van het ondertal zwaarder.
drawing positie spel 5 tegen 5 + 3
  • Je speelt een positie spel waarbij je met 2 kopse kanten en 1 in het midden speelt. 
  • De nadruk ligt op het moment van druk zetten. 
  • Door hierbij een kant te kiezen en te wachten op het moment dat de speler een passeer actie maakt of een bal in speelt naar de afgesproken zijkant zet je druk.
Nadruk:
  • zet druk via links
  • druk op de bal op het moment dat speler wil in dribbelen
  • druk op de bal als deze naar links wordt gespeeld
  • aan de rechter kant zorg je alleen maar dat je mee beweegt.
drawing Pressing en passlijn dicht
  • De trainer speelt de bal naar het tweetal, die tegen het drietal proberen te scoren. 
    • Mag enkel over de grond gespeeld worden.
  • Het drietal probeert door te pressen de bal te veroveren
  • Het is voor rood belangrijk dat er rugdekking wordt gegeven,
  • Daarbij moeten ze proberen het centrum gesloten te houden (zodat blauw alleen naar buiten kan bewegen). 
    • Blauw aan 16m aanspelen beletten door passlijnen af te snijden.
  • Verder moet het pressen agressief en vol overtuiging gebeuren
drawing pass en trap vanuit ingooi
  • Je maakt een drietal. 
  • Met dit drietal ga je een aantal oefeningen bij langs. 
  • Het doel van deze oefening is: het verwerken van een ingooi: 
    • Je hebt 2 personen met een bal aan de zijkant. 
    • Deze gooien via een ingooi de lopende persoon in het midden in.
    • Deze verwerkt de ballen op de volgende manier: 
      • Terug kaatsen in de handen
      • Terug kaatsen over de grond
      • Terug kaatsen via de borst over de grond
      • Terug kaatsen via de knie over de grond
drawing Lichaamsbeheersing
  • Spelers Rood en Blauw vertrekken samen vanaf startpunt met bal aan de voet naar binnenkant kegels. 
  • Aan eerste kegel bal op buitenste hand -aan de kant van de kegel-.
  • Ze lopen schouder tegen schouder door de kegels. 
  • Ze proberen hun bal op de hand te houden zonder dat hij valt. 
  • Snelheid speelt geen rol, coördinatie en lichaamsbeheersing wel. 
  • Na laatste kegel teruglopen met bal aan voet. 
  • Weer aansluiten bij je rij.

28 van de 1147 voetbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig