Alle kinderen krijgen een bal. Ze staan in het midden van het veld op of achter een bank en gooien de pionnen van de bank aan de zijkant van het veld om.
Dit is stap 1 voor een volgende oefening waarbij 2 teams tegenover elkaar staan en allebei proberen om zo snel mogelijk (onder tijdsdruk) de pionnen om te gooien.
In deze stap draait het om goed, netjes en gericht te gooien, afstand inschatten, hard genoeg gooien om de pion van de bank af te gooien.
We trainen hiermee op:
afstand inschatten. Goed gooien, goed mikken, hard genoeg gooien, maar ook presteren onder druk (want welk team lukt het het eerste).
Regels:
blijf achter de lijn (bank) bij het gooien
loop je bal pas achterna wanneer iedereen gegooid heeft. Terug naar de bank en probeer het opnieuw.
Speler met 'open arm' in 90 graden, mik hierbij op de kin van je maatje aan de overkant. Positie van de blauwe spelers op de tekening.
Opdracht 2:
Hetzelfde als opdracht 1 + 1 meter meer tussen de spelers. De speler is in voorwaartse beweging tijdens het werpen. Positie van de rode spelers op de tekening.
Opdracht 3:
Zelfde als opdracht 2 + 1 meter meer tussen de spelers. De werp-arm blijft op gelijke positie, ook als de bal er niet is. Positie van de witte spelers op de tekening.
Iedereen gaat op de positie staan waar hij/ zij tijdens wedstrijd vaak staat.
Iedereen heeft een bal en start op als ze de bal ontvangen/ spelen.
Iedereen rond zijn eigen bal af op het doel.
LH begint met afronden, krijgen bal aangespeeld door instartende LO. De cirkelspeler zet de hoek af voor realistisch schot.
LO krijgt bal van instartende MO en rond af op doel. Cirkelspeler kan passieve verdediger zijn.
MO mag gooien, krijgt de bal van RO. Cirkelspeler kan passieve verdediger zijn.
MO gaat weer snel op positie staan en speelt RO aan.
RO speelt RH aan, rond af op doel.
MO speelt cirkel aan met stuit en rond af op doel.
Deze oefening kan je meerdere malen herhalen in goed tempo. Er kunnen meerdere spelers per positie staan. De eerste in de rij kan bijvoorbeeld alle hoeken aanspelen. Het gaat om warmgooien vanuit je eigen positie. Keeper staat op doel.
Organisatie: Kinderen verdelen in groepen van vier, waarvan één aanspeelpunt is
Vangen: • Kinderen per viertal één bal • Kinderen staan in de breedte van de zaal tegenover elkaar, afstand ongeveer 4 meter Opdracht Werpen en Vangen: a. Aanspeelpunt speelt de bal met stuit tussen de lijnen. Voorste probeert de bal te vangen b. Aanspeelpunt speelt de bal tussen de lijnen. Voorste probeert bal te vangen
c. Combinatie van a. en b. Aanspeelpunt mag zelf kiezen, de bal rechtstreeks of de bal met stuit aan- spelen.
Regels • Als je de bal gevangen hebt, speel je de bal terug naar het aanspeelpunt en sluit je achter de rij aan • Regelmatig wisselen van aanspeelpunt
Speelsters kiezen 2 posities vanaf waar ze gaan schieten. De mogelijkheden zijn:
Linkerhoek
Hier staan 3 lage hordes. Speelsters gaan over de hordes voordat zij afronden
Tijdens het springen over de hordes kijken de speelsters vooruit, niet naar de grond
Tijdens het springen over de hordes maken speelsters een werpbeweging met hun bal
Na de hordes kunnen zij afronden, aandachtspunt is dat speelsters goed naar de penaltystip springen
Linkeropbouw
Hier staan lage hordes. Speelsters gaan over de hordes voordat zij passeren en afronden
Tijdens het springen over de hordes kijken de speelsters vooruit, niet naar de grond
Tijdens het springen over de hordes zorgen de speelsters dat zij altijd in een 0-pas landen
Na het neerkomen in de laatste 0-pas maakt de speelster een schijnbeweging tegenover een paal (verdediger) en passeert zij links of rechts tussen de paal en het hoedje
Middenopbouw
Hier ligt een ladder. Speelsters gaan door de ladder voordat zij afronden in een loopschot
Tijdens het doorlopen van de ladder kijken de speelsters vooruit, niet naar de grond
Tijdens het doorlopen van de ladder maken speelsters een werpbeweging met hun bal
Na het laatste vak in de ladder haalt de speelster de bal vanaf beneden naar boven om af te ronden in een loopschot
Rechteropbouw
Hier staat een paal (verdediger) op de 9 meter. Speelsters ronden met een afstandsschot af
Belangrijk is dat zij in de loop aangespeeld worden
De eerste 2 passen gebruiken om snelheid te maken, de laatste pas om omhoog te gaan
Spelers staan in duo's tegenover elkaar. Ieder duo heeft 1 bal.
De speler met de bal maakt eerst een halve draai recht om.
Daarna draait de speler terug en gooit de bal naar de ander. Eventueel combineren met (voorafgaand) 2-benige sprong voorwaarts achterwaarts.
De speler met de bal maakt eerst een halve draai, waarbij de bal van rechts beneden naar linksboven beweegt (bowling beweging).
Daarna draait de speler door en gooit de bal naar de ander.
Aandachtspunten:
- Eerst trainen op stabiliteit, dus worp naar 2e draai. - Eventueel met ogen dicht (worp met ogen open). - Daarna worp uit 2e draai. - let op hoogte werp arm, bovenarm in hoek van 90 graden met lichaam.
Alle ballen worden neergelegd een meter voor de 9 meter.
Er worden twee spelers achter een pion gezet op het midden halverwege 1 speel helft.
Om de beurt gaan de spelers proberen te schieten op doel met zoveel mogelijk afwisseling in schoten en posities in het doel.
Als de eerste speler heeft geschoten op doel dan mag de andere speler gaan lopen om ook een bal te pakken en een schot op het doel te doen.
Na het schot op het doel snel weer terug rennen om de pion alvorens je weer opnieuw een bal mag pakken om te schieten op het doel.
Het is de bedoeling dat je in één keer door gaat zonder te stoppen en net zo lang tot alle ballen die je moet schieten op het doel op zijn.
De andere spelers verdelen zich over het veld en naast het doel om de ballen op te vangen en weer terug te leggen bij de positie waar alle ballen liggen.
De overige spelers houden ook de score bij.
Wie van dit duel krijgt de meeste ballen in het doel?
Genoeg ballen bij de (linker en rechter opbouw) op de grond neerleggen.
Zet op iedere opbouw positie een paal op de 6 meter.
Tussen de palen op de 6 meter leg je aan de linkerkant en rechterkant een trainingshoedje neer.
Je legt op de opbouwposities vanaf waar de spelers moeten staan ook drie trainingshoedjes neer.
Hierachter verdeel je de spelers over drie rijtjes.
Oefening:
(Linker opbouwer)
Linker opbouwer start in met bal en zet druk richting het doel tussen de palen bij het trainingshoedje ( tussen 2 en 3) aan de linker kant van de paal op het midden.
Daarna bal doorspelen aan de in startende midden opbouwer. Direct weer goed achteruit gaan en richting zijlijn om het spel breed te houden.
(Midden opbouwer)
De midden opbouwer start in zonder bal (let op de goede timing) na ontvangst van de bal.
Druk zetten richting het doel tussen de palen bij het trainingshoedje ( tussen 2 en 3) aan de rechter kant van de paal in het midden.
Daarna bal doorspelen aan de in startende rechter opbouwer.
Direct weer achteruit gaan om weer genoeg speelruimte te maken. (Als midden opbouwer moet je ook altijd weer goed aanspeelbaar zijn voor de linker en rechter opbouwer!).
(Rechter opbouwer)
De rechter opbouwer start in zonder bal.
(Let op de goede timing) na ontvangst van de bal afronden op het doel!
Net aan de binnenkant paal op de rechter opbouw of net er voor!
Ben je aan de beurt geweest, schuif je een rijtje door en sluit achteraan bij een nieuwe opbouw positie.
De bal neerleggen bij het rijtje op de linker of rechter opbouw.
Buitenom teruglopen naar een nieuwe opbouw positie.
Nu start de oefening opnieuw, maar nu start de rechter opbouw met bal.
De rechter opbouw start in met bal, druk zetten richting het doel tussen de palen bij het trainingshoedje ( tussen 2 en 3) aan de rechter kant van de paal in het midden.
Direct weer goed achteruit gaan en richting zijlijn om het spel breed te houden.
Daarna bal weer doorspelen aan de in startende midden opbouwer.
(Midden opbouwer)
De midden opbouwer legt nu druk naar het doel tussen 2 en 3 aan de linkerkant van de paal bij het trainingshoedje.
Daarna bal doorspelen aan de in startende linker opbouwer
(Linker opbouwer)
Afronden op het doel!
Net aan de binnenkant paal op de linker opbouw of net er voor!
Uitbreiding:
3 Verdedigers erbij.
Alle spelers verdelen over alle posities.
Alle ballen bij de linker en rechter hoek.
linker hoek start in met bal drukleggen tussen 1 en 2 doorspelen naar de linker opbouw enz. rechter hoek rond af.
Daarna start rechter hoek in met bal en rond links af.
Ben je geweest 1 rijtje doorschuiven met de klok mee en achter aan sluiten.
1 rijtje op de midden opbouw. Ballen hier op de grond.
Op de overige posities één speler.
Midden opbouwer start in met bal en zet druk richting doel, bal doorspelen naar de in startende linker opbouwer.
De linker opbouwer legt na ontvangst van de bal druk richting doel en speelt de bal door naar de in startende linker hoek die vervolgens ook weer druk legt richting doel.
De midden opbouwer komt achterlangs bij de linker opbouwer en maakt een korte wissel.
De linker opbouwer loopt achterwaarts richting de midden opbouw en wordt nu midden en sluit achteraan bij het rijtje op het midden.
(De midden opbouwer neemt de linker opbouw positie over) en ontvangt de bal van de linker hoek speler.
Nieuwe linker opbouw (oude midden opbouwer) zet weer druk richting het doel.
Speelt de bal door naar de nieuwe in startende midden opbouwer zonder bal.
Midden opbouwer ontvangt de bal en legt druk richting het doel.
Bal doorspelen naar de in startende rechter opbouwer.
De rechter opbouwer legt na ontvangst van de bal druk richting doel en speelt de bal door naar de in startende rechter hoek die vervolgens ook weer druk legt richting doel.
De midden opbouwer komt achterlangs bij de rechter opbouwer en maakt een korte wissel.
De rechter opbouwer loopt achterwaarts weer naar de midden opbouw en wordt nu midden en sluit achteraan bij het rijtje op het midden.
(De midden opbouwer neemt de rechter opbouw positie over) en ontvangt de bal van de rechter hoek en speelt de bal weer door naar de in startende nieuwe midden enz.
In het midden van één speel helft van de zaal twee palen neerzetten. (Ongeveer een halve meter uit elkaar).
Een rijtje maken aan iedere kant van de zaal langs de zijlijn recht tegenover elkaar met de palen in het midden.
Bij grotere groepen kan je meerdere kleinere groepjes maken, dus meer palen in het midden van de zaal zetten en meerdere rijtjes, dan blijft iedereen goed in beweging.
De voorste speler van een rijtje heeft alleen een bal.
De trainer geeft van te voren een opdracht welke passeer beweging er gemaakt moet worden om de palen heen.
De spelers passeren elkaar in tegengestelde richting, dus botsen na het correct uitvoeren de opdracht niet tegen elkaar op.
Diverse passeer bewegingen.
Na passeer beweging vanuit een hoge arm bal doorspelen naar voorste speler rijtje langs de zijlijn en weer achteraan sluiten.
Opdracht een paar keer herhalen en dan weer een nieuwe opdracht laten uitvoeren.
Zie wat passeer bewegingen.
0 pas, side step, frontpas eerst naar rechts dan loopschot.
0 pas side step frontpas naar links dan loopschot.
0 pas en afdraai naar rechts.
0 pas en afdraai naar links.
0 pas en overhaal naar links.
Side step naar links, frontpas en dan sprongschot.
Side pas naar rechts, frontpas en dan sprongschot.
één aanspeelpunt in LH of RH één verdediger op 8/9 meter (werparmzijde LO/RO verdedigen) Twee speelsters LO/RO twee speelsterd MO en twee cirkel speelers (Midden)
Alle ballen op de midden opbouw.
Uitvoering:
Mo start in met bal en speelt naar de rechter opbouw, instartende RO speelt bal naar RH (aanspeel punt) Ro ontvangt bal van RH na boogvormige contrabeweging en speelt cirkel
Je kunt eenvoudig oefeningen toevoegen aan een training. Registreer je gratis en maak direct een training aan. Je kunt vervolgens ook een team aanmaken met bijbehorende team agenda en wedstrijden, zelf oefeningen maken, gebruik maken van de tekentool, zoeken in alle oefeningen en meer... Kijk snel verder.