Handbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1100 handbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
handbal training

Handbaloefeningen voor de techniek werpen / gooien

Laatste update: januari 2026
drawing Aanspelen vanaf verschillende posities
  • Orientatie. Wat is mijn positie ten opzichte van het aanspeelpunt/ moment?
  • Het moment is de lopende speler, dat kan nu nog niet getraind worden, want onvoldoende oriëntatie, handelingssnelheid, juiste manier van gooien. 
    • Dus in in 1e instantie statisch aanspeelpunt. 
    • Gaat om technisch juist aangooien!!
  • In de 2e fase van de oefening wordt de bal door de trainer 'ergens in de cirkel gegooid.
  • In de 3e fase noemt de aanspelende trainer het nummer van de pilon zodat de keeper moet omschakelen en heroriënteren!
drawing Keeper inwerpen - tennisballen
Benodigdheden: 
  • per speler een tennisbal.

  • Spelers verdelen zich rondom de cirkel. 
  • Keeper in de goal (evt. 2 keepers afwisselen; 
  • 1 haalt de ballen uit de goal)
Rondje 1: 
  • om 'warm te draaien':  op volgorde van links naar rechts of rechts naar links om beurten de bal naar de keeper gooien. 
Rondje 2: 
  • andere volgorde van gooien afspreken (keeper is daardoor meer verrast). 

Aandachtspunten keeper: 
  • handen hoog, breed uit elkaar.
  • korte krachtige bewegingen: zijwaarts schuiven
  • 1 hand gebruiken, ander blijft op hoogte
  • indraaien in de richting van de speler (dus niet recht voor de goal blijven staan).

Mogelijke afspraken maken met keeper: 
  • links hoog
  • links laag
  • rechts hoog
  • rechts laag
drawing Goed leren mikken
Opdracht: Gooi de pionnen van de bank.
  • Doelstelling: 
    • goed leren mikken, gericht hard gooien.
  • Alle kinderen krijgen een bal. Ze staan in het midden van het veld op of achter een bank en gooien de pionnen van de bank aan de zijkant van het veld om.
  • Dit is stap 1 voor een volgende oefening waarbij 2 teams tegenover elkaar staan en allebei proberen om zo snel mogelijk (onder tijdsdruk) de pionnen om te gooien.
  • In deze stap draait het om goed, netjes en gericht te gooien, afstand inschatten, hard genoeg gooien om de pion van de bank af te gooien.

  • We trainen hiermee op: 
    • afstand inschatten. Goed gooien, goed mikken, hard genoeg gooien, maar ook presteren onder druk (want welk team lukt het het eerste).

Regels:

  • blijf achter de lijn (bank) bij het gooien
  • loop je bal pas achterna wanneer iedereen gegooid heeft. Terug naar de bank en probeer het opnieuw.
drawing Samenspel in beweging
  • Over een half speelveld liggen in totaal 12 dopjes in twee verschillende kleuren.
  • Iedere speler begint bij een dopje naar keuze, heeft een speler de bal dan speelt deze naar iemand met een andere kleur dopje.
Iedere juiste uitvoering levert een punt op. 
Hoeveel punten kunnen er binnen minuut gemaakt worden?

  • Bal mag niet retour naar afzender
  • Extra bal in het spel voor tempo
  • Balbezitter moet in beweging zijn/blijven
  • Groep opdelen-> onderling wedstrijdje
Alle spelers gaan vanaf alle posities op de keeper schieten

  • Linkerhoek alle spelers schieten in de verre hoek -hoog of laag-, daarna vrij schieten zo lang mogelijk wachten en kijken wat de keeper doet
  • Linker opbouw, iedereen schiet hoog, links of rechts maakt niet uit.  Iedereen schiet laag, links of rechts maakt niet uit
  • Midden vrij schieten elk keer schiet je ergens anders.
  • Rechter opbouw, iedereen schiet hoog. Links of rechts maakt niet uit. Iedereen schiet laag, links of rechts maakt niet uit
  • Rechterhoek alle spelers schieten in de verre hoek -hoog of laag-, daarna vrij schieten zo lang mogelijk wachten en kijken wat de keeper doet
drawing Overspelen met 'open arm'
  • Groep verdelen in tweetallen met 1 bal.
  • Tussen de spelers ongeveer 4 meter ruimte.
Opdracht 1:
  • Speler met 'open arm' in 90 graden, mik hierbij op de kin van je maatje aan de overkant. Positie van de blauwe spelers op de tekening.
Opdracht 2:
  • Hetzelfde als opdracht 1 + 1 meter meer tussen de spelers. De speler is in voorwaartse beweging tijdens het werpen. Positie van de rode spelers op de tekening.
Opdracht 3:
  • Zelfde als opdracht 2 + 1 meter meer tussen de spelers.  De werp-arm blijft op gelijke positie, ook als de bal er niet is.  Positie van de witte spelers op de tekening.
Duo tegen over elkaar met 1 bal
  • Afstand 3 meter overgooien (let op elleboog boven schouder, juiste been en aanspelen op werparm)
  • In beweging (voorwaarts bewegen bij aanspelen, achterwaarts terug, bal ontvangen en weer voorwaarts)
  • Afstand vergroten met stuit (let op in de handen, stuit net iets over midden)
  • Springschot
  • Zijwaarts aanspelen
  • Te laag aanspelen en vangen!
  • Te hoog aanspelen en vangen!
  • Vliegertje
  • Afstand vergroten
  • 2 ballen tegelijk
  • 1 rolt de bal, ander gooit
drawing Bal snel opbrengen
Bal snel opbrengen met korte wissel en afronding
 
  • Vanaf de middenlijn drie rijen maken LO/MO/ RO
  • LO past de bal naar de MO die een korte wissel op rechts maakt
  • De RO komt achterlangs en ontvangt de bal, maakt een korte dribbel en korte wissel op links
  • De buiten opbouwers lopen breed
  • De LO komt door het midden en ontvangt de bal van de RO
  • De nieuwe MO schiet op het doel. 
  • Steeds wisselen van positie
  • Aan beide kanten wissel spelen
  • Baltempo 
  • Afronding vanaf 9 meter
  • Uitbreiden met dekking op cirkel. 2 verdedigers, daarna 3 verdedigers & 1 cirkel
  • Het is niet de bedoeling om lange aanval te spelen, dus 2x korte wissel >> SHOT 
drawing Inlopen zonder in halve cirkel met pas geven.
  • Achterste kegel starten met inlopen naar buitenste kegel
  • Bal krijgen in de loop en pas geven aan de buitenste kegel naar teamgenoot
  • Terug naar achterste kegel lopen, achterwaarts
  • Bal krijgen voorwaarts als men naar de andere buitenste kegel loopt
  • Pas geven als men aan de buitenste kegel is aangekomen
  • Deze oefeningen herhalen op snel tempo gedurende 1 minuut
  • Dan wisselen van plaats
 Varianten:
  • Speler die pas geeft, voorwaarts en achterwaarts laten lopen in plaats van uit stilstand
  • Beide spelers in halve cirkel voorwaarts en achterwaarts laten lopen en naar elkaar passen
  • Iedereen gaat op de positie staan waar hij/ zij tijdens wedstrijd vaak staat. 
  • Iedereen heeft een bal en start op als ze de bal ontvangen/ spelen.
  • Iedereen rond zijn eigen bal af op het doel.
  1. LH begint met afronden, krijgen bal aangespeeld door instartende LO.  De cirkelspeler zet de hoek af voor realistisch schot. 
  2. LO krijgt bal van instartende MO en rond af op doel. Cirkelspeler kan passieve verdediger zijn.
  3. MO mag gooien, krijgt de bal van RO. Cirkelspeler kan passieve verdediger zijn.
  4. MO gaat weer snel op positie staan en speelt RO aan.
  5. RO speelt RH aan, rond af op doel.
  6. MO speelt cirkel aan met stuit en rond af op doel. 
Deze oefening kan je meerdere malen herhalen in goed tempo.
Er kunnen meerdere spelers per positie staan. 
De eerste in de rij kan bijvoorbeeld alle hoeken aanspelen.
Het gaat om warmgooien vanuit je eigen positie. 
Keeper staat op doel. 
Gebruik eventueel Magnet mikschijven of een gatendoek.

  • Speler gooit naar aangooier, speler vangt bal weer, landt in 0pass.
  • Daarna 3-stap. Let op:
    • Linkerhand gaat mee met bal, linkerarm blijft iets voor het lichaam. Bescherming bal en ruimte voor.
    • Lichaam laag houden, vergroot sprongkracht. Dribbel helpt ook.
    • Hoge afsprong, rechterbeen geeft een trapbeweging ietwat naar buiten tijdens worp.
    • Arm aan begin van worp hoog houden voor meer werpkracht.
Gebruik soft ball
Spelvisie
  • 5 spelers in het veld zonder vaste keeper.
  • Men streeft naar maximaal 2 wissels per team.
  • Alle spelers gaan samen in de aanval. 
  • Wanneer tegenstander balbezit heeft, gaat iedereen terug naar eigen helft.
  • Degene die als eerst bij de cirkel komt kan op doel gaan staan.
  • De verdediging is verplicht offensief op eigen helft.
  • Scoren mag alleen vanaf helft van de andere partij.
  • Het doel van verdedigen is de bal veroveren.
  • Persoonlijke dekking van een speler is niet toegestaan.

  • Coaches zijn spelleiders, zij leggen regels uit, maar straffen niet.
  • Aanvaller krijgt na fout de bal terug en mag het opnieuw proberen.
Organisatie:
Kinderen verdelen in groepen van vier, waarvan één aanspeelpunt is

Vangen:
• Kinderen per viertal één bal
• Kinderen staan in de breedte van de zaal tegenover elkaar, afstand ongeveer 4 meter
Opdracht Werpen en Vangen:
a. Aanspeelpunt speelt de bal met stuit tussen de lijnen. Voorste probeert de bal te vangen
b. Aanspeelpunt speelt de bal tussen de lijnen. Voorste probeert bal te vangen

c. Combinatie van a. en b. Aanspeelpunt mag zelf kiezen, de bal rechtstreeks of de bal met stuit aan-
spelen.

Regels
• Als je de bal gevangen hebt, speel je de bal terug naar het aanspeelpunt en sluit je achter de rij aan
• Regelmatig wisselen van aanspeelpunt

 
gooien-en-vangen-5
-oefening-gooien-en-vangen.webp 103 KB
  •  Overgooien, let op juiste houding, elleboog op schouderhoogte, links voor, etc.
  • Overgooien met loop beweging (links-rechts-links)
  • Overgooien met links
  • Overgooien achter de rug
  • Steeds mikken op de rechter (vang) hand. Wel met 2 handen vangen
  • Via de grond 
Vangen: houding met w / kommetje
Vanaf de E:
  • Overgooien met sprongschot
  • Onderhands passen
  • Zijwaarts passen
  • Passen met aanvalsbeweging, dus paar stappen richting goal, passen en weer achteruit.
  • Spelers rollen de bal 
    • Gaan er achteraan
    • Bal oprapen en verder dribbelen
  • Spelers rollen de bal
    • Gaan er achter aan
    • Lopen  om de bal heen
    • Terwijl ze naar dezelfde kant blijven kijken
    • Vervolgens pakken ze de bal op en dribbelen ze verder
  • Met tweetallen
    • Trainer gaat tussen tweetal in staan
    • Gooit de bal weg
    • Spelers rennen er achter aan
    • Speler die eerste de bal heeft wordt aanvaller, ander verdediger
    • Lukt het de aanvaller nog om op doel te schieten
  • Een bank waar de mikdoelen op staan
  • 8 pionnen op de bank als mikdoelen
  • 8 zachte ballen (handbalformaat)
  • 2 achterlijnen op 4 meter van de mikdoelen
  • Afbakening aan de zijkanten, zodat de ballen niet ver weg rollen
mikken-pionnen-van-bank-1
handbal-oefening-Mikken-pion-van-bank.webp 12.4 KB
Opdracht:
  • Probeer de pionnen zo hard mogelijk van de bank af te gooien
Regels:
  • Beide partijen staan achter de achterlijn
  • Blijf achter de lijn als je de bal gooit
  • Loop niet je bal achterna, maar wacht tot er weer een bal jou kant op komt
  • Als de bal aan jouw kant in het speelveld blijft liggen, mag je hem ophalen
  • Als alle pionnen van de bank af zijn is het spel afgelopen
  • Welk team heeft de meeste pionnen afgegooid?
Speelsters kiezen 2 posities vanaf waar ze gaan schieten. De mogelijkheden zijn:

  • Linkerhoek
    • Hier staan 3 lage hordes. Speelsters gaan over de hordes voordat zij afronden
    • Tijdens het springen over de hordes kijken de speelsters vooruit, niet naar de grond
    • Tijdens het springen over de hordes maken speelsters een werpbeweging met hun bal
    • Na de hordes kunnen zij afronden, aandachtspunt is dat speelsters goed naar de penaltystip springen

  • Linkeropbouw
    • Hier staan lage hordes. Speelsters gaan over de hordes voordat zij passeren en afronden
    • Tijdens het springen over de hordes kijken de speelsters vooruit, niet naar de grond
    • Tijdens het springen over de hordes zorgen de speelsters dat zij altijd in een 0-pas landen
    •  Na het neerkomen in de laatste 0-pas maakt de speelster een schijnbeweging tegenover een paal (verdediger) en passeert zij links of rechts tussen de paal en het hoedje

  • Middenopbouw
    • Hier ligt een ladder. Speelsters gaan door de ladder voordat zij afronden in een loopschot
    • Tijdens het doorlopen van de ladder kijken de speelsters vooruit, niet naar de grond
    • Tijdens het doorlopen van de ladder maken speelsters een werpbeweging met hun bal
    • Na het laatste vak in de ladder haalt de speelster de bal vanaf beneden naar boven om af te ronden in een loopschot

  • Rechteropbouw
    • Hier staat een paal (verdediger) op de 9 meter. Speelsters ronden met een afstandsschot af
    • Belangrijk is dat zij in de loop aangespeeld worden
    • De eerste 2 passen gebruiken om snelheid te maken, de laatste pas om omhoog te gaan
    • Aandachtspunt is variatie in de afronding

  • Maak tweetallen
    • verdelen in groep 1 en groep 2
  • Op de middellijn staat groep 1 naast elkaar met 1 meter tussen elkaar groep 2 tegenover groep 1

  • 1: Overspelen naar elkaar 20 x uit stand {goed opletten of de bal goed gevangen wordt}  
    • Als de bal valt naar de achterlijn rennen en op nieuw beginnen. 3 x herhalen
  • 2: Bal met de verkeerde hand spelen  20x {actief  aanwijzingen geven}  
    • Als de bal valt naar de achterlijn rennen en op nieuw beginnen. 3 x herhalen
  • 3: Bal uit de loop aanspelen 20x {actief  aanwijzingen geven}  
    • Als de bal valt naar de achterlijn rennen en op nieuw beginnen. 3 x herhalen

Spelers staan in duo's tegenover elkaar. Ieder duo heeft 1 bal.

  • De speler met de bal maakt eerst een halve draai recht om.
  • Daarna draait de speler terug en gooit de bal naar de ander. Eventueel combineren met (voorafgaand) 2-benige sprong voorwaarts achterwaarts.
  • De speler met de bal maakt eerst een halve draai, waarbij de bal van rechts beneden naar linksboven beweegt (bowling beweging). 
  • Daarna draait de speler door en gooit de bal naar de ander.
Aandachtspunten:

- Eerst trainen op stabiliteit, dus worp naar 2e draai.
- Eventueel met ogen dicht (worp met ogen open).
- Daarna worp uit 2e draai.
- let op hoogte werp arm, bovenarm in hoek van 90 graden met lichaam.

  • Alle ballen worden neergelegd een meter voor de 9 meter. 
  • Er worden twee spelers achter een pion gezet op het midden halverwege 1 speel helft.
  • Om de beurt gaan de spelers proberen te schieten op doel met zoveel mogelijk afwisseling in schoten en posities in het doel. 
  • Als de eerste speler heeft geschoten op doel dan mag de andere speler gaan lopen om ook een bal te pakken en een schot op het doel te doen. 
  • Na het schot op het doel snel weer terug rennen om de pion alvorens je weer opnieuw een bal mag pakken om te schieten op het doel. 
  • Het is de bedoeling dat je in één keer door gaat zonder te stoppen en net zo lang tot alle ballen die je moet schieten op het doel op zijn. 
  • De andere spelers verdelen zich over het veld en naast het doel om de ballen op te vangen en weer terug te leggen bij de positie waar alle ballen liggen. 
  • De overige spelers houden ook de score bij. 
  • Wie van dit duel krijgt de meeste ballen in het doel? 
  • Hierna start je opnieuw met twee nieuwe spelers.
  • Materialen
    • 3 palen, vijf trainingshoedjes.
    • Genoeg ballen bij de (linker en rechter opbouw) op de grond neerleggen.
    • Zet op iedere opbouw positie een paal op de 6 meter.
    • Tussen de palen op de 6 meter leg je aan de linkerkant en rechterkant een trainingshoedje neer.
    • Je legt op de opbouwposities vanaf waar de spelers moeten staan ook drie trainingshoedjes neer. 
    • Hierachter verdeel je de spelers over drie rijtjes.
  • Oefening:
    • (Linker opbouwer)
      • Linker opbouwer start in met bal  en zet druk richting het doel tussen de palen bij het trainingshoedje ( tussen 2 en 3) aan de linker kant van de paal op het midden.
      • Daarna bal doorspelen  aan de in startende midden opbouwer. Direct weer goed achteruit gaan en richting zijlijn om het spel breed te houden.
    • (Midden opbouwer)
      • De midden opbouwer start in zonder bal (let op de goede timing) na ontvangst van de bal.
      • Druk zetten richting het doel tussen de palen bij het trainingshoedje ( tussen 2 en 3) aan de rechter kant van de paal in het midden. 
      • Daarna bal doorspelen aan de in startende rechter opbouwer. 
      • Direct weer achteruit gaan om weer genoeg speelruimte te maken. (Als midden opbouwer moet je ook altijd weer goed aanspeelbaar zijn voor de linker en rechter opbouwer!).
    • (Rechter opbouwer)
      • De rechter opbouwer start in zonder bal.
      • (Let op de goede timing) na ontvangst van de bal afronden op het doel! 
      • Net aan de binnenkant paal op de rechter opbouw of net er voor!
      • Ben je aan de beurt geweest, schuif je een rijtje door en sluit achteraan bij een nieuwe opbouw positie. 
      • De bal neerleggen bij het rijtje op de linker of rechter opbouw. 
      • Buitenom teruglopen naar een nieuwe opbouw positie.
    • Nu start de oefening opnieuw, maar nu start de rechter opbouw met bal.
      • De rechter opbouw start in met bal, druk zetten richting het doel tussen de palen bij het trainingshoedje ( tussen 2 en 3) aan de rechter kant van de paal in het midden. 
      • Direct weer goed achteruit gaan en richting zijlijn om het spel breed te houden.
      • Daarna bal weer doorspelen aan de in startende midden opbouwer. 
    • (Midden opbouwer)
      • De midden opbouwer legt nu druk naar het doel tussen 2 en 3 aan de linkerkant van de paal bij het trainingshoedje. 
      • Daarna bal doorspelen aan de in startende linker opbouwer
    • (Linker opbouwer) 
      • Afronden op het doel! 
      • Net aan de binnenkant paal op de linker opbouw of net er voor!
  • Uitbreiding:
    • 3 Verdedigers erbij.
    • Alle spelers verdelen over alle posities. 
    • Alle ballen bij de linker en rechter hoek.
    • linker hoek start in met bal drukleggen tussen 1 en 2 doorspelen naar de linker opbouw enz. rechter hoek rond af. 
    • Daarna start rechter hoek in met bal en rond links af. 
    • Ben je geweest 1 rijtje doorschuiven met de klok mee en achter aan sluiten.
  • Je plaatst 4 pionnen in een vierkant ca 6x6m.  
  • Spelers stellen zich verdeeld op bij de pionnen, eventueel in een rijtje. 
  • 1 speler krijgt de bal, gaat rustig lopen naar de volgende pion en werpt de bal naar de eerste speler bij de volgende pion die ook al is gaan lopen. 
  • Zo gauw de bal is gevangen gaat de eerste speler bij de daarna volgende pion lopen en vangt weer de bal etc.
  • Belangrijk, spelers lopen niet zijwaarts maar voorwaarts en buigen hun bovenlichaam zijwaarts. 
  • Let erop dat de spelers de bal in de handen van de volgende speler gooien.
  • Hoe hoger de snelheid van de oefening hoe verder er vóór de speler moet worden geworpen.
  • De oefening kan op allerlei snelheden, lopend en rennend worden uitgevoerd.
  • 1 rijtje op de midden opbouw. Ballen hier op de grond. 
  • Op de overige posities één speler.
  • Midden opbouwer start in met bal en zet druk richting doel, bal doorspelen naar de in startende linker opbouwer. 
  • De linker opbouwer legt na ontvangst van de bal druk richting doel en speelt de bal door naar de in startende linker hoek die vervolgens ook weer druk legt richting doel.
  • De midden opbouwer komt achterlangs bij de linker opbouwer en maakt een korte wissel. 
  • De linker opbouwer loopt achterwaarts richting de midden opbouw en wordt nu midden en sluit achteraan bij het rijtje op het midden. 
  • (De midden opbouwer  neemt de linker opbouw positie over) en ontvangt de bal van de linker hoek speler.
  • Nieuwe linker opbouw (oude midden opbouwer) zet weer druk richting het doel. 
  • Speelt de bal door naar de nieuwe in startende midden opbouwer zonder bal.
  • Midden opbouwer ontvangt de bal en legt druk richting het doel. 
  • Bal doorspelen naar de in startende rechter opbouwer. 
  • De rechter opbouwer legt na ontvangst van de bal druk richting doel en speelt de bal door naar de in startende rechter hoek die vervolgens ook weer druk legt richting doel.
  • De midden opbouwer komt achterlangs bij de rechter opbouwer en maakt een korte wissel. 
  • De rechter opbouwer loopt achterwaarts weer naar de midden opbouw en wordt nu midden en sluit achteraan bij het rijtje op het midden. 
  • (De midden opbouwer neemt de rechter opbouw positie over) en ontvangt de bal van de rechter hoek en speelt de bal weer door naar de in startende nieuwe midden enz.


 

  • In het midden van één speel helft van de zaal twee palen neerzetten. (Ongeveer een halve meter uit elkaar).
  • Een rijtje maken aan iedere kant van de zaal langs de zijlijn recht tegenover elkaar met de palen in het midden. 
  • Bij grotere groepen kan je meerdere kleinere groepjes maken, dus meer palen in het midden van de zaal zetten en meerdere rijtjes, dan blijft iedereen goed in beweging.
  • De voorste speler van een rijtje heeft alleen een bal.
  • De trainer geeft van te voren een opdracht welke passeer beweging er gemaakt moet worden om de palen heen. 
  • De spelers passeren elkaar in tegengestelde richting, dus botsen na het correct uitvoeren de opdracht niet tegen elkaar op. 
  • Diverse passeer bewegingen.
  • Na passeer beweging vanuit een hoge arm bal doorspelen naar voorste speler rijtje langs de zijlijn en weer achteraan sluiten. 
  • Opdracht een paar keer herhalen en dan weer een nieuwe opdracht laten uitvoeren. 
  • Zie wat passeer bewegingen.
    • 0 pas, side step, frontpas eerst naar rechts dan loopschot.
    • 0 pas side step frontpas naar links dan loopschot.
    • 0 pas en afdraai naar rechts.
    • 0 pas en afdraai naar links.
    • 0 pas en overhaal naar links.
    • Side step naar links, frontpas en dan sprongschot.
    • Side pas naar rechts, frontpas en dan sprongschot.


  • Op de linker en de rechter opbouw liggen ladders aan het einde van de ladder staat een bank. 
  • Hoog tempo door de ladders heen, 1 stap op de bank en dat schieten op doel. 
  • Er is geen keeper maar er hangen hesjes in het doel, linker en rechter kruising. 
  • Beneden staan links en rechts een pion. 
  • De linker opbouw start en daarna de rechter opbouw 
  • Je kan variëren met het ladderen, verschillende loopvormen er door heen
  • Bij deze oefening ga je van alle posities gooien in een bepaalde tijd. 
  • Iedereen start in de hoek.
  • Spreek af hoe lang het team erover doet en hoe veel doelpunten ze maken van elke positie. 
  • Wanneer de tijd start gaat iedereen om de beurt op doel gooien.
  • Het team probeert bijvoorbeeld van elke positie 8 keer te scoren.
  • Als dit is gelukt. 
  • Dan ga het hele team naar de volgende positie en zo gaat dat bij elke positie verder.

Deze oefening is voor het gericht schieten op doel.

  • Elke speler krijgt 10 ballen en gaat op snelheid schieten op goal.
  • Het gaat hierbij om doelgericht schieten in verschillende hoekjes  
  • De overige spelers halen de ballen zo snel mogelijk op.
  • Ze schieten vanaf de 9 meter lijn.
    • Het mag een sprongschot, loopschot etc. zijn. 
  • Er mag vanaf 3 plekken geschoten worden
    • Linker
    • Rechter
    • Midden 
drawing Boogvormige contrabeweging en dreiging, strekworp met stuit timing
  • Organisatie:
  • 10 speelsters per doel plus keeper
  • één aanspeelpunt in LH of RH één verdediger op 8/9 meter (werparmzijde LO/RO verdedigen) Twee speelsters LO/RO twee speelsterd MO en twee cirkel speelers (Midden)
  • Alle ballen op de midden opbouw.


  • Uitvoering:
  • Mo start in met bal en speelt naar de rechter opbouw, instartende RO speelt bal naar RH (aanspeel punt) Ro ontvangt bal van RH na boogvormige contrabeweging en speelt cirkel 
  • kan met strekworp en (stuit).
  • Cirkelspeler sluit af. 


  • Aanwijzingen:
  • Juiste timing, snelle functie wissel;
  • Kort weg draaien;
  • Heup hoogte stuit pass.

28 van de 1171 handbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig