Korfbaloefeningen voor b jeugd
Laatste update: januari 2026
Uitvoering
- Elke speler heeft een eigen bal.
- Er staan 3 à 4 korfbalpalen op een rij, afhankelijk van het aantal spelers.
- Alle spelers beginnen bij dezelfde paal.
- Na het aftellen beginnen ze allemaal te schieten.
- Bij een doelpunt mag de speler naar de volgende paal.
- Bij een misser blijft de speler bij de huidige paal tot er gescoord is.
- Afhankelijk van het niveau kan afgesproken worden dat spelers 1, 2 of 3 keer langs elke paal moeten zijn geweest.
- Gebruik pionnen om een cirkel te maken waarbuiten de spelers moeten schieten.
- Spelers mogen alleen binnen de cirkel komen om de bal af te vangen.
Het chaos spel is leuk voor jongere kinderen, maar is ook met oudere te spelen.
- Bij het chaos spel is het de bedoeling dat elk kind een bal heeft, en dat er 3 a 4 palen (ook afhankelijk van het aantal spelers)
- Op een rijtje staan.
- Elke speler begint bij dezelfde paal,
- Er wordt afgeteld en dan beginnen ze allemaal te schieten,
- Scoren ze mogen ze een paal verder,
- Scoren ze niet blijven ze net zo lang bij de paal staan tot ze wel gescoord hebben.
- Je kan van tevoren afspreken of ze 1,2 of 3 keer langs elke paal moeten zijn geweest afhankelijk van het niveau.
- Variatie: je kan met pionnen een cirkel aangeven waarbuiten de spelers moeten schieten,
- Ze mogen er alleen binnen komen om de bal af te vangen.
- Onderstaande materialen gelden voor 4 personen (hoedje = pion)
- Maak groepjes van 4/5 of 6 spelers met 2 ballen.
- Deze staan in een rij, waarbij de eerste twee spelers een bal hebben.
- Start op 4 meter van de korf.
- Zodra de eerste heeft geschoten mag de tweede gaan schieten.
- De schutters gaan achter de bal aan en schieten vanaf die plek opnieuw.
- Als de eerste scoort geeft die de bal aan nummer 3 die daarna gelijk gaat schieten.
- Als de laatst begonnen schutter als eerste scoort is de eerste schutter af.
- Wie wint deze challenge.
- We spelen die van 4 kanten van de korf.
In het kort: schietoefening (-spel) waarbij van verschillende kanten van de korf wordt geschoten.
Organisatie:
- Per korf een tweetal met een bal, of bij gebrek aan voldoende korven 2 tweetallen met elk een bal.
- Bij elke korf vier pionnen of andere markeringstekens: 1 voor en 1 achter de korf en 1 links en 1 rechts van de korf, steeds op circa 6 meter afstand.
- Van elk tweetal start er een onder de korf.
- De ander krijgt als opdracht om zo snel mogelijk vanaf elke pion een doelpunt te maken.
- Daarna wisselen van functie.
- Welk tweetal is het snelst klaar met 'de reis om de wereld'?
Variatie:
- De afstanden kunnen uiteraard naar believen groter of kleiner worden gemaakt.
- Of: bij elke pion 2 doelpunten maken.
Variatie:
- In plaats van schieten uit stilstand, kan er ook uit beweging worden geschoten,
- Of gewoon: uitwijkballen nemen.
Variatie:
- Er wordt met 2 tweetallen per korf gewerkt.
- De twee schutters krijgen nu de opdracht om bij elke pion samen twee keer te scoren, het maakt niet uit wie de doelpunten maakt.
- Er wordt dus van functie gewisseld nadat er 4 keer 2 doelpunten zijn gemaakt.
- Bij welke korf is men het eerst 2 keer rond? (en heeft men dus het eerst 16 doelpunten gemaakt?)
De belangrijkste overweging achter de bovenstaande oefeningen is het feit dat er gewoonlijk bij voorkeur van voor de korf wordt geschoten. En aangezien een groot deel van het vak nou eenmaal naast of achter de korf ligt, moet er ook vanaf die plaatsen geoefend worden. En het schieten daarvandaan is ook echt anders: niet alleen vanwege het feit dat de korven meestal iets voorover hangen, maar ook omdat de bevestiging aan de paal voor de schutter duidelijk waarneembaar wordt, waardoor het inschatten van de juiste afstand en hoogte beïnvloed wordt.
Zuiver schieten is altijd belangrijk natuurlijk, maar hier komt het er wel heel erg op aan om doelpunten te maken. Wanneer spelers dit spelletje voor het eerst doen, dan zijn ze aanvankelijk vrij luidruchtig en komen er wellicht reacties als 'dit kan nooit!' of 'ik vind er niks aan'. Die verdwijnen na korte tijd vanzelf, men gaat zeer geconcentreerd schieten en het scoren gaat met sprongen vooruit. Wat eerst onmogelijk leek, blijkt dan toch te kunnen!
Regels/afspraken:
- Verdeel team in groepjes van 2-3 personen.
- Elk groepje staat achter een rij pionnen: laatste in de rij staat onder de korf met bal.
- Nummer 1 rent naar pion 1 en terug, naar pion 2 en terug, naar pion 3 en neemt een doorloop bal, vangt bal af en gaat in aangooi staan
- Nummer 2 rent naar pion 1 en terug, naar pion 2 en terug, naar pion 3 en neemt een doorloop bal, vangt bal af en gaat in aangooi staan.
- Dit doen ze net zo lang totdat ze allebei een x aantal keer gescoord hebben.
Varianten:
- Bij pion 2 doorloop inzetten in eerste ronde.
- Bij pion 3 afstandschot in tweede ronde.
- Bij pion 4 strafworp in 3e ronde.
Nodig: 2 speedladdders met korf erachter.
Na elke oefening doorlopen voor doorloopbal of schot, vang eigen bal af en geef de volgende speler aan.
Aangever rent na aangeven naar begin speedladder.
Oefening:
Na elke oefening doorlopen voor doorloopbal of schot, vang eigen bal af en geef de volgende speler aan.
Aangever rent na aangeven naar begin speedladder.
Oefening:
- lateral high knees, speed ladder:
- Jog zijwaarts door de ladder, waarbij je de knieën omhoog heft en je romp rechtop houdt.
- Beweeg je armen mee gedurende de beweging. linksom en rechtsom.
- Rechtuit snel door speedladder
- Wie het meeste doelpunten maakt uit de doorloopbal heeft gewonnen.
Afstand: 20 meter met na 10 meter een pion.
- 10 keer heen en weer joggen in rustig tempo.
- Tot de helft 10 meter op je hakken lopen, daarna uit joggen en weer terug joggen.
- Tot de helft 10 meter op je tenen lopen, daarna uit joggen en weer terug joggen.
- 2 keer heen en weer zijwaarts in het midden omwisselen van kant.
- 2 keer tot de helft (10 meter) knieheffen, daarna uit sprinten en terug joggen.
- 5 keer heen en weer joggen in iets hoger tempo.
Aantal spelers delen door 2 is het aantal korven die nodig zijn.
De helft van de spelers pakt een bal en gaat bij een willekeurige korf staan. Zij blijven hier staan tot het wisselmoment.
De rest van de spelers zoekt een korf uit om te starten. Deze groep blijft net zolang werken tot het wissel moment.
Op het teken van de trainer wordt er geschoten.
Hoe? Dat kan de trainer zelf bepalen, afstand, soort schot.
Ronde 1: 1 doelpunt
Ronde 2: 2 doelpunten
Ronde 3: 3 doelpunten
Ronde 4: 4 doelpunten
Ronde 5: 5 doelpunten
De eerste speler die heeft gescoord roept heel hard JA, alle spelers moeten nu meteen doorwisselen van korf.
De speler die als eerste ronde 1 1 doelpunt scoren heeft gehaald zit in ronde 2, terwijl de rest van de spelers nog steeds in ronde 1 zitten.
Welke speler is het eerste bij ronde 5?
Hierna wisselen de rollen zich om. De groep assist spelers/ afvang worden werkers en de werkers worden assist spelers/ afvang.
De oefening vraagt van de trainer veel observatie vermogen. Wie zit in welke ronde?
De helft van de spelers pakt een bal en gaat bij een willekeurige korf staan. Zij blijven hier staan tot het wisselmoment.
De rest van de spelers zoekt een korf uit om te starten. Deze groep blijft net zolang werken tot het wissel moment.
Op het teken van de trainer wordt er geschoten.
Hoe? Dat kan de trainer zelf bepalen, afstand, soort schot.
Ronde 1: 1 doelpunt
Ronde 2: 2 doelpunten
Ronde 3: 3 doelpunten
Ronde 4: 4 doelpunten
Ronde 5: 5 doelpunten
De eerste speler die heeft gescoord roept heel hard JA, alle spelers moeten nu meteen doorwisselen van korf.
De speler die als eerste ronde 1 1 doelpunt scoren heeft gehaald zit in ronde 2, terwijl de rest van de spelers nog steeds in ronde 1 zitten.
Welke speler is het eerste bij ronde 5?
Hierna wisselen de rollen zich om. De groep assist spelers/ afvang worden werkers en de werkers worden assist spelers/ afvang.
De oefening vraagt van de trainer veel observatie vermogen. Wie zit in welke ronde?
- Combineer met 3-tallen rond de paal en scoor 40 doorloopballen, waarbij je steeds vanuit een andere plaats naar de korf toekomt.
Het is de bedoeling dat je vanaf alle kanten tot scoren komt. - Scoor 25 strafworpen.
- Beweeg rond de korf in een rustig tempo, net voordat jij de bal aangespeeld krijgt, maak je een uitwijk beweging.
Scoor met 3-tal 15 keer. Ook weer rondom de korf. - Je blijft op ongeveer 6/7 meter van de korf bewegen. Na een "dubbel" schiet je op de korf. Ook weer helemaal rond de korf.
Let op: aan de achterkant van de korf kun je maximaal 6 meter van de korf schieten.
De palen staan naast elkaar op een denkbeeldige middenlijn in het vak max 4 per vak.
De zij-/of midden/achterlijn zijn de eind markeringen.
Per paal een aangever en een loper. De loper loopt van lijn naar lijn en schiet de ene keer van de achterkant en de andere keer van de voorkant.
De loper loopt steeds 3 minuten.
De zij-/of midden/achterlijn zijn de eind markeringen.
Per paal een aangever en een loper. De loper loopt van lijn naar lijn en schiet de ene keer van de achterkant en de andere keer van de voorkant.
De loper loopt steeds 3 minuten.
- Rustig tempo als warming-up.
- Tempo gaat naar 50%
- Neem doorloopbal met korte sprint en loop rustig uit naar de andere lijn.
- Halverwege de aanloop twee passen naar links of naar rechts en dan weer doorlopen 50%
Hoewel de nadruk ligt op conditie, maak je er met je medeloper een wedstrijd van wie het meeste scoort.
- Parcour van hoedjes uitzetten (=spelbord).
- Per 2-tal een pilon nodig (of bidon/hesje).
- Eerste oefening is voor iedereen dezelfde, bijv. 20 doorloopballen. Daarna begint het spel.
- Dobbelen is het aantal hoedjes vooruit.
- 1 t/m 5 zijn korfbaloefeningen, 6 = fitnissopdracht
- Kom je op dezelfde pilon als een ander duo, mag je hen een extra opdracht geven.
- Voorbeelden van korfbaloefeningen:
- doorloopballen
- uitwijk
- schoten
- strafworpen
- 2 doorloopballen en daarna een strafworp erachteraan
- wegtrekballen
- Voorbeelden fitnissoefeningen:
- Squats
- Push-ups (eventueel op knieën)
- Jumping Jacks
- Lunges, eerst met links uitstappen, daarna met rechts.
- Burpees
Per 3 aan de korf
Potjes ophalen in het midden (2 plaatsen) wanneer de opdrachten zijn voltooid (doorgaan tot wanneer de potjes op zijn, er wordt niet gesteeld op andere palen)
Potjes ophalen in het midden (2 plaatsen) wanneer de opdrachten zijn voltooid (doorgaan tot wanneer de potjes op zijn, er wordt niet gesteeld op andere palen)
Opdrachten: (steeds om en om kansen nemen)
- Samen 8 doorlopers scoren
- Korf van 2 naar 6 doorlopers
- Samen 5 doorlopers scoren
- Korf van 2 naar 3
- Samen 6 doorlopers scoren, dan samen 4 schoten (uit beweging) van ongeveer 6 meter scoren. Wissel door na 3 schoten
- Korf van 2 eerst samen 4 doorlopers scoren, dan samen 4 schoten (uit beweging) van ongeveer 4 meter achter de korf scoren, wissel na 3 schoten
- Samen 6 doorlopers scoren, dan samen 4 schoten (uit beweging) van ongeveer 6 meter scoren. Wissel door na 3 schoten
- Korf van 2 eerst samen 4 doorlopers scoren, dan samen 4 schoten (uit beweging) van ongeveer 4 meter achter de korf scoren, wissel na 3 schoten
- Eerst elk 1 doorloper scoren, en dan elk 2 strafworpen
- Bij korf van 2 scoort iemand 2 doorlopers
- Eerst elk 1 doorloper scoren, en dan elk 4 korte kansen onder de korf
- Bij korf van 2 scoort iemand 2 doorlopers, en scoort elk 6 korte kansen
- Blijf bewegen op 6 meter rond de korf en kom van elke kant 1x tot schot.
- Na 4 schoten wisselen van functie.
- De rebounder probeert de bal met max 1x stuiteren te vangen.
- Wie van het tweetal scoort als eerste 15x
Net als in de wedstrijd probeer ik hier het schot te laten oefenen van alle kanten en niet alleen de favoriete voorkant, daarnaast zijn de spelers continue in beweging.
De rebounder moet steeds blijven beoordelen waar de bal komt en deze z.s.m vangen en weer uitplaatsen.
De rebounder moet steeds blijven beoordelen waar de bal komt en deze z.s.m vangen en weer uitplaatsen.
Een klein vierkant rondom de korf. Hierin moeten 2 spelers continu aanvallen en over passen. Na elke passing is de speler in beweging.
- 2 Lopen na passing na 4 balbehandelingen volgt schot en gaat de ander vangen (schieten om te scoren niet omdat je vrij staat)
- 3 Kruisen na passing.
- Telkens na elke pass gaat de gooier kruisen met de speler die de bal niet gekregen heeft en wisselen ze dus van positie. na de kruising gaat de bal naar 1 van de twee en de ander gaat vangen.
- 3/1 Zelfde als hierboven maar er voor zorgen dat je, zodra je de bal krijgt, klaar staat om tot schot te komen. Indien je goed staat en bal goed gevangen heb mag je schieten anders speel je door en schiet de volgende.
- 4 Allen bovengenoemde acties maar nu met verzorgde rebound, maar deze blijft niet in positie.
Ideaal per 2 aan de korf:
- potjes (voor 3 palen 10 potjes, voor 4 palen 13 potjes) ophalen in het midden wanneer de opdrachten zijn voltooid (doorgaan tot wanneer de potjes op zijn, er wordt niet gesteeld op andere palen)
Opdrachten: (steeds om en om kansen nemen)
- Samen 8 doorlopers scoren
- Samen 3 doorlopers scoren
- Eerst samen 4 doorlopers scoren, dan samen 4 schoten (uit beweging) van ongeveer 6 meter scoren
- Eerst samen 4 doorlopers scoren, dan samen 4 schoten 4 meter achterkant korf scoren (uit beweging)
- Eerst elk 1 doorloper scoren, en dan elk 2 strafworpen
- Eerst elk 1 doorloper scoren, en dan elk 4 korte kansen onder de korf
Doel:
- 3 op een rij te behalen door te schieten
Regels:
- Je speelt in teams tegen elkaar
- Kies een opdracht. Denk aan een schotvorm en hoeveelheid van schieten
- Is wordt aan bovenstaande regel voldaan, dan mag je een lintje/hoedje/bal in een vak/hoepel of op pion leggen
- Elk team heeft 3 items (lintje, hoedje of bal) om een vak mee te veroveren.
- Zijn jou 3 items al in het spel, heb je nog geen 3 op een rij, maar wel de opdracht volbracht, dan mag je een item in het spel in een ander te veroveren vak leggen.
Opdrachten:
- Maak 5 doorlopers
- Maak 5 schoten van achter de korf
- twee korven tegenover elkaar. Bij iedere korf 2 a 3 spelers. Zij gaan schieten op de ander korf. Als hij zit is de bal voor de ander. Als hij niet zit en de ander vangt de bal voor hij op de grond valt, mag de tegenstander vanaf daar proberen te doelen. Als de bal de grond raakt, is hij voor het team die het dichtste bij de bal staat (spelers staan net achter de korf van hun tegenstander). 5 doelpunten is een vak van 3 op een rij veroveren.
In het kort: beoefenen van de standaardvormen van schieten met drietallen bij de korf.
Organisatie:
- per drietal een korf en een bal, de oefeningen starten steeds met één aangever onder de korf (met bal) en twee personen voor de korf.
- Na het schot wordt 'doorgedraaid', dat wil zeggen dat de schutter de volgende bal moet afvangen en aangeven.
- Na het aangeven volgt dan weer een schietbeurt.
- De oefening kan zonodig ook best met viertallen worden gedaan, de spelers krijgen dan domweg wat minder beurten.
- Desgewenst per korf een pilon gebruiken.
- Onderhandse doorloopballen nemen vanaf circa 10 meter voor de korf.
- Idem, maar nu bovenhands.
- Als 1., maar de bal wordt vanonder de korf eerst naar voren gespeeld.
- De schutter plaatst de bal weer terug naar de aangever onder de korf en loopt er direct achteraan om de doorloopbal te nemen.
- Schieten uit stilstand van plm. 8 meter afstand (ook nu na het schot naar de korf lopen om de volgende bal te vangen).
- Schieten na een beweging naar links of rechts van plm. 7 meter afstand.
- Uitwijkballen nemen over links (starten bij pilon op circa 10 meter voor de korf, op 5 Ã 6 meter voor de korf een scherpe hoek naar links maken).
- Als 6., nu over rechts.
- Strafworpen nemen.
- Als 4., maar na het afstandsschot neemt de schutter nog een doorloopbal.
- De schutter dreigt met een doorloopbal, maar stopt zeer abrupt op plm. 3 meter voor de korf (in de hoop dat de verdediger 'doorschiet'), krijgt de bal en maakt het kansje af.
- De schutter maakt een uitwijkbeweging (over links, c.q. rechts), krijgt de bal, maar neemt in plaats van te schieten een doorloopbal.
- Er zijn diverse manieren om de bal naar binnen te plaatsen:
- met de 'buitenste hand' -dus bij een wijkbeweging naar rechts met een rechtshandige strekworp -,
- met een stuit,
- door een bovenhandse of een onderhandse slingerworp,
- of door de bal over te pakken op de andere hand met een linkshandige strekworp.
- Er zijn diverse factoren die bepalen welke methode het beste is, een goede korfballer zal meerdere manieren moeten beheersen.
- Er zijn diverse manieren om de bal naar binnen te plaatsen:
- De schutter maakt een uitwijkbeweging, doet alsof hij de bal zal ontvangen (eventueel maakt de aangever een schijnworp), maar neemt meteen daarna een doorloopbal (dus als c., maar zonder bal).
- De schutter neemt een doorloopbal, na enkele meters wijkt hij plotseling uit.
- De wijkbeweging wordt echter niet doorgezet: er komt toch die doorloopbal.
- Ik noem het de Lucasbeweging, naar Albert Lucas die er veel succes mee had.
- Nummers 1 en 2 onder de korf, nummer 3 (die de bal heeft) ervoor. Nummer 1 start bij de korf vandaan, ontvangt de bal, maakt een halve draai en schiet (=wegstarten bij de korf).
- Nummer 2 vangt af, speelt op nummer 1, start weg, ontvangt de bal terug, maakt een halve draai en schiet.
- Nummer 3 vangt af enz.
- De schutter maakt een uitwijkbeweging over rechts, krijgt de bal, plaatst die echter weer terug naar de aangever onder de paal, en loopt zelf recht voor de korf langs (dus in de richting waar hij net vandaan komt).
- Hij ontvangt de bal weer terug en schiet.
- Zet palen tegenover elkaar op 20m van elkaar. (eventueel in het midden een pilon)
- Per paal heb je twee of 3 speelsters.
- Van elke paal start een dame en loopt naar het midden, daar draaien ze om elkaar heen en nemen op de eigen korf een doorloopbal.
- De aangeefsters lopen direct door naar het midden en draaien om elkaar heen en nemen een doorloopbal.
- Met drietallen kun je hier ook een uitwijkbal of afstandsschot laten maken.
- De loopafstanden zijn van belang voor de duur conditie.
- scoor per paal 20 doorloopballen bovenhands
- scoor per paal 20 doorloopballen onderhands
- scoor per paal 10 uitwijkballen links uitwijken
- scoor per paal 10 uitwijkballen rechts uitwijken
- scoor per paal 20 afstandsschoten die tussen de 7-5m worden aangegeven
Doel
- zuiver schieten en conditie opbouwen
- Welk tweetal heeft het eerste 5 keer op en neer rennen bereikt
Regels
- Je begint met 10 keer op en neer sprinten
- Daarna schiet je 10 keer en telt hoeveel keer je scoort
- Als je 5 of meer keer gescoord hebt (de helft van je aantal sprinten op en neer), dan mag je een keer minder op en neer sprinten, dus 9 keer.
- Daarna ga je weer schieten en telt hoeveel keer je scoort. Is dit de helft of meer dan het aantal keer dat je op en neer hebt gelopen, dan mag er weer een keer op en neer vanaf.
Organisatie:
Twee (of drie) spelers per paal. 1 speler met bal schuin voor de korf op 7 meter.
Twee (of drie) spelers per paal. 1 speler met bal schuin voor de korf op 7 meter.
- De speler onder de korf trekt weg
- Krijgt de bal aangegooid (als de opstelling goed is, ontvangt hij de bal dus een beetje diagonaal).
- De speler voor de korf komt er naast.
- En komt tot schot.
- Zelfde als hierboven
- Alleen nu komt de speler die voor de korf de bal aangooide er weer naast .
- En maakt een doorloopbal uit de ruimte zonder bal.
- Zelfde,
- Alleen nu wordt er geen doorloopbal gemaakt,
- Maar wordt er gedreigd voor de doorloopbal
- En loopt de speler zonder bal lang (van de wegtrekker af en parallel aan de korf)
- En komt tot schot.
- Zelfde,
- Alleen nu loopt de schutter weer lang
- En komt na het lopen van de lange lijn door voor de doorloopbal zonder bal.
Corrigeren op:
Het goede been schieten, in lijn met de korf schieten, goed plaatsen, schouder naar de korf bij het schot
Het goede been schieten, in lijn met de korf schieten, goed plaatsen, schouder naar de korf bij het schot
Speel op 1 korf 3 (+1) tegen 3.
De extra aanvaller mag geen eerste steun geven. Vanuit de rebound mag er wel vol op worden aangevallen.
De 3 aanvallers moeten door samenspel tot kansen zien te komen. Er is steeds een extra aanvaller, dus zorg dat ze focussen op het schot.
De moeilijkheid is dat de aanvallers voor voldoende binding moeten zorgen, anders wordt er zeker ingezakt om de rebound te gaan vangen.
Doel aanvallers:
De extra aanvaller mag geen eerste steun geven. Vanuit de rebound mag er wel vol op worden aangevallen.
De 3 aanvallers moeten door samenspel tot kansen zien te komen. Er is steeds een extra aanvaller, dus zorg dat ze focussen op het schot.
De moeilijkheid is dat de aanvallers voor voldoende binding moeten zorgen, anders wordt er zeker ingezakt om de rebound te gaan vangen.
Doel aanvallers:
- Zorgen dat ze kunnen vrijkomen en schieten.
- Welke pass speel ik wanneer?
- Wat doe ik als ik niet vrij kom? Nadruk op functioneel lopen.
- Wat doe ik wanneer een medeaanvaller schiet?
Doel verdedigers:
- Passing moeilijk maken
- Lijnen wegnemen, waar mag mijn aanvaller naartoe?
- Passing onderscheppen (met het ganse team verdedigen)
- Geconcentreerd verdedigen 1-1
- Probeer het moment te kiezen om de rebound te stelen.
Wissel na 2 minuten van functie. Wissel ook door met de vaste aanvaller
Oefeningen met speedladder: agility- en coördinatieoefeningen. Elke opdracht 4x
Bedoeling is ook de nadruk te leggen naar evenwicht. Gebruik dus ook de armen
Bedoeling is ook de nadruk te leggen naar evenwicht. Gebruik dus ook de armen
- 2 voetcontacten per vak voorwaarts.
- 2 voetcontacten per vak zijwaarts (enkel in de ladder).
- Icky shuffle (in-in-uit).
- Icky shuffle achterwaarts.
- In en uit (2 voeten in, 2 voeten gespreid uit de ladder) explosief.
- 1 voet in-uit: naast de ladder starten, steeds in en uit, andere voet blijft uit de ladder op een mooi ritme.
- Zijwaarts in-uit de ladder 2 voetcontacten.
- Cross-over: zijwaarts bewegen, steeds 'achterste' been voor brengen.
- Zijwaarts door de ladder, steeds in de sprong van voet wisselen .
- Reverse cross-over: ongeveer zelfde als icky-shuffle, maar steeds de buitenste voet achterdoor in de ladder brengen.
- Carioca: lateraal door de ladder, voor-achter.
- Zoals icky-shuffle, maar met 2 voeten samen (uit-in-uit).
- Zelfde als vorige, maar nu op 1 been.
- 2 voetcontacten per vak, 2 vakjes voor, 1 vakje terug.
Verdeel de groep in verschillende teams. Gebruik hiervoor speelkaarten en herverdeel na elke opdracht. Winnend team verdient elk een punt:
- Schot op 4 meter uit beweging: scoor 10x
- Doorlopers: scoor 15x
- Schot uit beweging 4 meter achterkant korf: scoor 8x
- Strafworpen: scoor 15x
- Schot uit beweging 6 meter: scoor 7x
- Doorlopers met 1 hand: scoor 12x
- Strafworp achterkant korf: scoor 12x
- Vrije worpen: scoor 8x
- Schot (2p), doorloper (1p), korte kans (1p): haal 20 punten
- Uitwijk en doorloper: beide binnen is 1p. haal 8 punten
- Per tweetal een korf en een bal.
- 1 van het tweetal heeft een lintje om.
- Je hebt dus een ploeg met en een ploeg zonder lintje.
- De ene speelster is schutter en de ander vangt af.
- Om en om staat er een speelster met lintje en een speelster zonder lintje onder de korf.
- We beginnen allemaal tegelijk met schieten.
- Als er gescoord wordt, wissel je van plek.
- Het team wat als eerste in zijn geheel onder de korf staat heeft gewonnen.
- Dus als alle speelsters met/zonder lintje onder de korf staan heb je gewonnen.
- Verdeel in gelijke groepjes.
- X aantal "cadeautjes" (hoedjes) in het midden.
- Neem een aantal waardoor ze bij andere palen moeten gaan "stelen"
- Ze doen een opdracht, bijvoorbeeld 3 keer scoren van 4 meter.
- Elke keer als een groep pieten de opdracht heeft voltooid mogen ze een "cadeautje" uit het midden pakken.
- Wie als eerste 3 cadeautjes heeft wint.
- De verliezende pieten moeten dus was extra trainen en doen een opdracht, verzonnen door de winnende pieten.
- Schutter op ongeveer 4 meter voor de korf, 2 aangevers met elk een bal en elk aan een kant van de paal op +/- 3 meter:
- Schutter loopt breed en krijgt de bal aangespeeld op de buitenste hand, speelt met die hand terug op de aangever.
- Vervolgens loopt hij/zij breed tot op hoogte van de andere aangever, en krijgt wederom de bal op de buitenste hand aangespeeld.
- Speel de bal opnieuw in.
- Loop vervolgens opnieuw breed op de eerste aangever en dit keer ga je bij balontvangst schieten.
- Herhaal door opnieuw in te starten op de andere aangever.
- Draai door na 2 schoten.
- Je merkt dat je zowel op links als rechts gaat schieten.
- Welke korf scoort eerst 15x.
- Steeds 5 keer door de touwladder Waarbij je rustig begint en elke keer je snelheid iets verhoogt, zodat de 5e keer op volle snelheid is.
- Erdoor heen lopen met twee voeten in de ladder.
- 2 voeten binnen de ladder/ twee voeten buiten de ladder met knie in hoek van 90 graden.
- 2x links hinkelen van links op zij, naar het midden, dan 2x rechts hinkelen naar rechts opzij en rechts er weer in.
- Zijwaarts 2 voeten er in en twee er uit.
- 2 voorwaarts, 1 achterui, 2 voorwaarts enz.
- De bal wordt uitgespeeld op een bewegende dame op ongeveer 4 meter.
- De aangever bepaalt of de bal links of rechts van de dame wordt geplaatst.
- Het aangeven moet strak gebeuren en op ooghoogte van de schutter. scoor 10x pp
- Vervolgens komt er een verdedigster te staan voor de neemster.
- Nu zie je dat als je de bal niet hoog houdt de neemster de bal moeilijk kan zien.
- Dus als je de bal hoog houdt, ziet zij naar welke kant jij de bal gaat uitspelen en kan dus goed reageren.
- Komt ze niet vrij, kijk je hoe de verdedigster staat, zorg dat je aanspeelbaar bent en de neemster stapt nog een keer uit. scoor 10x pp
- Nogmaals met verdedigster, maar nu doe je net alsof je gooit.
- Voor de neemster is dit het signaal dat ze voor de doorbraak moet komen. scoor 10x pp