Korfbaloefeningen voor de techniek schot / scoren / schieten
Laatste update: januari 2026
Duur
- 30 minuten
- Nummers 1 krijgen 3 pionnen
- Nummers 2 krijgen 2 pionnen
- Nummers 3 krijgen 1 pion
- Ga door tot alle pionnen zijn vergeven
- Nummers 1 krijgen 2 pionnen
- Nummer 2 krijgt 1 pion
- Ga door tot alle pionnen zijn vergeven
- 8 doorloopballen: Pion op 7 meter voor de korf. Wissel na elke doorloopbal.
- 4 uitwijkballen naar rechts: Pion op 6 meter. Na 2x schieten wisselen van functie.
- 15 kleine kansjes: Om de beurt schieten.
- 4 uitwijkballen naar links: Pion op 6 meter. Na 2x schieten wisselen van functie.
- 6 halve draai schoten: Pion op 4 meter. Na elk schot wisselen van functie.
- 6 afstandsschoten vanaf achter de korf: Pion op 4 meter achter de korf. Na 2x schieten wisselen van functie.
- 5 vrije ballen naar rechts: Pion op 2,5 meter. Na 2x schieten wisselen van functie.
- 10 strafworpen: Pion op 2,5 meter. Na elk schot wisselen van functie.
- 5 vrije ballen naar links: Pion op 2,5 meter. Na 2x schieten wisselen van functie.
- Zet de pion op 5 meter.
- Als je een doelpunt maakt, mag je een pion bij een ander groepje stelen.
- Je schiet pas weer als je partner bij de korf terug is om af te vangen.
- Wissel om de 2x schieten van functie.
- We gaan door tot er een groep geen pionnen meer overheeft.
Doel
- Het doel is om per team 125 keer te scoren in de volgende 5 opdrachten.
- Scoor 30 keer.
- 20 sit-ups.
- Scoor 30 keer.
- Wissel om de 3 schoten.
- 20 push-ups.
- Scoor 30 keer.
- Na 2 schoten wisselen.
- Inspelen en terugkrijgen.
- 30 squats.
- Scoor 2 keer.
- 30 jumping jacks.
- Scoor 25 keer.
- Eventueel palen 180° draaien.
- Wissel om de 3 schoten.
Organisatie
- Tweetallen per korf.
- Een vaste aangever en een vaste schutter, bijvoorbeeld op vier meter voor de korf.
- De schutters hebben als opdracht om zo snel mogelijk 10 punten te behalen.
- Een doelpunt telt voor twee punten.
- Bij een misser wordt er één punt van het totaal afgetrokken (het totaal blijft 0 punten als je op 0 staat en mist).
- Zodra iemand 10 punten heeft, wisselen de spelers van taak.
- Voor minder gevorderde spelers kun je een doelpunt belonen met bijvoorbeeld 3 punten.
- Voor gevorderde spelers kun je het moeilijker maken door een doelpunt slechts 1 punt toe te kennen.
- De afstanden kunnen eventueel vergroot of verkleind worden.
Organisatie
- 3-5 spelers per korf met twee ballen.
- Pilon op circa 6 meter voor de korf.
- Spelers zijn genummerd en staan op volgorde achter elkaar bij de pilon.
- Nummers 1 en 2 hebben een bal.
- Nummer 1 begint te schieten en vangt zijn eigen bal af.
- Bij een raak schot geeft hij de bal aan de volgende speler.
- Bij een mis schot schiet hij opnieuw vanaf de plek waar hij de bal heeft bemachtigd, totdat hij scoort.
- De schutter sluit achteraan in de rij en wacht zijn volgende beurt af.
- Nummer 2 begint te schieten zodra nummer 1 een schot heeft gelost.
- Nummer 2 schiet net zolang tot hij scoort, geeft daarna de bal aan de volgende en sluit achteraan aan.
- Als iemand eerder scoort dan degene die voor hem begon, is die persoon gepiepeld en af.
- Wie blijft het langst over?
- Er zijn 4 deelnemers.
- Nummer 1 scoort meteen, geeft de bal aan nummer 3 en sluit achter nummer 4 aan.
- Nummer 2 mist, de bal rolt weg.
- Nummer 3 scoort, nummer 2 is af en doet niet meer mee.
- Nummers 2 en 3 geven de bal aan nummers 4 en 1.
- Nummer 1 wacht met schieten tot nummer 4 heeft geschoten.
Doel
- Zuiver schieten en conditie opbouwen.
- Welk tweetal bereikt als eerste 5 keer op en neer rennen?
- Begin met 10 keer op en neer sprinten.
- Schiet daarna 10 keer en tel hoeveel keer je scoort.
- Als je 5 of meer keer scoort (de helft van je aantal sprinten op en neer), mag je een keer minder sprinten, dus 9 keer.
- Ga daarna weer schieten en tel hoeveel keer je scoort.
- Is dit de helft of meer dan het aantal keer dat je op en neer hebt gelopen, dan mag er weer een keer op en neer vanaf.
Doel
- Zuiver schieten en conditie opbouwen.
- Begin met 5 keer zo snel mogelijk op en neer sprinten over de breedte van de zaal.
- Schiet daarna 10 keer binnen de 2 meter en tel hoeveel keer je scoort.
- Schiet om en om, dus ieder 5 keer.
- Als je 5 of meer keer gescoord hebt (de helft van je aantal enkele sprinten), dan mag je een keer minder op en neer sprinten, dus 4 keer.
- Ga daarna weer schieten en tel hoeveel keer je scoort.
- Is dit de helft of meer dan het aantal keer dat je hebt gelopen, dan mag er weer een keer op en neer vanaf.
Opstelling
- Bij elke korfbalpaal staat een tweetal.
- Het aantal palen hangt af van de grootte van de groep.
- Iedereen begint met twee keer scoren op de korfbalpaal.
- Na twee keer scoren, verplaatsen ze naar de volgende paal.
- Het kan voorkomen dat er twee groepjes bij een paal staan, omdat niet iedereen hoeft door te draaien.
- De tweetallen draaien alleen door als ze zelf twee keer hebben gescoord.
- Plaats een pion voor de paal op een geschikte afstand voor jouw team.
Uitvoering
- Speler 1 is de aanvaller en moet tot een schot komen.
- Speler 2 fungeert als aangever en afvanger.
- Speler 3 is de verdediger en begint met de bal.
- De verdediger (speler 3) passt de bal naar de aangever (speler 2).
- De verdediger gaat vervolgens de aanvaller (speler 1) verdedigen.
- De aanvaller moet zich vrijspelen, de bal ontvangen en tot een schot komen.
Startpositie
- De verdediger start op een afstand van 3 meter van de aanvaller.
- De afstand kan verkort worden om de oefening uitdagender te maken.
Beschrijving
- Vorm groepen van drie spelers: twee schutters en een rebounder in het midden.
- De schutters beginnen bij dezelfde hoed aan hun kant en proberen naar de andere kant te schieten.
- Bij elke drie doelpunten moet de tegenstander een hoed terug, tenzij dit niet kan omdat ze aan het begin staan.
- De voorste hoedjes liggen op 4 meter, de buitenste op 6 meter afstand.
Uitvoering
- Speel maximaal 2 minuten om te voorkomen dat het te lang duurt.
- De speler die na 2 minuten het dichtst bij de laatste hoed is, wint.
- Bij gelijke afstand van de hoed is het een gelijkspel.
Variatie voor 2-tallen
- Maak er een wedstrijd van tussen twee 2-tallen, met aan beide kanten een schutter.
- Dit zorgt voor chaos door druk van de andere kant en test wie het koelst blijft.
Aanpassing bij oneven aantal
- Bij een oneven aantal deelnemers, bijvoorbeeld zeven, zet drie schutters op één korf met vier rebounders in het midden.
- Er zijn 16 spelers, deze worden verdeeld in 2 groepen van 8
- De 8-tallen verdelen zich over vier 2-tallen
- De 2-tallen gaan schieten tot ze beide een doelpunt scoren, beginnend op 3 meter (eerste hoed)
- Als een 2-tal beide een doelpunt gescoord hebben, leggen de 3 andere 2-tallen de bal neer en sprinten een rondje rondom de korven waar ze spelen
- De schutters die het snelste waren gaan een hoed naar achteren, en als iedereen terug is begint de nieuwe ronde
- Er zijn 2 spel situaties bezig die afzonderlijk van elkaar spelen
- De palen tegenover elkaar staan op 12 meter uit elkaar, de palen naast elkaar staan 5 meter uit elkaar
- Je wint het spel door als eerste 2-tal op 6 meter beiden een doelpunt gemaakt te hebben
- Er staat een korf in het midden waarop alle schutters tegelijk gaan schieten
- Tussen de pylonnen in ligt een hoedje bij de korf, welke continue aangetikt wordt door de schutters
- Ze blijven heen en weer bewegen tussen die pylonnen en het hoedje, waarbij de bal hoog aangespeeld wordt en ook weer hoog weggeschoten wordt
- Het is ook mogelijk dit met looplijnen te doen waarbij je recht vooruit en achteruit beweegt. Voor je basis balans belangrijk, want je bent geneigd achteruit te huppelen.
- Als je met een kruispas achteruit beweegt ben je beter in balans, en schiet je dus makkelijker. Goede variant voor als iemand te veel moeite heeft met zijwaarts bewegen, waarbij de laatste stap naar achter voor balans moet zorgen
- Gedurende één minuut speel je een wedstrijd tegen de andere schutters
- Deze opzet is bewust gekozen omdat dit wat chaos creëert.
- Wie blijft er nadenken en doelgericht schieten?
- Er liggen 2 cirkels van 5 a 6 pionnetjes om de korf heen
- De schutter probeert zoveel mogelijk doelpunten maken, waarna de ander gaat.
- Dit gaat meteen achter elkaar door
- Met 2 cirkels word het spel anders. Spelers hebben namelijk de keuze om doelpunten te scoren in de kleinere of grotere cirkel. Scoor je vanuit de kleine cirkel, telt je doelpunt voor 1.
Scoor je vanuit de grote cirkel, dan telt je doelpunt voor 5 - De schutter schiet 15x
- Specifieke aandacht ligt op hoog wegschieten, omdat dit kort bij de korf is,
- Daarom krijg je ook een verdediger met je mee
- Dit word met 2-tallen in één cirkel tegelijk gespeeld voor psychologische weerstand.
- De anderen spelen ook in deze cirkel om bewuste chaos te creëren.
- Kunst is om rustig te blijven in deze drukte
- Er ligt een rij hoepels in het midden, en in de middelste hoepel ligt een klein zakje
- De spelers gaan in 2 teams doelpunten middels afstandschoten, en per 2 doelpunten mag je de zak een hoepel opzij leggen
- Doelpunten scoren doe je volgens onderstaande tekening. Je krijgt de bal van de ene kant, en schiet op de andere korf. Maar je werkt wel samen met deze kant. Je gaat altijd achter je schot aan zodat je doordraait
- Het doel is om de zak aan de kant van de tegenstander te laten eindigen
- Wie krijgt aan het einde de zak?!
- Er staan 2 spelers voor de korf die de bal overtikken naar elkaar op een hoog tempo
- Speler 1 of 2 beslist op eigen initiatief om naar voren te bewegen en in te draaien voor het schot
- Belangrijk hierin is dat er balans gepakt wordt, en je de keuze voor het schot zodanig maakt dat je niet te veel hoeft te corrigeren
- De ander gaat het schot lopend afvangen
- Speler 3 staat op 1,5 meter van de pylon komt in lopen voor druk op het schot. Na elke 2 schoten wissel je met de verdediger
- Je krijgt dus actie, reactie. Alert zijn!
- Uitbreiding 1 (optioneel): de schutter haalt de schot beweging door en lokt de verdediger uit tot invliegen
- Uitbreiding 2 (optioneel): de schutter beweegt door voor een 2e schot, de verdediger gaat deze verhinderen
- Er liggen 5/6 pionnetjes om de korf heen.
- De schutter gaat bij alle pionnen een doelpunt maken, waarna de ander gaat. Dit gaat meteen achter elkaar door
- Heb je een doelpunt bij een van de pionnen gemaakt, dan leg je deze op zijn kant
- Doel van dit spel is afronding
- Specifieke aandacht ligt op hoog wegschieten omdat dit kort bij de korf is
Uitbreiding:
- Maximaal 25x schieten bij 5 pionnen, 30x bij zes.
- Dat houdt in dat je per pion in principe 5x kunt schieten, maar dat moet niet.
- Heb je echter nog niet bij alle pionnen een doelpunt gemaakt, dan tel je gewoon het aantal dat je gescoord hebt en kom je lager uit dan de bedoeling is.
- Wie heeft als eerste dit rondje afgemaakt en dus de meeste doelpunten gescoord?
- Speler rood gooit de bal naar de blauwe speler onder de korf.
- De blauwe speler gooit de bal door naar speler wit.
- Speler wit gooit vervolgens de bal diep achter de korf.
- Vanaf het moment dat speler rood de bal heeft gegooid naar blauw, snijdt hij om de korf heen om de diep gegooide bal aan te nemen voor het schot.
- Speler wit mag na het ontvangen van de bal gelijk de bal diep gooien.
- Het is de taak aan speler rood om op tijd klaar te staan.
- Stippellijn: ballijnen - Zwarte lijn: looplijn
- Scoor 15 doorloopballen zonder te missen
- Rood speelt naar wit en loopt schuin naar achteren weg.
- Wit speelt terug op rood die schiet.
- Blauw vangt af, die de bal vervolgens weer op wit speelt.
- Wit speelt door naar rood en blauw trekt schuin weg bij de palen, krijgt de bal van rood en komt tot schot.
- Wit vangt af, speelt naar rood, enzovoort.
- scoor 15 uitwijkballen, waarbij je alle 3 steeds blijft bewegen. Als de bal in het bezit lijkt te komen van de rebounder stapt de volgend schutter weg.
- scoor 20 afstandsschoten vanuit beweging en doe dit van alle kanten.
Per 3-tal bij een korf.
Stap 1:
Stap 1:
- Speler Rood verdedigt Speler Blauw.
- Speler Blauw heeft de bal en gooit hem vervolgens naar speler Wit en loopt diep en schiet.
Stap 2:
- Volg stap 1 en nadat speler blauw diep heeft gelopen, snelt speler wit erheen voor een aangeef.
- Speler blauw gaat voor een doorloop blauw.
- Speler Rood blijft verdedigen, maar laat de doorloopbal wel toe.
Neem de doelpogingen zo rustig mogelijk
- Speler 1 is de aanvaller
- Speler 2 is de afvang
- speler 3 is de aangever
- Speler 2 begint met de bal, deze gooit hem naar speler 3 en rent dan meteen naar de korf waarbij diegene de afvang pakt.
- Speler 1 loopt tegelijkertijd naar het midden van het veld waarbij speler 3 de bal teruggooit naar speler 1.
- Speler 3 rent meteen naar de kort waarbij diegene de aangever wordt.
- Speler 1 gooit de bal direct terug naar speler 3 die nu onder de korft staat.
- Speler 1 maakt een in uit schot.
- 5-10 doelpunten.
Organisatie:
Twee (of drie) spelers per paal. 1 speler met bal schuin voor de korf op 7 meter.
Twee (of drie) spelers per paal. 1 speler met bal schuin voor de korf op 7 meter.
- De speler onder de korf trekt weg
- Krijgt de bal aangegooid (als de opstelling goed is, ontvangt hij de bal dus een beetje diagonaal).
- De speler voor de korf komt er naast.
- En komt tot schot. We scoren 10x linksom en 10x rechtsom
- Zelfde als hierboven
- Alleen nu komt de speler die voor de korf de bal aangooide er weer naast .
- En maakt een doorloopbal uit de ruimte zonder bal. 10x linksom en 10x rechtsom
- Zelfde,
- Alleen nu wordt er geen doorloopbal gemaakt,
- Maar wordt er gedreigd voor de doorloopbal
- En loopt de speler zonder bal lang (van de wegtrekker af en parallel aan de korf)
- En komt tot schot. 10x linksom en 10x rechtsom
- Zelfde,
- Alleen nu loopt de schutter weer lang
- En komt na het lopen van de lange lijn door voor de doorloopbal zonder bal. 10x linksom en 10x rechtsom
Corrigeren op:
Het goede been schieten, in lijn met de korf schieten, goed plaatsen, schouder naar de korf bij het schot
Het goede been schieten, in lijn met de korf schieten, goed plaatsen, schouder naar de korf bij het schot
Spel:
- Team staat achter elkaar in een rij op korf 1.
- Deelnemer 1 gaat schieten, daarna gaat deelnemer 2 meteen schieten.
- Als deelnemer 2 eerder scoort dan deelnemer 1 dan is deelnemer 1 af en gaat naar korf 2.
- Deelnemer 2 sluit achter aan.
- Als deelnemer 1 eerder scoort, gaat zij achteraan staan.
- Deelnemer 3 gaat mee-schieten. Als zij eerder schiet dan deelnemer 2, dan sluit zij achter aan en deelnemer 2 gaat naar korf 2.
- Dit spel gaat zo door op alle vier de korven, totdat er een winnaar is op korf 1.
Afspraken
- Je mag verdedigend hinderen, maar niet de bal weg slaan.
- De bal wordt in de steun gespeeld.
- De nemer maakt een schijnbeweging naar links en trek schuin rechts weg.
- Zij krijgt de bal aangespeeld en schiet vanuit die zijwaartse beweging.
- Het schot wordt door de derde dame afgevangen
- Die hem uitplaatst op die eerste aangever die naar voren is gelopen.
- Die speelt in en trekt weg naar links, na een schijnbeweging.
- De eerste schutter vangt af.
Maak per 3-tal 20 doelpunten
- Onder iedere paal staat een aangever met bal. In het voorveld staat bij iedere paal een schutter.
- De schutters voor de korf schieten net zolang tot 1 van de schutters 2 doelpunten heeft gemaakt.
- Als 1 schutter 2 doelpunten heeft gemaakt, draaien alle schutters door naar de volgende paal.
- Alle schutters tellen door bij het aantal doelpunten dat ze hebben staan. Als 1 schutter 4 doelpunten heeft gemaakt, wisselt iedereen weer door.
- De eerste schutter die 10 doelpunten heeft gemaakt, wint.
Doorwisselen: er wordt dus gewisseld zodra 1 schutter 2, 4, 6, 8 of 10 goals heeft.
Schutters worden nadien aangever en omgekeerd.
Laat de winnaars aangevuld met de andere hoogste scores nog een finale spelen.
Laat de winnaars aangevuld met de andere hoogste scores nog een finale spelen.
Per korf 2 teams van 2: (schotafstand markeren met kegels)
- Per team een aangever/rebounder en schutter
- Het doel is om als schutter 5x te scoren, dan verdien je 1 punt voor je team
- Wanneer 1 van de 2 teams een punt heeft, wisselen beide van functie en start men opnieuw met als doel 5x te scoren
- Het team dat eerst 3 punten heeft, wint
Let goed op de basistechniek van het schot. Belangrijk om goed uit te voeren. Vaak gaan spelers de neiging hebben om snel te gaan schieten onder tijdsdruk
Serie 1:
- Doorloopbal zonder bal na kegel aantikken.
- Uitwijk-schot (links en rechts afwisselen).
- Actie inside;
- Kort kaatsen en korte kans(links en rechts afwisselen)
- Bal vanuit korf met backspin gooien; achteraan lopen en snel keren; bal inspelen en via uitwijk naar schot
PAUZE: 4 minuten rustig schieten in lichte beweging
Serie 2:
- Links openen en doorloopbal met bal
- Rechts openen en via uitwijk naar schot (links en rechts afwisselen)
- Links openen; korf komt tegenovergesteld uit; opzoeken en naar schot
- Rechts openen; korf komt tegenovergesteld uit; kort-lang en naar schot
Elke opdracht 2 minuten om en om werken.
- Schotoefeningen:
- 5 - rondes (draai rondom korf)
- Ronde 1:
- De schutter neemt 4 schoten van 3 a 4m vanaf voor, achter en zijkanten korf. (rechtsom)
- Ronde 2:
- Snelle breedtebewegingen en pass (2 handen) op 3 meter. 3x pass daarna schot.
- Ronde 3:
- De schutter neemt 4 schoten van 3 a 4m vanaf voor, achter en zijkanten korf. (linksom)
- Ronde 4:
- Snelle breedtebewegingen en pass (1 hand) op 6 meter. 3x pass daarna schot.
- Ronde 5:
- Op 1m van korf starten, scoren = stap achteruit.
- 2x mis op rij = wissel.
- Wie scoort als eerste bij stap 5?
- Dame onder de paal gooit uit
- Ontvanger van de bal schiet,
- De afgevangen bal gaat weer naar de schutter,
- De andere dame komt in het zicht van de balbezitter en krijgt de bal aangespeeld.
- Zij schiet.
- Vervolgens krijgt zij de bal terug en komt de eerste dame in het zicht van de aangever en schiet.
- Na 10 schoten wordt van functie gewisseld.
- Elke speelster komt 3x onder de paal.
- Welk drietal scoort meer dan 15 x