Voetbaloefeningen voor de techniek aanvallen
Laatste update: januari 2026
Doel
- Aanleren om door te bewegen na een pass.
- Combinatie van voorzet en afwerken.
- Geschikt voor jongens van 7-8 jaar.
- Speler rood passt naar speler blauw en loopt richting hoekvlag.
- Speler blauw kaatst in de diepte naar de hoekvlag.
- Speler rood geeft een voorzet op de inlopende speler blauw.
- Speler blauw werkt af.
- Goede inspeelpass.
- In de bal komen voor de kaats.
- Kaats in de diepte.
- Niet te vroeg inlopen bij het afwerken.
Opstelling
- Vier spelers in positie zoals op het plaatje.
- Bij speler 2 staan twee spelers in de rij.
- Speler 1 speelt de bal naar speler 2.
- Speler 2 draait uit en passt naar de vleugelspeler 3 aan de rechterkant.
- Speler 3 geeft een breedtepass ter hoogte van de 16 meter naar links, naar speler 4.
- Speler 4 kaatst de bal breed terug en speler 1 rondt af.
- Speler 1 gaat naar de positie van speler 2, speler 2 naar die van speler 3.
- Speler 3 gaat naar de positie van speler 4, en speler 4 pakt de bal en sluit achteraan in de rij.
Doel
- Leer doorbewegen na een pass.
- Combinatie van voorzet en afwerken.
- Speler rood passt naar speler blauw en loopt richting hoekvlag.
- Speler blauw kaatst de bal in de diepte naar de hoekvlag.
- Speler rood geeft een voorzet op de inlopende speler blauw.
- Speler blauw werkt de bal af.
- Goede inspeelpass.
- In de bal komen voor de kaats.
- Kaats in de diepte.
- Niet te vroeg inlopen bij het afwerken.
Uitvoering
- A maakt zich vrij van achter het potje en passt naar B.
- B dribbelt met de bal door beide poortjes richting de doellijn.
- Ondertussen loopt A door het rechter poortje naar het midden, net voor het strafschopgebied.
- B passt de bal naar A door het poortje.
- A rondt af op doel.
- B haalt de bal op en sluit aan bij de rode kant; A wordt de rode B en omgekeerd.
- De oefening wordt afwisselend uitgevoerd aan de blauwe en rode kant; rood begint wanneer de schuine pass van blauw is gegeven.
Uitvoering
- Eerst links, dan rechts, of beide kanten tegelijk indien genoeg spelers.
- Stimuleren om links de linkervoet te gebruiken, rechts de rechtervoet.
- Speler A draait open naar de buitenkant achter de tegenstander uit.
- Speler A passt vooruit naar speler B tussen de kegels.
- Speler A loopt schuin naar de kegel voor het doel.
- Tegelijkertijd kapt of draait speler B uit de kegels richting doellijn.
- Speler B passt schuin achter naar speler A die ondertussen aan de kegel staat.
- Speler A schiet op doel.
- Speler A wordt speler B, speler B sluit aan bij de startpositie.
- Positiespel met doel dat 4 blauwe spelers kunnen scoren door de bal naar elkaar over te spelen door het midden vak.
- De bal mag ook gewoon naar speler naast je om zo de opening te zoeken.
- Speelt A naar B door het midden vak zonder dat de verdediger er aan komt is het 1 punt.
- Speelt A naar B door het midden vak en tussen de 2 verdedigers door zijn het 2 punten.
- De verdedigers krijgen 1 punt voor onderschepte bal en 2 punten als ze de bal onder controle meteen uit vak mee nemen en de aanvaller op die zijden met z'n 2e passeren.
- Bal bij de verdediging (rust)
- Steef, Sam haalt de bal (bij ruimte tussen de verdediging en middenveld)
- Speelt Sieb snel in (Maakt zich sterk en groot)
- Bij inspelen (liefst ervoor) Loop actie Jente buitenom.
- Sieb kaatst op Jente
- Jente steekt in 1 keer Frank weg.
- Looplijnen. na steekbal Jente.
- Spits met de steekbal al in beweging naar eerste paal.
- Rechtsbuiten met steekbal naar 2de paal
- Kaatser na kaats blind naar de 11 meter
- Steekbal gever zoekt na de steekbal de 16 meter op.
- Linksbuiten kiest uit voor de goal.
- Verdedigers klein wel aansluiten.
- Stippel lijn in loop lijn
- streep lijn is bal lijn
- Blauwe driehoek Hauwert
- Rode rondje tegenstander
- Bal bij de verdediging (hou je rust)
- Jente haalt de bal (bij ruimte tussen de verdediging en middenveld)
- Draait open en speelt Sieb in (Sieb sterk en groot maken)
- Bij inspelen (liefst ervoor) loop actie andere middenvelder.
- Sieb kaatst op inkomende middenvelder.
- Middenvelder stuurt Tim weg met een strakke lage bal tussen de verdedigers door.
- Looplijnen na de steekbal naar Tim.
- Spits na steekbal al in beweging naar de eerste paal.
- Linksbuiten al voor de steekbal naar de tweede paal.
- Kaatser na de kaats blind naar de 11 meter.
- steekbal gever blind door naar de 16 meter lijn.
- verdedigers klein en wel aansluiten.
- Stippellijn is een looplijn
- Streeplijn is de bal lijn
- Blauwe driehoek is Hauwert
- Rode rondje is tegenstander
Organisatie
- Je speelt met drie teams:
- twee teams spelen als aanvaller in het veld
- 1 team is buiten het veld de voorzetgever
Oefening
- De bedoeling is om het spel zo snel mogelijk te spelen.
- Je gaat met 2 man eruit en krijgt een voorzet vanaf de zijkant.
- Deze probeer je in de goal te werken. Hierna gaan vanaf dat goal de andere aanvallers proberen te scoren.
- Je speelt samen met het team dat voorzetten geeft.
- Degene die aan het eind de meeste punten heeft wint.
Doel:
- nauwkeurigheid + intensiviteit verhoging
Inhoud:
- cross bal over de grond naar persoon schuin van je ( A-B)
- kleine dribbel, naar kant van C en spelen naar C
- C doet 1-2 met D, en met loop actie dribbelt terug naar begin
Doordraaien:
- A op tempo wordt B
- B - D
- D-C
- C-A
Coaching:
- snel doordraaien
- goede been inspelen
- vooracties maken ( Hoedje is tegenstander)
- strakke balen over de grond
- continu beweging
Doel:
- Opbouw van achteruit in vaste patronen aanleren (met weerstand)
Wie staat waar:
- Allemaal verdelen over het veld, geef ze tips, aanwijzingen, en laat ze vooral dingen proberen zelf te bedenken!
- Iedereen kan het spel stil leggen!
Oefening:
- B speelt op A
- B zet druk op A
- A dribbelt een klein beetje, geeft goede bal op C
- C speelt op D
- D speelt op E
- E kaatst of draait en werkt af
- D kaatst op C
- C werkt af
Variatie mogelijk door eerder gemaakte afspraken, en afhankelijk van verdediger ( zie onderzijde)
Taak verdediger: ( jayden - Jelle/ Lucas afwisselen samen)
Taak verdediger: ( jayden - Jelle/ Lucas afwisselen samen)
- Verdediger kiest manier van druk zetten.
- Druk zetten op de back, of de bal lijn afschermen naar links buiten of spits
Doorwisselen:
- Wisselen naar de volgende Pylon
Coaching:
- Beweging zonder Bal
- goede been en strak inspelen
- Coach elkaar door roepen naam
- Laat ze keuzes en fouten maken
Speelwijze:
1-4-4-3
A= 3-4
B=6
C=5
D=11
E= 9
Doel:
Opbouw van achteruit in vaste patronen aanleren zonder weerstand
Oefening:
Opbouw van achteruit in vaste patronen aanleren zonder weerstand
Oefening:
- A speelt op B
- B kaatst op A
- A dribbelt een klein beetje, geeft goede bal op C
- C dribbelt volgend hoedje
- C speelt op D
- C speelt op D
- D kaatst op C - of draait door
- E kaatst op D of draait en schiet
Doorwisselen:
- A-B
- B-C
- C-D
- D-E
- E haalt bal en sluit aan bij A
Coaching:
- Beweging zonder Bal
- goede been en strak inspelen
- Coach elkaar door roepen naam
Speelwijze:
1-4-4-3
1-4-4-3
- A= 3-4
- B=6 - 8
- C=5
- D=11
- E=9
Doel:
Verbeteren van het uitspelen van een overtalsituatie naar de goal van de tegenstander met als doel het maken van de juiste keuzes in het aanvalsspel en het maken van doelpunten.
Verbeteren van het uitspelen van een overtalsituatie naar de goal van de tegenstander met als doel het maken van de juiste keuzes in het aanvalsspel en het maken van doelpunten.
Organisatie
- Veld van 32 meter lang, dubbel zestienmetergebied, en 25 meter breed.
- 1 groot doel
- 2 kleine doeltjes
- 15 veldspelers + 1 keeper
- Voldoende pylonen om het veld mee af te bakenen
- 10 ballen verdeeld over de beide doeltjes
- 2 trainers per organisatie
- De lijn van het zestienmetergebied geldt als buitenspellijn
Inhoud
- Team (A) dat vanaf de kleine doeltjes speelt, begint met dribbel
- 1 speler (A) dribbelt met de bal richting de keeper van de tegenstander (B) en moet voor de zestienmeterlijn afronden (1 tegen 0 noemen we dit)
- Zodra deze bal uit het spel is, in het doel gaat of in de handen van de keeper komt dan zo snel mogelijk 2 spelers van dit team (B) met 1 bal het veld in om zodoende 2:1 te spelen
- Wederom, als de bal uit het spel is, in doel komt of handen keeper dan 2 nieuwe spelers van het andere team (A) het veld in om zodoende 3:2 te spelen
- Dit gaat zo door tot en met de situatie waarin er 8:7 gespeeld wordt door team A
- na deze 8:7-situatie komt de laatste speler van team B het veld in en wordt er 8:8 gespeeld totdat er een doelpunt valt
- Hierna begint de hele vorm opnieuw, alleen nu is het team B dat begint
- Het totaal aantal doelpunten wordt geteld om het winnende team te bepalen
Coaching
- Het gaat om het maken van de juiste keuzes om goals te maken. Deze keuzes zijn in elke situatie anders en dus vraagt elk overtal om specifieke coaching
- 1:0 – een vrij schot vanaf de ‘16’ moet altijd tussen de palen zijn
- 2:1 – geduld aan de bal, aanspeelbaar zijn voor de teamgenoot en zodoende vrij voor de keeper komen
- 3:2 – geduld aan de bal, veldbezetting-> groot en breed. 1:1 betekent 2:1 aan de andere kant. Loopactie zonder bal om tegenstander tot keuzes te dwingen
- 4:3 – geduld aan de bal, veldbezetting-> groot en breed. Hoog baltempo, spelverplaatsingen en meerdere loopacties zonder bal. 2:1 creëren of 1:1 uitspelen om tot een kans te komen
Keeper staat in de goal die net buiten de 16 staat. Dit om wat verrassing toe te voegen. Hij weet wel of de bal over links of rechts komt. Maar beide spitsen kunnen degene zijn die afwerkt.
- We beginnen op de nummer 10 positie A.
- De aanval is daar 'dood' gelopen, dus we halen de bal eruit en spelen terug naar onze 6 B.
- Onze 6 zoekt nu de half speler op C of D.
- Indien C, neemt aan met rechts en draait open en zoekt, eventueel via de nummer 10, de andere kant.
- Indien D, neemt aan met links en draait open en zoek, eventueel via de nummer 10, de andere kant.
- De halfspeler speelt vervolgens in het vak bij de spitsen die op de hoeken van 5 meter gebied staan te wachten.
- Eén van de spelers werkt af en sluit aan bij A, de andere spits blijft staan.
Doordraaien gebeurd alfabetisch. Posities D en C worden dubbel bezet in verband met doordraaien.
Spelers Blauw:
Wedstrijdgericht zijn de posities:
Wedstrijdgericht zijn de posities:
A = Linksback
B = Centrale verdedigende middenvelder
C = Linkshalf
D = Spits 1
E = Spits 2
- Linksback speelt de linkshalf in.
- Centrale middenvelder komt vrij in de as en wordt aangespeeld door de linkshalf.
- Spits 1 zakt een stuk uit voor de kaats.
- Spits 1 laat bal vallen op linkshalf.
- Spits 1 draait zo weg dat bal mogelijk naar hem gestoken kan worden.
- Linkshalf laat dieptebal over en speelt Spits 2 strak in de voet aan.
- De kaats hem half diep op de inlopende Spits 1.
- Spits 1 werkt af.
Spelers Rood:
A = Centrale verdedigende middenvelder
B = Linksback
C = Linkshalf
D = Spits 1
E = Spits 2
- Centrale middenvelder speelt linkshalf in.
- Linkshalf laat vallen op linksback.
- Spits 1 laat zich uitzakken.
- Linksback speelt Spits 1 in.
- Spits 1 laat vallen op doorgelopen centrale middenvelder.
- Centrale middenvelder zoekt spits twee.
- Spits 1 komt onder de bal.
- Spits 2 laat vallen op Spits 1.
- Spits 1 werkt af.
Altijd alfabetisch doordraaien.
Variatiemogelijkheid bij gevorderde situaties:
- Voeg een nummer 10 -zie witte speler- toe aan de situatie om extra mogelijkheden te creëren.
- Laat de linkshalf loopactie de hoek in maken om als extra mogelijkheid te kunnen ontvangen en voorzetten.
- Beginnen in cirkel middenlijn.
- Nummer 10 biedt aan maar kiest zelf aan welke kant.
- Overige spelers moeten dus goed opletten. Afhankelijk van die keuze gaan we van links bij groen hoedje of rechts bij oranje hoedje uit.
- In dit voorbeeld gaan we uit van links het groene hoedje
- Nummer 10 biedt aan en kaatst bal op nummer 6. Deze speelt direct de rechter uitgezakte spits aan.
- Op het moment dat de uitgezakte spits wordt ingespeeld, begint de andere spits aan zijn loopactie.
- De spits heeft opnieuw een keuze:
- Laten vallen op de terugkomende nummer 10
- Gelijk de flank inspelen.
Vervolg indien keuze 1:
- Nummer 10 steekt de middenvelder aan de flank weg door een diepe pass richting de hoek.
- De andere flankmiddenvelder begint zijn loopactie om uiteindelijk aan punt 16 uit te komen, ongeveer op het moment dat de voorzet gegeven gaat worden.
De voorzetter heeft dan 3 keuzes:
- Eerste paal -> doorgelopen 'cross'spits.
- Tweede paal -> doorgelopen flanker
- Rand 16 -> doorgelopen uitgezakte spits
Vervolg indien keuze 2:
- De uitgezakte spits speelt de bal strak in de voeten van de aan de zijlijn geklemde middenvelder. De middenvelder houdt vervolgens twee opties over:
- Een steekpass op de gecrosste tweede spits die achter de uitgezakte spits is weggelopen.
- Een vroege voorzet richting verre punt 16, hier sluit de andere middenvelder aan en legt de bal breed op de spits.
Doel:
- Opbouw van achteruit verbeteren
Inhoud:
- Opbouw van achteruit verbeteren
Inhoud:
- A doet voor actie en vraagt de bal van B
- B speelt de bal op A
- A speelt bal naar C
- D begint vooruit te lopen
- C geeft bal mee in de loop met D
- D werkt af op het kleine goaltje
- A = 6
- B = 3
- C = 3-4
- D = 2
Coaching:
- Communiceer met je spelers
- Continu in beweging blijven
- Zien waar je medespelers staan
- Op tijd gaan lopen
LET OP!!
Oefening wordt in twee groepen gedaan, zodat er niet lang stil gestaan hoeft te worden!
- Communiceer met je spelers
- Continu in beweging blijven
- Zien waar je medespelers staan
- Op tijd gaan lopen
LET OP!!
Oefening wordt in twee groepen gedaan, zodat er niet lang stil gestaan hoeft te worden!
Doel:
Opbouw van achteruit in vaste patronen aanleren zonder weerstand
Oefening:
Opbouw van achteruit in vaste patronen aanleren zonder weerstand
Oefening:
- A speelt op B
- B kaatst op A
- A dribbelt een klein beetje, geeft goede bal op C
- C dribbelt volgend hoedje
- C speelt op D
- C loopt zonder bal verder
- D kaatst op C
- C werkt af
Doorwisselen:
- A-B
- B-C
- C-D
- D haalt bal - wordt A
Coaching:
- Beweging zonder bal
- Goede been en strak inspelen
- Coach elkaar door roepen naam
Speelwijze:
- 1-4-4-2
- A= 3-4
- B=6
- C=5
- D=9
Veldje 15 x 15 meter.
Doel 5 x 2 met 5 kegels: buitenste 2 = 5 pt, daarnaast = 3 pt, middelste = 1 pt
Doel 5 x 2 met 5 kegels: buitenste 2 = 5 pt, daarnaast = 3 pt, middelste = 1 pt
- Speler A vertrekt naast het eigen doel en dribbelt bal in door poortje.
- Diagonale pass naar speler B.
- Speler B neemt aan speelt door naar speler C.
- Speler C draait links of rechts weg van verdediger of kegel in zijn rug.
- Speler C schiet op doel en probeert een zo hoog mogelijke score te halen.
Wie na enkele ronden van deze oefening de meeste punten haalt, wint!
Doorschuiven: A naar B, B naar C, C neemt bal en sluit aan aan andere kant van het doel. Daar dezelfde oefening in spiegelversie.
Doorschuiven: A naar B, B naar C, C neemt bal en sluit aan aan andere kant van het doel. Daar dezelfde oefening in spiegelversie.
Vaardigheden: dribbelen, passen, aannemen en doorgeven, wegdraaien van verdediger, gericht trappen, hoeken zoeken.
Het is een 1 tegen 1 oefening waarbij de verdedigende blauwe partij de bal inspeelt naar de aanvallende rode partij en deze laatste dus een 1 tegen 1 opzoekt. Blauw heeft de taak om 2 goaltjes te verdedigen.
Regels
- Ben je geweest, wissel je van kant
- Over de middenlijn scoren
- Als de verdediger de bal heeft of uit schiet is het klaar
Aandachtspunten
- Laat de aanvaller tempo maken en gebruik lichaamsbewegingen
- Laat de verdediger naar voren verdedigen
Een 1 tegen 1 oefening waarbij de verdedigende rode partij de bal inspeelt naar de aanvallende blauwe partij.
- Wanneer de aanvallende blauwe partij de bal heeft, zoekt die een 1 tegen 1 op met de speler van team rood.
- Als één van de teams scoort, wisselen beide spelers van kant dus gaat speler rood naar blauw en speler blauw naar rood.
- Het kan zijn dat een rode speler de bal afpakt. In dat geval mag deze scoren op het kleine goaltje van team blauw.
- Team blauw moet scoren op een groot goal waar ook een keeper instaat.
- De spelers houden hun eigen punten bij en de drie die als laatste eindigen doen 10 push ups.
Spelregels:
- Bal uit zijn 2 nieuwe spelers.
- Als de keeper de bal pakt, is het doorspelen dus een 2 tegen 1 situatie.
- Doelpunt is ook 2 nieuwe spelers.
Aandachtspunten:
- Zorg dat de aanvallers op hoog tempo aan komen dribbelen.
- Zorg dat de verdedigers naar voren verdedigen.
- Zorg dat de verdedigers een goede houding aannemen.
De bedoeling van deze oefening is het uitspelen van een overtal.
- De 2 verdedigers van team rood spelen de bal diagonaal in naar een speler van team blauw.
- Dan is het een kwestie van scoren en zorgen dat ze het overtal uitspelen.
De teams blijven gewoon staan en je laat ze na 6 minuten wisselen van kant.
Als het rode team de bal afpakt, kunnen ze scoren op een klein goaltje van team blauw.
Spelregels
Als het rode team de bal afpakt, kunnen ze scoren op een klein goaltje van team blauw.
Spelregels
- Bal uit is wisselen.
- Keeper de bal is doorspelen.
- Scoren is wisselen.
Aandachtspunten
- Laat de verdedigers op een lijn verdedigen.
- Laat de aanvallers loop acties maken.
- Laat de bal op hoog tempo rondspelen.
- Als ze kunnen schieten, moeten ze ook schieten.
Afstanden: vakken 3 bij 3 meter.
- Iedereen blijft in zijn vak.
- Rood gaat proberen om te scoren door de bal in één van de goals te schieten.
- De verdediger tegenover de speler met de bal stapt naar hem toen om druk op de bal te zetten.
- De andere verdedigers stappen naar binnen om de passlijn af te schermen.
Varianten:
Moeilijker: vakken kleiner maken dan 3 x 3 meter.
Makkelijker: vakken groter maken dan 3 x 3 meter.
Moeilijker: vakken kleiner maken dan 3 x 3 meter.
Makkelijker: vakken groter maken dan 3 x 3 meter.
- Deze 1 tegen 1 oefening begint wanneer de spelers om het halve veldje heengerend hebben.
- Ze moeten eerst om het hoedje in de hoek en daarna achter het doeltje langs om de 1 tegen 1 te starten.
- De aanvallers - rood - pakken als ze achter het goaltje langs zijn gekomen een bal op en gaan in de aanval.
Aandachtspunten
- Let op de houding van de verdedigers.
- Zorg dat de aanvallers tempo maken.
- Niet te ingewikkeld maken. Dus een actie op tempo en scoren.
Regels
- Over middenlijn scoren.
- Is de speler geweest dan wisselen van kant.
- Let op de houding van de verdedigers.
- Zorg dat de aanvallers tempo maken.
- Niet te ingewikkeld maken. Dus een actie op tempo en scoren.
Regels
- Over middenlijn scoren.
- Is de speler geweest dan wisselen van kant.
- Zet twee kleine goaltjes op de rand van middencirkel tegenover elkaar.
- Maak 2 teams met evenveel spelers.
- Deze stellen zich op naast de goaltjes.
- De spelers kiezen een nummer van 1 tot 5. Bij meer dan 10 spelers meer nummers.
- De trainer passt de bal naar het midden en roept een getal.
- Van elk team gaan de spelers met het geroepen nummer één tegen één spelen op de goaltjes.
- Na een tijdje kiezen ze een nieuw nummer.
Afstand: tot de goal 16 meter
Grootte van de vakken: 3 bij 3.
Opdracht:
De verdedigers proberen de aanvallers het scoren onmogelijk te maken door de passlijnen af te schermen.
Ook hierbij zet de verdediger, die de aanvaller voor zich heeft, met de bal druk en de rest knijpt naar binnen.
De aanvallers proberen de bal in de 16 te krijgen om af te ronden.
Spelregels:
Grootte van de vakken: 3 bij 3.
Opdracht:
De verdedigers proberen de aanvallers het scoren onmogelijk te maken door de passlijnen af te schermen.
Ook hierbij zet de verdediger, die de aanvaller voor zich heeft, met de bal druk en de rest knijpt naar binnen.
De aanvallers proberen de bal in de 16 te krijgen om af te ronden.
Spelregels:
- De verdedigers mogen niet in het vak van de aanvallers!!
- De aanvallers mogen in het vak van de verdedigers om de steekbal te ontvangen.
- Zodra de bal in de 16 is, mogen de aanvallers scoren. De verdedigers mogen ook daar verdedigen!!!
- Keeper is vrij in de 16 om in te grijpen.
- Doelpoging voorbij. Dan worden de aanvallers verdedigers en de verdedigers halen de bal en sluiten zich dan achter aan als nieuwe aanvallers.
Lukt het de aanvallers niet om in de 16 te komen, kun je het makkelijker voor hen maken door de vakken 1 meter breder te maken.
Afstanden:
- Pionnen op 16 breedte 5 meter.
- Pionnen daaronder op 10 meter afstand.
- Pionnen zijkant 3 meter vanaf de 16 en 5 meter omlaag.
- A staat 10 meter vanaf de pionnen.
- A speelt de bal op de inlopende B en loopt zelf meteen naar de zijkant voorbij de verdediger.
- B laat de bal op A vallen en gaat naar zijn startpositie.
- Zodra B de bal laat vallen, begint C te lopen om de back te passeren.
- A speelt de bal in de loop mee op C.
- C steekt voorbij de laatste man en legt dan de bal terug op B.
- B rond af.
- A wordt B, B wordt C en C haalt de bal en sluit achter aan en dan via de andere kant
Coach moment:
A na pass meteen doorlopen.
B los komen om bal te vragen daarna meteen positie kiezen.
C op juiste moment starten niet al te diep staan want dan te dicht bij CV.
A na pass meteen doorlopen.
B los komen om bal te vragen daarna meteen positie kiezen.
C op juiste moment starten niet al te diep staan want dan te dicht bij CV.
Afstanden:
- Grote pionnen buiten 16 staan 3 meter erbuiten.
- Speler C 10 meter buiten de 16.
- Afstand C en B is 10 meter.
- Afstand B en A is 5 meter.
- Grote pionnen zijn tegenstanders.
- A speelt B in.
- B draait bij de tegenstander weg naar binnen en steek de bal tussen de verdedigers door in de looplijn van C.
- C rond af.
- A wordt B. B wordt C. C haalt de bal en sluit achteraan.
- Dan begint de andere kant.
Coach moment: C niet te vroeg vertrekken anders buitenspel let hier als trainer ook op. Maar ook niet te laat vertrekken dan raapt de keeper zo de bal op.