Voetbaloefeningen voor o16 jeugd
- Keeper past de bal naar 1
- 1 loopt eerst achteruit en dan vooruit om de bal te ontvangen
- 1 draait met de bal naar buiten en past naar 2
- 2 past naar 3 en loopt wat vooruit
- 3 kaatst naar 2
- 2 past naar 4
- 4 loopt met de bal naar doel, overdribbelt de kegels 'verdediger' en probeert te scoren
Variatie
- Vooractie aanpassen
- Loopladder
- koprol
- rondje draaien
- ...
- Veranderen van kant
- Bij spelen bal deze in de lucht aannemen. Hoge bal direct spelen of bal terug koppen tussen bijvoorbeeld de achterlijn en de 16 meter.
- Speler 1 met bal loopt achteruit en speler 2 zonder bal vooruit.
- Speler 1 gooit de bal in de lucht naar speler 2. Deze neemt hem aan en speelt hem terug terwijl, in een constante snelheid, naar voren wordt gelopen.
- Afwisselen linker- en rechterbeen
- Goed opzij meenemen van de bal bij de aanname.
- Bal direct uit de lucht terugspelen met de binnenkant voet in de handen van degene die achteruitloopt.
- Bal door de lucht en terug koppen naar degene die achteruitloopt.
Afstand 15 meter:
- Hakken, billen
- Knie heffen
- Aansluitpas 3 maal per kant
- Kruispas rechts
- Kruispas links
- Huppelpas/ knie
- Huppelpas/ armen
- Liezen indraaien
- Liezen uitdraaien
- Been recht op zwaaien
- Been schuin in zwaaien
- Snel voetenwerk, trippelen
- Per drietallen een bal
- Begin met een afstand van ongeveer 15 meter
- Twee spelers aan de ene kant en een speler aan de andere kant.
- Eén van de spelers aan de kant met twee speelt de bal naar de speler aan de andere kant, deze speler neemt de bal aan en speelt hem naar de speler aan de andere kant, enzovoort.
- Zowel met je goede als mindere been oefenen.
- Na een aantal minuten maak je de afstand groter, ongeveer 20, 25, 30 meter, bij de 30 meter oefen je een wreeftrap.
1) Met 1 van de spelers heb je de afspraak dat hij, samen met jou, de muur plaatst. Hij/Zij is de speler aan de buitenkant van de muur. Deze speler staat aan de kant van de korte hoek.
- Afstand 16 t/m 18 meter: 6 verdedigers (deze vrije trap is niet zo gevaarlijk. Over de muur kan bijna niet want daarvoor is de afstand te kort, dus grote kans dat men langs de muur in de lange hoek wil schieten. Concentreer je dus op de lange hoek)
- Afstand 19 t/m 22 meter: 5 verdedigers (dit is de gevaarlijkste vrije trap omdat deze zowel in de korte hoek als in de lange hoek kan komen)
- Afstand 22 t/m 28 meter: 3 verdedigers
- Afstand meer dan 28 meter: geen muur plaatsen
Veldopstelling:
2 Pionen per spelersgroep tegen overelkaar opstellen met beginnend 5 meter ertussen. Later kan dit worden uitgebreid naar 10 of 15 meter.
Spelverloop:
De spelers moeten proberen elkaars kegel om te schieten.
Spelregels:
- Je mag niet voor je kegel gaan staan maar moet er altijd achter blijven staan.
- Als je schiet mag je de bal rechts of links van de kegel leggen.
- Als je de kegel hebt geraakt krijg je 1 punt.
- Als de trainer fluit dan moet je wisselen met een andere speler.
- Je mag niet tegenover dezelfde speler gaan staan

Veldopstelling:
8 tot 10 pionnen achter elkaar in 2 rijen naast elkaar opstellen.
Spelverloop:
Elke speler probeert door de pionnen heen te slalommen. Dit moet gedaan worden door de bal met je binnenkant en met de buitenkant van je voetbalschoen te raken.
Varianten:
- Zorg eerst dat de beweging met de binnenkant en met de buitenkant van de voet wordt uitgevoerd.
- Speel een wedstrijd tussen 2 spelers: wie het snelste is.
- Om ook het snel draaien te leren moet aan het einde dezelfde weg terug worden genomen langs de pionnen.

Veldopstelling:
1 vertrekpion op 30 meter afstand van de goal. Eén speler om de bal aan te geven en de rest van de spelers achter de vertrekpion.
Spelverloop:
Vanaf de eerste linkerpion wordt de bal breed gepasst op de opkomende speler. Deze speler schiet de bal in één keer op de goal.
Spelregels/tips:
- Zorg dat je je lichaam voorover duwt wanneer je schiet anders gaat de bal vaak te hoog.
- Zorg dat je een hoek kiest als de keeper in het midden staat.
- Zorg dat je laag schiet als de keeper iets uit zijn goal staat.
- Als de keeper op de lijn staat te keepen dan kun je ook hoog inschieten.
Organisatie:
Verdeel de ploeg in 2 groepjes. Het liefst beide groepen met dezelfde oefening op 2 doelen laten afwerken.
Oefening A:
De bal inspelen, breed leggen, de hoek in spelen, voorzetten op de spits en afwerken.
Oefening B:
De bal inspelen, breed leggen, de hoek in spelen en voorzetten op de middenvelder. Na een combinatie met de spits werkt de middenvelder af.
Als alles goed verloopt kun je ze op het einde vragen om met een volley te scoren.
Opmerkingen:
Scoren in deze oefening is het belangrijkst. Er mag door de lucht worden gespeelt, als dit maar nauwkeurig gebeurd.

Organisatie:
Bij oefening A word de ploeg verdeeld over 2 groepjes, 1 groep op de linkerkant en 1 op de rechterkant.
Er word een voorzet gegeven van de achterlijn. De inlopende aanvallers kruisen elkaar. De speler die op het doel heeft geschoten haalt de bal en sluit achteraan. De speler die de voorzet geeft word aanvaller.
In oefening B word de bal na een kaats en1-2 combinatie op doel geschoten. Je kunt hier zelf,
nadat de oefening goed verloopt, als verdediger optreden.
De spelers schuiven door.
Aandachtspunten:
Beweging naar de bal.
Zuiver en hard spelen.

Organisatie:
2 aanvallers tegen 1 verdediger + een keeper.
Het aanvallende 2-tal kan scoren van buiten het 10 meter gebied door na een kaats direct te
schieten. Als ze in het 10 meter gebied komen mogen ze zelf weten hoe ze scoren.
Na een kans, gemist of raak of als de bal aan de zijkanten uit gaat, word doorgewisseld.
De verdediger kan scoren op de 2 kleine doeltjes.
Aandachtspunten:
Ga naar de zijkant om ruimte te maken voor je medespeler.

Organisatie:
Verdeel de ploeg in 2 groepjes. Iedereen een bal. Elk groepje bij een doel met keeper. Er word op verschillende manieren op het doel afgewerkt.
Oefening A is met een kaats. De spelers moeten de bal met de buitenkant van de voet klaarleggen zodat ze hierna in een vloeiende beweging op het doel kunnen schieten.
Bij oefening B krijgen ze de bal van de zijkant aangespeeld. De bal word met links aangenomen waarna ze met rechts schieten. Komt de pass van de trainer van links, dan word met rechts aangenomen en met links geschoten.
Bij oefening C komen ze op de trainer af en kappen de bal af met de binnenkant of de buitenkant van de voet. Na de kapbeweging moeten ze proberen direct te schieten.
Aandachtspunten:
Kijk naar hun standbeen op het moment van schieten.
Schatten ze de balsnelheid goed in?

Organisatie:
Verdeel de ploeg in 2 groepjes. Iedereen een bal. Elk groepje bij een doel met keeper.
Er word op verschillende manieren op het doel afgewerkt.
Oefening A is met een kaats.
Bij oefening B krijgen ze de bal van de zijkant aangespeeld.
Bij oefening C komt de bal van achteren.
Loopt alles vrij vlot dan kun je ook nog andere variaties proberen.
Zoals: de bal opgooien; de bal over een speler gooien die met de rug naar het doel staat.
Opmerkingen:
Bij F-pupillen is het aan te raden om zelf te kaatsen. Dit is om het tempo in de oefening te
houden.
Bij 2de jaar E-pupillen kun je ze ook laten doorwisselen.
Aandachtspunten
Kijk naar hun standbeen op het moment
van schieten.
Schatten ze de balsnelheid goed in?

Organisatie:
Beginnen met dribbelen, daarna door poortjes schieten, via een kaats komt er een voorzet die op
doel word geschoten.
Afhankelijk van het aantal spelers kan er met 2 ballen, op positie A en C, of met 3 ballen tegelijk
worden gestart.
Iedereen schuift elke keer een positie door.
Aandachtspunten
Indien nodig de bal eerst aannemen.
Dribbelen met beide benen.
Niet te hard of zacht passen.

Organisatie:
- Verdeel de ploeg over 2 groepjes, 1 groep op de linkerkant en 1 op de rechterkant.
- In oefening A word begonnen een enkele kaats, hierna snel door naar een dubbele kaats. De
- eerste kaatser werkt de bal dan af.
- In oefening B word de bal na een 1-2 combinatie diep gegeven, waarna een voorzet volgt. Je
- kunt hier zelf als verdediger optreden.
- De spelers schuiven door.
- De spelers moeten proberen de bal laag te houden.
Aandachtspunten:
Technische uitvoering van de trap met de binnenkant van de voet:
Standbeen; punt in de speelrichting; gebogen in de heup, knie en enkel.
Speelbeen; naar buiten gedraaid; knie en enkel gebogen.
Speelvoet; loodrecht op de speelrichting; voetzool parallel met de grond; tenen opgetrokken; bij
de trap geen slap enkeltje.
Een gecontroleerde zwaaibeweging.
Technische uitvoering van de trap met de binnenkant van de wreef:
Standbeen;2 tot 3 voetbreedten naast de bal; in de knie gebogen.
Raakvlak; aan de binnenkant van de plek waar de veters beginnen.
Aanloop vanuit een hoek van ongeveer 45º.

Organisatie:
Verdeel de ploeg in 3 groepjes. Als je weinig spelers hebt kun je ook 2 groepjes maken en een
goaltje zonder keeper weglaten.
Ze moeten de passieve verdediger passeren met een schijnbeweging en dan scoren.
Hierna schuiven ze door na het volgende goaltje.
Na een paar ronden kun je aangeven dat je een bepaalde schijnbeweging wilt zien.
Als je met zijn tweeën training geeft kun je ook zelf verdediger zijn. Nu kun je per speler bepalen
hoe sterk je gaat verdedigen.
Als het erg goed loopt, dan kun je de verdedigers de opdracht geven om op hun sterkst te
verdedigen.
Opmerkingen:
Mooie schijnbewegingen van profvoetballers of van de spelers van Balk 1 kun je gebruiken als
voorbeeld.
Aandachtspunten:
De passeeractie niet te ver of te dicht bij de tegenstander inzetten.
Het lichaam moet meebewegen om een schijnbeweging te laten slagen.
Speler A geeft een voorzet richting de tweede paal op inlopende speler een. Deze speler probeert af te ronden op doel.
Hierna is het de beurt aan speler B, die een voorzet geeft richting de tweede paal aan speler twee, ook hij probeert af te ronden.
Speler A geeft een voorzet aan speler drie bij de eerste paal, speler drie rond af op goal.
Speler B geeft een voorzet bij de eerste paal, waarna speler vier afrond op doel
Hierna begin je weer van voren af aan.
De spelers die afronden (spelers een tot en met vier), schieten de bal terug naar de spelers die de bal voorzetten.
De spelers een tot en met vier wissselen als volgt door: 1 naar 2, 2 naar 3, 3 naar 4, 4 naar 1.
Na twee tot drie minuten wisselen de spelers die afwerken en de voorzet geven om.
Probeer dit vijf series achter elkaar te doen. Als wedstrijdelement kun je bij houden welke speler de meeste goals scoort.
Aandachtspunten
De keepers moeten geconcentreerd klaar staan voor de voorzet en een goede startpositie innemen.
De keepers mogen de bal ten alle tijden pakken
De spelers die afwerken op doel lopen recht op de bal af, en niet er omheen.
Ook een rebound mag afgerond worden
Coach de spelers dat ze goed timen als ze inlopen.
- De aanvaller met bal start vanaf de achterlijn bij het kleine doel richting het pupillendoel te dribbelen. De verdediger zonder bal mag de speler proberen in te halen en de bal af te pakken.
- Beide spelers kunnen scoren, de aanvallers op een groot pupillendoel, de verdedigers op het kleine doel.
- Als de bal uit is, door wisselen van aanvaller en verdediger.
- Als de aanvaller op het pupillendoel geschoten heeft, dribbelt hij via het slootje terug naar het begin.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Eén speler start met dribbelen naar de overzijde.
- De verdediger probeert de bal af te pakken,lukt dat, krijgt hij één punt.
- Als de spelers bij het middelste vak aangekomen zijn, mogen ze scoren (schieten) op het pupillendoel.
- Nadat ze gemikt hebben op het pupillendoel,halen ze de bal op en dribbelen ze via het slootje weer terug.
- Na een bepaalde tijd wordt er door gewisseld van verdediger.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Twee spelers starten gelijktijdig met dribbelen naar de overzijde.
- De verdediger probeert de bal af te pakken,lukt dat, krijgt hij één punt.
- Als de spelers bij het middelste vak aangekomen zijn, mogen ze scoren (passen-mikken) op één van de twee kleine doelen.
- Nadat ze gemikt hebben op het kleine doel, halen ze de bal op en dribbelen ze via het slootje weer terug.
- Na een bepaalde tijd wordt er door gewisseld van verdediger.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Vier spelers starten gelijktijdig met dribbelen naar de overzijde.
- De verdediger probeert de bal af te pakken,lukt dat, krijgt hij één punt.
- Als de spelers bij het middelste vak aangekomen zijn, mogen ze scoren (passen-mikken) op één van de twee kleine doelen.
- Nadat ze gemikt hebben op het kleine doel,halen ze de bal op en dribbelen ze via het slootje weer terug.
- Na een bepaalde tijd wordt er door gewisseldvan verdediger.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- De aanvaller met bal start vanaf de achterlijn bij het kleine doel richting het pupillendoel te dribbelen. De verdediger zonder bal mag de speler proberen in te halen en de bal af te pakken.
- Beide spelers kunnen scoren, de aanvallers opeen pupillendoel, de verdedigers op het kleine doel.
- Als de bal uit is, door wisselen van aanvaller en verdediger.
- Als de aanvaller op het pupillendoel geschoten heeft, dribbelt hij via het slootje terug naar het begin
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter
- Drie spelers starten gelijktijdig met dribbelen naar de overzijde.
- De verdediger probeert de bal af te pakken,lukt dat, krijgt hij één punt.
- Als de spelers bij het middelste vak aangekomen zijn, mogen ze schieten op één van de leeuwen voor het pupillendoel.
- Nadat ze geschoten hebben op de leeuwen, halen ze de bal op en dribbelen ze via het slootje weer terug.
- Na een bepaalde tijd wordt er door gewisseldvan verdedigers.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Beide spelers kunnen scoren door de bal tegen een pion te passen-mikken.
- Als de bal uit is, indribbelen.
- Bij een achterbal of hoekschop indribbelen.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 10-20 meter.
Breedte: 15-30 meter.
Aantal spelers:
• 4-6 spelers (evt. doorwisselen bij doelpunt, achterbal of hoekschop).
Materiaal:
• Iedere speler één bal.
• 4-6 hesjes (2 kleuren).
• 16 pionnen.
- Twee spelers starten gelijktijdig met dribbelen naar de overzijde.
- De verdediger probeert de bal af te pakken,lukt dat, krijgt hij één punt.
- Als de spelers bij het middelste vak aangekomen zijn, mogen ze scoren (schieten) op het grote pupillendoel.
- Nadat ze gemikt hebben op de pionnen, halen zede bal op en dribbelen ze via het slootje weer terug.
- Na een bepaalde tijd wordt er door gewisseld van verdediger.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd envaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Drie spelers starten gelijktijdig met dribbelen naar de overzijde.
- De verdediger probeert de bal af te pakken, lukt dat, krijgt hij één punt.
- Als de spelers bij het middelste vak aangekomen zijn, mogen ze schieten op één van de leeuwen voor het pupillendoel.
- Nadat ze geschoten hebben op de leeuwen, halen ze bal op en dribbelen ze via het slootje weer terug.
- Na een bepaalde tijd wordt er door gewisseld van verdediger.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-25 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Alle spelers hebben een bal, behalve twee spelers (de leeuwen).
- Eén speler fungeert als tikker en probeert al dribbelend zoveel mogelijk spelers te tikken binnen 45 seconden,de andere speler bewaakt de leeuwenkuil met de verover de ballen.
- Wanneer de speler getikt is, wordt de bal doorde tikker, verzameld in de leeuwenkuil. De spelers die getikt zijn, verzamelen eerst in het vak.
- De spelers die getikt zijn, kunnen de balterug veroveren door ongetikt met de bal uit de leeuwenkuil te dribbelen. (Wanneer je wil getikt wordt, moet je eerst weer uit deleeuwenkuil en mag je het nog eens proberen).
- Wie de meeste ballen heeft veroverd, is de Lion King.
Afmeting: afhankelijk van leeftijd en vaardigheid.
Lengte: 15-20 meter.
Breedte: 10-15 meter.
- Spelers kunnen scoren door de bal stil te leggen op vijf meter van het doel en te scoren.
- De bal dient in het doel gescoord te worden,Wanneer je dit drie keer gelukt is, ga je naar de volgende lijn(zeven meter). Wanneer je dit wederom drie keer gelukt is, dan ga je naar de kampioens lijn (tien meter).
- Wie als eerste drie keer gescoord heeft vanaf de kampioens lijn is de Lion King.
- Wanneer je twee keer van een bepaalde lijn gemist hebt, dan ga weer een lijn dichter naar het doel toe.
- Punten tellen alleen wanneer de speler via het slootje terug dribbelt naar de beginpositie.
Afmetingen: afhankelijk van leeftijd envaardigheid aanpassen (bv. afstanden tot doel 7, 10 en 15 meter).