Twee tallen één bal.
Tegen over elkaar staan bovenhands naar elkaar spelen. Na tien ballen wisselen van plek de verste gaat naar voren. Dit een aantal keer herhalen. Deze oefening kan ook onderhands.
4 geeft setup op 1 en 1 valt aan op 2. 2 verdedigd naar 3, 3 geeft setup op 2 en 2 valt aan op 1, 1 verdedigt op 4 en het begint weer op nieuw.
Nadat 3 en 4 5 setups hebben gegeven wordt er gewisseld, de uitdaging is dit te doen terwijl de bal in het spel blijft.
Aanvalsaanloop maken:
Spelers op lengte bij elkaar
let op aanloop, niet op mooie bal
Allemaal een bal.
Dan even voor doen hoe ze tegen de grond aan moeten smashen.
Twee tallen één bal.
Tegen over elkaar dan de bal tegen de grond
Aan smashen naar de ander spelen.
Later een pion neer zetten in het midden zodat ze die kunnen raken.
Leg twee ringen neer op de grond zo dat ze de korte aanloop kunnen oefenen
VVoordat ze in de ringen stappen eerst een lange stap na de ringen met twee benen afzetten en dan de tennisbal over het net gooien.
Trainer houd de bal op hoogte bij het net spelers slaan de bal uit de handen van de trainer. En gaan zelf de bal weer halen doen ze in de kar
Laatste half uur Team opstelling
laatste kwartier een wedstijdje