background

korfbal

Welkom bij de korfbalsectie van Yoursportplanner. De juiste trainingen, oefeningen, toewijding en plezier vormen de sleutel tot succes. Op dit moment bieden we 1.428 korfbalbaloefeningen aan en zijn er 2.372 korfbalbaltrainingen gemaakt door korfbalbaltrainers.

Bekijk oefeningen

  • Opstelling
    • Per paal zijn er 4 spelers nodig.
    • Verdeel de 4 spelers in 2 tweetallen: tweetal A (A1 en A2) en tweetal B (B1 en B2).
    • Beginopstelling: A1 en B1 onder de paal, A2 en B2 in het buitenveld.
    Uitvoering
    • Speler A1 schiet op de korf.
    • Als speler A2 de rebound wint, kaatst hij met A1, trekt weg van de korf en komt tot schot.
    • Speler A1 neemt vervolgens het reboundduel op met speler B1.
    • Als speler B1 de rebound wint, kaatst hij met B2, trekt weg en komt tot schot.
    • Speler B1 gaat dan rebounden.
    • De speler die blijft staan, kan de aankomende speler opvangen en een goed reboundduel uitvoeren.
    • Bij een doelpunt gaat de rebound gewoon door.
    drawing Rebound arena
  • Opstelling en Voorbereiding
    • Zet twee korfbalpalen tegenover elkaar op een afstand van 10 meter.
    • Per paal staat een aangever. Eén aangever heeft een bal.
    • Er is een 1-tegen-1 duel aan de zijkant van één paal.
    Uitvoering
    • De aanvaller merkt wanneer er maximale druk komt op de buitenste hand.
    • Bij maximale druk maakt de aanvaller een loopbeweging naar de andere paal.
    • De aangever gooit de bal in de loop naar de aanvaller.
    • De aanvaller speelt de bal in de loop terug naar de aangever en ontvangt deze terug voor een doorloopbal.
    drawing Diepe doorloopbal met druk op de buitenkant
  • Opstelling
    • Per paal een drietal: 1 aangever, 1 schutter en 1 tikker.
    • Gebruik 4 hoedjes om een vierkant rond de paal uit te zetten.
    • De aangever staat onder de paal met de bal.
    • De schutter begint rechtsvoor in het vierkant.
    Uitvoering
    • De oefening begint wanneer de tikker begint met sprinten om de hoedjes heen.
    • Wanneer de tikker de ronde heeft gemaakt, mag hij beginnen met tikken.
    • De schutter verplaatst zich ook om het vierkant en schiet in elke hoek.
    • De schutter wint als hij 2 of 3 doelpunten heeft gemaakt.
    drawing 2 x scoren met tikker (selectie)
  • Opstelling
    • Per paal een groep van drie spelers: één aangever onder de paal, één speler aan de voorzijde van de paal, en één tikker aan de achterzijde van de paal.
    • Plaats twee hoedjes op 8 meter afstand aan zowel de voorzijde als achterzijde van de paal.
    Uitvoering
    • De oefening begint zodra de speler aan de voorzijde naar de paal sprint om een doorloopbal te maken.
    • De tikker sprint direct naar het hoedje aan de voorzijde en gaat vervolgens achter de speler aan die de doorloopbal maakt.
    • De speler die de doorloopballen maakt, moet ook de hoedjes aantikken.
    Doel
    • De uitdaging is om te zien wie er als eerste is: de speler die vier doorloopballen moet scoren of de tikker die de speler moet inhalen.
    drawing Doorloopbal tik (selectie)
  • Versie 1
    • De spelers beginnen rond te spelen in een 4-0 situatie.
    • Een van de spelers maakt een loopactie richting de rebound, waardoor er een 3-1 situatie ontstaat.
    • De drie buitenspelers bewegen naar elkaar toe met continue balbewegingen.
    • De speler die richting de rebound liep, stapt uit naar de middelste speler en ontvangt de bal. Dit kan een willekeurige speler zijn.
    • De uitgestapte speler speelt de bal terug naar de middelste speler.
    • De overige twee spelers maken een diepe looplijn en een van hen ontvangt de bal en schiet.
    • De uitgestapte speler draait terug en neemt de reboundpositie in.
    Versie 2
    • Stappen 1 tot en met 6 blijven hetzelfde.
    • De middelste speler snijdt om de aangeef heen aan de achterzijde en komt in aangeefpositie aan de voorzijde van de paal.
    • De speler die de bal heeft ontvangen speelt de aangever in.
    • De aangever speelt de speler ernaast aan en komt tot schot.
    Versie 3
    • Identiek aan versie 1.
    • De speler die de crossbal gooide, beweegt zijwaarts om naast de speler te komen die de bal heeft ontvangen.
    • Deze ontvangt de bal en de twee spelers aan de voorzijde maken loopacties naar binnen voor de doorloopbal.
    drawing 3-1 spel met dieplopende spelers: diverse varianten
  • Samenwerking met bal en speedladder
    • Werk in tweetallen samen met een bal en een speedladder.
    • De ene speler speelt de bal aan, terwijl de ander door de speedladder beweegt op de tenen.
    • De bal wordt continu aangespeeld.
    • Wanneer je door de speedladder bent, neem je een doorloopbal op de korf die verderop staat.
    • Herhaal dit vijf keer per persoon door de speedladder.
    • Voer de oefening rustig uit als warming-up en om motorische controle te verbeteren.
    Individuele loopvormen met balans
    • Ga individueel door de speedladder.
    • Er liggen hoedjes in de speedladder waar je overheen moet springen.
    • Land op één been in het volgende open vak en wissel af tussen linker- en rechterbeen.
    • Herhaal dit tot je aan het einde van de speedladder bent en eindig met een doorloopbal.
    • Wederom vijf keer per persoon door de speedladder.
    Sprintwedstrijd door de speedladder
    • Ga op je tenen twee vakken naar voren en één vak terug tot het einde van de speedladder.
    • Neem aan het einde van de speedladder een korte sprint tot een door de trainer aangegeven punt.
    • Herhaal dit vijf keer per persoon door de speedladder.
    • Om een wedstrijdelement toe te voegen, kunnen de vakken bij elkaar worden gezet en kunnen spelers tegen elkaar spelen door doelpunten bij de doorloopballen en als eerste de sprint te halen.
  • Doel
    • Het doel is om vier rechte lijnen van één kleur te krijgen in een vierkant van 4 bij 4.
    Uitvoering
    • Verdeel de groep in twee teams.
    • Leg 16 dopjes in een vierkant van 4 bij 4. Zorg ervoor dat er vier verschillende kleuren door elkaar liggen.
    • Elke speler heeft een Floormarker. De spelers wisselen hun Floormarker met hun maatje en sprinten dan terug.
    • De spelers van elk team sprinten naar de dopjes en kunnen een dopje ruilen met elkaar.
    • Na het ruilen sprinten ze terug en beginnen de volgende twee spelers.
    • Het team dat als eerste vier rechte lijnen van één kleur heeft, wint de uitdaging.
    drawing Rubik’s cube team uitdaging!
  • Opstelling
    • Pylonnen staan in een vierkant rondom de korf.
    • Op twee van de vier pylonnen ligt een bal.
    • Twee rebounders staan binnen het vierkant.
    • Bij twee van de vier pylonnen staat een schutter.
    Uitvoering
    • Bij het startsein rennen de schutters naar de pylon rechts van hen waar een bal ligt.
    • Na het schot blijven de schutters rennen tussen de pylonnen.
    • Als er geen bal op de pylon ligt, lopen ze door totdat ze een pylon met een bal tegenkomen, die door de rebounders daar geplaatst moet zijn.
    • Bij een score wisselt de schutter met de rebounder waarmee hij een tweetal vormt.
    • Er wordt samengewerkt in groepen van vier, met tweetallen voor meer structuur.
    • Schiet en rebound één minuut, daarna wisselen van plek en direct doorgaan.
    • Een wedstrijdelement kan toegevoegd worden door onderling te strijden, waarbij elke schutter maximaal vier keer schiet. Ongeacht de score, wisselen blijft verplicht.
    Variaties
    • Verander de afstand van de pylonnen voor variatie.
    • Voeg een loopparcours toe tussen de pylonnen voor langere looplijnen.
    • Spelers mogen van looprichting wisselen om sneller bij een nieuwe bal te komen.
    drawing Schietronde in een vierkant
  • Opzet
    • Er zijn twee vakken met vier duo's aanwezig.
    • Eén duo start aan de kant.
    • Er wordt twee tegen twee gespeeld met drie tweetallen.
    Uitvoering
    • Wanneer de bal wordt onderschept, neemt het andere duo vanuit het midden weer uit.
    • Een schot is één punt waard; een doorloopbal twee punten.
    • Bij een doelpunt verlaat de scorende ploeg het veld en komt er een nieuw duo in.
    • Het duo dat het doelpunt heeft doorgelaten, mag beginnen.
    • Wordt er gedurende 2 minuten niet gescoord, dan wisselt het duo met balbezit.
    Aandachtspunten voor de aanvaller
    • Kies voor een wisselend looptempo.
    • Probeer de rugkant van je verdediger te zoeken.
    Aandachtspunten voor de verdediger
    • Voorverdedigen!
    • Probeer de pass te onderscheppen.
    drawing Twee tegen twee - partijvorm
  • Uitvoering
    • Spring met je rechtervoet in de rechtervakjes en met je linkervoet in de linkervakjes van de ladder.
    • Als er een hoedje in een vakje ligt, spring dan op één been.
    • Ga zo voorwaarts door de vakjes van de ladder.
    • Bij de pylonnen met stokken ertussen, spring je over de stok en ga je verder.
    • Sprint naar de eerste pylon en ga achteruit terug, vervolgens naar de tweede pylon en terug, dan naar de derde en tenslotte naar de vierde.
    • Ga zigzaggend door de hoedjes.
    • Sprint vervolgens 5 meter.
    Herhalingen
    • Spring naar rechts en land op je rechterbeen, spring nog een keer op je rechterbeen.
    • Vervolgens spring je over de lijn naar links en kom je op die plek nog een keer omhoog.
    • Herhaal deze sequentie 10 keer op je linkerbeen en 10 keer op je rechterbeen.
    drawing Plyometrische sprong- en sprinttraining
Als enthousiaste coach en gepassioneerde korfbaltrainer vind je hier de ultieme bron voor trainingsoefeningen, tactische inzichten en hulpmiddelen om effectieve trainingen te creëren. Of je nu met jeugd of volwassenen werkt, met beginners of ervaren spelers, Yoursportplanner voorziet je van alle informatie en hulpmiddelen die je nodig hebt om je doelen te bereiken in de sport waar je zoveel van houdt. Aarzel niet en ga snel verder om je korfbaltrainingen samen te stellen en de prestaties van je korfbalteam te verbeteren.

Bekijk trainingen

Registreer vandaag!

Registreer vandaag!

Registreer vandaag!

Registreer Registreer Winning team