Korfbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1700 korfbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
korfbal training

Korfbaloefeningen voor de techniek doorloopbal

Laatste update: januari 2026
Organisatie
  • Tweetallen staan aan weerszijden van een lijn in het midden van de zaal.
  • De nummers 1, iets links van de lijn, zijn de ratten.
  • De nummers 2, een halve meter rechts van de lijn, zijn de raven.
  • Er is een meter tussenruimte tussen de ratten en de raven.
Uitvoering
  • De trainer roept 'ratten' of 'raven' in willekeurige volgorde.
  • Bij 'ratten' rennen de ratten zo snel mogelijk naar hun kant van de zaal.
  • De raven proberen de ratten te tikken.
  • Wie tikt zijn persoonlijke tegenstander het vaakst?
Aanwijzing
  • Om het spannend te houden, laat de 'r' lang rollen of maak er een kort verhaaltje van.
Doel
  • Beoefenen van de doorloopbal vanuit uitdagende situaties.
Organisatie
  • Drie- of viertallen per korf.
  • Één of twee spelers onder de korf, twee ervoor.
Uitvoering
  • Na het aangeven naar voren lopen en een doorloopbal nemen, doordraaien.
Varianten
  • Stuiterdoorloopbal: Doorloopballen aangegeven met een stuit.
  • Verlate bovenhandse doorloopbal: Aangeven gebeurt te laat, neem bovenhandse doorloopballen.
  • Verlate zijwaartse doorloopbal: Aangeven gebeurt te laat, loop links of rechts langs de korf en breng de bal zijwaarts of schuin achterover omhoog. Bij afzet met het rechterbeen is de beweging soepeler en het schot zuiverder als links langs de paal gelopen wordt.
  • Durk Bergsma-bal: Aangeven gebeurt te laat, loop langs de paal en slinger de bal met één hand over het hoofd in de korf.
  • Verlate springdoorloopbal: Aangeven gebeurt te laat, neem de doorloopbal in de sprong.
  • Vroege lange trekbal: Bal wordt te vroeg aangegeven, neem een 'lange trekbal' met een lang zweefmoment.
  • Toegerolde bal: Bal wordt niet aangegooid maar toegerold.
  • Showbeweging: Bal wordt iets te vroeg aangegeven, breng de bal eenmaal rond het lichaam voordat je schiet.
Variaties
  • Ruimte-aangeven: Aangeven gebeurt niet meer van onder de korf, maar vanuit de ruimte op circa 5 meter schuin voor de korf.
  • Verre afstand: Aangever staat op meer dan 20 meter van de korf.
  • Met verdediger: Alle oefeningen met een verdediger bij de nemer van de doorloopbal.
drawing Doorlopende warming-up met doorloopbal en schot
Inleiding
  • Deze warming-up combineert doorloopballen en schoten met verschillende hindernissen.
Uitvoering
  • Begin met hoedjes als hindernissen. Draai er zo kort mogelijk omheen op je tenen en neem daarna een doorloopbal. Probeer 15 keer te scoren.
  • Herhaal de oefening met een uitwijkbal en probeer 10 keer te scoren.
  • Voeg hordes toe waar je overheen moet springen. Maak opnieuw een rondje om het hoedje op je tenen en neem daarna een doorloopbal. Probeer 15 keer te scoren.
  • Herhaal dit met een uitwijkbal en probeer 10 keer te scoren.

Doel

  • Probeer zoveel mogelijk te scoren.

Uitvoering

  • Werk in tweetallen.
  • Elke speler neemt 10 pogingen, voor een totaal van 20 pogingen per oefening.
  • Bepaal zelf de volgorde van de pogingen.

Oefeningen

  • Afstandschoten voorzijde
  • Doorloopballen voorkant
  • Afstandschoten achterzijde
  • Korte kansen
  • Afstandschoten zijkant
  • Strafworpen
  • Doorloopballen achterkant
Opstelling

  • Vorm groepen van vier spelers bij een korf.
  • Twee spelers fungeren als aangevers, één als aanvaller en één als verdediger.

Uitvoering

  • De aanvaller heeft 30 seconden de tijd om zoveel mogelijk punten te scoren.
  • Een doorloopbal zonder bal telt voor 5 punten. Indien niet gescoord, krijgt de verdediger 5 punten.
  • Een gescoord schot telt ook voor 5 punten.
  • Een doorloopbal met bal telt voor 1 punt.
  • De aanvaller mag rondom de paal spelen.
  • Elke speler is 3 keer 30 seconden aanvaller, met 15 seconden rust tussen de beurten.
  • Dezelfde verdediger blijft staan gedurende de oefening.

Regels

  • De scoreregels dienen als motivatie voor de spelers.
drawing Doorloopbal over steun
  • De voorste speler speelt de bal in op de steun en loopt op de steun af.
  • De steun speelt de bal op de van de zijkant inkomende medeaanvaller net voordat de inspeler bij hem is.
  • De inspeler loopt om de steun heen en krijgt de bal aangespeeld van de medeaanvaller en neemt een doorloopbal.
  • De schutter vangt zelf de bal af en plaatst deze naar voren.
  • De steun wordt doorloper.
  • De medeaanvaller steun.
  • De schutter wordt medeaanvaller.
Scoor 20 x over links en 20 x over rechts.
Alle spelers hebben een eigen bal. Het gaat om de techniek van de "huppel" bij de doorloopbal drietallen bij een korf. 

  • Stap 1: de kinderen komen aangehuppeld met een eigen bal en nemen vlak voor de korf een doorloopbal.
  • Stap 2: er staat een aangeef en de spelers komen aangehuppeld en nemen de bal van de aangeef aan en maken dan een doorloopbal.
  • stap 3: de kinderen komen aangerend en krijgen de bal laag aangegooid en nemen een doorloopbal.
drawing Doorloper aanleren
Stap 1: 
Elke speler heeft een eigen bal en gaat op 6 meter voor de korf met andere spelers achter elkaar in een rij staan.
De eerste speler in de rij loopt richting de korf en neemt met een snelle beweging een strafworp. Rent terug en sluit achteraan in de rij. De volgende speler start.  

Stap 2:
Dezelfde opstelling als bij stap 1. Alleen staat er nu ook een speler in steun, iets voor de strafworp stip. Deze legt de bal op 1 hand. De loper komt aanlopen, pakt de bal van de hand en neemt een strafworp.

Stap 3:
Hetzelfde als bij stap 2. Alleen gooit de aangever de bal een beetje omhoog.
drawing Actie vanaf achterkant
  • De bal komt in een 4-0 opstelling het vak binnen. 
  • De speler aan de andere zijde -voor- snijdt in voor de steun.
  • Op het moment dat de bal wordt aangespeeld maakt de diagonaal speler een doorbraak of een zijwaartse beweging, krijgt de bal aangespeeld en komt tot schot.
  • Als er niet gescoord wordt, kan de steun de aandacht verleggen naar de andere achterkant, waar kan worden doorgebroken of vrijgelopen voor het schot.
Opmerking: de speler aan de kant van de bal kan ook inlopen in plaats van de speler voorin. De actie komt dan van de andere kant van het vak.

Oefening:
  • Scoor 5 doorloopballen over links en over rechts
  •  Scoor 5 uitwijkballen vanaf links en rechts.
drawing Doorloopbal en uitwijkbal competitie
  • Palen in driehoek: 
    • Aan elke korf iemand met een bal met vaste aangever.
    • De andere spelers in het midden bij de 2 hoepels.
  • Vanuit het midden neem je een doorloopbal op één van de korven. 
    • Je mag nooit 2x na elkaar naar dezelfde paal. 
    • Je gaat steeds door een voet in één van hoepels te zetten door naar een volgende paal.
  • Doel is om zo snel mogelijk 5x te scoren. 
    • Lukt dit, dan ga je in één van de hoepels staan. Deze hoepel mag dan ook niet meer worden gebruikt door de anderen om door te lopen naar een volgende korf. 
  • Wissel vervolgens van aangevers en start opnieuw.
  • Wissel halverwege de oefening naar uitwijkballen.
drawing Oefening aanval
Zet 2 palen recht tegenover elkaar. 
Onder elke korf een speler met bal en een speler zonder.

  • De speler zonder bal loopt rechtsom naar de kegel die halverwege schuin in het veld staat. 
  • De bal wordt meegegeven in de loop en doorgespeeld op de aangever onder de andere korf. 
  • Doorloopbal volgt, zelf af te vangen. 
  • Oefening herhaalt zich.

  • Spelers zonder bal lopen recht naar elkaar. Na een sprong gaan ze zijwaarts naar de kegel. 
  • Daar gaan ze zonder aangeef door naar de uitwijk op de andere korf. 
  • Na het schot volgt een doorloper die zelf wordt afgevangen. Dan wissel je door.

  • De speler in aangeef gooit de bal met backspin weg. De speler zonder bal loopt naar de bal en probeert te vangen voor de 2de stuit. Zorg dat de bal niet te ver wordt gegooid. 
  • Na vangen ga je wenden en de aangeef aanspelen, gevolgd door een uitwijk met schot. 
  • Aansluitend rennen voor een doorloopbal op de andere paal, zelf vangen.
3 tallen bij een paal. Elk 3-tal telt de hoeveelheid gescoorde doelpunten op. Doel van deze oefening is zoveel mogelijk scoren.

  • afstandsschot uit beweging voorzijde korf, na schot herhalingsschot. (Wie als eerste 20 doelpunten gescoord heeft)
  • Doorloopballen voorzijde in combinatie met achterzijde. 1 speler maakt een doorloopbal op de voorzijde loopt vervolgens door naar achterzijde en maakt weer een doorloopbal. Hierna wisselen. Wie als eerste 25 doelpunten heeft.
  • Schoten op de 4 meter lijn. Geen herhalingsschot. Wie als eerste 20 doelpunten gemaakt heeft
  • 40 korte kansen maken.
  • afstandsschot uit beweging achterzijde korf, na schot herhalingsschot. (Wie als eerste 20 doelpunten gescoord heeft)
  •  2 teams gemixt
  •  Elke ronde duurt 5 min, daarna snel alles omzetten naar de volgende ronde (max 3 min)
  •  Scores bijhouden, hoogte aantal aan het einde wint
  •  Eerst pion oefening goed uitvoeren daarna bepaalde score maken
  • Ronde 1: 
    • doorloopballen scoren. (pion oefeningen = schijnbewegingen maken tussen 2 pionnen)
  • Ronde 2: 
    • schoten 3-4m scoren. (pion oefening = 2 pionnen vooruit, 1 pion achteruit)
  • Ronde 3: 
    • korte kansen achter de paal scoren. De sprinter wordt aangegeven en die speelt terug op de uitstappende rebounder onder de paal (pion oefening = huppend over de pionnen)
  • Ronde 4: 
    • schoten 4-5m scoren. (pion oefening = schaatsend over de pionnen springen, landing even vasthouden)
  • Ronde 5: 
    • uitwijkballen scoren. (pion oefening = opspringen bij pion 1, 3 en 5 en squat bij 2 en 4)
 
drawing Doorloopbal vanuit ruimte met hoge steun.
  • Bal wordt vanuit het andere vak gespeeld op de heel hoog uitlopende steun speler.
  • Vlak voordat de bal ontvangen wordt, wordt er van opzij ingelopen naar de paal.
  • Deze speler wordt aangespeeld en maakt een doorloopbal.
  • De vierde speler vangt af en speelt de bal op de inmiddels doorgelopen aangever.
  • Hoge steun speler loopt naar het andere vak, de afvanger wordt de nieuwe hoge steun, de schutter gaat vangen en de speler uit het andere vak wordt schutter.
Scoor 20 doorloopballen van rechts en 20 van links.
Geef aan met de buitenste hand, de andere hand heeft last van de verdediger.
drawing Doorloopbal na zijwaartse beweging zonder en met druk
  • Speelster loopt naar pilon en maakt zijwaartse beweging naar links of rechts
  • Maakt duidelijk 3 passen zijwaarts met gezicht naar de korf
  • Vervolgens volgt een doorloopbal
  1. Scoor 10x na beweging naar links en 10 x na beweging naar rechts
  2. Hetzelfde, maar nu volgt bij pilon een schijnbeweging en vervolgens een zijwaartse beweging en een doorloopbal op duidelijk hogere snelheid
  3. Nu met tegenstander en krijg je na de uitwijk de bal aangespeeld, de bal speel je terug naar de korf en maakt een doorloopbal.
    1. Afhankelijk van de verdediger ga je buitenom of binnen door
    2. Bij binnendoor verpak je de bal naar de andere hand, omdat de verdediger de buitenste hand afschermt
    3. Op het moment van spelen stap je voorbij jouw tegenstander en snij je voor haar naar binnen

drawing Doorloopbal + uitwijkbal competitie
  • Palen in driehoek: 
    • Aan elke korf iemand met een bal (vaste aangever).
    • De andere spelers in het midden bij de 2 hoepels.
  • Vanuit het midden neem je een doorloopbal op één van de korven. 
    • Je mag nooit 2x na elkaar naar dezelfde paal. 
    • Je gaat steeds door een voet in één van hoepels te zetten door naar een volgende paal.
  • Doel is om zo snel mogelijk 3x te scoren. 
    • Lukt dit, dan ga je in één van de hoepels staan. (Deze hoepel mag dan ook niet meer worden gebruikt door de anderen om door te lopen naar een volgende korf.) 
  • De eerste 2 spelers die in de hoepels staan, spelen de finale. 
    • Zij moeten om ter snelst een doorloper scoren met 1 hand.
    • De winnaar is diegene die eerst terug in het hoepel staat na een doelpunt. 
    • Hij/zij verdient een punt.
  • Wissel vervolgens van aangevers, en start opnieuw.
  • Wissel halfweg de oefening naar uitwijkballen.
drawing Doorloopbal competitie
  • Palen in driehoek: 
    • Aan elke korf iemand met een bal (vaste aangever).
    • De andere spelers in het midden bij de 2 hoepels.
  • Vanuit het midden neem je een doorloopbal op één van de korven.
    •  Je mag nooit 2x na elkaar naar dezelfde paal. 
    • Je gaat steeds door een voet in één van hoepels te zetten door naar een volgende paal.
  • Doel is om zo snel mogelijk 3x te scoren. 
    • Lukt dit, dan ga je in één van de hoepels staan. (Deze hoepel mag dan ook niet meer worden gebruikt door de anderen om door te lopen naar een volgende korf). 
  • De eerste 2 spelers die in de hoepels staan, spelen de finale. 
    • Zij moeten om ter snelst een doorloper scoren met 1 hand. 
    • De winnaar is diegene die eerst terug in het hoepel staat na een doelpunt. 
    • Hij/zij verdient een punt.
  • Wissel vervolgens van aangevers, en start opnieuw.
drawing 3 pionnen voor de korf (vaste aangever)
  • 3 pionnen voor de korf (vaste aangever)
  • 1 rebound, 1 aanvaller. 
  • Aanvaller begint bij achterste pion. 
  • Bij een doelpunt mag je een pion naar voren. 
  • Bij een misser een pion naar achter. 
  • Vaste aangeef, wissel na een ronde.
  • Spelrondes:
  • Ronde 1: 
    • 10 doorloopballen.
  • Ronde 2: 
    • 8 korte kansen.
  • Ronde 3: 
    • 5 schoten. (3m, wisselend uitwijken)
  • Ronde 4: 
    • 4 schoten. (5m, wisselend uitwijken) Goed voor 2 punten.
  • Finale: 
    • 25 korte kansen (samen) scoren.
  • Koppel met de meeste punten wint.
drawing Conditiespel - 2 teams
  • Conditiespel 2 teams - 5 rondes.
  • Je blijft met je teams aan je eigen kant. 
  • Aangevers wisselen door zodat iedereen in beweging blijft. 
  • Bedoeling is dat de oefening met hoge intensiviteit gedaan wordt. 
  • Start is voor de pionnen. Na pion 5 in sprint naar de eerste korf. 
  • Rebound sprint daarna naar tweede korf. 
  • Rebounder tweede korf sluit weer bij pionnen aan.
  • Individuele scorer tel je op. 
  • Hardop tellen met je team.
    • Per ronde 1 punt.
    • Ronde 5 = 2 punten.
  • Ronde 1: 
    • 10 doorloopballen. (pion oefeningen = knieheffen)
  • Ronde 2: 
    • 8 schoten 3-4m. (pion oefening = 2 pion vooruit, 1 pion achteruit)
  • Ronde 3: 
    • 10 korte kansen. (pion oefening = zigzaggend)
  • Ronde 4:
    • 6 schoten 4-5m. (pion oefening = achteruit zigzaggend)
  • Ronde 5:
    • Team met minste punten bepaald oefening, ook de pion oefening.
drawing Pionnenspel

> 2-tallen (om en om nemen)
> Pionnen in het midden van het speelveld
> Gewonnen pionnen liggen op 1 meter van je korf
> 20 pionnen bij 8-10 spelers | 24 pionnen 11-14 spelers | 28 pionnen 15-18 spelers
> Elke ronde duurt zo lang als alle pionnen op zijn (+ 1 minuut pionnen stelen)

  • Ronde 1: 
    • 5 dlb achter elkaar = 1 pion.
    • 8 dlb achter elkaar = 2 pionnen.
    • 10 dlb achter elkaar = 3 pionnen.
  • Ronde 2: 
    • 2 schot = 1 pion.
    • 3 schot = 2 pionnen. 
    • 4 schot = 3 pionnen.
  • Ronde 3: 
    • 4 korte kans = 1 pion. 
    • 7 kk = 2 pionnen. 
    • 9 kk = 3 pionnen.
  • Ronde 4: 
    • 5 stippen = 1 pion.
    • 8 stippen = 2 pionnen.
    • 10 stippen = 3 pionnen.
  • Ronde 5: 
    • 1 schot = 1 pion. 
    • 2 schot = 2 pionnen. 
    • 3 schot = 3 pionnen. 
    • 4 schot = 4 pionnen.
    • 5 schot = 5 pionnen.
drawing Groot veld passing
  • Warming up op groot veld met veel passing.
  • Ronde 1:
    •  A passt naar B die uitloopt en gaat naar binnen voor doorloopbal. (10 doorloopballen)
  • Ronde 2: 
    • A passt naar B die uitloopt, haalt op voor dubbel en trekt weg. 
    • B passt naar A die daarna naar binnen klapt met bal op speler C voor doorloopbal. (10 doorloopballen)
  • Ronde 3: 
    • Idem dito ronde 2:
    • Maar A neemt geen doorloopbal maar passt door op C voor korte kans. (10 korte kansen)
  • Ronde 4: 
    • Idem dito ronde 2: 
    • Maar A klapt niet naar binnen maar schiet meteen (4 a 5m). (6 schoten)
  • Ronde 5: 
    • Idem dito ronde 4: 
    • A klapt wel naar binnen voor wijkbeweging (4 a 5 m). (6 schoten)
drawing Jagerbal

Stap 1: 

  • Probeer als jager duo jezelf te verplaatsen binnen het veld, door over te spelen en zoveel mogelijk lopers af te gooien binnen 1 minuut.


Stap 2: 

  • Probeer zo snel mogelijk de bal van de jagers af te pakken, over te spelen en te scoren in de korf, maar pas op dat je niet wordt afgetikt door de jagers. 
  • Dat mag als jij de bal in jou handen hebt.


Regels:

  • Leg de hoedjes neer in een vierkant met ong. 5 m tussen de hoedjes.
  • 2 spelers zijn de tikkers, de rest beweegt zich binnen het vierkant.
  • De 2 tikkers mogen de andere spelers tikken met de bal. De tikkers mogen niet lopen met de bal.
  • Door middel van overgooien kunnen de tikkers de andere spelers aftikken.
  • Als je getikt bent of buiten het vak komt ben je af en mag je weer mee doen als je een doelpunt hebt gescoord.
  • bij stap 1 mogen de lopers niet aan de bal komen van de jagers.


Variatie:

  • Als spelers af zijn horen ze bij de tikkers i.p.v. dat ze uit het vak moeten. 
  • Dit mag pas nadat ze gescoord hebben.
  • Meer of minder spelers en dus meer of minder ballen.


drawing Doorloopballen langs zes korven
  • Stel zes korven op in twee lijnen van drie.
  • Onder elke korf een vaste aangever. 
  • De overige gaan aan de zijlijn staan dwars op de eerste lijn korven.
  • De overige spelers nemen op de zijkant van de eerste drie korven een doorloopbal. 
  • Vervolgen voor, achter en weer voor de korf op de volgende korven. (zie schema). 
  • Vervolgens met zijn allen dezelfde ronde omgekeerd weer terug en daarna aangevers wisselen en dan nog een ronde heen en weer.



drawing Doorlopers nemen op de andere korf
  • Per 4 of 5-tal 2 korven nodig. 
  • De palen staan tegen over elkaar. 
  • Er zijn vaste aangever met bal. 
  • Je neemt de doorloper op de paal tegen over de paal waar je begint.
    • Als je de doorloper hebt genomen, begin je weer vanaf de paal waar je net de doorloper hebt genomen en ga je door naar de overkant. 
  • Wisselen na x doelpunten of na zoveel minuten. 
  • Dan gaan de aangevers de doorlopers nemen en de nemers gaan aangeven. 
    • Let op de passing en de techniek van het nemen van de doorloper. 
  • Evt dopje of pion neerleggen waar de kinderen ongeveer de bal moeten krijgen. 


drawing Doorloper of in uit nemen met verdediger
  • Je hebt nodig een 3-tal of viertal om goed de doorloper te verdedigen. 
  • 1 persoon onder de korf met bal en eventueel ook nog een afvang. 
  • Voor de korf een aanvaller en verdediger, op ongeveer 5-6 meter voor de korf (op verre schotafstand). 
  • De persoon onder de korf (aangever) heeft de bal.
  • De aanvaller loopt zijwaarts (rechts of links) en krijgt de bal van de aangever. 
  • De aanvaller gooit de bal terug naar de aangeef en gaat met een rechte lijn naar de korf en maakt een doorloper of in uit schot (als de doorloper te goed wordt verdedigd). 
  • De verdediger blijft steeds op de goede plek staan om de doorloper niet tegen te krijgen. 
  • Aandachtspunt verdediging:
    • Dichtbij de aanvaller blijven
    • Goed door de knieën 
    • Niet omdraaien als de bal gegooid wordt
    • Niet achter je tegenstander aan lopen


drawing Schieten en spieren (1)
  • Bij pion 1 
    • de grond aantikken en omhoog springen en helemaal uitstrekken. Dit doen we 10x. 
    • REN NAAR PAAL.
  • Paal
    • vervolgens neem je een uitwijker bij paal.
    • REN NAAR PION 2.
  • Pion 2
    • 5 sit ups. 
    • REN NAAR PAAL
  • Paal
    • neem een doorloper bij paal van achter de korf
    • REN NAAR PION 1
  • Pion 1
    • 5 x opdrukken
    • REN NAAR PAAL
  • Paal
    • Neem strafworp
    • REN NAAR PION 2
  • Pion 2
    • Schot vier meter achter de korf
    • Na het afgevangen schot ontvang je de bal en gooit de bal weer naar de aangever, die naast de korf staat.
    • Sprint naar pion 1 en begin opnieuw
  • Dit doen we 3x
  • Houdt de paal vrij en houdt afstand van elkaar. 
  • maar elke keer wisselen onder de paal. 
drawing Aanvallen met dubbele aangeef aan de zijkant
  • Je hebt twee aangevers aan de zijkant in het midden tussen twee korven in.
  • Dan heb je een aanvaller en een verdediger de aanvaller moet met behulp van de twee aangevers proberen te scoren.
  • Bij een onderschepping wordt de verdediger aanvaller.
  • Als er wordt gescoord krijgt de aanvaller een bonus en mag blijven aanvallen, hij moet alleen nu op de andere korf aanvallen.
  • Bij drie doelpunten krijgt de winnende aanvaller rust en ruilt met een aangever door.
drawing Pionkeuze
  • Er staan 4 pionnen voor de korf. 
  • 2 pionnen van elk dezelfde kleur.  
  • Deze pionnen staan in een vierkant. 
  • 1 speler staat onder de korf en 2 spelers staan tussen de pionnen in. 
  • De 2 spelers tussen de pionnen starten met een licht dribbelpas richting de korf.  
  • De speler onder de korf noemt de kleur van 1 van de 2 kleuren pionnen. 
  • De volgende acties zijn mogelijk:
    1. De spelers rennen naar de achterste 2 pionnen draaien er omheen en sprinten naar de korf en de eerste die neemt een doorloopbal. 
    2. De spelers rennen naar de eerste twee pionnen en tikken deze aan en rennen terug naar de korf en de eerste neemt een doorloopbal.

28 van de 1721 korfbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig