Volleybaloefeningen voor alle technieken

Advertentie

4 rondjes rondom het veld in looppas.

Ga op de achterlijn staan en rustige looppas heen tot het net.
achterwaarts terug tot de achterlijn.
Hef afwisselend je linker- en rechterknie tot 90 graden heen tot het net (knie heffen 90gr)
Hakkenbillen terug tot de achterlijn. (2x)

rustige looppas naar het net, linkerarm draait voorwaarts.
terug naar de achterlijn rechterarm draait voorwaarts.

Rustige looppas naar het net met beide armen tegelijk voorwaarts draaien.
terug naar de achterlijn voorwaarts lopen armen draaien achterwaarts.

kruispas heen en weer.

Op je hakken naar het midden van het veld en daarna op je tenen verder naar het net.
Terug 8 skippings met hoge knie inzet en dan een kort sprintje en rustige looppas tot de achterlijn.
Op de achterlijn nog een keer het zelfde maar dan naar het net.

Terug huppel je naar de achterlijn maar wel met veel kracht en gebruik je armen.
op de achterlijn weer 8 skippings met een sprint naar het net. Terug het zelfde.
Hierna weer actief huppelen met hoge explosiviteit.

3 sets van 15 movements half squats. (sta met je voeten op schouder breedte en de tenen wijzen iets naar buiten) Je beweegt alsof gaat zitten tot 45 graden. (15x zonder stoppen) 10 tellen pauze en weer 15x en dan weer 10 tellen rust en weer 15x.

Lunge (uitstappen, knie niet voorbij de tenen en rug recht armen in de zij) 3x links, 3x rechts (4 sets)

Reiken aan het net.
Ga met je gezicht naar het net staan, armen boven je hoofd en maak je in een rustig tempo zo lang mogelijk (voordoen) 3 sets van 5 rekkingen.

Schoudergordel langzaam.
Ga met je rug naar het staan op ongeveer 50 cm van het net. Doe je armen boven het hoofd.
Ga met je handen naar het net terwijl je rustig je rug hol maakt en raak het net. Ook 3 sets van 5 herhalingen.

Focus van de oefening is de service pass.

Begin met rustig serveren, druk opvoeren in het verloop van de oefening.

  • A serveert op B
  • B passed naar C
  • C vangt af, en sluit aan op positie D
  • D serveert of E
  • E passed naar F
  • F vangt af en sluit aan op positie A


Uitbreidingen:

  • A loopt 3 stappen het veld in, na de pass / set volgt een gecontroleerde aanval rechtdoor, die A voor zichzelf verdedigd.
  • A vangt de bal, en geeft deze een reserve serveerder op positie A
  • Idem voor D


8 Spelers: reserve op serveerpositie
10 spelers: reserve op serveerpositie en pass positie
12 spelers: 2 reserves serveerpositie, 1 reserve pass positie
14 spelers: 2 reserves op serveerpositie en pass positie

service-pass-afvangen-1

Advertentie
  • Team in opstelling in veld A. In veld B 3 blokkeerders en 3 serveerders.
  • Team B serveert op  team A die komen tot aanvalsopbouw. 
  • Blokkeerders proberen blok te zetten. Tijdswissel.
  • Spelers verdelen in 2 teams. 
  • Ieder team heeft een eigen mat die ze zo snel mogelijk naar de overkant moeten krijgen, door er om de beurt op te duiken. 
  • Welke mat als eerst aan de overkant is dat team heeft gewonnen!
  • Wedstrijdje met vangen en gooien. S
  • erve vanuit het veld. Bij elke bal dat over het net heen gooit moet je een plekje door draaien. 
  • Als je een fout maakt moet je uit het veld. 
  • Vangt jou team 3x achter elkaar de bal mag je weer terug het veld in!
  • er worden 2 rijtjes gemaakt op de 3 meterlijn
  • uit alle 2 de rijtjes lopen 2 spelers naar voren om een blok te zetten
  • vervolgens gaan ze zijwaarts naar de buitenpositie
  • de volgende speler uit het rijtje gaat naar voren en maakt een blok
  • deze gaat ook naar buiten en sluit aan bij de vorige speler
  • samen maken ze een blok
  • de eerste speler sluit weer achteraan in het rijtje en de tweede gaat op de buitenpositie staan
  • NB. goed op de voeten van de buitenspeler letten als middenman/vrouw. De buitenspeler zet in principe het blok!
Advertentie

De trainer staat aan de andere kant met een ballenkast

  • er gaan 3 spelers in het achterveld staan
  • de trainer gooit (later aanspelen of aanvallen) naar de 3 spelers
  • de 3 spelers moeten de bal in 3 keer spelen aan de overkant krijgen


LET OP:

  • de 3e bal (die dus over het net gaat) moet aangevallen worden (het liefste met een sprong)
  • er moet voor ELKE bal los geroepen worden
  • elke speler moet de bal 1x raken
  • zet 1 kast neer
  • begin zo laag mogelijk (1 laag dus)
  • de spelers maken vanaf de pion een aanvalsaanloop richting de kast
  • KORT, LANG, AANSLUITEN, AFZETTEN
  • afzetten met 2 benen
  • eindig op de kast met beide handen in de lucht (evt in de handen laten klappen)
  • daarna 2 bloksprongen aan het net.
    • Let op zijwaartse stappen
  • daarna om pion heen en trainer gooit een duikbal
    • Let op schuiven op buik
    • Bal halen en in bak doenn
    • achteraan sluiten in rij voor springen
Advertentie
  • O1 gooit/slaat gericht op P1 op andere speelhelft
  • P1 pass op V1 die afvangt
  • P1 wordt V1 wordt Or
  • O2 gooit/slaat gericht op O1
  • O2 pass op V2, die afvangt
  • O2 wordt V2
  • et cetera  

om-om-pass-opslag-3

Advertentie