Hockeytrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 900 hockeyoefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
hockey training

Hockeyoefeningen voor de techniek conditie

Laatste update: januari 2026
Uitvoering
  • Spring op je linkervoet en houd balans gedurende 10 seconden, daarna sprint naar de rode lijn.
  • Herhaal op je rechtervoet en sprint naar de rode lijn.
  • Voer knieheffen uit op de plaats gedurende 10 seconden, blijf op je tenen en sprint naar de rode lijn.
  • Doe 5 lunges op je rechterbeen en 5 op je linkerbeen, daarna sprint naar de rode lijn.
  • Spring 3 keer zijwaarts over de lijn heen en weer, daarna sprint naar de rode lijn.
  • Herhaal de zijwaartse sprongen, maar met je rug naar het veld toe.
Uitvoering
  • Spelers staan met de ruggen naar elkaar toe.
  • Op 10 meter afstand van iedere speler staat een pion met daarop een bal.
  • Bij het fluitsignaal of "START!" rennen de spelers naar de pion.
  • Ze pakken beiden de bal, rennen terug naar elkaar en overhandigen elkaar de bal.
  • Vervolgens lopen de spelers met de nieuwe bal naar de pion en plaatsen de bal erop.
  • Ze lopen beiden weer terug naar het midden en eindigen met de ruggen naar elkaar toe.
  • Optioneel in estafettevorm of meerdere keren achter elkaar te doen.
drawing Estafette training met hockeystick als overname
Doel
  • Snelheid en wendbaarheid verbeteren
  • Samenwerking en communicatie stimuleren
  • Techniek van het overnemen van de stick oefenen
Opzet
  • Verdeel de groep in kleine teams van 3-5 spelers. Elk team krijgt één hockeystick.
  • Zet een parcours uit met pionnen, bijvoorbeeld een slalom of zigzag. Markeer begin- en eindpunt duidelijk.
  • De eerste speler van elk team start met de stick in de hand en rent het parcours af. Aan het einde geeft de speler de stick over aan de volgende speler door deze netjes aan te reiken.
  • Het team dat als eerste alle spelers het parcours heeft laten afleggen, wint.
Variaties
  • Met bal: Laat spelers het parcours dribbelen met een bal.
  • Techniek toevoegen: Voeg een technische opdracht toe, zoals een push-pass naar een pion.
  • Extra uitdaging: Laat spelers na de overname een korte opdracht uitvoeren, zoals een push-pass naar een doel.
Tips voor de trainer
  • Let op de veiligheid bij het overnemen van de stick.
  • Stimuleer duidelijke communicatie bij de wissel door "klaar!" te roepen.
  • Moedig teams aan om elkaar aan te moedigen.

Uitvoering

  • Begin met 10 seconden op je linkervoet te hinkelen en sprint daarna naar de rode lijn.
  • Herhaal hetzelfde op je rechtervoet en sprint opnieuw naar de rode lijn.
  • Voer knieheffingen op de plaats uit gedurende 10 seconden, blijf op je tenen staan en sprint naar de rode lijn.
  • Doe 5 lunges op je rechterbeen en daarna 5 op je linkerbeen. Sprint vervolgens naar de rode lijn.
  • Spring 3 keer zijwaarts over een obstakel heen en weer en sprint naar de rode lijn.
  • Herhaal de zijwaartse sprongen, maar nu met je rug naar het veld toe gericht, en sprint naar de rode lijn.
drawing Reactie, intensiteit en afwerken op goal
Opstelling:

  • Twee vierkantjes met telkens 4 pionnen, vlak achter elkaar opgesteld.
  • Speler A start in het midden van het eerste vierkantje.
  • Speler B staat met ballen klaar net buiten de cirkel.
  • Eén doel met keeper (of zonder).

Verloop:

  1. Speler A tikt met zijn stick elk van de vier pionnen aan in het eerste vierkantje, steeds terugkerend naar het midden.
  2. A verplaatst zich naar het tweede vierkantje en herhaalt hetzelfde.
  3. Na het tweede vierkantje sprint A naar de bal (klaargelegd bij rand cirkel) en slaat op goal.
  4. Meteen daarna speelt speler B een tweede bal naar A, die deze ook afwerkt op goal.

Doel van de oefening:

  • Snelle voeten en reactievermogen trainen.
  • Omschakeling naar aanval na fysieke inspanning.
  • Gericht afwerken op goal onder vermoeidheid.
  • Samenwerking en timing tussen speler A en B.
  • Verschillende oefeningen waarin je springend op je voeten steeds in balans moet blijven, en anderen eruit moet sprinten
  1. 10 seconden op de plaats op je linkervoet hinkelen, sprint tot rode lijn
  2. Hetzelfde op rechts, sprint tot rode lijn
  3. Knieheffend op de plaats gedurende 10 seconden. Steeds op je tenen blijven staan zodat je sneller bent, sprint naar rode lijn
  4. 5 lunges op rechts, en 5 op links. Sprint naar rode lijn
  5. 3x zijwaarts over de orde heen en weer springen, sprint naar rode lijn
  6. Hetzelfde, maar nu met de rug naar het veld toe
  • Wedstrijd doen, eigen teams tegen elkaar. 
  • Probeer beide een team te pakken welke je na telkens een 5 tal minuten even stil legt om met de kids een minuut te evalueren (laat hen zelf ook tips geven) wat er goed ging en wat beter kan. 

Waar we op willen letten voor nu:

  • Hoe gebruik je de balk 
    • richten op de plek van de voeten van de speler die je voorbij wil spelen
  • Uitleg/ techniek van een juiste blok.
    • met 1 hand de stick op de grond leggen zodat de tegenstander er niet doorheen mag spelen en je dus een bal meekrijgt
  • LET OP ze weten deze regel nog niet allemaal dus leg het uit.
  • Ieder wedstrijdje minstens 2 strafcorners per team geven! 
    • bij de teams boven o10
    • en shoot outs O10 en jonger
    • goed bespreken met ze waar ze heen lopen. 
  • De teams weten zelf wel of de keeper uitloopt of een speler. 
  • Wanneer er geen shoot in de circel wordt gemaakt gewoon een strafcorner geven om te oefenen.
drawing Conditie met bal en stick
  1. Naar pion 1 tempo met bal op forehand aan de stick. Bij de pion een passeerbeweging naar links.
  2. Naar pion 2 tempo met bal aan de stick. Bij de pion een dummy.
  3. Naar pion 3 indian dribbel. Bij de pion over de stick wippen en met bal onder controle naar de achter lijn sprinten om pion A heen naar pion 4 bal aan de linkerkant van je lichaam met linker of rechterhand aan de stick. Bij de pion een wipje met backhand over de pionnetjes heen
  4. Bal naar de forehand trekken en bij de pion 5 een reverse maken en re langs de pion
  5. Naar pion 6 en daar een stuiter over de pionnen
  6. Rustig dribbelen naar begin pion
drawing Conditioneel touwladders
Conditie in combinatie met stick en Bal
  • A: sprint van 1 naar 2
  • B: Touwladder uitvoeren conform 5 oefeningen onderstaand
  • C: bal pakken om het hoedje heen en afronden op goal
NB: indien geen touwladders beschikbaar dan hoedjes neerzetten

Aandachtspunten:
  • Letten op je voorganger.
  • Buitenom terug.
  • Oefening moet op tempo gebeuren.
  • two foot run -één voet in elk vakje.
  • Ladder Taps -rechter voet in elk vakje, linker voet erbuiten.
  • Two foot lateral run -zijwaarts beide voeten in een vakje.
  • Skiers.
  • Squat Hops.
drawing 1 tegen 1 omschakelen & reactie in spelvorm
  • Aan de zijkant van de veldjes liggen ballen.
  • Elk goaltje in de hoek van het veld heeft een eigen kleur.
  • In elk veld staan 2 spelers.
Oefening
  • De spelers starten in het midden van het veldje.
  • Wanneer de trainer een kleur roept, moeten de spelers zo snel mogelijk een bal aan de zijkant van het veld pakken.
  • De speler die als eerste de bal pakt, moet in de kleur goal die de trainer roept scoren. De andere speler gaat dan verdedigen.
  • Als de aanvallende speler in het genoemde kleurengoaltje scoort, starten de spelers weer en roept de trainer een andere kleur en zo herhaalt de oefening zich.
drawing Eén-tweetje in hoog tempo
Een één-tweetje in de diepte met snelle passes en afronden in hoog tempo: 

  • Speler A speelt richting speler B.
  • A loopt diep richting de eerste pion -looplijn-.
  • B past terug op A en loopt diep richting cirkel -korte snelle actie-.
  • A past terug op B.
  • B neemt aan op de forehand en draait weg over de backhand van de tegenstander -pionnen-.
  • C sprint in richting kop cirkel -timing-.
  • B past richting C eventueel met de backhand sweeppas.
  • C neemt aan, brengt de bal in de cirkel en rondt af. 2 acties, bal onder controle en afronden.
  • De groep staat in de vier hoeken van het veld opgesteld.
  • Een tikker met een partijlintje
  • Op een teken gaan zij naar keuze het veld in drie richtingen oversteken:
  • de korte zijde, de lange zijde of diagonaal.
  • Dit levert telkens bij terugkeer resp. één, twee of drie punten op.
  • Een tikker opereert in de ruimte en verplicht de getikte kinderen eerst terug te gaan naar zijn hoek voor hij weer mag oversteken.
  • Hoeveel punten kun je in een afgesproken tijd halen?
  • Uit de groep wordt een tikker aangewezen.
  • Het spel wordt over het hele veld gespeeld.
  • De groep staat aan een zijde van het veld opgesteld.
  • Op teken steken de kinderen over.
  • Eén tikker probeert zoveel mogelijk overstekende kinderen te tikken.
  • Variatie
  • De kinderen lopen heen en terug op teken.
  • Heen en terug zonder op een teken te wachten.
  • De kinderen zijn aan de overzijde niet vrij.
  • Met twee tikkers.
  • Met vakken waarbij in elk vak één tikker staat.
  • De kinderen kunnen in elk vak getikt worden.
  • Wie is op heen- en terugweg niet aangetikt?
  • Of welke groep tikkers heeft de meeste kinderen kunnen tikken?

Het spel wordt minstens met 4 spelers gespeeld 

  • 1 muis die een t-shirt of stukje stof achter in de broek heeft 
  • 1 hond die een tennisbal heeft 
  • 2 katten zonder attribuut 


  • de muis loopt rond met de hond, 
  • de katten proberen de staart van de muis af te pakken en naar hun kegel te brengen 
  • maar de hond kan de kat met de tennisbal aantikken waardoor deze een straf naar keuze in het kamp gaat doen .
  • bij meer spelers kan er een groep bijgemaakt worden en met 2 spelletjes door elkaar spelen 

Wil je nou meer conditie krijgen? Dat kan, maar je hebt er wel een paar dingen voor nodig.

  • Wat heb je allemaal nodig?
    • Pionnen 
    • Voetbal 
    • Kleding waar je lekker in kan sporten  
    • Trap 
  • Allereerst is het belangrijk dat je zorgt dat je een goede warming up doet voordat je aan je conditie gaat werken!
  • Wat moet je doen?:
    • Ren 2 pionnen naar voor 1 naar achter en dat iedere keer herhalen. 
      • Doe dat 2x
    • Pak de bal erbij en ga met de bal 5 rondjes rennen. 
      • Dit zorgt voor bal controle en ook dat je toch even weer wat aan je conditie heb gedaan
    • Je kan ook oefeningen binnen doen voor je conditie namelijk ren 5 keer de trap op en neer 
  • Natuurlijk kan je ook zelf je eigen draai geven aan hoe je het wil doen, maar dit vind ik de fijnste en leukste manieren om het te kunnen verbeteren. 
  • Probeer niet de eerste dag al meteen hard te gaan rennen zonder te stoppen doe het in stapjes!

Looptraining

  • 30 sec Jumping Jacks
  • 30 sec knieheffen
  • 30 seconden hakken tegen billen
  • 30 seconden brug met 1 voet op bal
  • 30 seconden jump-lunge met bal tussen benen doorgeven 30 seconden schaats-sprongen
  • 30 seconden Russian-twist (voeten van de vloer)


Burpees

  • Opbouwen vanaf 25


Plank work-out (3 minuten)

  1. 30 seconden normale plank
  2. 30 seconden linker- en rechterbeen beurtelings optillen
  3. 30 seconden side plank op rechterzijde, andere arm gestrekt 
  4. 30 seconden side plank op linkerzijde, andere arm gestrekt 
  5. 30 seconden normale plank\30 seconden spiderman plank


Bicycle crunch

  • 2 x 1 minuut (20 seconden rust)


Opdrukken

  • 3 x 8 pylo-clap push-ups
drawing Aanval over de flank met lopende spelers
  • Afhankelijk van het niveau wat groter of kleiner neer zetten. 
  • Kan ook gespiegeld met eventueel afronden op backhand.

  • Bal begint bij rood. 
  • Wit loopt terug om zich aan te bieden en krijgt de bal aan gespeeld. 
  • Bij aanname versnelt hij met de bal naar de zijkant waar blauw is opgelopen. 
  • Rood maakt de punt van de driehoek naar achter en wordt aangespeeld. 
  • Blauw loopt diep weg en wit gaat naar kop cirkel. 
  • Blauw wordt aangespeeld en speelt de bal door naar de speler op kop cirkel die scoort.

Aandachtspunten:
  • Versnellen bij aanname
  • Na een pass-actie volgt loopactie
  • Hoog bal tempo
  • Kijken wat er gebeurt en anticiperen
  • Oogcontact zoeken
Eventueel uitbreiden naar 
  • 3:1 
  • 2:1 
  • of 3:2
  • Het doel van deze oefening is het snel positioneren van de voeten. 
  • Er wordt in een kruis vorm een loopladder tegenover elkaar gelegd en een rij van 11 pionnen tegenover elkaar.
  • Aan ieder uiteinde gaat een groepje van 3 meiden staan. 
  • Elke eerste meid loopt voorwaarde over iedere pion of ladder. 
  • Bij het kruispunt gaat iedereen rechtsaf en gaat dan zijwaarts over de ladder en pionnen. 
  • Iedereen moet zijn snelheid doseren om botsingen en opstoppingen te voorkomen. 
  • Degene die staan te wachten moeten kippen. 
  • Om klaar te zijn zodra ze mogen dat ze gelijk in hun ritme zitten.
drawing gesloten aannemen en inspelen guard gevolgd door open aannemen en afronden op doel
  • Speler ROOD komt uit het vierkant en biedt zich aan voor speler BLAUW.
  • BLAUW passt naar ROOD als deze zich aanbiedt. 
  • Speler WIT geeft druk op ROOD zodat deze gesloten moet aannemen en weer terug speelt naar BLAUW (guard).
  • Speler ROOD maakt een versnelling naar links of rechts naast het vierkant.
  • Speler BLAUW passt in op speler ROOD waarbij hij goed kijkt waar ROOD de bal vraagt (forehand of backhand).
  • ROOD neemt de bal open aan en penetreert de cirkel om af te ronden op het doel.
  • DOORDRAAIEN.
  • ROOD SLUIT AAN BIJ STARTMOMENT / BLAUW SLUIT AAN IN HET VIERKANT.
drawing aannemen en versnellen onder druk
  • Keeper op doel
  • Zet 2 poortjes neer van pionnen op de 23-meterlijn (de poortjes staan vanuit het oogpunt bekeken links en rechts naast de doelpalen.
  • Speler rood start op de kop cirkel en versnelt met bal door de poortjes.
  • Direct na het passeren van de poortjes speelt rood af naar blauw. 
  • Rood sprint om een pion heen om daarna druk te zetten en/of de bal af pakken van blauw. 
  • Na aanname van blauw versnelt blauw met bal en loopt door de poortjes heen. 
  • Als blauw door de poortjes heen loopt mag rood niet meer afpakken en gaat terug naar pion. 
  • Blauw versnelt de kop cirkel in en rond af op het doel.
drawing aannemen / spelen
  • Maak twee tallen
  • De oefening bestaat uit 4 tweetallen per oefening. 
  • De tweetallen moeten zich per tweetal in een kruisvorm opstellen. 
  • Op de de uiteinden van het kruis maakt men met 3 pionnen een driehoek. 
  • De uiteinden van het kruis staan ongeveer 5 meter van elkaar. 
  • De oefening word gestart op het linker uiteinde en het rechter uiteinde.
  • Blauw speelt naar rood. 
  • Rood loopt door terwijl blauw de bal weer naar rood passt. 
  • Rood neemt aan en passt naar het volgende tweetal.
  • Deze oefening spelen we met 2 ballen. 
  • Na 5 minuten wisselen van positie.
drawing Afwerken op goal met sprintoefening
  • Er staan 2 aangevers op de PC-punten op de achterlijn rechts en links van de goal. 
  • De speler begint achter de 25 yard lijn en krijgt de bal voor de halve cirkel eerst van links aangespeeld en moet dan scoren. 
  • Deze speler sprint dan tot voorbij het strokepunt/strafbalpunt en sprint terug tot achter de 25 yard lijn, en moet dan terug richting goal lopen om de pass van de andere aangever (rechts) te krijgen en hetzelfde doen (scoren, voorbij strokepunt/strafbalpunt sprinten en terug naar de 25 yard lijn).
  • Spelers staan met ruggen naar elkaar toe. 
  • Op 10 m afstand van iedere speler staat een pion met daarop een bal.
  • Bij fluitje of START!, rennen de spelers naar de pion, pakken beiden de bal, rennen terug naar elkaar en overhandigen elkaar de bal. 
  • Dan lopen de spelers met de nieuwe bal naar de pion en plaatsen de bal er op. 
  • Vervolgens lopen zij beiden weer terug naar het midden en eindigen met de ruggen naar elkaar. 
  • Eventueel in estafettevorm of meerdere keren achter elkaar te doen. 
  • De tikker moet proberen de anderen te tikken.
  • Als je getikt bent ga je met je benen uit elkaar staan en de armen over elkaar.
  • Zonder dat de tikker het weet heeft de groep een geheime verlosser aangewezen;
  • die mag de getikten verlossen door ze stiekem aan te tikken.
  • Het spel stopt als de geheime verlosser getikt is.


tikspel-met-de-geheime-verlosser-1

drawing Snelle omschakeling

Hoog tempo omschakelen in een wedstrijd vorm.

  • 3 teams (blauw, rood & wit);
  • Ieder team bestaat uit 3, 4 of 5 spelers;
  • Aanvallende team (A) heeft 1 speler in overtal (dus 3:2, 4:3 ..);
  • Eén speler uit het verdedigende team (B) staat in het vak bij de trainer;
  • Niet spelende team (C) staat aan de middenlijn;
  • Als A heeft gescoord gaan ze verdedigen met n-1 man;
  • Team B stelt zich op an de middenlijn om daarna te gaan aanvallen.
  • Links - rechts afwisselen.
  • Trainer brengt bal in het spel.
  • Doordraaien: 
    • Aanval over links: Blauw valt aan, wit verdedigt, rood staat klaar op rechts (II)
    • Aanval over rechts: Blauw verdedigt (n-1), Rood valt aan, Wit staat klaar op links (I)
    • Aanval over links: Wit valt aan, rood verdedigt (n-1), Blauw staat klaar (II)
  • Laat het team zo’n vijf minuten inlopen en vervolg daarna met de volgende oefeningen: 
  • Zet de pilonnen uit zoals is weergegeven op figuur een.
  • Laat het team twee rijen maken aan de zijlijn ter hoogte van de 23-meterlijn.
  • Voer de volgende loopoefeningen uit op de stippellijn: 
  • -  Knieheffen  (opbouwend 50%, 80%, 100%).
  • -  ‘Hakken billen’  (opbouwend 50%, 80%, 100%).
  • -  Zijwaarts.
  • -  Kruispas.
  • -  En tot slot de armen losgooien.  

26 van de 981 hockey oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig