Voetbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1100 voetbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
voetbal training

Voetbaloefeningen voor o13 jeugd

Laatste update: januari 2026
Opstelling
  • De spelers vormen groepen van drie.
  • Twee spelers staan bij één pion, de derde speler staat daar recht tegenover.
Uitvoering
  • De voorste van de twee spelers bij de pion heeft de bal en speelt deze recht in de voeten van de speler tegenover haar.
  • Vervolgens sprint deze speler naar de andere kant en gaat bij de pion staan.
  • De andere speler neemt de bal aan en speelt deze naar degene die nu tegenover haar staat.
  • Dit patroon herhaalt zich continu.
Variatie
  • Er wordt gedribbeld met de bal aan de voet.
drawing Cooling down
  • Blauw gooit in naar rood rood controleert de bal en past direct in doel 
Variatie: 
  • Rood werkt de bal in 1 tijd in doel.
Leuk spelletje, en tegelijkertijd wordt er geoefend op ingooien en de balcontrole 
  • Doorschuiven:
    • persoon die inwerpt gaat gaan afwerken
    • persoon die afwerkt, haalt de bal en sluit aan
  • In 4 tallen: 
    • indien de bal ver weg is, het spel niet wordt afgeremd
  • Wedstrijdje: om ter meest ballen in doel
    • 5 minuten oefenen
    • 5 minuten controle, afwerken
    • 5 minuten direct afwerken
drawing Dribbel met kap
  • Bij alle buitenste pionnen staat een speler met bal
  • Op het teken van de trainer dribbelen zij naar de middelste pion toe waar zij een door de trainer aangegeven kapbeweging maken en weer terug dribbelen.
Variaties:
  • 1. Met rechts naar het midden dribbelen en met rechts kappen
    • met links terug dribbelen en met links kappen
  • 2. Met rechts naar het midden dribbelen en met rechts kappen
    • rustig terug dribbelen
    • 2e keer met links naar het midden en met rechts kappen, 
    • rustig terug dribbelen, 
    • zo elke keer afwisselen.
Trainer kan aangeven hoe vaak hij wil dat de spelers een bepaalde kapbeweging doen (bij beide variaties) of hij laat de spelers elke keer tegelijk dribbelen (bij de 2e variatie)

Soorten kapbewegingen:
  1. Binnenkant voet kap
  2. Buitenkant voet kap
  3. Stop turn
  4. Cruijff turn
  5. Pivot turn
  6. Overstap, buitenkant mee
  7. Overstap, binnenkant mee
  8. Schaar, buitenkant mee
  9. Dubbele schaar, achter standbeen mee
  10. Elia
  11. Reverse Elia
  12. Rol-rol
  13. Okocha kap

positiespel-bar-a-2

Positiespel. 

Veld is opgedeeld in 4 vakken.
In deze 4 vakken spelen 2 teams van 4 spelers positiespel, er zijn 4 kaatsers/verdedigers. 

  • Balbezittende ploeg probeert kaatser te bereiken in ander vak (moeten dus opletten welk vak vrij is).
  • Wanneer deze pass is gegeven passt de kaatser meteen naar een van de spelers die in zijn/haar vak komen.
  • De kaatser wordt dan verdediger.
  • De verdediger van het vorige vak wordt kaatser in zijn vak en moet dus aanspeelbaar zijn voor een van de teams. 
  • Scoren door over de doellijn te dribbelen
  • Via positiespel uitspelen van de situatie
  • Balbehandeling in het positiespel
  • Snel handelen, direct kunnen passen
  • Overzicht in de situaties voor het verplaatsen van het spel en het kiezen van het moment en de richting van de passeeractie
  • Het afsnijden van de pas van de tegenstander en het afschermen van de bal
  • Verdedigers coachen om de lijn van de pass af te snijden
  • Verdedigers coachen op het geven van rugdekking (schuin achter elkaar staan)
  • In een rechthoek met een middenstrook staan de spelers verdeeld in 2 groepen tegenover elkaar.
  • De oefening begint met 1 speler met hesje in de middenstrook. Dit is de verdediger. 
  • Spelers moeten met de bal oversteken, de verdediger moet de bal afpakken en uit het veld spelen 
    • mag alleen in de middenstrook blijven
  • Is een speler de bal kwijt zal deze ook een hesje aantrekken en de verdediger helpen. 
  • Aanvallers blijven dus heen en weer lopen tot er 1 aanvaller over is. 
  • Dit is de winnaar.

Aan de korte zijde van het veld is een vak over de lengte van het veld (ongeveer een meter)
De aanvallende ploeg (4) moeten de bal in het vak weten te krijgen. De bal moet in het vak stil worden gelegd door 1 van de spelers van het aanvallend team. Dan is er gescoord.
Komt de bal zonder te stoppen in het vak, of gaat de bal uit het veld of word de bal aangeraakt door 1 van de twee verdedigers dan wordt er gewisseld met aanvallers en verdedigers. 

Spelers zelf laten rouleren zodat er steeds nieuwe verdedigers en aanvallers zijn en 2 of 3 aan de kant.

Tweetallen / twee rijen met hoedjes / dopjes / laddertjes

  • overtikken tussen twee pilonnen. Op fluitsignaal sprintje om het laddertje

  • Carroussel: laddertjes heen, kaatsend terug

  • Denk na!!: spring=omlaag, omlaag =spring links=rechts, rechts=links

  • Teamspirit Naast elkaar zitten, armen gehaakt, liggen en dan sit ups doen

  • Een speler loopt via laddertje en de ander gooit de bal aan in de handen

  • Een speler loop via het laddertje en de ander gooit aan op het hoofd terug koppen

  • Korte stappen over het laddertje, daarna zigzag door de pilonnen, daar sprint naar het eind waar een pilon staat

  • Cirkel warming up: cirkel rond en sprint naar het midden

  • Fun warm up, tweetallen gearmd en dan rondlopen terwijl je tegen elkaar duwt 

  • overgooien via bovenbeen en volley

  • Overgooien via borst en volley

  • ZigZag om je eigen pilonnen heen voorwaarts achterwaarts

  • Hoge trap

  • bal aantikken, naar achteren bal terug koppen

  • knie aantikken (fluitje)

  • Tweetallen 
  • twee rijen met hoedjes / dopjes / laddertjes


  • overtikken tussen twee pilonnen. Op fluitsignaal sprintje om het laddertje
  • Een speler loopt via laddertje en de ander gooit de bal aan in de handen
  • Een speler loop via het laddertje en de ander gooit aan op het hoofd terug koppen
  • Korte stappen over het laddertje, daarna zigzag door de pilonnen, daar sprint naar het eind waar een pilon staat
  • Cirkel warming up: cirkel rond en sprint naar het midden
  • Fun warm up, tweetallen gearmd en dan rondlopen terwijl je tegen elkaar duwt 
  • overgooien via bovenbeen en volley
  • Overgooien via borst en volley
  • ZigZag om je eigen pilonnen heen voorwaarts achterwaarts
  • Hoge trap
  • bal aantikken, naar achteren bal terug koppen
  • knie aantikken (fluitje)
  • De spelers vormen 3-tallen
  • 2 spelers staan bij 1 pion en de andere daar tegenover.
  • De voorste van de 2 spelers krijgt de ballen en speelt de speler tegenover haar recht in de voeten aan. Vervolgens sprint deze naar de speler en gaat bij de pion staan. 
  • De andere neemt de bak aan en speelt de bal naar degene daar tegenover.  
  • Dit herhaalt zich.
  • Doordat ze in 3 tallen werken,  zijn ze lekker actief. 
  • Variatie:
    • er wordt gedribbeld met de bal aan de voet.
  • We hebben een grote rechthoek. 
  • Aan de korte zijdes van de rechthoek staat 1 kaatser, aan de lange zijdes 2. 
  • Er zijn dus in totaal 6 kaatsers. 
  • De overige spelers worden verdeeld over 2 teams. 
  • Deze teams staan in het midden van de rechthoek. 
  • Een team probeert balbezit te houden en maakt daarbij gebruik van de kaatsers. 
  • Bij balverlies wordt het andere team dat in het midden staat de balbezittende partij. 
  • Afhankelijk van het aantal spelers kun je variëren in de grootte van de rechthoek. 


positiespel-barcelona-ajax


Aangepaste partijvorm waarbij veld verdeeld wordt. In de breedte wordt veld verdeelt in 3 vakken, in lengte in 4.


partijvorm-2Breedte: wanneer bal zich in linkervak bevindt moeten de spelers m.b.v. de vakken ook naar die kant bewegen. Op het moment dat de bal zich in het linkervak bevindt mag er dus geen enkele speler in het rechtervak staan. 

Lengte: verdedigers moeten proberen niet in het laatste vak te komen wanneer tegenstander de bal heeft. Verdedigers van de balbezittende partij moeten ervoor zorgen dat de afstanden niet te groot worden en dus moeten zij aansluiten. partijvorm-2

De vakken zijn in feite bedoelt als hulpmiddel.

Techniektraining in ruit. Hierin zijn verschillende mogelijkheden. Wegdraaien van pion, kappen, in een keer passen, schijnbewegingen oefenen, aanname oefenen. Door de afstanden groter te maken kan er een andere oefening gedaan worden. 

Oefening 1: wegdraaien van pion

techniektraining-in-ruit-2

Oefening 2:een keer passen

techniektraining-in-ruit-2

Oefening 3: Schijn/passeerbewegingen oefenen: 

techniektraining-in-ruit-2

Oefening 4: passen en doorlopen

techniektraining-in-ruit-2

Oefening 5: pass-aanname (8 hoedjes)


techniektraining-in-ruit-2

We spelen 1x1 met 2 kaatsers in een lang smal veld. We hebben 1 vaste verdediger, 2 vaste kaatsers en afwisselende aanvallers. De aanvaller dribbelt het veld in en probeert m.b.v. van de kaatsers in het goaltje te scoren aan de andere kant van het veld. Het accent ligt op inspelen en direct doorbewegen of juist uitzakken.

Zie filmpje:  https://www.facebook.com/devoetbaltrainer/videos/2106051272743390/1x1-met-2-kaatsers

We hebben een vierkant. 2 spelers met bal bij aangrenzende pion, 1 speler zonder bal bij pion, 1 speler in het midden. Speler in het midden ontvangt de bal en draait open naar speler in hoek. Speler die pass gaf sprint naar vrije pion. Hierna wordt de volgende pass gespeeld, speler in het midden draait weer open en speelt naar vrije speler. Erop letten dat spelers na pass meteen sprinten naar vrije pion. Passes moeten steeds eerder gegeven worden en moeten steeds harder worden ingespeeld. Doel van de oefening is de techniek verbeteren en de handelingssnelheid verhogen. De aandachtspunten voor de speler in het midden zijn: goed opendraaien waarbij lichaam goed staat en draait en zo min mogelijk stappen worden gezet (2), 2 balcontacten (aanname en pass). 


opendraaien-in-vierkantje-1

15 van de 1147 voetbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig