Volleybaloefeningen voor de techniek pass / toetsen / onderhands
Laatste update: januari 2026
Doelstelling
- Verbeteren van de receptievaardigheden bij hoge snelheid.
- Verhogen van de reactiesnelheid en precisie van de receptiespeler.
- Oefenen van de samenwerking tussen receptiespeler en spelverdeler.
Organisatie
- Opstelling: 2 korven met vangers aan één zijde van het veld.
- 1 receptiespeler en 1 spelverdeler (SV) aan de overzijde van het veld.
- Elke speler ontvangt 30 recepties, verdeeld over drie posities: 5, 6 en 1.
Uitvoering
- De vangers slaan de bal in een hoog tempo naar de receptiespeler.
- De receptiespeler positioneert zich op positie 5, 6 of 1 en ontvangt de bal.
- De receptiespeler speelt de bal door naar de spelverdeler.
- Na 10 recepties wisselt de receptiespeler van positie.
Coachingpunten
- Let op de juiste houding en balans van de receptiespeler.
- Zorg voor een snelle en precieze aanname van de bal.
- Communicatie tussen receptiespeler en spelverdeler is cruciaal.
- Focus op de snelheid en nauwkeurigheid van de baloverdracht.
Variaties
- Verander de snelheid en richting van de ballen voor extra uitdaging.
- Voeg een extra receptiespeler toe voor meer dynamiek.
- Laat de spelverdeler variëren in de set-ups na de receptie.
- Oefening voor 8 spelers - Focus = variatie in setup :
- Startpositie : 4 spelers, langs beide zijdes 2 spelers, 1 zijde met 2 ballen
- Doorschuiven : A+B -> G+H -> E+F -> C+D -> A+B
- Volle lijnen = balbaan, stippellijnen = spelers verplaatsing
Basis oefening :
- E gooit over naar A (of B) (in dit voorbeeld eerst naar A) (1)
- A neemt receptie in zone 2, B geeft setup hoog of laag afhankelijk van wat A aangeeft (2)+(3)
- Intussen heeft E positie ingenomen dicht of ver (4), B speelt over met hard contact naar de vrije ruimte (E dicht -> bal ver over en omgekeerd)(5)
- F gooit over naar de andere speler B,
- B neemt receptie in zone 1, A geeft setup hoog of laag afhankelijk van wat B aangeeft
- Intussen heeft F positie ingenomen dicht of ver, A speelt over met hard contact naar de vrije ruimte (F dicht -> bal ver over en omgekeerd)
- Terwijl halen G en H de ballen op en zorgen C en D ervoor dat ze klaar staan.
Eenvoudiger oefening :
- In plaats van onmiddellijk receptie wordt de eerste bal gevangen en dan gespeeld.
- Indien nodig kan ook de bal voor setup gevangen worden en dan pas gespeeld.
- De focus moet liggen op de mogelijkheid tot hoog of laag setup spelen.
Uitbreiding op de oefening indien dit te eenvoudig is
- a. In plaats van over gooien : met opslag werken
- b. De spelverdeler kijkt waar E of F gaan staan : dicht -> lage setup, ver -> hoge setup
- dit verplicht A en B de overkant te observeren en mekaar te coachen hoe setup moet komen
Spelvorm
- Telkens de bal gespeeld kan worden binnen de hoedjes : 1 punt
- Indien de setup hoog of laag zoals gevraagd gespeeld wordt : 1 bonuspunt
Mogelijk uitbreiding
- Baken de hoeken van het terrein af. 1 extra punt kan gescoord worden indien 1 van de hoeken bereikt wordt.
- Dit moet ook de goede hoek zijn : indien E dicht stond is enkel de verste hoek juist.
- Indien F ver stond is enkel de hoek dicht aan de kant van F een score
Voorbereiding
- Veld : volledig beachterrein
- Oefening voor 8 spelers - Focus = variatie in setup, communicatie tussen de spelers
- Startpositie : 4 spelers die werken, langs beide zijdes 2 spelers, 1 zijde met 2 ballen (4 spelers in reserve)
- Doorschuiven : A+B -> G+H -> E+F -> C+D -> A+B
- Volle lijnen = balbaan, stippellijnen = spelers verplaatsing
Basis oefening:
- E gooit over naar A (of B) (in dit voorbeeld eerst naar A) (1)
- A neemt receptie in zone 2, B geeft setup hoog of laag afhankelijk van wat A aangeeft (2)+(3)
- Intussen heeft E positie ingenomen dicht of ver (4), B speelt over met hard contact naar de vrije ruimte (E dicht -> bal ver over en omgekeerd)(5)
- F gooit over naar de andere speler B,
- B neemt receptie in zone 1, A geeft setup hoog of laag afhankelijk van wat B aangeeft
- Intussen heeft F positie ingenomen dicht of ver, A speelt over met hard contact naar de vrije ruimte (F dicht -> bal ver over en omgekeerd)
- Terwijl halen G en H de ballen op en zorgen C en D ervoor dat ze klaar staan.
Eenvoudiger oefening :
- In plaats van onmiddellijk receptie wordt de eerste bal gevangen en dan gespeeld.
- Indien nodig kan ook de bal voor setup gevangen worden en dan pas gespeeld.
- De focus moet liggen op de mogelijkheid tot hoog of laag setup spelen.
Uitbreiding op de oefening indien dit te eenvoudig is
- In plaats van over gooien : met opslag werken
- De spelverdeler kijkt waar E of F gaan staan : dicht -> lage setup, ver -> hoge setup (of omgekeerd)
- dit verplicht A en B de overkant te observeren en mekaar te coachen hoe setup moet komen
Spelvorm
- Telkens de bal gespeeld kan worden binnen de hoedjes : 1 punt
- Indien de setup hoog of laag zoals gevraagd gespeeld wordt : 1 bonuspunt
- Mogelijk uitbreiding
- Baken de hoeken (met hoedjes in tekening zijn dit kegels) van het terrein af. 1 extra punt kan gescoord worden indien 1 van de hoeken bereikt wordt.
- Dit moet ook de goede hoek zijn : indien E dicht stond is enkel de verste hoek juist.
- Indien F ver stond is enkel de hoek dicht aan de kant van F een score.
- 7 spelers (of 8) werken op 1 helft van het terrein
- Opslag naar de kant waar Spelverdeler staat, daar opbouwen en rally uitspelen 3 vs 3
- Uitbreiding
- Eerste contact Bovenhands:
- Overkant tikt dichtbijzijnde lijn (of net)
- Eerste contact Onderhands :
- Overkant tikt grond,
- Utbreiding :
- Bij Onderhands contact :
- Overkant tikt grond en wisselt van plaats
- Doorschuiven :
- Eerste aanvaller gaat naar opslag,
- Bij Onderhands contact :
- Spelverdeler wisselt telkens van kant
- 1 gooit, ander stuitert
- slaan naar de grond
- slaan in de lucht
- tussentoets - OH/toets
- Voorspeler toetst alle ballen
- Achterspeler speelt alles onderhands (toets L/R van de speler)
- Receptiespeler gooit bal voor zichzelf omhoog en speelt bal terug
- Receptiespeler legt bal neer en speelt geslagen bal terug + raapt bal op
- Verdediger zit laag en volgt de toetser (achterwaartse verplaatsing en ballen laag terugspelen)
2 teams bestaande uit 4 speelsters
Variant 1
Variant 1
- 3 speelsters verzorgen de service pass
- setter probeert de bal naar de buiten te spelen op positie 4,
- hier wordt de bal afgevangen en in de ballenbak gegooid.
tegenpartij:
- serveerder komt het veld in
- 2-tal aan het net maakt een blok actie en loopt terug het veld in
- trainer speelt een rally bal
Variant 2
- 3 speelsters verzorgen de service pass
- setter probeert de bal naar de buiten te spelen op positie 4,
- hier wordt de bal afgemaakt.
tegenpartij:
- serveerder komt het veld in
- 2-tal aan het net maakt een blok actie op de aanval
- iedereen speelt de rally uit en vervolgens speelt de trainer nog een rally bal
- Serveren vanaf positie 1 diagonaal naar positie 1.
- Daar staat een passer die passt naar een spelverdeler, als deze de bal vangt binnen 2 stappen krijg je 1 punt.
- Foutservice is punt eraf.
- Welk team is als eerste bij de 15, indien dit te lang duurt kun je het verlagen.
- In deze oefening is om de beurt serveren aangeraden.
- Serveerder wordt passer, passer wordt afvanger, afvanger wordt serveerder. doordraaien aan eigen kant.
- Indien mogelijk reserve serveerder, daarna reservepassers.
Startpositie: 3 spelers aan rode zijde, rest aan blauwe zijde.
- Blauwe zijde begint altijd, met OH service.
- Tennis OH direct over het net => circa 3 meterlijn.
- Na Tennis buiten de palen om naar de ander zijde.
- Rode spelers: bal plaatsen in het centrum van het veld waar rond de 3 meter de blauwe spelers staan.
- Blauwe spelers: Bal plaatsen, bewust links of rechts van het midden van het veld waar het rode team staat.
- Rode zijde: nadenken, wat is je volgende actie?
- Links gespeeld => Rode speler gaat oefening 1 doen
- Rechts gespeeld => Rode speler gaat oefening 2 doen.
Voorbeelden van oefeningen:
- Mat => Rol maken
- Pionnen => shuffelend erdoorheen
- Voetladder met opdracht.
- Slechte Bal => ophalen in bak doen en aansluiten bij het andere team.
- 1 SV op mid positie 3
- 1 speler op positie 2
- 1 speler op positie 4
- 2 passers achterveld
Oefening start
passer positie 5 begint --> bal BH naar SV - zodra de SV deze bal set naar positie 4, speelt de passer op positie 1 de bal BH naar SV.
BALROTATIE:
- passer op positie 5 --> BH naar SV
- SV setup naar speler positie 4
- passer op positie 1 --> bal BH naar SV
- SV setup achterover naar speler positie 2
Bij 6 spelers --> zie tekening bovenveld MAAR dan speelt de SV maar 1 kant op.
Bij 7 spelers --> zie tekening bovenveld en op onderste veld dan speelt de SV maar 1 kant op.
Bij 8 spelers --> zie tekening bovenveld.
Bij 9 spelers --> zie tekening bovenveld en onderveld.
Bij 10 spelers --> zie tekening onderveld.
Bij 11 spelers --> dan een wisselspeler als verdediger.
Bij 7 spelers --> zie tekening bovenveld en op onderste veld dan speelt de SV maar 1 kant op.
Bij 8 spelers --> zie tekening bovenveld.
Bij 9 spelers --> zie tekening bovenveld en onderveld.
Bij 10 spelers --> zie tekening onderveld.
Bij 11 spelers --> dan een wisselspeler als verdediger.
15 minuten basket bal werpen
Oefening 1: gooien
Oefening 1: gooien
- aanloop van kegel positie V naar positie III kant A.
Oefening 2: 1 arm gooien
- aanloop positie II en bal vangen met gestrekte arm.
Oefening 3: met toetsen en tussentoets OH & TT.
Oefening 4: TB worden vervangen door bal , speler loopt aan en toetst naar speler op positie 2.
Oefening 5: speler op positie 5.
Oefening 6: speler kiest 2 of 5 - overspelen naar plaats waar hij niet staat.
Oefening 4: TB worden vervangen door bal , speler loopt aan en toetst naar speler op positie 2.
Oefening 5: speler op positie 5.
Oefening 6: speler kiest 2 of 5 - overspelen naar plaats waar hij niet staat.
Verdeel de groep in tweeën.
TR staat aan de kant van de passers en vangt de pass af --> wie heeft als eerste 15 punten
TR staat aan de kant van de passers en vangt de pass af --> wie heeft als eerste 15 punten
- Team A serveert begint
- Andere team B gaat passen --> 2/3 hier staat de TR
- Wissel van serveerders en passers. Let op want nu gaat de TR ook aan de andere zijde van het net afvangen.
Puntentelling
- Goede serve die scoort --> + 1 punt
- Goede pass welke TR afvangt en bepaald --> + 1 punt
- Foute serve die uitgaat of in het net komt --> - 1 punt
- Foute pass --> - 1 punt
- Trainers staan op pos II en IV en gooien 2 -hoge- ballen over.
- Kegels op de buitenlijnen.
- Speler A (IV) en B (I) in receptie vertrekken opzij van speler C aanval op positie IV.
- Speler D, E, F achter kegel.
- T1 gooit naar A, B loopt in en geeft pas naar C, C dropt op mat, B=>C, C haalt bal en wordt F, D neemt plaats in van B.
- T2 gooit naar D, A loopt in en geeft pas naar speler B.
- Kegels in het midden.
- Kegels in de hoeken achter.
- Trainers mogen kiezen naar waar ze gooien.
- Trainers slagen op vanaf 6 meter -strakkere ballen.
- Verdeel de groep in tweeën
- Overspelen (eerst BH daarna OH)
- Leg een hoepel in het midden
Oefening
- Twee spelers staan tegenover elkaar.
- Een speler speelt recht vooruit, de andere speelt diagonaal.
- Er is een denkbeeldig vierkant.
- Afstand tussen de spelers is minimaal 4 meter, maar mag ook groter.
- Start met bovenhands spelen.
- Zodra de bal door andere speler geraakt wordt, mag je verplaatsen naar de andere hoek van het denkbeeldige vierkant.
- Belangrijk dat je pas verplaatst nadat tegenspeler de bal heeft geraakt en niet verplaatsen nadat je zelf de bal gespeeld hebt.
- Uitbreiding 1:
- Onderarms spelen.
- Uitbreiding 2:
- Na het spelen in de centrale hoepel stappen en vervolgens naar je andere positie.
Organisatie:
- Trio's maken
- 1 trio op veld B ("serviceveld")
- 1 trio op veld A (receptie)
- 1 trio reserve bij veld A
Uitvoering:
- Trainer serveert rustig en het trio op veld A passt de bal naar p2
- daar is dan een "spelverdeler" en geeft een setup voor speler 3
- deze slaat de bal uit stand over het net
- Het trio aldaar verdedigt en vangt af.
- Passers worden verdedigers B
- Verdedigers B worden reserve A
- Reserve A worden passers A
Opletten:
- Bij iedere keer dat het trio passt een andere positie kiezen
Gebaseerd op: https://www.youtube.com/watch?v=QzHWyGDTMe4
- Rood/rond gooit bal over net naar driehoek blauw
- Driehoek blauw past naar blauw rond
- Rood/rond gooit zijn/haar 2de bal over net
- Driekhoek blauw past nogmaals op blauw rond.
- Driehoek blauw sprint naar positie 2, zet platform positie op en tikt de grond aan.
- Rotatie;
- Rood rond, sluit aan bij passers (driehoek blauw)
- Driehoek blauw sluit aan bij afvangers (rond blauw)
- Rond blauw sluit aan bij rond rood.
- Organisatie:
Trio's maken.
1 trio staat op veld A en 1 trio op veld B
Bij beide velden staat een trio reserve
Trainer met ballenbak staat bij veld B
- Uitvoering:
Tr. "serveert" de bal naar veld A: pass-setup-aanval
Op veld B wordt de bal verdedigd en in max 3 contacten gevangen
Bal wordt in de ballenbak gelegd
Na de servicepass loopt het trio door naar veld B en wordt reserve
Het trio op veld wordt reserve op veld A.
Meteen na de actie komen de reserve trio's in het veld.
- Uitbouwen:
Nu 2 trio's op veld B
Loop wordt nu: passend trio wordt blokkerend trio
Blokkerend trio wordt verdedigend trio
Het verdedigend trio wordt reserve op veld A
De reserve op veld A gaan passen en aanvallen
- Organisatie:
- Serveren vanaf p1 op 2 of 3 spelers. (p1, p6 en p6)
- Sv op p2/3.
- Aanvaller op P4B tegenover blok P2A.
- Libero op P5A en verdediger op P6B.
- Uitvoering:
- Servicepass verwerken tot aanval op 4.
- Bij score nogmaals serveren. (max 2x)
- Indien verdedigd dan OH overspelen en opnieuw aanvallen.
- Lopen:
- Passer wordt aanvaller, aanvaller wordt blok, dan verdediger en dan serveerder.
- Serveerder gaat naar reserve passer.
- Uitleg:
- 2 teams van 3 spelers
- Per team 3 volleyballen (verschillende ballen waardoor je verschil aan kan geven, 2 'baby' en 1 'gewone' bal)
- Het team moet in 3x de 'gewone 'bal over het net te spelen en ondertussen worden de 'baby's ' overgegooid.
- Elke speler mag maar 1x de 'gewone' bal aanraken!
- (als een speler de 'gewone' bal heeft gespeelt, krijgt deze een 'baby' aangegooid)
- Uitgangsposities:
- Mid-achter heeft geen bal. (deze passt de bal naar de spelverdeler)
- Spelverdeler geeft een set-up op buiten.
- 3e speler speelt de bal over het net. (in eerste instantie nog niet aanvallen, alleen als het goed gaat!)
- Deze oefening traint de splitstep.
- Spelers staan in een rijtje achter de achterlijn.
- Trainer of speler staat bij het net.
- Een voor een lopen de spelers vanaf de achterlijn in.
- Als de trainer op de bal slaat, maakt de speler een splitstep.
- Daarna krijgt hij de bal op een willekeurige plek naast of voor hem aangegooid.
- Speler passt terug en haal zo nodig de bal.
- Daarna sluit de speler achteraan.
- Maak 2 tallen
- T (trainer) gooit bal aan of serveert op de rechtdoor.
- Actie 1:
- Speler loopt in en passt
- Actie 2:
- Speler loopt in en staat klaar voor de set-up
- Actie 3:
- Speler geeft een pass naar positie 3
- Actie 4:
- Set-up op postitie 4
- Speler probeert een pion van de bank slaan dmv smash.
- Pion van de bank?
- Tweetal krijgt 1 punt.
- Aan een kant van het veld staat een zestal in volledige opstelling.
- Aan de andere kant staan 3 spelers.
- Achter de 3 spelers staan serveerders.
- Oefening:
- Serveerders serveren de bal, het 6-tal verdedigt deze bal en speelt de rally uit.
- Het 3-tal mag verdedigen en ook rally spelen.
- Puntentelling:
- Fout service, 1 punt voor opgestelde team.
- Bal op grond bij 3-tal, punt voor opstelde team.
- Goede service, maar rally wordt gewonnen door 3-tal, punt voor 3-tal.
- ALS 3-TAL 3 punten heeft schuiven er drie door, als TEAM 12 punten heeft, moeten 3-tal en alle serveerders 5x opdrukken.
- TR --> gooit de bal naar speler A.
- Speler S --> pass naar SV.
- SV --> setup naar speler B.
- Speler B --> pass naar --> speler C.
- Speler C --> pass naar SV.
- SV setup op diagonaal naar reserve SV.
- Reserve SV vangt af --> bal in ballenbak.
- Na 10x wissel van SV.
- Als de SV beiden zijn geweest dan de overige spelers draaien 1 plek door -->oefening start opnieuw.
- Bij meer dan 5 spelers dan de groep in tweeën. (eventueel een extra passer erbij
- Doel:
- Reactievermogen vergroten.
- Zet 1 speler in de hoek van het veld.
- Laat daar omheen minimaal 4 spelers in een kwart cirkel staan.
- Allemaal met een eigen bal.
- De bal in tempo (strak) aangooien op knieën van de speler in de hoek om onderhands terug te passen.
- Na pass, direct volgende in de kwart cirkel een bal aangooien.
- Speler in de hoek zo achter elkaar ballen in onderhandse pass terug:
- Belangrijk om laag te blijven zitten.
- Bal verwachten.
- Reageren hoe dan ook.
- Ongeveer 5 rondjes en dan de speler in de hoek vervangen.
- 2 spelers gaan achter elkaar staan.
- Ongeveer een halve meter uit elkaar, gezicht naar dezelfde kant toe.
- Een andere speler staat op 3 of 4 meter van hen af en heeft een bal en gooit die aan op bovenhands.
- Degene die gooit gooit random op speler 1 en 2.
- Speler 1 of 2 roept los als ie denkt dat de bal voor hem is en speelt bovenhands terug.
- Zo ongeveer 20 ballen achter elkaar verwerken.
- Dan wisselen in het groepje van 3 van positie totdat iedereen een keer geweest is.
- Daarna nogmaals, maar nu zonder praten.
- Trainer goot bal naar positie 1.
- Speler vanaf startpositie (cirkel) lopen past terug naar trainer/afvanger, en loopt naar pion bij 3 meter lijn.
- Andere spelers krijgen ook een bal en sluiten achter speler 1 aan.
- Dan gooit trainer bal op positie 2, passen en doorlopen naar andere pion 3 meter lijn.
- Andere spelers krijgen ook een bal en sluiten achter speler 1 aan.
- Dan gooit trainer bal op positie 3, passen en doorlopen naar andere pion bij opslag. (via pion 3 meter lijn)
- Andere spelers krijgen ook een bal en sluiten achter speler 1 aan.
- Dan gooit trainer bal op positie 4, passen en doorlopen naar andere pion bij startpositie. (cirkel)
- Andere spelers krijgen ook een bal en sluiten achter speler 1.
- Doel:
- Waar de bal ook is, bal gaat altijd richting het doel. (sv gesimuleerd door afvanger/trainer)
- Organisatie:
- Veld B:
- 2 passers en 1 reserve.
- 1 spelverdeler op p2/3.
- Vel A:
- Verdediger op 5 en 1.
- Reserve op p5.
- Trainer serveert.
- Veld B:
- Uitvoering:
- Trainer serveert.
- Pass en setup naar de niet-passer.
- Aanval dus op p3 of p4.
- Aanvaller wordt spelverdeler, passer blijft staan.
- Reserve wordt passer en spelverdeler wordt reserve op p5.
- P5 gaat naar p1 en p1 wordt reserve passer.
- Verdedigde bal afvangen op p2.

Basisoefening:
- Trainer gooit bal, speler vangt bal en doet deze in de kar.
- Hierna gaat de speler naar de ladder. Hier gaat deze doorheen en sluit bij het volgende rijtje aan.
Differentiatie/Uitbreiding:
- Moeilijk aangooien (links en rechts, voor en achter).
- Voor zichzelf onderhands spelen en vangen.
- Twee spelers gaan klaar staan naast elkaar en moeten los roepen.
- Er komt een setupper bij die de onderhands gespeelde bal moet vangen.
- Er komt een aanvaller bij die de bal van de setupper moet spelen over het net.
- deze oefening is bedoeldom het toetsen van de jonge spelers bij te schaven op een speelse en compititieve manier.
- maak ploegen van 2 en ze gaan telkens aan wederzijden van het net staan, tegenover elkaar
- de eerste persoon begint met toetsen naar de andere als de bal bij de andere aankomt is het de bedoeling dat ze de bal 2 maal uit de lucht scheppen en terug toetsen
- dit doen we in wedstrijd vorm tot 10 punten,de persoon wie het eerste 10 punten heeft is gewonnen