Hockeytrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 900 hockeyoefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
hockey training

Hockeyoefeningen voor de techniek 1,5 meter / corona / covid-19

Laatste update: januari 2026
Doel
  • Het verbeteren van het aanspelen.
  • Het verbeteren van het afwerken op doel.
Organisatie
  • Gebruik een half speelveld.
  • 2 aangevers (Z) en 1 keeper.
  • Parcours met 1-2-tjes, dribbelen en afwerken op doel.
Uitvoering
  • Na elke pass doorlopen om de bal van de aangever weer terug te krijgen.
  • Let op de positie van de keeper voordat op doel geschoten wordt.
Variaties
  • Train verschillende passeerbewegingen.
  • Oefen zowel linksom als rechtsom.


ladderen-1

1. Begin in de startpositie met het gezicht naar de loopladder toe.

2. Stap met uw linkervoet in het eerste vakje van de loopladder en sluit uw rechtervoet bij (zorg er voor dat uw hakken de grond niet raken).

3. Ga vervolgens voorwaarts op bovenstaande manier de loopladder door.

4. Wissel de startvoet om de beurt af.

5. Probeer ook een om de oefening andersom uit te voeren, u begint dus met uw rug naar de loopladder toe.

ladderen-11. Begin in de startpositie met uw gezicht naar de loopladder toe.
2. Spring met beide voeten tegelijk voorwaarts waarbij uw linkervoet naast het eerste vakje van de loopladder belandt en uw rechtervoet in het eerste vakje. U maakt als het ware een ski beweging.
3. Spring gelijk door waarbij uw linkervoet nu in het eerste vakje van de loopladder landt en uw rechtervoet naast het tweede vakje van de loopladder.
4. Zorg er voor dat u aan het einde van de loopladder op volle snelheid bent.

ladderen-1
1. Begin in de startpositie met uw gezicht naar de loopladder toe.
2. Deze oefening wordt enkel uitgevoerd met 1 voet. Spring met uw linkervoet in het eerste vakje en hinkel vervolgens schuin naar voren waarbij uw linkervoet naast de tweede trede van de loopladder landt.
3. Hinkel naar het tweede vakje en hinkel schuin naar voren waarbij u nu rechts naast de derde trede landt. 

4. Zorg er voor dat u aan het einde van de loopladder op volle snelheid bent, let echter wel goed op uw houding en land enkel op de bal van uw voet (dus de hak raakt de grond niet aan).
5. Wissel de startvoet af.

ladderen-11. Begin in de startpositie met uw gezicht naar de loopladder toe.
2. Spring met beide voeten in het eerste vakje van de loopladder en spring gelijk schuin naar voren waarbij uw voeten naast de tweede trede van de loopladder landen.
3. U sprint door naar het tweede vakje van de loopladder en springt nu schuin naar voren maar landt nu rechts naast de trede. U maakt dus een zigzag beweging.
4. Zorg ervoor dat u aan het einde van de loopladder op volle snelheid bent.

ladderen-11. Begin in de startpositie met uw gezicht naar de loopladder toe.

2. Stap met uw rechtervoet in het eerste vakje van de loopladder.

3. Ga met uw linkervoet achter uw rechtervoet langs en plaats deze naast het eerste vakje van de loopladder schuin achter uw rechtervoet. 

4. Plaats uw rechtervoet naast het eerste vakje van de loopladder naast de linkervoet.
5. Stap met uw linkervoet in het tweede vakje van de loopladder en ga nu met uw rechtervoet achter uw linkervoet langs en plaats vervolgens uw linkervoet weer naast de rechtervoet.
6. Vervolg deze stappen voor de gehele loopladder.


ladderen-11. Begin in de startpositie met uw gezicht naar de loopladder toe.
2. Stap met uw linkervoet in het eerste vak van de loopladder en sluit uw rechtervoet bij in het eerste vakje van de loopladder.
3. Zodra uw rechtervoet in het eerste vakje van de loopladder landt verplaatst u uw linkervoet naast het eerste vakje van de loopladder.
4. Spring met uw rechtervoet recht naar voren zodat deze in het tweede vakje van de loopladder uitkomt en sluit uw linkervoet bij.
5. Zodra uw linkervoet is aangesloten springt u met uw rechtervoet naast het tweede vakje van de loopladder.
6. Vervolg de bovenstaande stappen voor de rest van de loopladder.

  • Springen waar je staat: 
    • Ga staan met je voeten op schouderbreedte uit elkaar. 
    • Concentreer je op een punt op de vloer en hop op en neer op de plek waar je staat.
  • Zijwaartse sprong
    • Sta rechtop, houd je handen voor je en spring van zij naar zij.
  • Butt Kicks: 
    • Sta rechtop, en blijf staande rennen op je plaats terwijl je je hiel omhoog schot raak je billen aan bij elke stap.
  • High stepping
    • Hef het been met de knie in een hoek van 90 graden. 
    • Wissel dit snel af met het andere been.
  • Staande fiets crunches
    • Ga met je voeten op schouderbreedte uit elkaar staan. 
    • Breng je knie naar je tegenovergestelde elleboog. 
    • Ga terug naar de startpositie en herhaal met de andere kant (buik / benen)
  • Sumo squat
    • Ga met je voeten 6-12 cm uit elkaar staan.
    • Strek je armen voor je uit. 
    • Laat je lichaam zakken totdat je dijen evenwijdig aan de vloer zijn. 
    • Keer terug naar de beginpositie en herhaal de oefening (benen / billen)
  • Touwtje springen zonder touw
    • Houd je armen langs je zij en doe alsof je in elke hand het uiteinde van een springtouw vast hebt. 
    • Spring omhoog en kom afwisselend neer op de bal van elke voet, terwijl je tegelijk je polsen draait alsof je een touw laat rondgaan.
  • Touwtje springen zonder touw
    • Houd je armen langs je zij en doe alsof je in elke hand het uiteinde van een springtouw vast hebt. 
    • Spring met 2 voeten ophoog, terwijl je tegelijk je polsen draait alsof je een touw laat rondgaan.
  • Arm Swings met de klok mee
    • Sta op de grond met je armen recht uitgestrekt naar de zijkant op schouderhoogte. 
    • Beweeg je armen snel in grote cirkels met de klok mee (armen)
  • Arm Swings tegen de klok in:  
    • Sta op de grond met je armen recht uitgestrekt naar de zijkant op schouderhoogte. 
    • Beweeg je armen snel in grote cirkels met tegen de klok in (armen)
  • Toy soldiers
    • Begin met je voeten op schouderbreedte uit elkaar. Houd je benen en armen gestrekt. 
    • Schop je linkerbeen omhoog tot je rechterhand je tenen aanraakt. 
    • Herhaal dit met de andere kant (buik / benen / arm / schouder)

warming-up-cirkel-1



Circulatie warming-up 

  • Deze bestaat uit het losjes inlopen gedurende 5 à 10 minuten met verschillende lichte bewegingsvormen voor armen, benen en romp. 
  • Hierdoor breng je de functie van het hart, de longen, het zenuwstelsel en het spierapparaat actief op een hoger niveau dan het rustniveau. 


Rekken en stretchen

warming-up-5

drawing Transfer
Doel : 
  • Transfer , snelle aannames en passing 
Uitvoering:
  • A doet Indian dribble bij de pionnen
  • Passed naar B
  • B neemt open aan en passed meteen naar C die langs de zijlijn opkomt. 
  • C loopt door naar de achterlijn en loopt via de achterlijn richting goal. 
  • C passed terug naar A op kop circel
  • A scoort. 

Aandachtspunten: 
  • Zuiver passen
  • Snelle passing en 
  • Correcte aanname in de loop

Variaties : 
  1. Van de andere kant 
  2. I.p.v. dribble 3 D, aerial dribble of passeer bewegingen ( drag , dummy) inbrengen. 
  3. B neemt doet i.p.v. open aanname gesloten aanname 
  4. C kan eenhandig langs achterlijn opkomen , 
  5. C geeft  na aanname een pass meteen richting 2e paal waar A naar toe gaat 
  6. Rebound inbrengen 
  7. Van B naar C een hoge bal 

drawing Pass oefening
Doel : 
  • Op snelheid in beweging aannemen en passen. 
Uitvoering:
  • A pusht naar B, 
  • A loopt langs de 23 meter lijn op en krijgt de bal van B terug. 
  • A neemt in de loop aan en past meteen door naar C die langs de zijlijn op komt en meteen naar de achterlijn naar D de bal doorpast. 
    • Als er maar 3 zijn dan loopt C door naar de achterlijn. 
  • D neemt aan dribbelt de cirkel in 
  • D geeft een pass naar kop cirkel (A) 
  • A geeft harde pass naar B voor tip in. 

Variaties 1 . start op andere zijlijn zodat over de hele breedte van het veld gepast wordt. 2. doe dezelfde oefening de andere kant op 3 A  shot op goal en krijgt nog een rebound bal van B 

drawing organisatie coronatraining 1 (4x5)
  • Het betreft een training gebaseerd op de nieuwste corona/covid-19 maatregelen.
  • Voor deze training heeft men een half speelveld nodig. 
  • Het halve veld wordt opgedeeld in 4 kwarten. 
  • Per kwart 1 oefening waarbij 4 spelers actief zijn en 1,5 meter van elkaar aan afstand houden. 
  • De training bestaat uit warming up (per kwart). 
  • 2 x 5 oefeningen. 
  • 4 oefeningen draaien op het veld.
  • 1 oefening draait buiten het veld (hiervoor zijn hardloopschoenen noodzakelijk).
  • OEF A
  • OEF B
  • OEF C
  • OEF D
  • OEF E (buiten het veld)
drawing Afronden op doel + voetenwerk verdediger
  • Oefening B+C
  • B is over links 
  • C is over rechts
  • A1 dribbelt met bal naar A2
  • B begeleid speler A, op 1,5 meter, achterwaarts (open houding). 
  • Het gaat hier om voetenwerk, dus als A aankomt op A2 dan laat hij A gewoon slaan op doel. 
  • Na de slag gaat A uit de cirkel. B draait zich om en krijgt van C een bal aangespeeld. 
  • B neemt gesloten aan, draait open en rond af op het doel. 
  • Vervolgens start de oefening over rechts.



drawing Niet stoppen, maar lopen en passen
  • Speler 1 passt de bal naar speler 2.
  • Speler 1 loopt door zodat er een driehoek ontstaat tussen speler 1,2 en 3.
  • Speler 2 passt de bal naar de ingelopen speler 1, speler 1 passt de bal naar speler 3.
  • Speler 2 loopt door zodat er een driehoek ontstaat tussen speler 2, 3 en 4.
  • Speler 3 passt de bal naar de ingelopen speler 2, speler 2 passt de bal naar speler 4.
  • Dit wordt herhaald tot de bal bij speler 6 is, speler 6 rond af op goal.
  • Makkelijker:
    • Zet de pionnen verder uit elkaar en leg eventueel flapjes op de plek waar de speler heen moet lopen als hij/zij moet inlopen.
  • Moeilijker: 
    • Zet de pinnen dichter bij elkaar.
drawing Niet stoppen, maar lopen en passen 2
  • Speler 1 passt de bal naar speler 2, speler 1 loopt halverwege naar de rode pion van speler 2.
  • Speler 2 passt de bal terug naar de ingelopen speler 1.
  • Speler 2 loopt door naar de blauwe pion, speler 1 passt de bal naar de doorgelopen speler 2.
  • Speler 2 speelt de bal naar speler 3 op de rode pion, speler 2 loopt halverwege naar rode van speler 3.
  • Speler 3 passt de bal terug naar de ingelopen speler 2.
  • Speler 3 loopt door naar de blauwe pion, speler 2 passt de bal naar de doorgelopen speler 3.
  • Ga zo door tot speler 7 kan afronden op goal.
  • Aandachtspunten:
    • Strak passen
    • Altijd naar de bal blijven kijken
    • Goede houding voor open aanname
drawing Open aanname, gesloten aanname 1
  • Rechts: gesloten aanname
    • Speler bij pion 1 passt de bal naar speler bij pion 2.
    • Speler bij pion 2 neemt de bal gesloten aan om de pion links van hem/haar en passt vervolgens de bal naar speler bij pion 3.
    • Speler bij pion 3 passt de naar de speler bij pion 2.
    • Speler bij pion 2 neemt de bal gesloten aan om de pion links van hem/haar en passt vervolgens de bal naar speler bij pion 1.
  • Links: open aanname
    • Speler bij pion 1 passt de bal naar speler bij pion 2.
    • Speler bij pion 2 neemt de bal open aan en passt vervolgens de bal naar speler bij pion 3.
    • Speler bij pion 3 passt de naar de speler bij pion 2.
    • Speler bij pion 2 neemt de bal open aan  en passt vervolgens de bal naar speler bij pion 1.
  • Wisselen: 
    • De speler loopt achter de bal aan.
  • Let op:
    • Per uitgezette oefening heb je minimaal 5 spelers nodig.
drawing Open aanname, gesloten aanname 2
  • Speler 1 passt de bal naar speler 2.
  • Speler 2 neemt de bal open/gesloten aan en loopt naar de blauwe pion en draait hierom heen.
  • Speler 2 passt de bal naar speler 3.
  • Speler 3 neemt de bal open/gesloten aan en loopt naar de blauwe pion en draait hierom heen.
  • Speler 3 passt de bal naar speler 4.
  • Speler 4 neemt de bal open/gesloten aan en loopt naar de blauwe pion en draait hierom heen en loopt door naar de volgende blauwe pion.
  • Speler 4 maakt hier een schijnbeweging (tussen de blauwe en witte pionnen) en passt de bal naar speler 5.
  • Speler 5 rond af op goal.
  • Zet bij een gesloten aanname eventueel een pion neer waar de speler om heen moet draaien.
  • Aandachtspunten:
    • Let op de houding bij de aanname
    • Houd snelheid in de oefening
drawing Open aanname, gesloten aanname
  • Speler 1 passt de bal in de forehand naar speler 2.
  • Speler 2 neemt de bal open/gesloten aan en passt de bal naar speler 3.
  • Speler 3 neemt de bal open/gesloten aan en passt de bal naar speler 4.
  • Speler 4 neemt de bal open/gesloten aan en passt de bal naar speler 5.
  • Speler 5 neemt de bal open/gesloten aan en passt de bal naar speler 6.
  • Speler 6 neemt de bal open/gesloten aan en loopt naar de achterlijn langs de blauwe pionnen en passt de bal naar speler 7.
  • Speler 7 rond af op goal.
  • Minder spelers?
    • Haal een paar pionnen weg.
  • Aandachtspunten:
    • Let op houding tijdens het aannemen
    • Strakke passes in de forehand
drawing Backhand aanname in de loop/open backhandaanname
  • Speler 1 speelt de bal richting de blauwe pion
  • Speler 2 loopt om de blauwe pion richting speler 3
  • Speler 2 neemt de bal met de backhand aan en speelt de bal naar speler 3
  • Speler 3 neemt debat open aan en speelt de bal naar speler 4
  • Speler 4 speelt de bal richting de blauwe pion
  • Speler 5 loopt om de blauwe pion richting speler 6
  • Speler 5 neemt de bal met de backhand aan en speelt de bal naar speler 
  • Speler 6 neemt de bal gesloten aan en rond af op de forehand of neemt de bal open aan en rond of op de backhand
  • Je kan deze oefening aan 2 kanten uitzetten richting de andere goal
  • Te weinig spelers?
    • Elimineer pion 3
drawing In de bal komen lopen
  • Speler 1 passt de bal naar speler 2.
  • Speler 2 loopt op de pionenreeks af, draait op het laatste moment om en passt de bal terug naar speler 1.
  • Speler 1 passt de bal naar speler 3, die komt inlopen tussen de pionnen.
  • Speler 3 passt de bal naar speler 4 die in is komen lopen. 
  • Speler 3 loopt om de buitenste pion naar de pionnenreeks op de cirkel.
  • Speler 4 passt debat naar speler 5.
  • Speler 5 passt de bal naar speler 4 die naar de cirkel is komen lopen.
  • Speler 4 doet een trucje bij de pionnenreeks en rond af op goal.
drawing Snelheid estafette
  • Speler begint bij de rode pion.
    • Beide spelers beginnen tegelijk.
    • Ze gaan door het laddertje op de afgesproken manier.
    • Ze pakken de bal en de trainer roept 1/meer nummers/kleuren.
  • De spelers doen wat de trainer zegt en ronden vervolgens af op goal.
  • Heb je een keeper: dan mag degene die als eerst door het poortje (je kan de groepen allebei een eigen poortje geven op de stippelcirkel of 1 gezamenlijke in het midden van de stippelcirkel) is afronden en krijgt een punt als hij/zij scoort. 
  • Heb je geen keeper: 2 varianten mogelijk:
    • Je hanteert hetzelfde als je wel een keeper hebt.
    • Degene die scoort heeft een punt. Hebben ze allebei gescoord, gaat het erom wie het snelste heeft gescoord.
  • Voorbeeld: trainer: ' 2 en 4'. De speler moet eerst naar de witte, middelste pion, vervolgens naar 2 en dan naar 4. Hierna mag de speler afronden op goal.
drawing Korte pass, lange pass
  • Doel: speler laten zien wanneer er je het beste kan flatsen en wanneer je het beste kan pushen.
  • Bij een lange pass wordt er geflatst, bij een korte pass wordt er gepusht.
    • Speler 1 flatst (lange pass) de bal naar speler 2.
    • Speler 2 pusht (korte pass) de bal naar speler 3.
    • Speler 3 flatst (lange pass) de bal naar speler 4.
    • Speler 4 pusht (korte pass) de bal naar speler 5.
    • Speler 5 flatst (lange pass) de bal naar speler 6.
    • Speler 6 pusht (korte pass) de bal naar speler 7.
    • Speler 7 loopt langs de rode pionnen naar de achterlijn en flatst (lange pass) de bal naar speler 8, die de cirkel in is komen lopen.
  • Bij de uitleg van de oefening kan je de speler zelf laten invullen of het een lange of korte pass is en wat voor een slag je dan gebruikt, hierdoor denken ze actief na en zullen ze het eerder toepassen in de wedstrijd.
  • Spelers staan in 2 groepjes tegenover elkaar. In het midden twee pionnen, 2 meter uit elkaar.
  • Gedurende de oefening keren de spelers telkens terug naar hun eigen kant.
  • De speler die zich aanbiedt is een aanvallende speler die de bal 'komt halen'.
  • Speler van groepje A biedt zich aan en loopt tot voorbij de pionnen.
  • Speler van groepje B passt de bal, speler A neemt aan en speelt de bal terug naar groepje A, sluit achteraan.
  • Speler van groepje B biedt zich nu aan en krijgt de bal aangespeeld op dezelfde wijze.
  • Tips
    • Passing niet te zacht; zuiver in de stick
  • Varianten
    • Open forehand: de bal aan je voorbij laten rollen voordat je hem in de stick aanneemt en voor je langs meenemen naar je forehand.
    • Open Backhand: idem aan de backhandzijde, je hoeft alleen je stick maar om te draaien en verder te lopen 
    • Forehand met sleepbeweging: aanname in de stick en draai snel met een sleepbeweging (dummy) dwars voorlangs de pionnen heen (als ware het verdedigers)
    • Speel terug (kaats) en biedt jezelf opnieuw aan, twee meter naar links of naar rechts.
  • Meer varianten:
    • Hobbelende bal aannemen en linksom draaien (gesloten forehand, kleine draaicirkel)
    • Hobbelende bal aannemen en rechtsom draaien (gesloten forehand, grote draaicirkel)
    • Hobbelende bal aannemen, bal in de stick hoog houden
    • De speler die zich aanbiedt geeft met z'n stick aan waar de bal moet komen.
    • De pass is echter precies verkeerd, zelfs buiten de pionnen

individuele-keepers-training-1

Keeper in het doel. Trainer / aanspeler met de ballen ongeveer ter hoogte van de cirkel.

Aanwijzing: Indien noodzakelijk kunnen ook zonder problemen 2 keepers afwisselend de oefening doen.

De trainer / aanspeler verandert niet alleen de snelheid maar ook de positie t.o.v. het doel. Doel: De keeper moet zich ook goed positioneren en stopt de scoops afhankelijk van zijn positie t.o.v. het doel op een veilige wijze.

simpel-overspelen-2

  • Dit is een basisoefening ter voorbereiding. 
  • Net zoals een tennisspeler die zich met basisslagen op de training voorbereidt, moeten de spelers, met directe simpele passes op elkaar, zich voorbereiden op de ingewikkelde trainings- en wedstrijdvormen. 
  • De trainer heeft zo de mogelijkheid, technische fouten bij elke afzonderlijke speler te zien en reeds bij de basisoefening te corrigeren. 
  • De spelers passen de bal direct tussen twee pylonen door en lopen tegen de klok in naar de andere kant. 
  • De grootte van het doeltje en de afstand tussen de spelers wordt aangepast aan de leeftijd en het niveau van de spelers.

passen-en-positiespel-2

  • 1a, 1b A1 speelt naar B en sprint naar het midden van de ruit 
  • 2a, 2b B passt in de loop van A1 en loopt naar de positie A 
  • 3a, 3b A1 speelt direct naar C en neemt de plaats van B in. 
  • 4a, 4b C speelt direct naar D en sprint naar het midden van de ruit 
  • 5a, 5b D passt in de loop van C en loopt naar positie C 
  • 6a, 6b C speelt direct naar A2 en neemt de plaats in van D. 
  • Dit is de basisvorm van de ruit. 
  • Aangever en zijwaartse speler wisselen voortdurend van positie. 
  • In de volgende varianten wisselen de loop- en passrichtingen. 
  • Hierbij moeten de spelers niet alleen zuiver passen. 
  • Ze moeten ook continu geconcentreerd zijn en goed met elkaar communiceren. 
  • Ook hier geldt dat de aangever in de forehand van de zijwaartse speler moet passen (met een denkbeeldige tegenstander in de rug).

passen-met-dynamische-positiespel-2

  • 1a, 1b A speelt naar B en biedt zich zijwaarts aan 
  • 2a, 2b B speelt in de loop van A en loopt naar de positie van A 
  • 3a, 3b A speelt naar C en loopt naar het midden van het driehoekje
  • 4a, 4b C speelt de bal direct naar D en biedt zich zijwaarts aan 
  • 5a, 5b D speelt de bal in de loop van C en loopt naar de positie van C
  • 6a, 6b C speelt direct naar E en loopt naar het midden van het driehoekje 
  • De aangever wisselt de positie met de zijwaarts staande speler in het midden


  • Lengte van de zijden van de driehoek: 
  • 15- 20 m In de onderstaande oefening staan twee spelers in het centrum van een driehoekje en drie spelers op de hoekpunten.
  • De spelers wisselen continue van positie. 
  • Na de zijwaartse pass naar middenspeler, volgt een pass naar de dichtstbijzijnde hoek en wisselt de hoekspeler naar het midden. 
  • Wanneer de middenspeler een zijwaartse pass naar een hoekspeler volbracht had, wisselt hij naar de plaats van de aangever.
  • 1a, 1b A1 speelt diagonaal naar D en loopt naar positie B 
  • 2a, 2b C1 speelt (tegelijkertijd met A1) diagonaal naar B en loopt naar positie D 
  • 3a, 3b B speelt diagonaal naar C2 en loopt naar positie A 
  • 4a, 4b D speelt diagonaal naar A2 en loopt naar positie C 
  • Deze variant is zeer geschikt voor een hockeyspecifieke sprinttraining. 
  • Na de diagonale pass de speler naar de tegenoverliggende kant. 
  • Maar ook coördinatie oefeningen zijn zeer goed mogelijk. 
  • Bovendien verbetert men het waarnemen en het teamwork doordat de passes met twee ballen op elkaar moeten worden afgestemd.

Variatie: 

  • Minder spelers geeft tijdsdruk en zorgt voor sneller wisselen naar de andere kant.

dieptepas-2

  • 1a, 1b A speelt naar B en biedt zich opzij aan voor een pass via de balk 
  • 2a, 2b B speelt in de loop van A en neemt zijn positie in 
  • 3a A speelt direct naar C en wacht op het terugspelen van C. 
  • 4a, 4b C speelt naar A en biedt zich opzij aan voor een pass via de balk. 
  • 5a, 5b A speelt in de loop van C en neemt de positie van C in. 
  • 6a C speelt direct naar B, enz.


  • Dit is een basisoefening voor een 1,2-tje. 
  • Ook topspelers moeten basistechnieken en eenvoudige combinaties regelmatig herhalen. 
  • Daardoor kunnen zij later bewegingsautomatismen uitvoeren, zonder dat zij zich moeten instellen hoe het moet en wat zij moeten doen. 
  • Alleen op deze wijze begrijpen spelers complexe wedstrijdsituaties sneller en nemen dan de juiste beslissing. 
  • In het moderne hockey wordt de vrijloopbeweging vaak met een schijnbeweging begonnen, om de tegenspeler op het verkeerde been te zetten. 
  • In deze oefening moeten de spelers op het juiste moment vlak voordat zij worden aangespeeld, een schijnbeweging maken en ontdoen zich zo van de denkbeeldige tegenstander.

simpel-overspelen-3

  • Dit is een basisoefening ter voorbereiding. 
  • Net zoals een tennisspeler die zich met basisslagen op de training voorbereidt, moeten de spelers, met directe simpele passes op elkaar, zich voorbereiden op de ingewikkelde trainings- en wedstrijdvormen. 
  • De trainer heeft zo de mogelijkheid, technische fouten bij elke afzonderlijke speler te zien en reeds bij de basisoefening te corrigeren. 
  • De spelers passen de bal direct tussen twee pylonen door en lopen tegen de klok in naar de andere kant. 
  • De grootte van het doeltje en de afstand tussen de spelers wordt aangepast aan de leeftijd en het niveau van de spelers.
  • let goed op, in 3 Tallen en let goed op de techniek bij het aannemen van en bal en het passen van de bal.

slalom-9

  • Een slalom oefening
  • let hierbij op de handen hoe ze deze houden op de stick
  • waar ze de bal hebben
  • en of ze goed de stick gebruiken als ze door de oefening heen lopen!
  • als het goed gaat kan je er een wedstrijdje van maken en kijken of ze dit beheersen. team wat als eerst allemaal geweest is heeft gewonnen.
drawing defence 1 v 1

1 v 1 

  • Make a square from 5m-5m and play a 1v1. the defender is only allowed to defend with his body so no stick.
  • Focus on defence.
  • Use your body to force them to go to your strong side.
  • When you push them to the side make a block tackle.
  • Block tackle is always on the forehand, 2 hands on the stick and step forward.
  • Stick is on the ground.
  • Jab:
  • Make a small square 1m-1m.
  • The defender is inside the square and the attacker tries to get the ball inside the square. 
  • The defender use the jab to defend his square.
  • You jab with your stick to the ball.
  • Left foot in front and right food in the back (not flat fooded).
  • Use your stick as poke.
drawing Links, rechts centraal
  • 4v3 situatie waarbij trainer aangeeft naar wie de bal gespeeld moet worden (links, rechts of centraal) over twee kanten.

Situatie over links:

  • Speler speelt medespeler in (rode bolletjes)
  • Trainer roept links, rechts of centraal (variant wit, rood, blauw)
  • Afhankelijk van de opdracht van de trainer word L, R of C in gespeeld;
  • Hierna volgt een 4:3 (wit valt aan tegen roos verdedigen)
  • Na het inspelen van de bal mag er door rood direct worden verdedigd.

28 van de 981 hockey oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig