Hockeyoefeningen voor de techniek verdedigen
Doel
- Snel schakelen tussen aanval en verdediging.
Opzet
- Het veld tussen de 23-meterlijn en de middenlijn is in twee delen verdeeld.
- Er zijn drie teams van 3 spelers.
- Twee teams spelen tegen elkaar, het derde team heeft een rustmoment.
- Team 1 en 2 spelen tegen elkaar:
- Doel van team 1 is om te scoren.
- Doel van team 2 is om de bal bij team 3 te krijgen.
- Wanneer er gescoord wordt, moet het andere team als verdediger het volgende spel aangaan.
- Voorbeeld:
- Team 1 scoort tegen team 2, dan speelt team 2 als verdedigend team tegen team 3.
- Wanneer team 2 de bal afpakt, speelt het deze naar team 3.
- Team 3 start met de aanval op team 1 zodra zij de bal ontvangen.
- Team 1 schakelt dan van aanval naar verdediging.
- Team 2 neemt de plek van team 3 in en wacht het spel tussen 3 en 1 af.
Variaties
- Het aantal spelers per team kan aangepast worden.
- Het veld kan smaller gemaakt worden.
Aandachtspunten
- Het spel moet zoveel mogelijk doorgaan.
- Als coach is het handig om voldoende ballen bij de hand te hebben om het spel te ondersteunen.
- Het zoeken van de flanken in plaats van de bal door het midden van het veld te slaan.
- Teams zoeken naar oplossingen en zijn geneigd het spel te verleggen.
- Het percentage balbezit gaat hierdoor omhoog.
- Er worden twee teams gemaakt, afhankelijk van het aantal beschikbare spelers.
- In het midden van het veld staat een vierkant of rechthoek waar zowel bal als speler niet doorheen mogen.
- Pas de grootte van het vierkant of rechthoek aan om de moeilijkheidsgraad te veranderen. Hoe groter dit veld, hoe moeilijker het wordt.
- Je kunt afspreken dat spelers wel door het veld heen mogen lopen, maar dat de bal er niet doorheen mag.
- Let erop dat er geen spullen in het vak liggen en gebruik platte pionnen om struikelen te voorkomen.
- Bij een oneven aantal spelers kan je met een 'kameleon' spelen. Deze speler doet iedere keer met het aanvallende team mee en wisselt dus de hele tijd van rol.
- Leg ballen aan de zijkant van het veld, zodat wanneer een bal uit is direct een nieuwe bal gepakt kan worden om door te spelen.
- Ga als trainer in het veld in het midden staan en coach de beide teams.
- Als aanval: rendement halen uit je aanval.
- Als verdediging: slim uitverdedigen.
- Het veld is beperkt tot de stippellijn.
- De aanvallers nemen de bal ergens op de stippellijn en proberen te scoren.
- De verdedigers proberen de bal via de buitenkant uit te verdedigen.
- De aanvallers scoren 3 punten bij een doelpunt, 2 punten bij een geforceerde strafcorner en 1 punt bij een goede scoringskans.
- De verdedigers krijgen 3 punten wanneer ze de bal uitverdedigen door tussen de pionnen te spelen, 2 punten bij een vrije slag en 1 punt wanneer de bal over de zijlijn gaat.
- Pas de grootte van de teams aan op basis van het aantal beschikbare spelers.
- Speel met een team aan de kant en wissel elke 2 à 3 minuten om rust en overleg te faciliteren.
- Maak de pionnen voor de verdedigers kleiner.
- Gebruik een 'kameleon' om de aanvallers een overtal te geven als scoren moeilijk is.
- Zorg dat duidelijk is wie welke tegenstander dekt.
- Verdedigers moeten laag blijven en overtredingen vermijden.
- Aanvallers moeten actief op zoek naar een voet.
- Zoek als aanvaller de backhand van de tegenstander op; een aanval over rechts is vaak makkelijker.
- Verdedigers moeten helpen bij het verdedigen als hun directe tegenstander niet actief is.
- rood = aanvaller
- blauw = verdediger
- het veld is verdeeld in 2-en door pionnen
- rood speelt de bal in op blauw -> blauw speelt de bal terug op rood
- dan start er een 1 tegen 1
- doel van blauw is de aanvaller naar buiten dwingen
- doel van rood is zo snel mogelijk scoren (door het midden is de snelste weg)
- je mag niet over de pionnen lijn
- als de aanvaller in de cirkel is aangekomen mag hij/zij slaan op doel
- Er worden veldjes uitgezet waar een 1 versus 1 plaatsvind.
- Aanvaller, rood, valt aan op de goal terwijl verdediger, blauw, verdedigd.
- De focus hierop is dat de verdediger begeleidend verdedigd en de aanvaller constant op de forehand houdt.
- Doordraaien: aanvaller wordt verdediger en andersom.
- Houd stick stil bij verdedigen -begeleid.
- Wacht af op het juiste moment.
- Probeer de aanvaller de hoek in te begeleiden.
- Houd de aanvaller constant op de forehand.
- rood = aanvaller
- blauw = verdediger
- Het veld is verdeeld in tweeën door pionnen
- Rood speelt de bal in op blauw -> blauw speelt de bal terug op rood
- Dan start er een 1 vs 1
- Doel van blauw is de aanvaller naar buiten dwingen
- Doel van rood is zo snel mogelijk scoren (door het midden is de snelste weg)
- Je mag niet over de pionnen lijn
- Als de aanvaller in de cirkel is aangekomen mag hij/zij slaan op doel
- Snelheid maken.
- Bal moet altijd terug kunnen.
- Speler maakt altijd diepte door in de cirkel te staan.
- Aanpassen van je medespeler in de forehand.
- Wat is het doel van de oefening?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je er voor doen?
- Wat is de taak van welke speler bij welke pion?
- Welke pass techniek kan je het beste gebruiken?
- Vertragen van je tegenstander.
- Naar buiten duwen.
- Bal hoef je niet gelijk af te pakken maar wacht op de fout van de tegenstander.
- As moet altijd dicht zijn.
- Niet achter elkaar bewegen maar meer naast elkaar.
- Wat is het doel van deze oefening voor jullie?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je daar voor doen?
- Wat is de belangrijkste taak die jullie binnen deze oefening hebben?
- Je laat ze een 3:2 spelen.
- Rood wil gaan scoren op het goal en blauw wil de bal gaan onderscheppen en uitverdedigen.
- Als de oefening loopt kan je later de extra blauwe verdediger er in toevoegen. Deze gaat een tackle back lopen. Hij mag gaan lopen als de eerste bal is gespeelt.
- Aanwijzingen die je kan geven aan de aanvallers
- Bal moet altijd terug kunnen, Snelheid maken en houden in je aanval, een iemand maakt diepte zodat je het veld lang houdt, pass de bal in de forehand van je medespeler,
- Pass de bal over de backhand zijde van de tegenstander.
- Vragen die je kan stellen aan de aanvallers
- Wat is het doel van de oefening?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je er voor doen?
- Wat is de taak van welke speler bij welke pion?
- Welke pass techniek kan je het beste gebruiken?
- Aanwijzingen die je kan geven aan de verdedigers
- Vertragen van je tegen stander door ze naar buiten te duwen, bal hoef je niet gelijk af te pakken maar wacht op de fout van de tegenstander, as moet altijd dicht zijn
- Vragen die je kan stellen aan de verdedigers
- Wat is het doel van deze oefening voor jullie?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je daar voor doen?
- Wat is de belangrijkste taak die jullie binnen deze oefening hebben?
- A Begint met de bal en geeft een gerichte bal naar B
- A loopt naar het vak en gaat verdedigen
- B neemt de bal aan en versnelt om verdediger A voorbij te spelen
- Andere kant het zelfde
- Tips voor aanvallers:
- Behoudt je snelheid
- Heb van te voren al bedacht wat je wil gaan doen
- Tips voor de verdedigers:
- As moet dicht zijn
- Gebruik de Jab om je tegenstander naar buiten te duwen
- Sta in een actieve houding.
- A en B willen samen gaan scoren op het goal
- A pass de bal eerst terug naar B.
- Als A de bal heeft gespeeld mag de tackle back loper beginnen met terug rennen en is het een 2 tegen 2.
- Als de verdedigers de bal veroveren mogen ze scoren in het goaltje aan de rechter kant.
- Tips voor de aanvallers
- Maak snelheid + houdt snelheid
- Kijk naar de positie van de medespeler om te zien hoe je moet gaan staan
- Tips voor de verdedigers
- Zorg dat je het spel eerst vertraagd
- As dicht houden duw ze dus naar buiten
- Oefening 2 keer uitzetten
- A Begint met de bal en geeft een gerichte bal naar B
- A loopt naar het vak en gaat verdedigen
- B neemt de bal aan en versnelt om verdediger A voorbij te spelen
- Andere kant het zelfde
- Tips voor aanvallers:
- Behoudt je snelheid
- Heb van te voren al bedacht wat je wil gaan doen
- Tips voor de verdedigers:
- As moet dicht zijn
- Gebruik de Jab om je tegenstander naar buiten te duwen
- Sta in een actieve houding.
- A en B willen samen gaan scoren op het goal
- A pass de bal eerst terug naar B.
- Als A de bal heeft gespeeld mag de tackle back loper beginnen met terug rennen en is het een 2 tegen 2.
- Als de verdedigers de bal veroveren mogen ze scoren in het goaltje aan de rechter kant.
- Tips voor de aanvallers
- Maak snelheid + houdt snelheid
- Kijk naar de positie van de medespeler om te zien hoe je moet gaan staan
- Tips voor de verdedigers
- Zorg dat je het spel eerst vertraagd
- As dicht houden duw ze dus naar buiten
- Oefening 2 keer uitzetten
- Laatste de eerste paar keer zelf proberen en kijk wat ze al wel doen wat je graag wil en waar aandachtspunten aan zitten voor aanvallend als verdedigend.
- Aanvallend
- Snelheid maken
- Bal moet altijd terug kunnen
- Een vrouw maakt altijd diepte door in de cirkel te staan
- Aanpassen van je medespeler in de forehand
- Vragen die je kan stellen voor het zelf nadenken van de aanvallers.
- wat is het doel van de oefening?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je er voor doen?
- Wat is de taak van welke speler bij welke pion?
- Welke pass techniek kan je het beste gebruiken?
- Verdedigend
- Vertragen van je tegen stander
- Naar buiten duwen
- Bal hoef je niet gelijk af te pakken maar wacht op de fout van de tegenstander
- As moet altijd dicht zijn
- Niet achter elkaar bewegen maar meer naast elkaar
- Vragen die je kan stellen voor het zelf nadenken van de verdedigers.
- Wat is het doel van deze oefening voor jullie?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je daar voor doen?
- Wat is de belangrijkste taak die jullie binnen deze oefening hebben?
- Je laat ze een 3:2 spelen. Rood wil gaan scoren op het goal en blauw wil de bal gaan onderscheppen en uitverdedigen.
- Als de oefening loopt kan je later de extra blauwe verdediger er in toevoegen.
- Deze gaat een tackle back lopen.
- Hij mag gaan lopen als de eerste bal is gespeeld.
- Aanwijzingen die je kan geven aan de aanvallers
- Bal moet altijd terug kunnen,
- Snelheid maken en houden in je aanval,
- een iemand maakt diepte zodat je het veld lang houdt, pass de bal in de forehand van je medespeler,
- Pass de bal over de backhand zijde van de tegenstander.
- Vragen die je kan stellen aan de aanvallers
- Wat is het doel van de oefening?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je er voor doen?
- Wat is de taak van welke speler bij welke pion?
- Welke pass techniek kan je het beste gebruiken?
- Aanwijzingen die je kan geven aan de verdedigers
- Vertragen van je tegen stander door ze naar buiten te duwen,
- Bal hoef je niet gelijk af te pakken maar wacht op de fout van de tegenstander,
- De as moet altijd dicht zijn
- Vragen die je kan stellen aan de verdedigers
- Wat is het doel van deze oefening voor jullie?
- Hoe kan je het doel bereiken en wat moet je daar voor doen?
- Wat is de belangrijkste taak die jullie binnen deze oefening hebben?
Afgebakend veld van ongeveer 10 x 10 (15 x 20) meter 2 keepers in het midden 4 veldspelers bevinden zich buiten het speelveld
Verloop van de oefening De 4 andere keepers (of veldspelers) spelen elkaar de bal zoals tijdens een normale wedstrijd. De beide keepers in het midden moeten door de juiste beenarbeid (zoals bij een “echte†1 tegen 1 situatie) proberen zich een zo gunstig mogelijke uitgangspositie te verwerven en dan op het juiste moment naar de bal te bewegen. Vastgestelde speeltijd
Twee teams met wissel, er wordt gewisseld als er gescoord wordt.
Ieder persoon verdedigt een doeltje, op elk veld staan 5 doeltjes, dus erzijn ook 5 mensen die deze doeltjes verdedigen.
Als er gescoord word in je doeltje, moet je aan de kant zitten en wordt jewissel. Er komt een nieuwe speler (wissel) van de kant het veld in en gaat het doeltje verdedigen
Als er gescoord word is het 1 punt. Ploeg die aan het einde van de wedstrijdde meeste punten heeft is de winnaar.
Variatie:
Eerst 1 bal, daarna meerdere ballen in het veld
Doel:
Het zoeken van de flanken ipv de bal door het midden van het veld te slaan. Teams gaan hierdoor zoeken naar oplossingen en zijn geneigd het spel te verleggen. Het % balbezit gaat hierdoor ook omhoog.
Opzet:
Er worden twee teams gemaakt. De grote hiervan is afhankelijk van het aantal beschikbare spelers. In het midden van het veld staat een vierkant of rechthoek die markeert waar zowel bal als speler niet doorheen mogen.

Variaties:
- Je kan de grote van het vierkant of rechthoek aanpassen om de moeilijkheidsgraad aan te passen. Hoe groter dit veld, hoe moeilijker het wordt.
- Je kunt afspreken dat je wel door het veld heen mag lopen, maar dat de bal er niet doorheen mag.
NB Let er dan wel op dat er geen spullen in het bak liggen en gebruik dan bij voorkeur platte pionnen om struikelen te voorkomen. - Bij een oneven aantal spelers kan je met een 'kameleon' spelen. Deze speler doet iedere keer met het aanvallende team mee en wisselt dus de hele tijd van rol.
- Leg ballen aan de zijkant van het veld, zodat wanneer een bal uit is direct een nieuwe bal gepakt kan worden om door te spelen.
- Ga als trainer in het veld in het midden staan en coach de beide teams.
Doel:
Als aanval is het rendement halen uit je aanval
Als verdediging is slim uitverdedigen.
Opzet:
- Het veld is tot de stippellijn.
- De aanvallers nemen de bal uit ergens op de stippellijn en moeten proberen te scoren.
- De verdedigers moeten proberen de bal via de buitenkant uit te verdedigen.
- De aanvallers scoren 3 punten wanneer ze scoren; 2 punten wanneer ze een corner forceren en 1 punt bij een goede scoringskans.
- De verdedigers krijgen 3 punten wanneer ze de bal uitverdedigen door in de bal tussen de pionnen te spelen; 2 punten wanneer ze een vrije slag krijgen en 1 punt wanneer ze de bal over de zijlijn weten te spelen.
NB Bij het scoren van de verdedigers hoeft de bal niet tussen de pionnen door gelopen te worden of aangenomen te worden achter de pionnen.

Variaties:
- Pas de grote van die teams aan, aan de hoeveelheid spelers die beschikbaar zijn. Je kan ook een team aan de kant hebben en iedere keer een partij van 2 Ã 3 minuten spelen. Op die manier is er een rustmoment en hebben de spelers de tijd om te overleggen en analyseren.
- De pionnen om te scoren voor de verdedigers kunnen ook kleiner gemaakt worden.
- Je kan met een 'kameleon' spelen en zo de aanvallers een overtal geven wanneer scoren niet goed lukt.
Aandachtspunten:
- Zorg dat goed duidelijk is wie welke man oppakt.
- Probeer als verdedigers goed laag te zitten en overtredingen te voorkomen.
- Probeer als aanval juist actief op zoek te gaan naar een voet.
- Kijk of er een mogelijkheid voor een 'double team' is. Als jij als verdediger doorhebt dat jou man niet actief genoeg is bij de aanval, help dan je maatje bij het verdedigen en druk de aanvaller een hoek in.
- Als aanvaller zoek vooral de backhand van je tegenstander op. Een aanval over rechts is dus vaak makkelijker uit te voeren dan andersom.
Doel:
Snel kunnen schakelen tussen aanval en verdedigen.
Opzet:
Het veld tussen de 23m lijn en de middenlijn is in twee delen verdeeld. Er zijn drie teams van 3 spelers. Twee teams spelen tegen elkaar, het team dat overblijft heeft een rustmoment.
- Team 1 en 2 spelen tegen elkaar. Doel van team 1 is om te scoren, doel van team 2 is om de bal bij team 3 te krijgen.
- Wanneer er gescoord wordt door een team moet het andere team weer als verdediger het volgende spel aangaan. Vb: Team 1 scoort tegen team 2, dan speelt team 2 als verdedigend team tegen team 3.
- Wanneer team 2 de bal afgepakt heeft speelt zij deze naar team 3. Team 3 start met de aanval op team 1 zodra zij de bal ontvangen hebben. Team 1 moet dan dus omschakelen van aanval naar verdediging. Team twee neemt nu de plek van team 2 in en wacht het spel tussen 3 en 1 af.

Variaties:
- Het aantal spelers per team kan aangepast worden.
- Het veld kan smaller gemaakt worden.
Aandachtspunten:
- Het spel moet zoveel mogelijk doorgaan. Om dit te doen is het handig om als coach flink wat ballen bij je te hebben zodat je die in de oefening kunt gooien.
Doel:
Als aanval is het rendement halen uit je aanval
Als verdediging is slim uitverdedigen.
Opzet:
- Het veld is tot de stippellijn.
- De aanvallers nemen de bal uit ergens op de stippellijn en moeten proberen te scoren.
- De verdedigers moeten proberen de bal via de buitenkant uit te verdedigen.
- De aanvallers scoren 3 punten wanneer ze scoren; 2 punten wanneer ze een corner forceren en 1 punt bij een goede scoringskans.
- De verdedigers krijgen 3 punten wanneer ze de bal uitverdedigen door in de bal tussen de pionnen te spelen; 2 punten wanneer ze een vrije slag krijgen en 1 punt wanneer ze de bal over de zijlijn weten te spelen.
NB Bij het scoren van de verdedigers hoeft de bal niet tussen de pionnen door gelopen te worden of aangenomen te worden achter de pionnen.

Variaties:
- Pas de grote van die teams aan, aan de hoeveelheid spelers die beschikbaar zijn. Je kan ook een team aan de kant hebben en iedere keer een partij van 2 Ã 3 minuten spelen. Op die manier is er een rustmoment en hebben de spelers de tijd om te overleggen en analyseren.
- De pionnen om te scoren voor de verdedigers kunnen ook kleiner gemaakt worden.
- Je kan met een 'kameleon' spelen en zo de aanvallers een overtal geven wanneer scoren niet goed lukt.
Aandachtspunten:
- Zorg dat goed duidelijk is wie welke man oppakt.
- Probeer als verdedigers goed laag te zitten en overtredingen te voorkomen.
- Probeer als aanval juist actief op zoek te gaan naar een voet.
- Kijk of er een mogelijkheid voor een 'double team' is. Als jij als verdediger doorhebt dat jou man niet actief genoeg is bij de aanval, help dan je maatje bij het verdedigen en druk de aanvaller een hoek in.
- Als aanvaller zoek vooral de backhand van je tegenstander op. Een aanval over rechts is dus vaak makkelijker uit te voeren dan andersom.
Organisatie
Veld: half veld
Uitvoering
Algemeen
- Speelrichting wedstrijd hanteren
- Doelen in het midden van veld om besef van spelcontext te stimuleren( vanuit waar verdedig iki?, waar moet ik op scoren?).
- 1:1 : de trainer speelt een bal op Oranje 1 of Blauw 2. Doel van de balbezitter is scoren. Doel van verdediger is doelpunt voorkomen en zelf scoren.
- 2:1 : De trainer speelt een bal op Oranje 1 of Blauw 2. Als Oranje 1 de bal krijgt mag Oranje 3 meedoen in het speelveld van oranje 1
- Oranje 1 en 2 spelen een 2:1 op Blauw 4 (idem als Oranje 3 de bal krijgt (Vak B)).
- 2:2 : Idem als 2:1, als Blauw 2 de bal afpakt mag Blauw 4 meedoen met de aanval in het vak van Oranje 1 (Vak A).
Tips balbezit - Voer schijnactie bij het passeren.
- Snij in na passeeractie; bescherm de bal t.o.v. de verdediger.
Tips niet-balbezit
- Zoek zo snel mogelijk de tegenstander op.
- Houd de stick aan/bij de bal.
- Houd de tegenstander vóór je (op forehand).
- ps omschakelen
Bij Balverlies:
- Zet direct druk op de balbezitter, snij de kortste weg naar het doel af.
Bij Balwinst:
- Voer een snelle actie/doelpoging richting doelen uit.
- Makkelijker maken
- Wijzig regelmatig de startlocatie.
Moelijker maken
- Varieer de aangooisnelheid
- 11 pylonen zet je neer op verschillende afstanden, onder elke pylon leg je een stapeltje stedennamen.
- Elk 2-tal probeert zo snel mogelijk alle 11 de pylonen te bereiken.
- Je drijft naar een pylon pakt een steden- kaart en neemt deze mee terug, je tikt de volgende aan en die rent naar een andere pylon.
- Elke stad die je inlevert bij de trainer wordt afgestempeld op de 11- stedenkaart.
- Wie heeft het eerste de 11 steden bereikt?
- (eerst oefenen zonder bal en stick)

OrganisatieVeld: half veld
Algemeen
- Oranje heeft 6 spelers en Blauw heeft 4 spelers plus keeper.
- Na een self pass speelt Oranje 1 de rechterspeler (2) of linkerspeler (3) aan.
- Dan speelt Oranje in het centrale deel van het veld een 6:4+k.
- Bij onderschepping/duelwinst door Blauw, dan scoort Blauw op een van de doeltjes (A/B) aan de zijkant tussen 23 meter-lijn en middenlijn.
- Oefening start opnieuw na een doelpunt, de bal gaat over achterlijn/middenlijn of na maximaal 3 omschakelmomenten.
Tips Balbezit
- Neem open aan.
- Houd diepte als zestal (speel in 3 of 4 linies).
- Maak speelveld breed.
Tips Niet Balbezit
- Vertraag de aanval door te chanellen.
- Houd druk op de balbezitter (1 sticklengte afstand).
- Keeper: coach je medespelers kort en bondig.
Tips Omschakelen
Bij Balverlies:
- Geef bij balverlies direct druk op de balbezitter.
- Hergroepeer snel tussen balbezitter en eigen doel.
Bij Balwinst:
- Kies voor passen van de bal.
- Loop na balwinst uit het duel.
Makkelijker maken
- Spelersaantal wisselen: Oranje met 5 spelers tegen Blauw met 3+keeper.
Moeilijker maken
- Derde doeltje op middenlijn (vlak voor de startpositie van Oranje 1).

- Een speler van Blauw (1) passt de bal naar b.v. speler 2 van oranje. Dit team tracht over de 23 meter-lijn te scoren in een geel doeltje.
- Blauw verstoort het uitverdedigen van Oranje en tracht de bal te veroveren en te scoren in het normale doel. Als Blauw over de 23 meter-lijn is mag de medespeler aan de zijlijn aansluiten.
- Blauw wisselt met oranje na 2 doelpunten van een van beide ploegen.
Tips Balbezit
- Pass met goede snelheid en richting.
- Ben aanspeelbaar (buitenkant).
- Gebruik de harde schijnpass (flats en push).
Tips Niet Balbezit
- Dwing de balbezitter naar de zijkant.
- Lok het maken van fouten uit.
- Voer een snelle counter uit na het veroveren bal.
Tips Omschakelen
- Dwing de balbezitter naar de zijkant.
- Lok het maken van fouten uit.
- Voer een snelle counter uit na het veroveren bal
Makkelijker maken
- Maak het veld dieper (tot middenlijn).
Moelijker maken
- Geef 1 Speler extra per team.

Doel
- Een partijtje is niet alleen leuk, je leert er ook nog eens veel van.
Opzet
- Heel simpel: 2 goaltjes, wat hesjes en een paar ballen.
- Meer uitleg is toch niet vereist?
- Dit soort partijtje is niet echt om iets specifieks te trainen (bv. buiten om spelen waarbij je een vak in het midden gebruikt), maar gewoon om plezier te hebben.
- Mocht het een team te gemakkelijk af gaan, dan kan je de regel invoeren dat ze 3x moeten over passen voordat ze mogen scoren.
- Of je maakt de goal van dat team kleiner.