Inline-skateoefeningen
Laatste update: januari 2026
Uitvoering
- Leden liggen in buiklig in een cirkel terwijl de tikkers, herkenbaar aan hun rode fluohesjes, in de cirkel rechtstaan.
- Op het moment dat de trainer, gekleed in blauw, ballen naar de tikkers rolt, mogen alle leden rechtstaan en zich verspreiden over de zaal.
- Het spel "jagerbal" begint nu. Wie getikt wordt, kan zijn armen in de zij leggen, benen spreiden of een arm tegen de muur plaatsen.
- Na enkele minuten geven de tikkers hun fluohesje door aan een ander lid.
Opdracht 1 - Slalom
- Voorwaarts: steun op buitenste been zonder het andere been op te tillen. Gebruik het bovenlichaam voor slalom bewegingen.
- Achterwaarts: steun op buitenste been zonder het andere been op te tillen.
- Voorwaarts tot een potje van dezelfde kleur. Tussen twee potjes til je het been op.
- Voorwaarts: been horizontaal naar achteren.
- Voorwaarts: been horizontaal diep zittend naar voren.
- Achterwaarts: spring met één been over elk potje dat je tegenkomt.
- Verdeel in 4 groepen van enkele skaters.
- 2 groepen voeren steeds dezelfde soort opdracht uit.
Uitvoering
- Spelers rijden om beurten twee rondes rond de cirkel die in het midden van de zaal ligt.
- Ze nemen steeds een potje in de hand dat ze doorgeven aan de volgende skater.
- Op handen stappen met voeten breed gespreid die niet van de grond komen.
- Voorwaarts steppen met één voet op de grond.
- Overstap achterwaarts per twee.
- Na elke ronde komt er een extra speler bij.
- De groep houdt handen vast.
- Bij een voltallig team dat een ronde skatet, wordt er opnieuw afgebroken.
- Er valt steeds een speler af die bij hun begin-potje blijft wachten tot de laatste speler zijn ronde heeft geskatet.
Doel
- Oefenen van de STOP-techniek.
- Er zijn acht teams van minimaal twee skaters.
- Op het startsignaal skatet één groepslid rechtdoor.
- Wanneer twee skaters elkaar tegenkomen, stoppen ze bij het bijbehorende gekleurde potje.
- Dit voorkomt botsingen en leert skaters tijdig stoppen.
- Wie wint, skatet verder totdat hij/zij een nieuwe skater tegenkomt.
- Wie verliest, skatet langs de zijlijn terug naar zijn/haar begin kegel.
- De groep verdient een punt wanneer een teamlid voorbij het laatste potje komt.
- Na drie minuten schuiven de spelers per team bij de blauwe kegels één keer door naar rechts.
- Elk team speelt regelmatig tegen andere groepen.
- Bij gelijkspel krijgt het team één punt, bij winst twee punten.
- Teams tellen hun totale aantal punten op aan het einde van het spel.
Introductie
- Over de hele zaal zijn verschillende stations verspreid.
- De stations bestaan uit verschillende niveaus.
- De leden delen zichzelf in bij het niveau waar zij denken bij te horen.
- De trainers skaten rond en geven tips.
- Station 1: Er ligt een laag obstakel, bijvoorbeeld een hockeystick.
- Je skatet en stopt net voor het obstakel. Daarna stap je erover, eventueel met iemand die je hand vasthoudt.
- Je skatet maar stopt niet voor het obstakel en stapt er al rijdend over.
- Je skatet en springt over het obstakel door door je knieën te gaan en je voeten tegelijk af te duwen.
- Station 2: Er ligt een iets hoger obstakel dan bij station 1, bijvoorbeeld platte potjes of kleine kegeltjes.
- Je springt over het obstakel.
- Als dit nog niet gaat, volg je de stappen zoals bij station 1.
- Volgende stations hebben steeds hogere obstakels.
Uitvoering
- Positioneer je per twee achter elkaar op de aangegeven lijn.
- Lid 1 kijkt vooruit en spreidt de benen zodat lid 2 de bal tussen zijn/haar benen kan rollen.
- Op dat moment sprint lid 1 achter de bal aan en stopt deze voor de aangeduide lijn.
- Per drie spelers, waarbij twee spelers met gespreide benen staan.
- Een derde speler staat achter hen en rolt de bal tussen hen door.
- De spelers proberen zo snel mogelijk de bal te stoppen.
- Bal stoppen met de voet.
- Bal stoppen met de poep.
- Bal stoppen met het hoofd.
Uitvoering
- De leden zijn verdeeld over twee kringen.
- Op het signaal van de trainer start één van de leden in de kring met skaten.
- Hij/zij skate een volledige ronde en tikt de volgende aan die links van hem/haar stond in de kring.
- Het lid dat net geskate heeft gaat nu een potje halen bij de tegenstander.
- Het lid dat is aangetikt doet hetzelfde: skate een ronde en tikt opnieuw de volgende aan.
- Het doel is zo snel mogelijk alle potjes van de andere groep af te nemen en bij jouw team te leggen.
- Let op: de leden zullen na enige tijd geen 'kring' meer overhouden door skaters die weg zijn. Geef aan dat ze in dat geval de kring kleiner moeten maken!
Teams en Kegels
- Er zijn twee teams.
- Elk team heeft op 25 meter voor zich een kegel staan.
- Na het fluitsignaal loopt elk persoon van het team schuin naar de kegel die tegenover de andere ploeg staat en legt deze neer.
- Daarna loopt die verder naar de eigen kegel, zet die recht en skate weer terug naar het eigen team.
- De volgende persoon vertrekt en doet hetzelfde.
- Na een tijdje zal een team een voorsprong hebben.
- Vanaf het moment dat je aan je eigen kegel komt en deze nog rechtstaat, krijg je een punt.
- Het team met de meeste punten wint.
Spelregels
- Alle teams starten met vier verschillende voorwerpen in hun hoepel.
- Een speler mag steeds één voorwerp stelen bij de andere teams.
- Het doel is om vier dezelfde voorwerpen in jouw hoepel te krijgen.
- Op dat moment roep je "KWARTET!"
- Er kan eventueel een tikker worden aangesteld.
- Wie getikt is en een voorwerp vastheeft, legt deze terug in de oorspronkelijke hoepel.
- Er kan een vijfde voorwerp gebruikt worden die in het midden van het terrein ligt.
- Deze voorwerpen zijn meer punten waard, maar worden bewaakt door een tikker.
Doel
- Verzamel zoveel mogelijk punten door verschillende lengtes te skaten.
- Alle skaters starten bij één van de vier kegels.
- Op het startsignaal beginnen de skaters te skaten.
- Bij elke lengte van kegel tot kegel verdienen ze punten:
- Korte lengte: 1 punt
- Zijwaartse lengte: 2 punten
- Diagonaal: 3 punten
- Skaters tellen hun punten op gedurende 1-2 minuten.
- Optioneel: Tikkerfunctie, waarbij getikte skaters hun punten verliezen en opnieuw moeten beginnen.
Voorbereiding
- Leden staan op de aangeduide lijn naast elkaar, met minstens een armlengte van elkaar.
- De trainer stapt over de voeten en geeft instructies over welke voet of beweging uitgevoerd moet worden bij het overstappen.
- Tip: Houd de armen in kruispositie horizontaal naast het lichaam.
- Tip: Bij het kruisen van een andere skater heeft rechts voorrang.
- Skaters bewegen in een achtvorm.
- Een tikker kan worden aangewezen.
- Wie getikt wordt in het vierkant, wordt de nieuwe tikker.
- Het spelterrein is aan beide uiteinden begrensd door een lijn A en B.
- Eén speler is tikker. De anderen proberen over te lopen.
- Wie getikt wordt, moet blijven staan waar hij was en wordt etalagepop. De anderen kunnen een "etalagepop" verlossen door hem over de lijn te dragen.
- De spelers moeten altijd samen overlopen, in dezelfde richting.
- De etalagepoppen mogen alleen over de lijn gezet worden waarnaar ze zelf aan het lopen waren, bijvoorbeeld A.
- De spelers mogen wel, zelfs al lopen ze in de richting van lijn B, de etalagepoppen een eindje in de richting van lijn A zetten.
- De tikkers mogen afgewisseld worden.
- Er zijn twee teams.
- Elk team heeft op 25 meter voor zich een kegel staan.
- Na het fluitsignaal loopt elk persoon van dat team schuin naar de kegel die tegenover de andere ploeg staat en legt deze neer.
- Daarna loopt die verder naar de eigen kegel en zet die recht en skate daarna weer terug naar het eigen team.
- De volgende vertrekt en doet hetzelfde.
- Na een tijdje gaat een team een voorsprong hebben en vanaf het moment dat je aan je eigen kegel komt en deze nog rechtstaat, dan heb je een punt.
- Wie de meeste punten heeft, heeft gewonnen.
- Rondskaten
- Fluiten en hierna een oefening roepen.
Mogelijkheden zijn:
1. stoppen
2. versnellen
3. op 1 been
4. hurken
5. visjes
6. veranderen van richting
7. achteruit
8. zo hoog mogelijk springen
- 1 trainer roept de opdrachten, de ander skate mee om hier en daar een beetje uitleg te geven aan de mensen die de oefening nog niet zo goed beheersen.
Over heel de zaal zijn verschillende postjes verspreid. De postjes bestaan uit verschillende niveaus.
De leden delen zich eerst zelf op bij het niveau waar zij denken bij te horen.
De trainers skaten rond en geven tips.
Voorbeelden postjes:
Postje 1: Er ligt een laag obstakel.
Bv. Hockeystick
Wat doe je?
De leden delen zich eerst zelf op bij het niveau waar zij denken bij te horen.
De trainers skaten rond en geven tips.
Voorbeelden postjes:
Postje 1: Er ligt een laag obstakel.
Bv. Hockeystick
Wat doe je?
- Je skatet en stopt net voor het obstakel. Daarna stap je erover. Eventueel met iemand die je hand vasthoudt.
- Je skatet maar stopt niet voor het obstakel. Je stapt er al rijdend over.
- Je skatet en springt over het obstakel. Je gaat door je knieën en duwt je voeten tegelijk af.
Postje 2: Er ligt een laag obstakel, iets hoger dan potje 1.
Bv. Platte potjes/ kleine kegeltjes
Wat doe je?
Bv. Platte potjes/ kleine kegeltjes
Wat doe je?
- Je springt over het obstakel. Als dit nog niet gaat, doe je de stapjes net zoals bij postje 2.
Volgende postjes zijn steeds hogere obstakels.
Alle teams starten met 4 verschillende voorwerpen in hun hoepel. Er mag steeds 1 speler een voorwerp stelen bij de andere teams.
Het doel is om 4 dezelfde voorwerpen in jouw hoepel te krijgen. Op dat moment roep je "KWARTET!"
Differentiatie:
Het doel is om 4 dezelfde voorwerpen in jouw hoepel te krijgen. Op dat moment roep je "KWARTET!"
Differentiatie:
- Er kan eventueel een tikker worden aangesteld. Wie getikt is en een voorwerp vastheeft, legt deze terug in de oorspronkelijke hoepel.
- Er kan een vijfde voorwerp gebruikt worden die in het midden van het terrein liggen. Deze zijn (meer) punten waard, maar worden bewaakt door een tikker.
Spelers rijden om beurt 2 rondes rond de cirkel die in het midden van de zaal ligt. Ze nemen steeds een potje in de hand die ze doorgeven aan de volgende skater.
Oefeningen:
Oefeningen:
- Op handen stappen met voeten breed gespreid die niet van de grond komen.
- Voorwaarts steppen met 1 voet op de grond.
- Overstap
- Achterwaarts
- Per 2
- Na elke ronde komt een extra speler bij. De groep houdt handen vast. Bij een voltallig team dat een ronde skate, wordt er opnieuw afgebroken. Er valt dus steeds een speler af die aan hun begin-potje blijft wachten tot de laatste speler zijn rond heeft geskatet.
- Skaters zijn verdeeld over min. 2 groepen.
- De eerste skater start op het signaal van de trainer en neemt 6 kleine kegels mee naar de hoepel recht voor zich. In deze hoepel maakt de skater een toren van 3 verdiepingen hoog zonder dat de kegels vallen.
- Anders begint de skater opnieuw met bouwen.
- Na het bouwen van de toren breekt de skater zijn toren af en neemt ze mee naar zijn groep.
- Nu is het aan de tweede in de rij die op zijn beurt skate met de kegels en bouwt.
Leden gaan op de aangeduide lijn naast elkaar staan. Minstens een armlengte van elkaar.
De trainer stapt letterlijk over de voeten en vertelt welke voet/beweging wordt uitgevoerd bij het overstappen.
Tip: Armen staan in kruis positie horizontaal naast het lichaam.
Tip: Bij het kruisen van een andere skater -> Rechts heeft voorrang!
Vervolgens skaten de leden in een acht (zie tekentool).
Tot slot kan een tikker worden aangeduid. Wie getikt is in het vierkant wordt zelf de nieuwe tikker.
De trainer stapt letterlijk over de voeten en vertelt welke voet/beweging wordt uitgevoerd bij het overstappen.
Tip: Armen staan in kruis positie horizontaal naast het lichaam.
Tip: Bij het kruisen van een andere skater -> Rechts heeft voorrang!
Vervolgens skaten de leden in een acht (zie tekentool).
Tot slot kan een tikker worden aangeduid. Wie getikt is in het vierkant wordt zelf de nieuwe tikker.
4 groepen van enkele skaters. 2 groepen voeren steeds eenzelfde soort oefening uit.
Er zijn dus 2 soorten opdrachten. (zie tekentool)
Opdracht 1 - optie 'slalom':
Opdracht 1 - optie 'slalom':
- voorwaarts (steun op buitenste been zonder ophef been)
- 1 been (slalom vanuit bovenlichaam borst wijzing)
- achterwaarts (steun op buitenste been zonder ophef been)
- 1 been achterwaarts
Opdracht 2 - optie '1 been':
- Voorwaarts tot volgende/eenzelfde kleur potje. Tussen 2 opeenvolgende, eenzelfde kleur potjes hef je het been op.
- Voorwaarts been horizontaal naar achter
- Voorwaarts been horizontaal diep zittend naar voor
- Achterwaarts
- Sprong met 1 been over elk potje dat men tegenkomt
Per 2 gepositioneerd achter elkaar aan de voorziene lijn.
Lid 1 kijkt voor zich en spreid de benen zodanig lid 2 de bal tussen zijn/haar benen kan rollen.
Op dat moment sprint lid 1 achter de bal aan en stop ze voor de aangeduide lijn.
Lid 1 kijkt voor zich en spreid de benen zodanig lid 2 de bal tussen zijn/haar benen kan rollen.
Op dat moment sprint lid 1 achter de bal aan en stop ze voor de aangeduide lijn.
Gradatie:
- Competitie: Per 3, waarbij 2 spelers gepreid staan met de benen open. Een derde lid staat achter hen en rolt de bal tussen beide door. De leden proberen om ter snelst de bal te stoppen.
Variatie:
- Bal stoppen met de voet
- Bal stoppen met de poep
- Bal stoppen met het hoofd
- 2 teams (ratten - blauw & raven - rood) worden achter elkaar geplaatst met ong. 2 meter afstand tussen.
- De trainer staat te midden gepositioneerd en vertelt ondertussen een verhaal.
- Wanneer de leden RATTEN horen, moeten de ratten zo snel mogelijk wegrijden tot over de aangeduide lijn.
- Wie getikt is door een raaf, komt bij het team van de raven.
- Vice versa wanneer er RAVEN wordt uitgesproken.
Pas op! Laat je niet foppen door 'ratelslang, rattenverdelger, rapen, enz.'
Welk team blijft als laatste over?
Leden liggen in buiklig in een cirkel terwijl de tikkers (rood - fluohesje) in de cirkel rechtstaan.
Op het moment dat de trainer (blauw) - evenveel ballen als tikkers - ballen rolt naar de tikkers mogen alle leden rechtstaan en zich verspreiden over de zaal.
Nu start jagerbal!
Wie getikt is kan:
Op het moment dat de trainer (blauw) - evenveel ballen als tikkers - ballen rolt naar de tikkers mogen alle leden rechtstaan en zich verspreiden over de zaal.
Nu start jagerbal!
Wie getikt is kan:
- zijn armen in de zij leggen - stopcontact
- benen spreiden
- arm tegen de muur
- enz.
Na enkele minuten geven de tikkers hun fluohesje door.
- Tijdens dit spel oefenen skaters op hun STOP-techniek.
- Er zijn een 8-tal teams van min. 2 spelers. Op het startsignaal skate 1 groepslid rechtdoor.
- Wanneer 2 skaters elkaar tegenkomen stoppen ze aan het bijhorend gekleurd potje.
- Zo worden botsingen voorkomen en leert men tijdig stoppen.
- Wie wint, skate verder totdat hij/zij een nieuwe skater tegenkomt.
- Wie verliest skate langs de zijlijn terug naar zijn/haar begin kegel.
- De groep kan een punt verdienen wanneer een van de spelers van het team voorbij het laatste potje komt.
- Na 3 minuten schuiven de spelers per team aan de blauwe kegels 1x door naar rechts. Zo speelt ieder team regelmatig tegen andere groepjes.
- Wie gelijk speelt krijgt in totaal 1 punt. Wie wint verdient 2 punten. De teams tellen zo hun totaal aantal punten op tegen het einde van het spel.
- De leden zijn verdeeld over 2 kringen.
- Op het signaal van de trainer start 1 van de leden in de kring met skaten. Hij/zij skate een volledige ronde en tikt de volgende aan (die links van hem stond in de kring).
- Het lid dat net geskate heeft gaat nu een potje halen bij de tegenstander. Het lid dat is aangetikt doet net hetzelfde. Deze skate een ronde en tikt opnieuw de volgende aan.
- Het doel is zo snel mogelijk alle potjes van de andere groep af te nemen en bij jouw team te leggen.
Let op! De leden zullen na enige tijd geen 'kring' meer overhouden door skaters die weg zijn. Geef aan dat ze in dat geval de kring kleiner moeten maken!
Aanbreng:
- pinguïn -stop
- visjes -stop
- T -stop
- draai -stop
- hockey -stop
Laat iedereen achter de beginlijn vertrekken, per 2 achter elkaar. Zo kan er gericht worden gekeken naar ieders stop.
- Tip: Plaats een trainer op de middenlijn en een trainer aan de eindlijn.
- Tip: Breng max. 3 stops aan per training!
- + Let op buiging knieën!
- Gebaseerd op het kat- en muisspel.
- Iedereen staat per 2 achter elkaar, geplaatst in een cirkel.
- Er is verder een tikker en een loper.
- De loper moet zo snel mogelijk achter een groepje van 2 personen gaan staan om veilig te zijn.
- In dit geval wordt de eerste persoon van dit nieuwe groepje van 3 de tikker en loopt achter de andere speler aan. De rollen zijn gewisseld.
Gradatie:
- 2 paar tikkers en lopers
- Er mag ook voor een groepje van 2 worden plaatsgenomen. In dit geval is het niet de voorste, maar achterste persoon die tikker wordt. Zo blijft iedereen actief denken.
Variatie:
- Niet achter elkaar staan, maar op elkaar liggen.
Statische variant:
- Ga vanuit zit naar stand aan de kant van de sporthal;
- Ogen vooruit en in de rolrichting;
- Handen voor je;
- Knieën gebogen, licht over de skates hangend;
- Rug licht gebogen. (Dat gaat na de eerste 3 acties die hierboven staan vanzelf goed, behalve als je angstig wordt.)
Dynamische variant:
- Met zijwaartse stapjes in basishouding van de kant naar het midden van het sportterrein gaan.
- Rol vooruit en zwaai met je handen langs je lichaam (zonder zwaaien mag ook).