Basketbaloefeningen voor alle technieken

Advertentie
  • Afhankelijk aantal ballen. 
  • Tweetallen of alleen.
  • Bij Alleen. 
    • Start op je positie, dribbel naar overzijde basket. 
    • Set of Jumpshot van je positie (Guard, forward, center) 
    • Tot 8 raak.
  • Bij tweetallen. 
    • Start op je positie, passend naar de basket overzijde. 
    • Laatste pass moet goed zijn zodat schutter in jumpshot klaar staat voor zijn/haar schot. 
    • Tot 4 raak per speler!!!!! 
    • Verliezers, 1x heen en terug slides in de breedte.8 hoepels/pionnen voor de shootingpositions.
  • stel je er op in, dat de bal kan komen.
  • ogen gericht op de naderende bal.
  • de armen gaan gestrekt de bal tegemoet;
  • de polsen zijn licht achterover gebogen;
  • de vingers zijn gespreid en wijzen naar boven;
  • het lichaam reikt iets voorover.
  • op het moment van balcontact raken de vingertoppen de bal het eerst;
  • de duimen en enigszins de wijsvingers bevinden zich achter de bal,
  • zodat de bal niet kan doorschieten.
  • de snelheid van de bal wordt afgeremd door de armen mee te buigen.
  • de bal komt voor het middenrif tot rust.
  • vooral bij 'harde' passes is het nuttig tijdens het vangen één voet voor de ander te plaatsen.
Advertentie
  • Spelers werpen elkaar de bal toe met twee handen en vangen met twee handen.
  • Plaatsen op borsthoogte.
  • Besteed aandacht aan of het werpen of het vangen, niet beide tegelijk. 
  • Als oefening gooien en vangen, maar de bal iets hoger toespelen, niet zo hoog dat men moet springen, dus net boven het hoofd.
  • Let met name op het vangen en de positie van de duimen, iets dichter bij elkaar dan bij oefening 1.
  • Als oefening gooien en vangen, maar de bal wordt op kniehoogte aangespeeld.
  • Let met name op de pinken, iets dichter bij elkaar en naar de grond wijzend. 

 

  • De spelers iets dichter bij elkaar laten staan en met een stuit overgooien.
Advertentie
  • Tegenover elkaar staande spelers.
  • De spelers werpen de bal met één hand toe en vangen met twee handen.
  • Oefen 25 keer met rechts en 25 keer met links. 
  • De bal wordt gevangen met links, overpakken op rechts en gooien met rechts.
  • De bal zal als het ware ‘achtjes’ gaan draaien.
  • Na 20 keer heen en weer vangen met rechts, overpakken op links en gooien met links
Advertentie
  • 3 en 7 lopen naar de cirkel en kijken naar rechts om bal te ontvangen van 1 en 5.
  • 1 en 5 lopen bal achterna en staan dan in de cirkel.
  • 3 en 7 passen naar de man tegenover hun (dus 4 en 8) en lopen bal achterna,
  • 4 en 8 passen vervolgens naar 1 en 5 in de cirkel en lopen bal achterna en staan dus in de cirkel.
  • 1 en 5 passen direct door naar 6 en 2 en lopen bal achterna. 
  • 6 en 2 passen dan naar 4 en 8 in de cirkel en lopen dan hun bal achterna en staan daarna dus in de cirkel 4 en 8 passen direct door naar 3 en 8 die kunnen passen naar 6 en 2 in de cirkel. 6 en 2 passen direct door naar 1 en 5 en de figuur is rond.
  • Iedereen loopt dus feitelijk steeds zijn pass achterna.
Advertentie