Korfbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1700 korfbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
korfbal training

Korfbaloefeningen voor senioren

Laatste update: januari 2026
Uitvoering
  • Zet de situatie twee keer uit.
  • De eerste hindernis is een speedladder. Beweeg zijwaarts door de ladder door met twee voeten in de ladder te staan en met één voet buiten de ladder.
  • Daarna kom je drie hordes tegen die oplopen van laag naar hoog. Spring over deze hordes heen.
  • Onderweg neem je een zakje uit de emmer mee.
  • Welk team heeft als eerste alle zakjes aan de andere kant en sprint daarna als eerste als team naar de andere kant?
  • De eindsprint mag pas ingezet worden als het laatste zakje ligt!
Voorbereiding
  • Leg een veld uit van 3x3 met dopjes, met een beetje ruimte ertussen.
  • Geef beide teams 4 dopjes.
Uitleg
  • Maak twee gelijkwaardige teams en plaats ze bij een korfbalpaal met een bal.
  • Bedenk een opdracht die ze moeten uitvoeren bij de paal, bijvoorbeeld schieten van 5 meter afstand.
  • Bij elk raak schot mag een team een dopje neerleggen.
  • Het team dat als eerste drie op een rij heeft, wint het spel.
Uitvoering
  • Alle vier de hoeken zijn bezet, de bal begint linksvoor.
  • De bal wordt één keer rondgespeeld. Wanneer de bal weer bij de eerste speler is, gaat speler drie naar de steunpositie.
  • De bal gaat naar binnen, speler vier lost op voor de rebound.
  • Speler één kruist met speler twee en komt tot een schot.
  • Speler twee blijft in beweging en neemt een korte kans.
  • Speler één eindigt met een doorloopbal.
Belangrijk
  • Het oplossen mag niet te lang duren.
  • Het kruisen moet strak gebeuren.
  • De passing moet in orde zijn.
Doel
  • Schietoefening waarbij van verschillende kanten van de korf wordt geschoten.
Organisatie
  • Per korf een tweetal met een bal, of bij gebrek aan voldoende korven twee tweetallen met elk een bal.
  • Bij elke korf vier pionnen of andere markeringstekens: één voor, één achter, één links en één rechts van de korf, steeds op circa 6 meter afstand.
  • Van elk tweetal start er een onder de korf. De ander schiet vanaf elke pion een doelpunt. Daarna wisselen van rol.
  • Welk tweetal is het snelst klaar met de 'reis om de wereld'?
Variaties
  • De afstanden kunnen naar believen groter of kleiner worden gemaakt, of bij elke pion twee doelpunten maken.
  • In plaats van schieten uit stilstand, kan er ook uit beweging worden geschoten, of uitwijkballen nemen.
  • Er wordt met twee tweetallen per korf gewerkt. De twee schutters moeten bij elke pion samen twee keer scoren, het maakt niet uit wie de doelpunten maakt. Er wordt van rol gewisseld na vier keer twee doelpunten.
Uitvoering
  • De oefening stimuleert schieten vanuit verschillende posities rondom de korf.
  • Het is belangrijk om zuiver te schieten, vooral omdat schieten vanaf de zijkant of achterkant anders is door de hoek van de korf.
  • Spelers kunnen in het begin luidruchtig zijn, maar worden snel geconcentreerd en verbeteren hun schietvaardigheid aanzienlijk.
In het kort:
  • Beoefenen van verschillende schotvormen vanuit een steunende positie.
Organisatie:
  • Twee spelers per korf: één vaste persoon onder de korf en één ervoor. Wisselen na ongeveer 1 minuut.
Uitvoering:
  • a) De aangever staat circa 6 meter voor de korf, de schutter begint onder de korf. De schutter start schuin naar achteren, ontvangt de bal en schiet meteen. De aangever vangt af.
  • b) Zoals a, maar de schutter dreigt met een schot, laat de verdediger inspringen en volgt met een 'onderhandse trekbal' van ongeveer 5 meter schuin achter de korf. De aangever vangt af.
  • c) De schutter heeft een verdediger. De verdediger bepaalt de mogelijkheid: reageert te laat (schot volgt) of volgt fel (gelegenheid voor de trekbal).
  • d) Zoals b, maar de schutter loopt zijwaarts en maakt een draai van bijna 180 graden richting korf om de trekbal te nemen. Kan ook vanuit stand beginnen.
  • e) Zoals d, met verdediger bij de schutter. De verdediger komt fel inlopen.
  • f) De schutter staat een halve meter voor de korf, verdediger tussen schutter en paal. De schutter gooit de bal met twee handen achterover in de korf.
  • g) De schutter staat een halve meter achter de korf, met verdediger voor zich. De schutter maakt een schijnworp, waarna het schot volgt zodra de verdediger zich omdraait.
  • h) De aangever schiet expres over de korf. De schutter onder de korf vangt de bal en schiet meteen in een vloeiende beweging.
  • i) Zoals h, maar nu schiet de persoon onder de korf direct vanuit een sprong.
  • j) De aangever schiet over de korf. De afvanger laat de bal over zich heen gaan, loopt erachteraan en schiet met een halve draai.
In het kort
  • Schietspel waarbij van verschillende kanten van de korf wordt geschoten.
Organisatie
  • Per korf een tweetal met een bal. Bij gebrek aan korven, 2 tweetallen met elk een bal.
  • Vier markeringen per korf: voor, achter, links en rechts op circa 6 meter afstand.
  • Een speler start onder de korf, de ander schiet vanaf elke markering.
  • Wissel van functie na elke ronde.
  • Welk tweetal voltooit als eerste de 'reis om de wereld'?
Variaties
  • Afstanden kunnen groter of kleiner worden gemaakt.
  • Bij elke markering 2 doelpunten maken.
  • Schieten uit beweging of uitwijkballen nemen.
  • Met 2 tweetallen per korf, samen 2 keer scoren bij elke pion.
  • Voltooi de opdracht binnen 2 minuten, anders strafronde.
Uitvoering
  • Schiet vanaf verschillende posities om te wennen aan diverse hoeken en afstanden.
  • Let op variatie in schietposities om geen ploeg te bevoordelen.
  • Zuiver schieten is cruciaal voor succes.
  • Spelers worden geconcentreerder en verbeteren snel.
Opstelling
  • Drie spelers bij de korf: één aangever met de bal onder de korf en twee aanvallers.
Uitvoering
  • De aanvallers bewegen van links naar rechts voor de korf.
  • De aangever speelt om beurten de aanvallers aan.
  • De minimale schotafstand is 5 meter.
  • De doelpunten worden geteld.
  • De aanvaller die als eerste 3 doelpunten maakt, blijft voor de korf staan.
  • De verliezende aanvaller neemt de plek van de aangever in.
Verschillende oefeningen waarin je springend op je voeten steeds in balans moet blijven, en anderen eruit moet sprinten.

  1. 10 seconden op de plaats op je linkervoet hinkelen, sprint tot rode lijn.
  2. Hetzelfde op rechts, sprint tot rode lijn.
  3. Knieheffend op de plaats gedurende 10 seconden. Steeds op je tenen blijven staan zodat je sneller bent, sprint naar rode lijn.
  4. 5 lunges op rechts, en 5 op links. Sprint naar rode lijn.
  5. 3x zijwaarts over de orde heen en weer springen, sprint naar rode lijn.
  6. Hetzelfde, maar nu met de rug naar het veld toe.
Doel: 
  • Dit is een actieve schotoefening waarbij spelers door de opzet continue aangespoord worden om zo snel mogelijk een doelpunt te maken. Net als in een competitiewedstrijd is ieder schot belangrijk.
Omschrijving: 
  • Twee tweetallen strijden tegen elkaar om zo veel mogelijk dopjes te verzamelen. Het verkrijgen van een dopje gaat steeds in twee stappen, eerst komt het dopje in de eigen hoepel en daarna kan het veilig gespeeld worden bij de korf.
  • De schutter schiet om beurten van de twee dopjes bij de korf. Wissel om de vier schoten van functie. Als een speler een doelpunt scoort, dan: 
    • Als beide hoepels leeg zijn wordt er een dopje van de stapel gepakt. Leg deze in de eigen hoepel.
    • Als er een dopje in de hoepel van het andere tweetal ligt, pak dan dit dopje en leg deze in je eigen hoepel.
    • Als er een dopje in de eigen hoepel ligt, dan leg je deze bij de paal (veilig, kan niet meer afgepakt worden).
  • Dit komt er concreet op neer dat een tweetal twee doelpunten achter elkaar moet scoren, zonder dat het andere tweetal tussendoor een doelpunt scoort
Pionnentikkertje

  • Verdeel het team in groepjes van 3 tot 4 personen
  • Plaats pionnetjes op verschillende afstanden (bijvoorbeeld 4 meter, 8 meter, 12 meter en 20 meter)
  • Per team start één speler
  • De speler rent naar het eerste pionnetje, tikt deze aan en rent terug naar het startpunt
  • Vervolgens tikt de speler het tweede pionnetje aan, enzovoort
  • Wanneer de eerste speler alle pionnetjes heeft aangeraakt en terug bij start is, start de volgende speler van de groep
  • Het team dat als eerste alle spelers binnen heeft, wint
Speler begint onder de paal met bal.
  • 1 speler voor de paal zonder bal
  • Speler beweegt zijwaarts en krijgt de bal aangespeeld en maakt kortekans.
  • Speler beweegt naar de andere kant krijgt de bal weer aangespeeld en schiet.
  • Speler loopt diep weg krijgt de bal aangespeeld en schiet.
  • Wissel van functie
Belangrijk:
De beweging voor de paal gebeurd op snelheid en blijft binnen de 3 meter zone.
De beweging diep op snelheid en het schot vind plaats op de 4 meter zone.
Zet minstens de helft van het aantal deelnemende spelers in korven neer verdeeld in een rondje op veld. 
  • Onder elke korf staat een speler met bal
  • De overige spelers staan in het midden tussen de opgestelde korven
  • Laat de spelers naar een korf lopen en een haakje trekken om vervolgens te schieten.  
    • Zit de bal er, op een gewone korf, in dan krijgt de speler 1 punt.
    • Zit de bal er bij een schutterskorf in dan krijg je 2 punten.
  • Heeft de speler gescoord dan loopt hij naar het middelpunt en kiest een andere korf om op te schieten.
  • Heeft de speler niet gescoord dan wissel je met de aangever.
  • Speel zo tot een zelf te kiezen aantal punten.

variatie: 
  • doorlopers
  • wegtrekbal
drawing Partij vorm
  • Intensieve partij vorm, waarbij spelers veel moeten lopen.
  • Spelers krijgen voldoende rustmomenten bij het aangeven.
  • Twee korven staan een meter of 6 uit elkaar.
  • Bij elke korf aan beide zijdes staan 2 aangevers.
  • In het midden staan 2 aanvallers en 2 verdedigers.
  • Het doel is scoren op een van de twee korven, waar twee vaste aangevers staan.
  • Als het aanvallende tweetal scoort, krijgen ze rust en worden ze afgewisseld met de aangevers. Ze gaan dan aanvallen op de andere korf.
  • De verdedigers blijven staan.
  • Als je niet scoort en de bal verliest, wordt de aanval verdediging en gaan ze aanvallen op de andere paal.
  • Verdedigers/aanvallers mogen alleen voor de korf spelen, niet achter de korf.
drawing ABC Korfbal
 Dit is een partijvorm waarbij er met 12 spelers toch partij kan worden gespeeld op een normaal veld en 1 bal. 
  • Team A begint met de bal in het midden
  • Team B begint bij korf 1
  • Team C begint bij korf 2

  • Team A gaat eerst aanvallen op korf 1, waar B gaat verdedigen. 
  • Wordt de bal onderschept door Team B dan gaat Team B aanvallen op korf 2 tegen team C. 
  • Scoort Team A dan krijgt team A een bonus en mag dan ook aanvallen op korf 2 tegen team C. 
  • Etc. etc. 
 Intensiteit is hoog.
drawing Altijd 2 steunpunten
  • Opstelling is dat er iemand onder de paal staat en de 3 anderen zich in een driehoek ten opzichte van de paal staan.
  • De speler met de bal speelt diep of breed en neemt de paalpositie in.
  • Als de bal diep wordt gespeeld, gaat de speler aan de paal naar achteren. Wordt de bal breed gespeeld, dan loopt de speler aan die kant mee uit.
  • Gaat de bal diep, dan neemt de voorste speler de plek van de invullende speler in. Gaat de bal breed, dan neemt de achterste speler die plek in.
  • De speler die van de zijkant opvult komt tot schot. De afgevangen bal gaat weer naar de middelste speler en het spel kan opnieuw beginnen.
  • Als alles op tijd wordt ingevuld, heb je de afvang uit de ruimte. Als de beoogd schutter met een sprong wordt geblokt, heeft hij/zij 2 aanspeelpunten voor een doorbraak.
  1. scoor 10x via het naar rechts verplaatsen.
  2. scoor 10x via het naar links verplaatsen.
  3. scoor 10x via een doorloopbal op een vliegende verdediger.
drawing Schuinbeweging en reactie
  • Speler A staat op de lijn en speler B staat bij de pion die op ongeveer 2 meter van de lijn staat
Oefening 1:
  • Speler A staat op de lijn en Speler B staat bij de pion die tussen de voeten staat.
  • Speler A sprint langs Speler B (links of rechts) en speler B moet zo snel mogelijk volgen.
  • Sprint ongeveer 10 meter.
Oefening 2:
  • Speler A staat op de lijn en Speler B staat bij de pion die tussen de voeten staat. 
  • Nu mag Speler 2 om zich heen kijken en speler A probeert hem te verrassen met schuinbewegingen.
  • Sprint ongeveer 10 meter.
drawing 3:3 met verleggen naar zijkant
  • Bal wordt ingespeeld op de steun. 
  • De dame onder de paal trekt weg naar de zijkant vanwaar wordt ingespeeld op de steun.
  • Inmiddels is de eerste passer op de steun toegelopen, waarna de steunspeelster de bal op de uitgelopen paaldame speelt en zij stapt mee met de bal met als dreiging naar binnen te lopen.
  • De eerste passer loopt om het blok en krijgt de bal van opzij aangespeeld en neemt de doorloopbal.
  • Speel dit in het 3:3 zo vaak als het kan en doe dit aan alle kanten van de paal.

  • Het derde drietal oefent vrije ballen en strafworpen. Ook kan de beginbal nieuw worden geoefend. (lijkt op bovenstaande)
drawing Verleggen door de steun
  • De dame in de steun wordt aangespeeld van links of rechts uit het voorveld. 
  • De dame in de rebound trekt weg naar de kant van inspelen en krijgt de bal uit de steun.
  1. De eerste keren zal er niet scherp meegelopen worden en kan ze zelf schieten. 
    1. De inspeelster loopt om de steun en vangt de bal af.
  2.  Als er goed wordt verdedigd, speelt de uitgelopen rebounder de bal op de om de steun gelopen inspeelster die een doorloopbal neemt. 
    1. (soms is er sprake van snijden, vaak is de verdedigster niet kort genoeg. Als de aangeefster uitstapt bij het gooien, loopt de andere aanvalster langs de verdedigster en is er geen sprake van snijden)
  3.  Als de dame over de steun wordt overgenomen, gaat de bal naar de steun die dan zelf schiet.
drawing 3-1 naar kans
  • Vanuit 4-0 naar 3-1: schotgericht en naar 2de kans, ook uit rebound

  • Tussenuit naar aangeef --> ruimte opvullen en naar schot
  • Verdediger op schutter (80%)

  • Tussenuit naar aangeef --> 2de aanvaller zoeken
  • Verdediger op schutter (80%) --> timing naar vrijkomen

  • Tussenuit en rebound wissel: rebounder trekt uit korf naar kans
  • Verdediger op rebound: niet in steun laten uitstappen --> herkennen door aanvallers in voorveld
drawing 2 tegen 2 met vaste aangever
2 aanvallers met elk een verdediger proberen kansen te nemen. 
De aangever onder de korf zorgt dat ze tot kansen kunnen komen.
Aangever mag natuurlijk ook rebounden, maar blijft in de korfzone.

Vrijkomen wordt zo makkelijker, zorg wel voor de goede timing. Ook de 2de aanvaller is hier belangrijk
Zorg dat de aanvallers steeds staan ingedraaid naar de korf.

  • Start met de assist van onder de korf.
  • Extra: laat ook ruimte om voorin elkaar vrij te spelen.
  • Extra: als een aanvaller de bal krijgt van de aangever onder de korf, mag deze de aangever niet opnieuw aanspelen. --> stimuleren van de assist uit de ruimte. 
drawing 2-1-1 wegtrekken onder de korf
Doel:
2 doorlopers op steun zorgen voor afleiding, zodat onder de korf weggetrokken kan worden en tot schot komt.

Spel:
  • 2 aanvallers hoog voor de korf.
  • 1 steun hoog voor de korf.
  • 1 aanvaller onder de korf.
  • Aanvaller 1 speelt maximaal 2 keer over met steun, is daarbij in beweging.
  • Aanvaller 2 komt zo ingelopen dat hij na die twee gooien ook mee in kan gaan voor een doorloper
  • Aanvaller 1 komt op hoge snelheid met een doorloper; als er geen doorloper gemaakt kan worden dan komt speler 2 door.
  • Tegelijkertijd trekt speler onder de korf weg naar de kant waar de doorloper aan komt.
  • Staat speler 1 vrij dan mag deze scoren, wordt deze goed verdedigd dan speelt deze door naar wegtrekkende speler onder de korf.
  • Is de bal niet aan te gooien voor de steun dan kijken of speler 2 aanspeelbaar is.
Afspraken:
  • Aanvaller 1 en 2 staan niet stil.
  • Niet meer dan 2 keer teruggooien op de steun door dezelfde persoon.
drawing Schotgericht aanvallen
 Speel 3 tegen 3 tegen 3 op 2 palen
 
  • Opdracht is om zo dicht mogelijk bij de korf vrijkomen. Geen steun en rebound neerzetten. Als je vrij staat, moet je schieten 
Hoogstwaarschijnlijk gaan er enorm veel passen gegeven worden zonder kansen. 
Bijsturen:  elke bal aannemen met de intentie om te schieten

  • Vanaf je in de 3 tegen 3 zit, moet er binnen de 4 passes geschoten worden. Het is dus belangrijk om effectief vrij lopen, en je moet dan ook gaan schieten. (de passing wordt nu belangrijk) 

Belangrijk is om alleen de pass te gooien als je denkt dat iemand kan schieten 
Belangrijk is ook om enkel de pass te gooien wanneer jij denkt dat je medespeler kan schieten. Je moet ook iedereen in elke positie kunnen vrijspelen. Hou de bal dus hoog. 
En als alles goed is, probeert iedereen dus vrij te komen. Daardoor is elke verdediger met zijn aanvaller bezig, en moet er dus ook geen statische rebound worden gezet. Zo kan iedereen gevaarlijk zijn. 

Wat is er belangrijk om te scoren? Schieten. 
Wat is er belangrijk om tot schot te komen? Vrij staan 
Wat is er belangrijk wanneer je vrijloopt? Klaar zijn om te schieten! Tenen en schouders wijzen naar de korf. Eigenlijk loop je in cirkel rond de paal.
drawing loop / schot circuit 3
  • Werk met drietallen. 
  • De beide pilonnen staan 6 meter voor de korf en ongeveer 7 meter uit elkaar (gelijkbenige driehoek) 
  • De speler met de bal speelt de bal naar de andere speler voorin. 
    • En wisselt van plaats met de speler onder de korf. 
    • Voorin wordt de bal weer teruggespeeld op de nieuwe speler en de andere speler wisselt met de speler onder de korf. 
    • Je mag de bal niet langer vasthouden dan 2 seconden.
  • We lopen 4x 2 minuten en er is steeds een halve minuut rust.
drawing Pieten estafette
  • Verdeel het team in 2 groepen.
  • Zet 2 keer een circuit uit met sinterklaas/pieten thema.
  • Alles wordt gedaan met een "cadeau" (bal) in de handen. 
  • Voor oudere kinderen kan je laten vallen = opnieuw beginnen doen.
  • Slalom om "de poep van het paard te ontwijken"
  • Over de "daken" (bank, kan eventueel op zijn kop om het smalle gedeelte te gebruiken)
  • Door de "schoorsteen" (hoepel)
  • En als laatste het "cadeautje door een schoorsteen op een ander dak" gooien. (doelpunt maken)
  • Bal weer meenemen naar begin en doorgeven aan de volgende.
drawing 'Cadeautjes' verzamelen
  • Verdeel het team in 2 groepen.
  • Elke groep krijgt 2 minuten de tijd om zoveel mogelijk "cadeautjes" te verdienen.
  • Je verdient een cadeautje door een hoedje van de stapel te pakken.
  • Over de "dakrand" (bank) te gaan.
  • En vervolgens het cadeautje in de "zak" (hoepel) te doen.
  • Daarna weer terug over de dakrand en dan is de volgende piet aan de beurt.


Na de 2 minuten volgt er een 2e gedeelte

  • Elke groep telt hoeveel "cadeautjes" er in de "Zak" zitten.
  • Vervolgens verdeelt elke groep zich over 2 palen.
  • Elke kleiner groepje per paal gaat proberen zoveel mogelijk cadeautjes te bezorgen.
  • Dit betekent dat ze gaan schieten van bijvoorbeeld 4 meter voor de paal. 
  • Ze hebben per verdient cadeautje 1 schot. 
  • Welke 2 palen met elkaar het meeste scoren wint en verzinnen een opdracht voor de andere pieten.


Voorbeeld

  • Team 1 verzamelt 10 hoedjes, team 2 verzamelt 13 hoedjes.
  • Team 1 verdeelt zich in 2en en schiet per groepje 10 keer. 
  • Groepje 1 maakt er 5 en groepje 2 maakt er 9. 
  • Samen heeft Team 1 dus 14 cadeautjes bezorgt.
  • Team 2 verdeelt zich in 2en en schiet per groepje 13 keer. 
  • Groepje 1 maakt er 4 en groepje 3 maakt er 7. 
  • Samen heeft Team 2 dus 11 cadeautjes bezorgt.
  • Team 1 wint


Zie afbeelding voor opstelling deel 1

drawing Bal 1
  • Bal 1 (met of zonder verdedigers)
  • Speler A passt op B en blijft voorin in beweging. 
  • B passt op C en gaat rebounden. 
  • C passt op D en blijft achterin in beweging. 
  • D passt naar A en beiden blijven voorin op ruime afstand van de korf dubbelen totdat speler C de aansteun er in loopt. 
  • Speler A passt op C. 
  • C wacht een kleine seconde in aansteun positie. 
  • Speler B trekt schuin weg uit rebound positie. 
  • Speler C passt op B en draait om haar as om meteen naar binnen te klappen. 
  • B passt direct terug op C voor de doorloopbal. 
  • Bij misser is het de taak van C om meteen te rebounden en de vrijgelopen speler B aan te passen voor een eventuele 2e kans. (korte kans).
drawing in balbezit blijven om te scoren-lopende afvang vorm 3 en 4

Basisregels:

  • Het eerste schot van de aanvallers is 'vrij'. 
  • De mag niet verdedigd worden.
  • Pak het eerste schot, probeert elke aanvaller in balbezit te blijven/te komen.
  • Pakt de verdediger de bal na het eerste schot is de poging voorbij.
  • Pakt de verdediger de bal niet na het eerste schot, dan moet de verdediger het tweede schot z.s.m. proberen te voorkomen
  • Pakken de aanvallers de bal na het eerste schot, dan mogen zij vrij spelen.
  • Dat aanvaller heeft, na het eerste schot dus twee keuzes: zelf schieten of de assist
  • Bij alle vormen duurt de oefening max 10 sec. 
  • Dwingt tot snel handelen.


Opdracht:

  • In balbezit blijven: probeer na het eerste vrije schot van een van de aanvaller in balbezit te blijven. 
  • Lukt dat niet en pakt de verdediger de bal, is het einde poging. 
  • Lukt dat wel, dan mag je vrij spelen (3-1 of 2-2). 
  • Als er een goal gemaakt wordt of de bal wordt onderschept is het einde poging. 
  • Na elke poging, starten de aanvallers bij een pion en schiet er een andere aanvaller het eerste schot. 
  • Na 3 pogingen is het wissel.


Spelvormen:

  • 2-2, dan zijn steeds twee van de aanvallers verdedigers en start iedereen bij zijn eigen pion.
  • 4-2 of 4-3, naast aanvaller die schot maakt is geen verdediger. 
  • Na schot mag iedereen verdedigd worden.
  • 4-4 bij elke pion staat een verdediger en aanvaller.



drawing Dynamisch korfbal
  • Verklein de aanvalruimte en verdeel in vier vakken.
  • Spelers verdelen zich over de vier vakken
  • Ze spelen de bal rond en wisselen van kant of Diagonaal
  • Ze wisselen van vakken en Diagonaal. (aanvallen)
  • Plaats 1 verdediger in het van en speel op de tweede kans. (actie na het schot)
  • Twee verdedigers, Geen bezetting onder de korf bij schot. (lopende rebound)
  • Diagonale passing in het spel brengen. (verdedigers op de rugkant aanvallen)
  • Wisselen van vak tijdens het spel.
  • 4/3 dezelfde opdrachten
  • 4/4 aangeed plaatsen GEEN REBOUND. Achtervlak aanspelen (achtervlak is de ruimte waar niet aangevallen word)
  • Aangeef verzorgen Achtervlak blijven aanspelen.
  • Tweede kans durven nemen.
  • Je kan variëren met tijd of balcontacten.





28 van de 1721 korfbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig