Verdeel de ploeg in 4 groepen. Elke groep krijgt een aas (harten, ruiten, schoppen en klaver). De rest van de kaarten liggen gedekt in het midden van de zaal. De 4 groepjes gaan elk in een hoek van de zaal staan. Er mag telkens 1 speler/speelster lopen naar de midden van het veld, 1 kaart omdraaien en daarna terugkeren. Enkel als de kaart dezelfde figuur als de eigen aas heeft, mag je deze meenemen. Indien fout, moet de kaart terug gedekt teruggelegd worden, en keren ze met lege handen terug. Om ter eerst alle kaarten van het eigen figuur verzamelen.
Behalve techniek is bij volleybal ook communicatie belangrijk. En beide aspecten gelden ook voor deze oefening. En adequaat reageren op situaties die anders verlopen dan normaal. Bij een dergelijke oefening zie je heel goed hoe verschillend spelers en in dit geval speelsters zijn.
Variatie:
Welk tweetal of welk team heeft de meeste pionnen van de bank geslagen/gespeeld na een X-aantal minuten?
Kant a: 3 personen - positie 1 - 6 - 5 Kant b: 3 personen - positie 1 - 6 - 5
Daarna, Diede speelt langs elke kant een freeball.
Positie doordraaien na 3 opslagen elke kant
Bedoeling: