Basketbaltrainingen die direct werken

Oefeningen, warming-ups en complete trainingen voor trainers, coaches en teams

  • ✔ Meer dan 1100 basketbaloefeningen
  • ✔ Maak trainingen in 5 minuten
  • ✔ Maak je eigen oefeningen met onze tekentool
  • ✔ Alles overzichtelijk op één plek
Probeer 7 dagen gratis
Geen betaalgegevens nodig
basketbal training

Basketbaloefeningen voor u14 jeugd

Laatste update: januari 2026
drawing Give and go
  • Beginopstelling: 
    • 1 groep ter hoogte van de vrije worplijn
    • 1 groep net buiten de driepuntlijn
  • Verloop: 
    • Speler aan de driepuntlijn past naar de speler aan de zijkant
    • De speler loopt eerst traag naar links
    • Om dan vervolgens naar rechts te lopen; v-cut
    • De speler ontvangt de pas en werkt af in lay-up
  • Progressie: 
    • Verdediger ter hoogte van de vrije worplijn
    • Verdediger onder de bucket
    • Verdediger ter hoogte van de driepuntlijn die meeloopt en verdedigt
  • Regressie: 
    • Zonder v-cut werken
  • Opstelling: 
    • Iedereen 1 bal
  • Doe iedere oefening gedurende 30 seconden:
  • Oefeningen: 
    • Slam the ball: Sla hard op de bal om de vingers op te warmen
    • Squeeze the Banana: We bewegen de bal tussen de punten van de vingers en gaan op en neer
    • Around the World: Bal rond hoofd, middel en benen
    • Pretzel: Benen gespreid, we houden de bal tussen de benen, één hand vooraan en één achteraan we lossen de bal en wisselen de handen snel, in de beginne laat je de bal op de grond botsen nadien niet meer botsen
    • Figure eight: We maken een acht beweging rond en door de benen
    • Flip: De benen zijn gespreid, we houden de bal tussen beide handen achter de benen en flippen de bal door de benen en vangen hem vooraan en nu terug naar achter
    • Around the legs: Dribbelen rond 1 been (10 X) en dan rond ander been, wisselen van richting
    • Ricochet: Benen gespreid, bal langs voor door de benen duwen en achter de rug terug opnemen met andere hand en weer naar voor brengen
    • Space catch: We gooien de bal opwaarts en vangen hem achter de rug, hou je recht want anders lukt het niet eerst wat laag en dan hoger en hoger
    • Speed drill: Benen zijn gespreid, we houden de bal met linker hand voor en rechter hand achter, we laten de bal vallen en wisselen de handen nu brengen we de bal in de linkerhand voor de twee benen naar de uitgang positie en zo herbeginnen we geleidelijk het tempo op drijven en een ritme krijgen
Doe iedere oefening gedurende 30 seconden:

  • Slam the ball: Sla hard op de bal om de vingers op te warmen
  • Squeeze the Banana: We bewegen de bal tussen de punten van de vingers en gaan op en neer
  • Around the World: Bal rond hoofd, middel en benen
  • Around the legs: Rond 1 been -10 X- en dan rond ander been, wisselen van richting
  • Figure eight: We maken een acht beweging rond en door de benen
  • Flip: De benen zijn gespreid, we houden de bal tussen beide handen achter de benen en flippen de bal door de benen en vangen hem vooraan en nu terug naar achter
  • Pretzel: Benen gespreid, we houden de bal tussen de benen, één hand vooraan en één achteraan we lossen de bal en wisselen de handen snel. In het begin laat je de bal op de grond botsen daarna niet meer botsen
  • Ricochet: Benen gespreid, bal langs voor door de benen duwen en achter de rug terug opnemen met andere hand en weer naar voor brengen
  • Space catch: We gooien de bal opwaarts en vangen hem achter de rug, hou je recht want anders lukt het niet. Eerst wat laag en dan hoger en hoger
  • Speed drill: Benen zijn gespreid, we houden de bal met linkerhand voor en rechterhand achter, we laten de bal vallen en wisselen de handen. Dan brengen we de bal in de linkerhand voor de twee benen naar de uitgangspositie en zo drijven we het tempo geleidelijk op om een ritme te krijgen
drawing Five out
Iedereen staat onder doel achter elkaar.
 
  1. De eerste gooit zijn bal tegen bord en loopt naar de overkant op spot 5. 
  2. De tweede gooit de bal en loopt naar de overkant op spot 4. 
  3. De derde gooit de bal en loopt naar de overkant op spot 3.
  4. De vierde gooit de bal en loopt naar de vleugel en vraagt de bal en dribbelt naar de overkant op spot 1.
  5. De vijfde vangt de bal, rebound, en past uit naar de man op de vleugel en loopt naar de overkant op spot 2.
  6. Dan speel je de bal rond en snijden naar doel. 
  7. Werk dan af met lay-up of jump shot. 

drawing Fastbreak oefening
1. De speler aan de baseline shot, tikt de baseline en loopt zijn lijn naar het andere doel.
2. De speler aan de vrij worp lijn neemt de rebound, past naar de vleugel en loopt langs de sideline naar het andere doel.
3. De speler op de vleugel vraagt de bal, dribbelt de bal door het midden tot aan de middenlijn, past de bal naar de speler links en die past de bal door naar de rebounder die afwerkt met een lay-up. 

Doorschuifsysteem shotter wordt rebounder, rebounder wordt vleugel, vleugel wordt shotter.

reactie-plus-1-tegen-1-1

Vereisten:
spelers moeten de layup op volle snelheid beheersen

Doel: 
snel reageren op een verdwaalde bal en daarop volgende 1 tegen 1 kunnen afmaken

Organisatie:

  • de trainer staat midden in de bucket en heeft de bal
  • twee spelers op de elleboog mogen alleen recht voor zich uit kijken
  • trainer passt tussen de spelers
  • zij mogen pas bewegen als ze de bal zien
  • de speler die de bal verovert scoort op de basket aan de overkant
  • de andere speler probeert dat te voorkomen
  • de trainer geeft zijn passes zo hard dat de spelers voluit moeten sprinten om de bal binnen te houden
  • n.b. de verdediger mag geen fouten maken ivm risico op blessures

Teaching points:

  • snelheid van handelen
  • niet af laten leiden door de verdediger

Variaties:

  • spelers zittend of liggend laten beginnen
  • twee spelers naast elkaar op de elleboog zetten, of met de ruggen tegen elkaar. Spelen daarna 2 tegen 2
  • machine gun bij spelers op de elleboog
  • 2 spelers gooien de bal naar elkaar, de bal mag hierbij stuiteren.
  • Om het moeilijker te maken kan het stuiteren weggelaten worden.
  • Varieer hierbij ook met de afstand.
  • De spelers staan in een cirkel en gooien de bal naar elkaar over.
  • Ze mogen hierbij de grond niet raken.
  • Probeer dit ook eens met een speler in het midden die de bal probeert te onderscheppen.
  • Als de bal wordt onderschept komt de speler die de bal gooide in het midden te staan.
  • De spelers stuiteren de bal op de plaats.
  • Let hierbij op dat de hand steeds op de bal ligt zodat de bal naar beneden wordt geduwd (dus niet naar beneden slaan). 
  • De spelers zakken door de knieën zodat ze laag bij de grond zijn en de bal sneller stuitert.
  • Vervolgens strekken de spelers de knieën weer. Herhaal dit een aantal keer.
  • De spelers lopen al dribbelend door elkaar heen en wisselen steeds van richting waardoor ze kris kras door elkaar lopen.
  • De spelers moeten proberen elkaar niet te raken.
  • De spelers proberen de bal al dribbelend langs een parcours te leiden.
  • Bijvoorbeeld slalommen om pionnen of over bankjes heen (naar eigen inzicht).
  • Zet een aantal manden neer.
  • Grote, kleine, hoge en lage manden.
  • Laat steeds twee spelers zoveel mogelijk punten halen door de basketbal in de manden te gooien.
  • De kleinste mand die het verste weg staat, geeft de meeste punten.
  • De grootste mand die het dichtstbij staat, is minder waard.
  • Wie het eerst 10 punten scoort heeft gewonnen
  • Dit basketbalspelletje kan overigens ook met hoepels op de grond gespeeld worden.
  • Een handige oefening om te leren richten.

mtm-defense-help-side-aanlerenmtm-defense-help-side-aanlerenmtm-defense-help-side-aanleren

Vereisten:

spelers moeten weten hoe ze met slides en sprints hun positie tussen man en basket kunnen houden

Doel:

positie kiezen in de help side aanleren

Organisatie:

  • in de wachtrij staan wit en zwart steeds om en om; aanvallend en verdedigend
  • stoppen bij zijkant bucket, de bal achteruit passen naar de volgende
  • achteraan sluiten en wisselen van rol (aanvaller en verdediger)


Teaching Points:

  • onderarm op de heup van de dribbelaar
  • diep zitten
  • houd je neus voor de bal
  • zorg dat je tussen man en basket blijft tot onder het blok


Met twee verdedigers aan help side:

  • de help side verdedigers beginnen met één voet in de bucket
  • zodra de dribelaar onder de vrije worplijn komt stappen beide helpside verdedigers naar binnen tot op de helplijn
  • als de dribbelaar zijn man passeert, dan sluiten zij de weg naar de basket af (onder het blok of boven de elleboog)


RECOVERY:

  • · zodra de dribbelaar de bal oppakt sprinten zij terug naar hun positie op de helplijn
  • · als hij de bal terugpasst naar de wachtrij, dan de helppositie zijkant bucket


Teaching points:

  • dicht op de dribbelaar verdedigen; geen ruimte laten voor schijnbewegingen
  • pas daadwerkelijk helpen om de dribbelaar af te stoppen als die zijn man gepasseerd is
  • maar te allen tijde voorkomen dat de dribbelaar de bucket in komt
  • recover direct nadat je geholpen hebt en de bal wordt opgepakt of uitgepasst
  • in de helppositie is je borst evenwijdig aan de denkbeeldige lijn tussen de bal en jouw man
  • split vision: zie de bal EN jouw eigen man
  • totdat je daadwerkelijk gaat helpen. Dan laat je jouw man los en cencentreer je je volledig op het afstoppen van de dribbelaar
  • als de bal wordt uitgepasst, dan bewegen alle verdedigers naar hun nieuwe positie terwijl de bal in de lucht is

fundamentals-combi

Vereisten:

spelers moeten slides beheersen en een close out van de schutter

Doel:

  • het inslijpen van goed verdedigende voetenwerk
  • snelheid en flexibiliteit van het voetenwerk verhogen, plus conditie


Organisatie:

steeds 3 minuten

A sprongkracht

  • begin in defensive stance
  • zet met twee voeten af, spring hoog over de pionnen (heen probeer met je knieën je borst te raken)
  • land in balans, veer door de knieën, voeten op schouderbreedte
  • en spring direct over de volgende pionnen heen


B close out weak side schutter

  • twee explosieve sprintstappen, dan je heupen iets laten zakken + stapgroote verkleinen
  • binnenvoet voor
  • buitenhand in het gezicht van de schutter
  • met de binnenhand de pion aantikken (= check dat je diep genoeg zit)
  • zet met 2 voeten af en spring zo hoog mogelijk met beide armen gestrekt om het denkbeeldige schot te blokken


C help penetratie van de guard af te stoppen

  • twee explosieve sprintstappen, dan je heupen iets laten zakken + stapgroote verkleinen + kwart slag draaien
  • voeten parallel
  • armen wijd
  • snelle stap recht naar voren + bijtrekken achtervoet (in de wedstrijd als de guard afstopt en schiet)
  • tik de pion aan met je hand
  • zet met 2 voeten af en spring zo hoog mogelijk met beide armen gestrekt om het denkbeeldige schot te blokken


D verdedig de drbbelaar

  • land in defensive stance
  • krachtige sllide steps tot vlak voor de pion
  • armen breed
  • met de buitenhand de pion aantikken (= check dat je diep genoeg zit)
  • zet met 2 voeten af en spring zo hoog mogelijk met beide armen gestrekt om het denkbeeldige schot te blokken


E draai de heupen

  • gezicht naar en borst evenwijdig aan de zijlijn
  • loop dwars richting achterlijn
  • zet afwisselend de rechtervoet voor- en achter het linkerbeen langs
  • hierbij draait steeds het bekken wat de souplesse van de heupen vergroot

drop-step-en-slides

Doel: aanleren of verbeteren drop step en zijwaartse slides + conditie

Organisatie:

  • zet 5 pionnen neer zoals getoond
  • varieer afstand en hoek
  • spelers bewegen met slides van de ene pion naar de andere
  • bij elke pion maken zij een drop step en wisselen beide handen van hoog naar laag en vice versa
  • gezicht steeds gericht naar de achterlijn waar vandaan de speler vertrok
  • tussen pion 3 en 4 een korte snelle sprint (nu wel met het gezicht naar de andere achterlijn)
  • bij pion 4 180 graden draaien, verdedigende houding aannemen, drop step + slides naar pion 5
  • in rustige looppas terug naar beginpunt


Teaching Points:

  • voeten minstens op schouderbreedte
  • knieën op circa 100 graden (= diep zitten)
  • schouders boven de hakken (= rug recht)
  • hoofd rechtop (overzie het veld)
  • de hand het dichtst bij de bal is laag (om de bal tijdens de dribbel weg te kunnen tikken)
  • andere hand is boven de schouder (om een pass te kunnen onderscheppen)
  • hard duwen op het afzetbeen om snelheid te maken
  • voeten blijven laag bij de grond (= slide, schuiven)
  • voeten sluiten na een slide niet aan, maar blijven op schouderbreedte
  • bij de drop step gaat de voet het dichtst bij de bal een flink stuk naar achteren; daarna verandert de verdediger van richting en wisselen de handen van hoog naar laag en vice versa
  • tussensprint moet snel zijn (= simuleer herstel van verdedigende positie nadat de dribbelaar de verdediger heeft gepasseerd)
  • positie tussen pion 4 en de basket innemen en direct met slides naar pion 5


Variaties:

  • laat de verdediger de handen op de rug houden als je een accent op het voeten en houding wilt leggen
  • breng grotere verschillen aan in de afstand tussen de pionnen en de hoek waarin ze ten opzichte van elkaar staan

double-team-na-afstop-dribbel

Doel: vastzetten van de dribbelaar tegen de zijlijn na afstoppen van de dribbel

Organisatie:

  • verdediger passt aanvaller aan op signaal van de trainer
  • aanvaller mag NIET dribbelen, alleen pivoteren
  • de trainer telt 5 seconden af


Teaching Points:

  • ga zo dicht mogelijk tegen de aanvaller aan staan (maar blijf in je eigen cylinder)
  • zet wel je voeten dichter naar de aanvaller, maar houd je positie tussen aanvaller en helplijn
  • als de aanvaller met zijn rug naar je toestaat, schuif dan je voeten naar voren
  • trace the ball
  • verdedigers steeds een hand laag en een hoog (Parapluutje)
  • aanvaller mag nooit tussen de verdedigers doorstappen of passen (alleen passes evenwijdig aan de ziijlijn zijn toegestaan)
  • fouten vermijden; bal veroveren door 1) 5 seconden, 2) slechte pass, 3) voet van de aanvaller op de lijn


Spelvorm:

twee extra aanvallers die vrijlopen buiten de lane. Een geslaagde pass tussen de verdedigers door is een punt voor de aanvallers. 5 seconden of voet van de aanvaller op de lijn is een punt voor de verdedigers. Speel tot de 2.

3-tegen-33-tegen-3

Doel: één pass weg verdedigen

Organisatie:

  • aanvallers gebruiken kwart veld
  • proberen vrij te komen met in-out of snijden
  • eerst balans herstellen door de 3 posities te bezetten voor je opnieuw snijdt
  • verdediger overspeelt als zijn man met één pass aanspeelbaar is
  • aanvaller mag dribbelen
  • een wachtende speler telt 20 seconden af


Teaching Points:

  • hand in de passlijn
  • voorvoet in de passlijn
  • vang je man op met je onderarm
  • 3/4 van je aandacht op de man, 1/4 op de bal
  • GEEN help
  • wissel na x stops


Spelvorm:

  • elke ploeg krijgt 5x balbezit
  • wie maakt de meeste stops

close-out-to-the-helpclose-out-to-the-helpclose-out-to-the-help

Vereisten:

spelers moeten individueel 1 tegen 1 kunnen spelen

Doel: trainen positie van de verdediger om te helpen penetratie te voorkomen (ipv het overspelen van de pass) + recovery

Voorbereidend:

  • de verdediger moet eerst zodanig positie kiezen dat hij de penetratie kan helpen stoppen
  • na aanpassen van de aanvaller neemt hij zijn positie in tussen bal en ring
  • op de afstand die past bij de kwaliteiten van de aanvaller
  • of op de afstand die de trainer vraagt
  • de spelers spelen 1 tegen 1
  • aanvaller wordt verdediger
  • nieuw aanvaller draait in


Organisatie:

  • de drie verdedigers beginnen in de bucket, met de bal
  • verdediger 5 rolt de bal naar 1 en verdedigers nemen hun posities in
  • aanvallers houden hun positie en passen de bal heen en weer (ook pass fakes!!)
  • zij mogen scoren met een drive of een dribbel met jump shot
  • een driepunter is een punt voor de aanval
  • gemaakte tweepunter is een punt voor de aanval, maar
  • als er nog een verdediger tussen schutter en basket staat op het moment van schieten, dan is dat een punt voor de verdediging
  • interceptie of verdedigingsrebound is een punt voor de verdediging
  • speel tot de 5, dan wisselen


Teaching Points:

  • verdedigers moeten direct na de pass met een explosieve stap de juiste positie innemen
  • anticiperen op de pass en alvast een slide step doen, zodat je eerder op je verdedigende positie bent (bij een pass fake moet je snel een slide step terug doen)
  • één pass weg = een meter van je man en een meter van de passlijn, zodat je kunt helpen op de penetratie van de bal
  • als de bal 2 passes weg is, dan moet je met 2 voeten in de bucket staan
  • direct na het schot moeten beide verdedigers kijken naar hun man ipv de bal en uitboxen


Variaties:

  • aanvalsrebound is een punt voor de aanval (als je het accent op uitboxen wilt leggen)
  • shallow cut van 1 na de pass + 2 roteert naar de kop
  • shallow cut van 1 na de pass + 2 zet een screen voor 1 onder de elleboog en stapt daarna uit naar de guard positie

close-out-defense-2-2close-out-defense-2-2

Vereisten:

spelers moeten individueel 1 tegen 1 kunnen spelen

Doel1: verbeteren positieverandering van de verdediger tussen helpside en ballside defense

Doel2: uitboxen na het schot

Organisatie:

  • een van de verdedigers passt de bal van onder de basket naar een aanvaller
  • verdediger aan balkant sluit de weg naar de basket af (close out)
  • de andere verdediger neemt de help side positie in: één voet in de bucket als de bal boven de vrijeworplijn is; op de lijn basket-basket als de bal onder de vrije worplijn is
  • als de bal naar de weak side gepasst wordt, dan moeten beide verdedigers snel hun positie tov hun man aanpassen


Wisselen:

  • make it, take it
  • of twee is teveel (verdedigers opdrukken na 2 scores achter elkaar)
  • (als je meer dan 4 spelers hebt, laat dan de overige spelers schotoefeningen doen op de andere basket)


Teaching Points:

  • Close out weak side schutter
  • twee explosieve sprintstappen, dan je heupen iets laten zakken + stapgroote verkleinen
  • binnenvoet voor
  • buitenhand in het gezicht van de schutter
  • Na het schot:
  • direct na het schot moeten beide verdedigers kijken naar hun man ipv de bal en boxen uit
  • de onderarm op de borst van de aanvaller zetten
  • box uit met een front pivot of een reverse pivot en op de bal jagen


Variaties:

  • verdedigers mogen scoren uit een rebound of interceptie
  • het scorende team blijft aanvallen
  • speel tot de 7

12-minute-drill

Vereisten:

spelers moeten behoorlijk vaardig zijn en een goede conditie hebben

Doel:

concentratie en energie in de verdediging

Organisatie:

  • 4 tegen 4 op één basket
  • nieuwe verdedigers als de verdediging 3 stops heeft gemaakt (dwz de verdedigers verkrijgen balbezit).
  • na een score of fout op het schot levert de verdedigende ploeg weer één stop in
  • De oefening duurt 12 minuten
  • en als je niet goed verdedigt dan sta je dus 12 minuten te verdedigen.
  • als de aanvallen te lang duren telt de trainer luidkeels af: 5-4-3-2-1-0


Teaching Points:

  • Na 2 stops zet de hele verdediging een tandje bij. Als ze de derde stop maken dan mogen ze gaan aanvallen
  • De aanvallers leren als bijkomend effect spelenderwijs wie de ballen raak gooit als het spannend wordt, en wie niet.


Als je 12 man hebt:

  • roteren met 4 man
  • na elke stop of score of fout op het schot komt een nieuwe ploeg aanvallers het veld in (trainer bepaalt of het een fout is)
  • de ploeg die de derde en laatste stop veroorzaakt gaat verdedigen


Variaties:

  • drie verdedigers, vier aanvallers
  • 2 of 3 opeenvolgende stops maken voordat je mag wisselen
  • (met schotklok) 35 seconden verdedigen zonder score en zonder een fout. Bij een stop blijft de klok staan en mogen de aanvallers het opnieuw proberen. Als de aanvallers scoren, of een aanvallende rebound pakken, of als de verdediging een fout maakt, dan gaat de klok terug naar 35 seconden.

4-tegen-4-plus-break 4-tegen-4-plus-break

Vereisten:

spelers moeten weten help side- en ball side defense kunnen toepassen

Doel: elk verdedigend systeem inslijpen

Organisatie:

  • een team kan een punt halen met een verdedigende stop, met een score uit een fast break of met een driepunter uit de secundary break
  • (de break afstoppen dmv het veroveren van de bal telt als een verdedigende stop)
  • winnaar is het team dat het laatste punt verdient OF, als er niemand een punt verdient, het team dat scoort
  • de winnaar mag steeds gaan verdedigen
  • nieuwe aanvallers komen in het veld


Teaching Points:

alle aspecten van de team defense

Tips:

  • het verdedigen van de break behoort ook bij deze oefening. Daarom levert de driepunter uit de secundary break ook een punt op. Dat dwingt alle spelers om mee te verdedigen na balverlies in de aanval.
  • als de break niet snel wordt uitgevoerd, blaas die dan af. Dat stimuleert de handelingssnelheid van de spelers.


N.B. het plaatje is de situatie na een score uit een break. De verdedigers hebben eerst een stop gemaakt en daarna gescoord uit de (secundary) break. Twee punten dus. Zij blijven daarom verdedigen er er zijn nieuwe aanvallers in het veld gekomen

3-tegen-3-plus-13-tegen-3-plus-1

Vereisten: 

spelers moeten weten wat een double team is

Doel:

  • trainen double teaming
  • dynamisch organiseren en reorganiseren van de verdediging
  • transitie oefenen


Organisatie:

  • 3 spelers vallen aan over de lengte van het hele veld
  • 3 aanvallers beginnen bij de middellijn
  • 3 verdedigers per speelhelft
  • van beide verdedigende teams neemt één speler positie in bij de middellijn
  • verdediger 6 wacht bij de middellijn
  • mag pas gaan meeverdedigen als de bal op de aanvalshelft is
  • moet met beide voeten door de middencirkel sprinten voordat hij gaat meeverdedigen
  • vanaf dat moment moeten er steeds twee verdedigers proberen de man met de bal te double teamen


Rotatie na score:

  • de verdediger die het dichtst bij de middellijn staat neemt direct zijn positie bij naast het veld weer in
  • aanvallers moeten de bal vanaf de achterlijn innemen
  • de drie overgebleven verdedigers proberen dat te verhinderen (5 sec)
  • als dat niet lukt moeten ze proberen de dribbelaar met een double team te vast te zetten
  • als de verdedigers de bal veroveren, dan vallen ze direct dezelfde basket weer aan (zoals bij een Full Court Press in een wedstrijd)
  • de vierde verdediger gaat meeverdedigen (met het andere drietal dus) direct na de turnover


Rotatie na turnover:

  • de speler die de bal in zijn handen heeft geeft die af aan een medespeler en neemt zijn positie in bij de middellijn
  • de drie overgebleven spelers vallen aan op de andere basket
  • het team dat de bal heeft verspeeld gaat verdedigen


Teaching Points:

verdedigers steeds proberen om met een double team de bal te veroveren

Variatie:

kan ook met 3 tegen 3 + 1 half court: na een score moeten de aanvallers de bal innemen en over de middellijn zien te krijgen 1

2-tegen-2-kwart-veld 2-tegen-2-kwart-veld

Vereisten:

  • spelers moeten individueel de man met de bal kunnen verdedigen
  • spelers moeten weten hoe ze de man zonder bal moeten verdedigen


Doel: toepassen van individuele verdedigende techniek in een vereenvoudigde spelsituatie

Organisatie:

  • aanvallers gebruiken een kwart van het speelveld
  • mogen niet over de helplijn heen
  • spelen 2 tegen 2
  • winnaars gaan aanvallen op de andere helft van het veld
  • verliezers blijven op dit kwart verdedigen (bij meer dan 8 spelers indraaien bij de middellijn)


Teaching Points:

  • benadruk wat je de spelers individueel hebt geleerd
  • er is geen help (zo wordt duidelijk wie er niet goed verdedigt)


Variaties:

  • laat de verdediger de handen op de rug houden als je een accent op het voetenwerk wilt leggen In het plaatje:
  • Verdedigers 1 en 2 hebben de bal veroverd zonder dat aanvallers 1 en 2 konden scoren
  • verdedigers 1 en 2 gaan aanvallen op de andere veldhelft
  • 5 en 6 schuiven in als verdedigers en gaan spelen tegen de winnaars van 3 en 4
  • voormalig aanvallers 1 en 2 wachten op hun beurt om te gaan verdedigen

Vereisten:

spelers moeten behoorlijk vaardig zijn en een goede conditie hebben

Organisatie:

nadat één team 2 keer gescoord heeft gaan de verdedigers uit het veld de winnars krijgen de bal

Eindigt als één ploeg 5 keer gewonnen heeft.

Verliezers moeten na afloop fysiek zeer zwaar werken. Dat moeten ze van tevoren weten, zodat ze hun uiterste best zullen doen om niet te verliezen.

als de MTM niet niet intensief genoeg is dan kent de trainer de aanvallende partij een score toe

Verliezers: (= minutendrill: 45 sec voluit, 15 sec rust)

Voor elk punt verschil in de score:

  • 4 sprints heen en weer dwars over het veld
  • opdrukken tot signaal van de trainer
  • 15 sec rust (spelers die met 1 punt verschil verloren hebben zijn klaar)
  • 4 sprints + sit ups tot signaal van de trainer
  • 15 sec rust (spelers die met 2 punten verschil verloren hebben zijn klaar)
  • etc


Als je met 8 spelers bent:

  • de twee spelers die indraaien vragen één van de uitstappende spelers mee
  • spelers tellen dan individueel het aantal keren gewonnen

Passer roept een nummer - Zodra de passer de bal in - na een bepaalde tijd en de schutter loopt naar zijn handen heeft, roept hij wisselen, schutter wordt die spot om vanaf daar te weer een nummer, waarop passer en passer wordt schieten. de schutter weer vanaf die schutter. Scores onthouden.

Schutter vangt eigen betreffen de spot schiet. rebound en passt terug

Laat met je handen een "target" zien waardoor de passer weet waar jij de bal wil hebben;

Stop op de juiste manier af, bij een ritme stop eerst de inside voet laten landen en de oude voet bijsluiten. Bij een jumpstop moet de stop eigenlijk niet te horen zijn. Na de stop, recht omhoog springen, neerkomen op exact dezelfde plaats als je afgezet hebt.

ln de bal lopen, de pass wordt dus gevangen met 2 voeten van de grond (in de loop), bal wordt gesteld als je vangt terwijl je al stil staat 

Voeten wijzen naar de basket als je schiet. De landing is gelijk je afzet, catch & shoot (goede passing is hierin essentieel)

Niet te ver daarbuigen door je knieën maar hou spanning.

Armdynamiek: 
Elleboog onder de schouder, onder de bal daarkijken, schatarm staat recht omlaag, onder de bal, hoger release. eerst de bal omhoog drukken en eindigen met je elleboog boven je wenkbrauwen

De spelers dribbelen één voor één zigzag over de lengte van het speelveld. Wanneer een speler van richting veranderd stuitert hij/zij de bal onder de benen door en wisselt daarbij ook van hand.

De spelers oefenen met de cross-over techniek. Ze beginnen te dribbelen met hun sterke hand. Vervolgens wordt de bal in een V-vorm naar de andere hand gestuiterd. Maak deze oefening moeilijker door te lopen met de bal of een parcours.

De spelers proberen de bal achter de rug langs te dribbelen. Dit werkt hetzelfde als bij de cross-over techniek alleen wordt de bal niet voor het lichaam langs gespeeld maar achter de rug langs.

Speler 1 dribbelt over het de breedte van het speelveld, speler 2 probeert de bal weg te tikken. Wanneer dit lukt worden de rollen omgedraaid. De spelers mogen meerdere dribbel technieken gebruiken.

Aan beide zijlijnen staat een rijtje spelers. 

  • De voorste speler van ieder rijtje heeft een basketbal. 
  • Deze spelers dribbelen naar de zijlijn aan de andere kant en spelen de bal met een bounce pass (1 keer stuiteren) naar de tweede speler in het rijtje die nu automatisch vooraan staat. 
  • De eerste speler sluit achteraan en de tweede speler dribbelt nu naar de overkant.


De spelers oefenen met de overhead pass (met 2 handen, van boven het hoofd) en variëren daarbij met afstand spelers staan in een cirkel met 1 speler in het midden. 

  • 1 speler begint en gooit de bal met een chest pass naar de speler in het midden. 
  • Vervolgens loopt de eerste speler de bal achterna naar het midden. 
  • De speler die in het midden staan gooit de bal naar de volgende speler in de cirkel en loopt daar vervolgens achteraan enz.


De spelers staan in een cirkel en passen de bal naar elkaar. 

  • Ze mogen zelf weten naar wie ze gooien en welke pass variant ze gebruiken. 
  • Om de oefening moeilijker te maken kunnen meer basketballen gebruikt worden.

Accenten op verschillende fundamentele items gelegd kunnen worden. Passing, ballhandling, transition of shooting. 
Je kan het een conditioneel karakter geven voor de kern van je training.
Tevens is de oefening redelijk complex, waardoor de spelers ook nog een klein beetje moeten nadenken tijdens de oefening (braintraining).

fastbreak-warming-up-oefening-craps fastbreak-warming-up-oefening-craps

  • De oefening start met een meervoud van 3 spelers. 
  • Ook als je geen meervoud van 3 hebt, is de oefening mogelijk, alleen dan stapt telkens 1 speler uit. #1/#2/#3 starten de oefening met een halve weave tot aan de middellijn. 
  • Na zijn pass wordt #1 flyer en na de pass van #3 wordt ook hij flyer. #2 ontvangt als laatste de bal en dribbelt midcourt voor een score (lay-up). 
  • #3 en #1 ontvangen de bal van #4 en #6 voor het schot van buitenaf. #5 rebound de bal van #2, en start dezelfde oefening samen met #4 en #6. 
  • Zo herhaald deze oefening zich en ontstaat een full court continue drill.

Variaties:

  • De ballhandler (#2 in de eerste diagram) moet finishen met minimaal 1 richtingsverandering (spindribble, reverse dribble, crossover, etc)
  • De ballhandler een maximaal aantal dribbles geven zodat er agressief gefinished wordt.
  • De 2 flyers die de bal krijgen laten afstoppen met een jumpstop / ritme stop / of 1 dribble laten nemen en pull-up.
  • De 2 flyers een jab step laten maken met een countermove
  • Starten met een rebound situatie, je kan hierbij variëren met #1 / #2 / #3 achter elkaar en de bal opgooien tegen het bord (tippen), of 2 spelers bij het bord laten beginnen waarbij 1 de outletpass verdedigd.
    • Het nadeel hiervan is, is dat je constant opnieuw moet organiseren, en het continue karakter van de oefening verdwijnt.
  • Laat #2 (in 1e diagram) de ballhandler verdedigen met een close-out. en na de score of doelpoging uitboxen.
  • De 2 flyers maken een “split the post” beweging, dus maken een voorbeweging en snijden in aan de andere kant.
    • Hele goede variatie v.w.b. de timing, want er lopen dan 3 spelers door elkaar heen.


Teaching points:

  • Eis het tempo wat je van de spelers vraagt. Afhankelijk van de leeftijd moet de oefening een weergave zijn van wat je wilt trainen. Denk eraan dat de organisatie redelijk complex is, en dat je dus voor jongere leeftijden veel tijd steekt in het “organiseren” van de drill. Weggegooide tijd dus, en vraag jezelf af of je deze tijd hebt.
  • Goede stops maken, bij het vangen van de bal (flyers). Wees kritisch op lopen, zie dat de spelers een stabiele stop maken, kont naar achter brengen, en recht omhoog springen. Het schot begint bij de “fundering” en dat is het voetenwerk. Als dat niet goed zit, werkt dat door tot in heel je schot.
  • Ballhandler finished hard op de basket. Wedstrijdsituatie nabootsen! De aanvaller moet de verdediger visualiseren. Dus met de juiste hand dribbelen (jouw lichaam tussen de bal en verdediger), bal beschermen, ook bij 2T ritme.
  • Gebruik ook een situatie dat de ballhandler de “voorste” man van het veld is, en dus met een speed dribble moet finishen: hoge, voorwaartse dribble, bal voor je uit drukken, en zo weinig mogelijk dribbles (elke dribble is een risico).
  • Passing: Denk aan een goede passtechniek en de daarbij horende teaching points: Voor de man passen, vragen, oogcontact maken, target geven als ontvanger, in de bal lopen, strak passen, armen uitklappen, duimen naar beneden na de pass. Denk er ook aan dat de spelers niet per se hun 2T ritme hoeven vol te maken.
  • Finishen: Hard naar het bord gaan, en de bal het bord laten “zoenen”. De bal maakt een zogenaamde “soft touch” tegen het bord. Zeker bij jonge spelers is dit evident, aangezien zij de neiging hebben om de bal tegen het bord te “gooien” als ze hard naar het bord gaan. Dat houdt dus in dat ze moeten stijgen (lange pas, kleine pas, knie meenemen, uitstrekken, de bal verlaat eigenlijk automatisch je hand door de verticale beweging van je lichaam, niet stoten).  
  • Schieten: Basis is voetenwerk! Goede stop maken, en de voeten moeten gelijk goed staan. Schouderbreedte, voet onder de schot-hand iets voor de andere, iets door de knieen (120 graden), rechte rug, bovenarm direct horizontaal na het vangen, en onderarm iets minder dan 90 graden. De onderarm beweegt eerst in verticale richting, en niet de bal achter je hoofd brengen (veel gemaakte fout bij kinderen). Onder de bal doorkijken en dan de follow-through (uitstrekken). Wristflap en bal nawijzen!
  • Eerst de techniek trainen en “programmeren”, daarna pas de nadruk leggen op de snelheid. Let op: dit gaat niet in 1 training lukken!! Afhankelijk van de leeftijd kan je hiermee spelen, lees: de nadruk ergens op leggen.

Om het schieten te verbeteren oefenen de spelers de beweging eerst zonder de basket. 

  • Ze gaan goed staan met licht gebogen knieën, 
  • houden een basketbal vast met de sterke hand onder de bal en de andere hand erachter. 
  • De spelers brengen de bal naar de shotzone (voor en boven het hoofd). 
  • Vervolgens duwen de spelers de basketbal in de gewenste richting waarna de hand en pols naar beneden bewegen (zwanenhals). 
  • Als dit goed gaat kunnen de spelers proberen richting basket te schieten. 
  • Hierbij kunnen ze variëren met plaats en afstand.


De spelers oefenen de lay-up. 

  • Ze verdelen zich over 2 rijtjes, 1 links van de basket en 1 rechts. 
  • De eerste speler van elk rijtje dribbelt naar de basket met de sterke hand. 
  • Daarna zet de speler 2 stappen, eerst met het sterke been, daarna met het zwakkere been. 
  • De speler zet een sprong in met sterke been en probeert de bal tegen het vierkantje op het bord te gooien waarna die in de basket terecht komt. 
  • De speler vangt de bal op en dribbelt naar het rijtje aan de andere kan en sluit daar achteraan om het vervolgens vanaf de andere kant te proberen.

spin-dribbel

Vereisten:
spelers moeten met een hand aan de zijkant van de bal schuin weg kunnen dribbelen

Voorbereidende oefeningen:

  • met één de bal voor het lichaam met een vlakke stuiter van links naar rechts laten gaan
  • idem met twee handen, waarbij de bal met de linkerhand van rechts naar links wordt gebracht en vice versa (zodat de speler gedwongen wordt de hand over de bal heen te brengen en kracht uit te oefenen op de zijkant ipv de bovenkant van de bal)


Doel:
oefenen snelheidsverandering en richtingsverandering met de bal achter het lichaam langs en een 180 graden draai van het lichaam

Organisatie:

  • spelers dribbelen zigzaggend tussen twee lijnen over de lengte van het veld
  • maken als ze met hun voet bij een lengtelijn zijn een spin dribbel
  • veranderen van richting en en versnellen
  • als de eerste dribbelaar bij de verlengde vrije worplijn is, start de volgende


Teaching points:

  • over de bal heen kijken en het veld voor je overzien
  • afstoppen in 2 TR
  • been aan de kant van de bal is achter
  • hand over de bal heen
  • eerst het hoofd draaien, dan pas de romp en de bal
  • romp snel draaien
  • achterste voet maakt een draai van ongeveer 270 graden


Variaties:
links en rechts beginnen


retreat-dribbel

Vereisten:
spelers moeten al goed kunnen dribbelen

Doel: 
retreat dribbel oefenen om uit een trap te geraken

Organisatie:

  • gebruik de lengtehelft van het veld
  • verdediger 2 dwingt aanvaller 1 met slides naar de zijlijn
  • verdediger 3 zet de trap door het afsluiten van de zijlijn
  • dribbelaar creëert met een retreat dribbel ruimte
  • dribbelt tussen de benen door
  • en valt de vrije schouder van 2 aan


Teaching points:

  • lichaam tussen de 2 verdedigers en de bal brengen
  • voeten dwars op de bewegingsrichting zetten
  • hard afzetten en een sprong naar achteren maken


Variaties:

  • NA retreat dribbel met between the legs OF onder de billen door van hand veranderen
  • als je over de middellijn komt zonder dat de bal is weggetikt door een verdediger, dan speel je 1 tegen 2 op de andere basket
  • OF als je maar een kwart veld hebt: vanaf de middellijn terug 1 tegen 1 op de basket waarvandaan je vertrok

28 van de 1168 basketbal oefeningen

Ontgrendel alle oefeningen

Geen betaalgegevens nodig