Basketbaloefeningen voor de techniek verdedigen
- Druk zetten op de dribbelaar bij een press.
- Laat elke speler voluit langs de getekende lijnen sprinten en steeds de zijlijn afsluiten.
- Herhaal met slides.
- Herhaal met afwisselend slides - sprint - slides.
- Oefen met een aanvaller zonder bal. Verdediger moet slides maken zolang het kan; sprinten als het moet.
- Verdediger moet in ieder geval de zijlijn afsluiten.
- Oefen met bal. Verdediger dwingt de aanvaller bij de zijlijn tot draaien.
- Houd de oefening kort en intensief.
- Verdediger moet zo dicht mogelijk op de aanvaller staan, rekening houdend met de handigheid en snelheid van de dribbelaar.
- Verdediger moet met de voet de zijlijn afsluiten en zo de dribbelaar dwingen tot draaien.
- Verdediger moet versnellen, voor de dribbelaar komen voordat hij de zijlijn afsluit.
- Als de dribbelaar erin slaagt om tussen de zijlijn en de verdediger heen te dribbelen, dan mag hij scoren.
- Verdediger blijft dan verdedigen.
- Als de verdediger erin slaagt om de aanvaller te laten draaien bij de zijlijn, dan mag hij daarna gaan dribbelen en wordt de aanvaller verdediger.
- Begin met een zwakke dribbelaar en laat die met zijn zwakke hand beginnen.
- Leg in het begin de aanvaller beperkingen op: mag alleen snelheid veranderen, maar niet van richting, behalve bij de zijlijn.
- Verminder de beperkingen naarmate de verdedigers beter worden.
- Concentratie en energie in de verdediging.
- 4 tegen 4 op één basket.
- Nieuwe verdedigers na 3 stops (verdedigers verkrijgen balbezit).
- Na een score of fout op het schot levert de verdedigende ploeg één stop in.
- De sessie duurt 12 minuten.
- Trainer telt af bij te lange aanvallen: 5-4-3-2-1-0.
- Na 2 stops zet de verdediging een tandje bij.
- Bij de derde stop mogen ze aanvallen.
- Bij 12 spelers: roteren met 4 na elke stop, score of fout.
- Nieuwe aanvallers na elke stop, score of fout (trainer bepaalt fouten).
- Ploeg die de derde stop veroorzaakt gaat verdedigen.
- Drie verdedigers, vier aanvallers.
- 2 of 3 opeenvolgende stops voor wissel (met schotklok).
- 35 seconden verdedigen zonder score of fout.
- Bij een stop blijft de klok staan, aanvallers proberen opnieuw.
- Bij score, aanvallende rebound of fout, klok naar 35 seconden.
- 1 on 1 situatie.
- Gebruik de breedte van de bucket en de zijkant van de bucket, gebruik 2 baskets bij een grotere groep.
- De speler met de bal op de baseline probeert de middellijn te halen zonder turnover.
- De speler met de bal mag niet met de rug naar de verdediger gaan staan, altijd vooruit dribbelen met heel veel richting en snelheid wisselingen.
- De verdediger probeert een turnover te forceren.
- Haalt de aanvaller de middellijn wordt het direct een 1 on 1 naar de basket,
- Forceert de verdediger een turnover en hij heeft de bal is het ook direct een 1 on 1 naar de basket.
Fase 2:
- Nu gebruik je het hele veld en staan er na de middellijn 2 extra aanvallers en 2 verdedigers die ook goed staan te verdedigen.
- De speler aan de bal mag pas passen als hij bij de 3 punt lijn komt.
- Dan is het 3 on 3 op de andere basket.
- Forceert de verdediger een turnover, gaat hij naar de top van de 3 puntlijn en hebben zijn teamgenoten 2 seconden om aan te sluiten met een strakke defense.
- Dan is het 3 on 3.
- Na een score is het wisselen van aanval en verdediging.
- Let op de 8 seconden regel!
- Beginopstelling:
- 1 verdediger links
- 1 aanvaller links
- 1 aanvaller rechts met bal
- 1 verdediger rechts
- Kegels plaatsen zoals op de tekening
- Verloop:
- De spelers starten de oefening als de coach “GO” roept
- Speler 1 loopt rond de kegel en valt aan
- Speler 2 dribbelt rond de kegel en valt aan
- Speler 3 loopt rond de kegel en verdedigt
- Speler 4 loopt rond de kegel en verdedigt
- Daarna spelen we 2 tegen 2
- Als speler 3 enkel focust op speler 1, dan is dat in zijn nadeel
- Beter is als speler 3 eerst de dribbel stopt
- Progressie:
- De kegel voor speler 1 verder zetten
- Regressie:
- De kegel voor speler 1 dichter zetten
- sterk onder het bord en bij de vrije worplijn
- goede fast break mogelijkheden op het moment van het schot
- tegen goede centers en 'inside' spelende teams
- prima reboundposities, doordat de plaatsen voor de verdedigings- driehoek bij voorbaat al zijn ingenomen
- kwetsbaar aan de weak side tot aan de eindlijn en middenvoor de vrije worplijn
- schutters van dichtbij of halve afstand
- kracht ligt in de beweeglijkheid van de frontlijn, die de tegenstander agressief moet aanvallen; eventueel double-teamen
- schieten van buiten de bucket is tegen deze zone moeilijk
- mogelijkheden voor georganiseerde fast break
- zeer bruikbaar tegen onervaren en technisch zwakke teams
- zwak tussen de twee linies en in de hoeken
- reboundposities kunnen vaak minder goed bezet worden
- overloading in de hoek/zijkant-gebieden is gevaarlijk zwak tegen een goede center
- Beginopstelling:
- 5 tegen 0
- 5 tegen 5
- Verloop:
- Aandacht voor:
- Tripple thread position
- Een v cut om de bal te krijgen
- Versnellen na het passen
- Optie 1:
- Bal bij de guard (1)
- Pas naar de forward (3)
- Guard (1) snijdt door en draait mee naar links
- Forward (2) vult op en komt op de guard positie
- Post (4) vult op en komt op de forward positie
- Optie 2:
- Bal bij de forward (3)
- Guard (1) wordt gedeniald en kan de pas niet krijgen
- Guard (1) snijdt naar doel en draait mee naar links
- Forward (2) vult op en komt op de guard positie
- Post (4) vult op en komt op de forward positie
- Optie 3:
- Bal bij de forward (3)
- Forward (3) past naar de post (5)
- Forward (3) snijdt naar doel en draait mee naar links
- Guard (1) vult op en komt op de forward positie
- Forward (2) vult op en komt op de guard positie
- Post (4) vult op en komt op de forward positie
- Optie 4:
- Bal bij de post (5)
- Post (5) geeft de pas naar de forward (3)
- Post (5) snijdt naar doel en keer terug naar dezelfde positie
- Optie 5:
- Bal bij de forward (3)
- Forward (3) geeft pas naar de guard (1)
- Forward (3) snijdt naar doel en draait mee naar rechts
- Forward (3) komt zo op de post positie
- De post (5) vult op naar de forward positie
- Aandacht voor:
- Progressie:
- Bij het oefenen moet elke speler 1 keer scoren (elk om z'n beurt)
- Voegen telkens 1 extra verdediger toe (zodat we zien waar iedereen loopt)
- 5 spelers lopen door elkaar in de bucket
- Coach gooit de bal tegen bord
- Rebound nemen, lijnen lopen en de 5 spots opvullen
- Scoren, bal ingeven en teruglopen naar de andere kant van het terrein om hetzelfde te doen
- Passieve defense toevoegen
- Actieve defense toevoegen
- Opdrachten meegeven:
- Aanduiden wie moet scoren
- Minimum aantal passen meegeven voor er gescoord mag worden
- Exact aantal passen meegeven voor er gescoord mag worden
- Half court press
- Full court press
- Regressie:
- 2 teams van 5 oefenen elk aan 1 kant van het terrein
- Beginopstelling:
- 1 aanvaller
- 1 verdediger
- 1 passer met bal
- Overige spelers staan achter de passer
- Verloop:
- Aanvaller moet zich vrijlopen om de pass te krijgen
- Eens de pass gegeven is, spelen ze 1 tegen 1
- Blijven op een kwart terrein
- Progressie:
- Zet de betere spelers bij elkaar
- Maximaal 5 dribbels
- Regressie:
- Pass mag teruggegeven worden naar de passer
- Basisopstelling:
- 3 spelers in defense
- 3 spelers in offense
- Spelers die niet deelnemen wachten aan de middellijn in 3 groepen
- Coach heeft de bal
- Verloop:
- Coach past naar 1 speler
- Speler die ertegenover staat, loopt eerst tot de middellijn en keert dan terug in defense
- Spelen 3 tegen 3
- Bij balverlies, score, rebound gaat de bal naar de coach
- Offense wordt defense
- Snel terug opstellen en volgende groep speelt
- Progressie:
- NA
- Regressie:
- Verdediger minder ver laten lopen
- Beginopstelling:
- 3 groepen aan de baseline
- De middelste groep heeft de bal
- Verloop:
- De middelste man kiest naar wie hij een pas geeft, links of rechts
- De speler die de bal krijgt dribbelt tot aan de middellijn
- De speler die de bal niet krijgt loopt tot aan de middellijn
- De buitenste spelers spelen 2 tegen 1
- Progressie:
- NA
- Regressie:
- NA
- Beginopstelling:
- 4 tegen 4 op een half veld
- De speler met de bal heeft een voordeel
- De speler met het nadeel staat buiten het veld
- Verloop:
- Spelen 4 tegen 4
- De rechterforward heeft de bal en start het spel
- De speler met het nadeel mag pas verdedigen als de forward dribbelt
- Belangrijk is dat de spelers goed roteren; helpside defense
- Bij elk nieuw spel met de klok mee roteren
- Progressie:
- De speler met het nadeel staat achter de rechter forward
- De speler met het nadeel staat naast de rechter forward
- De speler met het nadeel staat voor de rechter forward; nadeel valt weg
- Maximaal 3 dribbels per speler
- Regressie:
- De speler met het nadeel staat buiten het veld
- Beginopstelling:
- Per 2 vorm je een team
- Elk team heeft 1 bal
- Maximaal 2 teams per doel
- Verloop:
- Spelen 1 tegen 1
- Defense past de bal naar offense; ter hoogte van de driepuntlijn
- Elk team om de beurt zodat we niet in elkaars weg lopen
- Elk team blijft op zijn eigen helft
- Progressie:
- Maximaal 3 dribbels
- Maximaal 3 dribbels
- Regressie:
- Defense met 1 hand achter de rug
- Defense met beide handen achter de rug
- Opstelling:
- 2 in defense, elk een voet in de bucket
- 2 in offense aan de driepuntlijn
- 1 pasgever
- Passer past naar 1 van de forwards
- Voetenwerk is belangrijk, voet defense boven voet offense
- Forward geeft pas naar de andere forward
- Defense past positie aan
- Forward geeft pas naar andere forward
- Defense past positie aan
- Passer geeft tweede bal naar andere forward
- En daarna gaan ze 1 tegen 1 richting baseline
- Opstelling:
- Iedereen baseline
- 1 groep ter hoogte van de vrijeworp lijn met bal
- 1 groep ter hoogte van de zijlijn
- Spelers geven 3 passen naar elkaar
- Belangrijk dat ze in een rechte lijn lopen
- Na laatste pas spelen we 1 tegen 1, rond de middenlijn
- Defense sluit het midden, duwt de aanvaller naar de zijlijn
- Variatie:
- 1 extra verdediger onder de bucket
- Extra verdediger mag enkel helpen als de aanvaller baseline gaat
- Als de aanvaller naar het midden gaat, is er geen hulp
- Doe dit om de speler te verplichten om geen middle te geven
Welk team haalt meeste goudstukken/ pittenzakjes binnen?
- 1 bank & één-tegen-allen
- 2-4 dievenbendes
- 1-2 bewakers.
Spelronde 1:
- Dief - aanvaller: per post slechts 1 actief & 1 goudstuk per keer proberen uit de bank te stelen.
- Verzamel in eigen kluis -hoepel-.
- Bewaker - verdediger- mag enkel buiten de bank verdedigen.
- Als de dief wordt gepakt dus aangetikt, moet hij het goudstuk achterlaten in het politiekantoor -onder een kegel.
- Welk team heeft meeste goudstukken kunnen stelen?
- Verdeel goudstukken gelijk over de dieven.
- Dieven: verplaats jullie goudstukken veilig 1-voor-1 naar andere kluis -van de ene naar de andere hoepel.
- Dief -aanvaller: loop rond je kegel zonder dat de bewaker je pakt.
- Agent -verdediger: mag in dit geval enkel binnenin de bank verdedigen.
- Als de dief wordt gepakt -aangetikt, moet hij het goudstuk achterlaten in het politiekantoor -onder een kegel.
- Welk team heeft meeste goudstukken veilig kunnen overbrengen?
Spelronde 3:
- Dieven: steel gedurende x-tijd zoveel mogelijk goudstukken uit andere kluis.
- Dief -aanvaller: verplicht heen & weer door bank = let op bewaker in de bank.
- Bewaker mag enkel binnen de bank verdedigen.
- Als de dief wordt gepakt dus aangetikt, moet hij het goudstuk achterlaten in het politiekantoor -onder een kegel.
Spelronde 4:
Idem aan spelronde 3, maar met dubbele bewaking 1 bewaker buiten & 1 bewaker binnen de bank.
Welk team heeft na 4 spelrondes de meeste goudstukken in zijn bezit?
- 2 teams.
- Half court
- Bal ligt in het midden van de Bucket.
- De verdedigers staan met hun hakken op de rand van de Bucket en de aanvallers staan achter de driepuntlijn.
- Als de coach 'Go' roept zorgen de verdedigers voor goede close out en gaan de aanvallers er alles aan doen om de bal te pakken.
- Lukt het de aanvallers om de bal binnen 5 seconden te pakken moet de verdedigende partij 5 push ups doen.
- Na 5 keer draaien van aanval/verdediging.
- De verdedigers gaan als zone staan en gaan communiceren waar de bal is en wie bal heeft.
- Speler tegenover de bal maakt een closeout, de rest beweegt zo mee dat ze in de directe passlijn staan of een goede help side staan.
- De aanvallers mogen 1 stap zetten om te passen en overhead passes zijn toegestaan.
Na 10/15 passes mag er een schotpoging gedaan worden en ook hier is communicatie belangrijk.
Er moet SHOT geroepen worden zodat een goede boxing out ontstaat.
- Dan wordt er om en om een 1 vs 1 situatie gestart.
- Aanvaller gaat door middel van jab steps, pump fakes en andere schijnbewegingen de defense uitlokken.
- Pas als de verdediger op het verkeerde been stapt, uit zijn defense omhoog stapt voor het schot of wanneer een reactie uitblijft mag er geschoten/langs de speler af gegaan worden om een score te maken.
- Pionnen neerzetten om het veld af te schermen waarin gespeeld mag worden.
- Twee teams maken.
- 1 tegen 1 situatie.
- Als de speler de bal verliest, de bal wordt onderschept, dan geen score 1 doelpoging.
- Als er wordt gescoord dan gaat de aanvaller terug in verdediging.
- De eerste speler in het rijtje gaat dan 1 tegen 1 spelen en gaat na zijn score terug in de verdediging.
- Na verdediging sluit deze terug aan achter in de rij.
Per tweetal 1 bal.
- Buitenste man dribbelt de bal en gaat 1x rond om de pion.
- Binnenste man gaat slalommend tussen de paaltjes door waarna een 1 tegen 1 situatie ontstaat.
- Daarna bal afvangen en chest pass naar elkaar richting de andere kant van het veld.
- Daar tikt de buitenste man, dezelfde als bij het eerste stuk, de pion aan en checkt de bal.
- Door middel van uitlokken de verdediging er langs proberen te komen: jab step, pump fake, low swing etc.
Deze oefening is bedoeld om de basis bij te brengen van de HELP-defense
Uitleg
- Leg weak side/strong side uit.
- Leg 3 posities uit: man met bal, strong side, weak side.
- Maak tweetallen: 1 aanvaller, 1 verdediger.
- Ga ik aanval staan.
- Zet verdedigers neer.
Oefenen
- Oefen droog door alleen statisch te passen.
- Stuur naar de baseline!
- Wissel van de help:
- Roepen
- Droog oefenen
- Alle spelers op de baseline.
- Eerste speler start in de hoek, maakt slides.
- Schuin richting lijn basket-basket. (pion neerzetten!)
- Vanaf daar sprint naar zijkant middellijn.
- Dan weer slides naar lijn basket-basket.
- Dan vanaf daar weer sprint.
- Met aanvaller oefenen - zonder 1 tegen 1
- Tweetallen met 1 bal.
- Start op de baseline, in de hoek.
- 1 aanvaller, 1 verdediger.
- Leg positie uit:
- Diep zitten.
- Hand in de knie.
- Andere hand voorkomt pass.
- Slides naar de overkant.
- Tweede ronde zelfde als hierboven, maar vanaf middellijn 1-tegen-1.
- Armlengte afstand -
- Speler is ongekend /algemeen goed
- Dichter
- Shot is goed
- Drive is minder
- HIGH dus geen shot geven
- Verder
- Shot is niet goed
- Drive is sterk
- LOW opgelet nog steeds hand up!
- Algemeen
- Voorarm
- No reaching
- No step slide!!
- Bal is op forward man staat op top met verdediger in closed denail
- Waakzaam voor backdoor
- Concept
- De verdediging richt zich tussen man en doel en duwt de aanvaller naar zijn zwakke hand
- Positionering
- Ball - You – Basket : Ready – Point – Stick gericht naar de zwakke hand
- De hiel teen positie kan best vergeleken worden met een gesloten
- Ready positie, “Nose in Chest” op een aanvaller die de bal heeft, je hebt één voet voor, en de hand aan de zelfde zijde op.
- Point positie, “Digging the Ball” wanneer de aanvaller een dribbel start.
- Eén hand op de bal en één hand naast het hoofd om de pas te verhinderen.
- Stick positie, “Mirror the Ball” wanneer de aanvaller zijn dribbel stopt en de bal opneemt.
Deze drill is bedoeld om de spelers te laten werken aan snelheid, conditie en een beetje voetenwerk:
Start in hoek A;
- De speler zullen in een rijtje achter elkaar aan rennen zorg ervoor dat de snelste man/vrouw vooraan staat, zodat deze het tempo bepaald en de rest van de groep hierin mee kan nemen
- Vanuit punt A zullen de spelers over de blauwe lijn naar de achterlijn rennen, vervolgens maken ze over de achterlijn ( de groene lijn) slides tot de bucket lijn, hierna rennen ze achteruit over de rode lijn naar de andere achterlijn, slides over de groene lijn vooruit rennen over de blauwe lijn en nog een keer slides over de groen lijn en achteruit rennen over de rode lijn.
- Dan slides over de gehele achterlijn naar punt A.
- Elke keer dat er langs punt A gekomen word begint de oefening opnieuw, bepaal het aantal herhalingen aan de hand van de conditie van het team en bouw dit naar mate de trainingen op.
- Na een tijdje zou er ook een tijd gehangen kunnen worden aan de oefening bijvoorbeeld binnen 40 sec. 1 keer. Ben je te laat? Push-ups, sit-ups etc.
Op de afbeelding hieronder:
Blauw = vooruit rennen
Groen = slides
Rood = Achteruit rennen

Let op:
- bij de slides goed door de knieën en het niet afraffelen, het gaat erom dat de beweging snel gaat maar vooral ook goed wordt gemaakt;
- laat de spelers met een aantal seconde tussenpozen starten, voornamelijk bij het achteruit lopen gaan ze elkaar anders voor de voeten lopen;
- kijk bij het achteruit rennen vooruit, alsof je kijkt naar de man die je verdedigt;
- dat de lijnen niet worden afgesneden.
Vereisten:
- Beetje spelinzicht bij fill the spot, verdedigende houding kunnen toepassen (denail - helpside)
Doel:
- Offence: snel zien waar lege spot is en doorsnijden na pass, defence: houding aanpassen naargelang bal zich verplaatst
Organisatie
- Vier spelers (U10) op een spot met defence, lege spot onder de ring
- Offence: bal rondpassen en snelle snijdende beweging maken naar lege spot onder de ring, overige aanvallers schuiven op en de lege spot wordt door snijdende aanvaller ingevuld
- Defence: houding aanpassen naargelang de bal. (handen op de bal, denail, weakside help op de lijn ring-ring)
- Vijf passen (rustig), nadien 4vs4
- Doorschuiven: offence wordt defence, defence stapt uit en wordt nadien offence
Teachingpoints
- Offence: goede pas - in/out tot diep in bucket en hoog uitstappen - jump-to-the-ball - plaatsing voeten - aandacht voor loopfouten
- Defence: anticiperen op bal - correcte houding per spot bekijken alvorens verder te passen
Vereisten:
- Verdedigende houding kennen / aanvallend principe van in-out
Organisatie:
- Coach geeft pas op spot een (pas aanval uitvoeren na vier passen/vier keer swingen)
- Aanvaller op spot twee en drie
- In/out beweging
- Eerste deel oefening 1vs1; tweede deel 2vs2
- Doorschuiven: offense wordt defence, defence sluit aan en stapt in als offense nadien (aan zelfde kant blijven)
Doel:
- Correcte verdedigende houding ( denial + help defence) aanleren
Teachingpoints:
- Snel van houding wisselen als bal van kant wisselt, als aanvaller verdediging lezen ( backdoor)
- In/out tot in de bucket, bij korte opzittende defence uitstappen tot 1m buiten 3pt lijn en optie backdoor hanteren, jump to the ball als verdediger
- spelers staan aan de baseline op 5 lijnen 1 groep centraal andere 2 groepen aan de uiteinden van het veld de andere 2 daartussen.
- De bal vertrekt van de centrale speler naar speler 2 die rechts van speler 1 staat.
- vervolgens gaat speler 1 achter speler 2 en loopt hij voorbij speler 4.
- terwijl dit gebeurd past speler 2 naar speler 3, en loopt speler 2 achter speler 3 en voorbij speler 5 richting doel.
- vervolgens past speler 3 naar speler 4 en voert hij dezelfde inhalende beweging uit.
- Hierop past speler 4 naar speler 5 en werkt speler 5 af in lay up.
- indien speler 5 nog te ver van doel is geeft hij een pas naar speler 1 die moet afwerken
- Vanaf dit gebeurd is gaan de laatste passer en afwerker terug in sprint defence naar de andere helft waar er 3 tegen 2 gespeeld zal worden.
- vanaf deze fastbreak uitgespeeld is gaat de shotter terug in defence naar de andere helft en gaan de verdedigende spelers aanvallen.
- optie:
- hierna kunnen ze nog 1 vs 1 terug spelen.
- 2 baskets, minimaal 5 speelsters per basket nodig.
- 1 spelers links zijlijn (A) extended vrijeworp lijn. 1 rechts (B) zelfde maar met bal.
- 1/2 (C) spelers onder de basket. 1 speler C stelt zich op op vrije worp lijn. Helpside defense stands.
- Deze verdedigt/vangt aanvaller op die inkomt vanaf links (A) om bal te krijgen van passer (B) rechts.
- Bal krijgen, 1 tegen 1. Aanvallers scoort, terug naar A. Scoort niet, naar B.
- B gaat na pass naar C.