Gedeelde Training

VZZ zomertraining 3
Benodigde materialen
  • 1 x Bal
  • 4 x bal
  • 2 x hoepels
Diversen
Totale duur training:
90 min.
Niveau:
  • U14 jeugd
9 Oefeningen
Wave
variatie: na passeren middellijn fast break naar basket met 1 pass, layup zonder dribbel
10 min.
Totaal
90 min.
Oefeningen
Technieken
dribbelen
Benodigde materialen
1 x Bal

Vereisten: 
spelers moeten de basistechniek van het dribbelen beheersen

Doel:
verbeteren van de verschillende dribbeltechnieken

Organisatie:

  • spelers dribbelen steeds twee keer heen en weer dwars over het veld
  • en krijgen daarna een nieuwe opdracht


Tips:

  • bouw de moeilijkheidsgraad op: tijdens de training, maar ook over het seizoen
  • differentieer zonodig binnen de groep; beginners doen bijvoorbeeld 1x een between the legs en gevorderden 4x 


Technieken en teaching points:

  • between the legs (been aan de kant van de bal is achter hand over de bal heen dribbel is schuin achterwaarts tussen de benen door en laag met een crossover step van richting veranderen)
  • onder de billen (na de mini jump stop staan de voeten naast elkaar op schouderbreedte hand over de bal heen de bal met een vlakke stuiter achter de rug langs halen naar de andere hand met een open step van richting veranderen)
  • behind the back (been aan de kant van de bal is voor hand over de bal heen de bal met een snelle beweging achter de rug langs halen de hand met de bal zo ver doorhalen de pols de heup aan de andere kant raakt. De bal komt dan ruim voor het lichaam op de grond)
  • fake cross over (been aan balkant is op de grond hand aan de buitenkant over de bal heen schouders en voorvoet bewegen kort en snel naar de vrije hand hand draait met een snelle beweging over de bal heen naar de binnenkant dribbel de bal schuin naar buiten vervolg met een open step)


Algemeen:

  • over de bal heen kijken en het veld voor je overzien
  • stuiter is hard
  • de bal is laag
  • dribbelen vanuit de pols
  • veranderen van hand gaat ALTIJD samen met een richting en snelheidsverandering 
  • ook na een schijnbeweging altijd van richting veranderen en versnellen


Variaties:

  • verhoog het aantal keren dat je een beweging maakt: bijv. heen en terug 3x between the legs dribbel
  • OF steeds 2 tussendribbels en dan een between the legs dribbel
  • combineer technieken, bijv. een between the legs dribbel direct gevolgd door een onder de billen dribbel
  • laten beginnen met verschillende dribbelstarts: cross over step, open step, jab step
  • laat deze voorafgaan door een schot fake, pass fake etc
  • steeds bij de zijlijn laten afstoppen met een jump stop, lire of reli, gevolgd door een halve draai. De spelers maken 
  • dan 4 stops en 4 dribbelstarts 


Twee ballen:

  • elke speler heeft twee ballen (kan ook met een minibal voor de sterke hand en herenbal voor de zwakke hand)
  • steeds 2x heen en weer, blijven dribbelen bij de keerpunten
  • steeds starten in stilstand met 5 harde, gelijktijdige dribbels
  • varieer gelijk/ongelijk heup, knie en enkelhoogte


Technieken
schieten : set shot - Conditie - Kracht
Benodigde materialen
4 x bal
  • Doel: Focus op ritueel. 
  • Moe einde wedstrijd.
  • Rustig ademhalen/Ritueel.
  • 2x2 vrije worpen p.p. 2 baskets. 
  • 4 push-up schutter. 
  • Dan schieten. 
  • Onderwijl 1 speler 4 push-up, dit wordt volgende schutter.
  • Rest team rebound. Etc, etc.
Technieken
schieten : set shot, jump shot - passen - Conditie

Deze oefening helpt spelers met hun conditionering en hun vermogen om de basketbal zowel uit de pas te schieten als wanneer ze moe zijn

  1. breek je team op in drie groepen van elk vier spelers. Eén groep bevindt zich op elke basislijn en één groep bevindt zich in het midden van de baan, zoals weergegeven op de afbeelding.
  2. de vier spelers op de middenlijn moeten zich langs de middellijn uitspreiden
  3. de groepen van vier spelers die op elke basislijn staan krijgen elk een basketbal. 
  4. Op het fluitje rennen de spelers in het midden naar de basislijn en vragen om een bal die door een speler op de basislijn aan hen wordt doorgegeven.
  5. de speler vangt vervolgens de bal, schiet op de dichtstbijzijnde basket en haalt zijn eigen rebound op.
  6. de persoon die de bal gepasseerd is rent naar het andere einde van de baan en krijgt een pas van de andere baseline en de rotatie loopt door


Leerpunten

  • spelers moeten eraan worden herinnerd om in deze oefening hard te werken voor conditioneringsdoeleinden. 
  • Ze moeten ook een doelwit geven voor het passeren van de bal en gebruik maken van de juiste voetenwerk- en schiettechnieken. 
  • Zorg ervoor dat de passen zuiver en goed zijn


Variaties

  • het type gemaakte opname kan in deze oefening worden gevarieerd (3-punter, mid-range, lay-ups, enzovoort)
  • geef de spelers een tijd en een doel voor het aantal scores dat moet worden gemaakt. 
  • Dit kan worden gevarieerd afhankelijk van de bekwaamheid van het team of de tijd die je beschikbaar hebt

Achtjes lopen
5 minuten
Technieken
warming-up - verdedigen - 1,5 meter
  • Je slide over de achterlijnen en over de middelijn  en over de andere lijnen sprintje.
  • Je loopt er twee keer een achtje en dan even rust en dat 3 keer.
  • je begint in de hoek 
drawing achtjes lopen
Nummerscoren
10 minuten
Technieken
passen : bounce pass - vangen : bal met lage snelheid - Conditie - 1,5 meter
Benodigde materialen
2 x bal , 2 x bal , 2 x bal , 2 x bal , 2 x bal , 2 x hoepels , 2 x hoepels , 2 x hoepels , 2 x hoepels , 2 x hoepels

Doel:

Probeer met je groep zo snel mogelijk 5 keer te scoren.

Opdracht:

Deel de spelers in 2, 3 of 4 groepjes zodat ze met max. 6 in een groepje zitten. Geef elke speler in elk groepje een nummer van 1 t.e.m. 6. Elk groepje zit in een hoek van het terrein. In het midden liggen 2, 3 of 4 basketballen in hoepels.

Wanneer de trainer een nummer zegt, sprinten de spelers met dat nummer zo snel mogelijk naar het midden, nemen een basketbal en dribbelen naar doel. Ze krijgen slechts 1 poging om te scoren. Na hun doelpoging leggen ze de ballen terug in het midden en nemen terug plaats bij hun groep. De eerste groep met 5 scores wint het spel.

Variaties/gradaties/ differentiaties

Maak het scoren gemakkelijker door een hoepel aan de ring te hangen waar de spelers ook in kunnen scoren. Een score door de ring is dan dubbele punten waard.

Technieken
passen - warming-up

Accenten op verschillende fundamentele items gelegd kunnen worden. Passing, ballhandling, transition of shooting. 
Je kan het een conditioneel karakter geven voor de kern van je training.
Tevens is de oefening redelijk complex, waardoor de spelers ook nog een klein beetje moeten nadenken tijdens de oefening (braintraining).

 

  • De oefening start met een meervoud van 3 spelers. 
  • Ook als je geen meervoud van 3 hebt, is de oefening mogelijk, alleen dan stapt telkens 1 speler uit. #1/#2/#3 starten de oefening met een halve weave tot aan de middellijn. 
  • Na zijn pass wordt #1 flyer en na de pass van #3 wordt ook hij flyer. #2 ontvangt als laatste de bal en dribbelt midcourt voor een score (lay-up). 
  • #3 en #1 ontvangen de bal van #4 en #6 voor het schot van buitenaf. #5 rebound de bal van #2, en start dezelfde oefening samen met #4 en #6. 
  • Zo herhaald deze oefening zich en ontstaat een full court continue drill.

Variaties:

  • De ballhandler (#2 in de eerste diagram) moet finishen met minimaal 1 richtingsverandering (spindribble, reverse dribble, crossover, etc)
  • De ballhandler een maximaal aantal dribbles geven zodat er agressief gefinished wordt.
  • De 2 flyers die de bal krijgen laten afstoppen met een jumpstop / ritme stop / of 1 dribble laten nemen en pull-up.
  • De 2 flyers een jab step laten maken met een countermove
  • Starten met een rebound situatie, je kan hierbij variëren met #1 / #2 / #3 achter elkaar en de bal opgooien tegen het bord (tippen), of 2 spelers bij het bord laten beginnen waarbij 1 de outletpass verdedigd.
    • Het nadeel hiervan is, is dat je constant opnieuw moet organiseren, en het continue karakter van de oefening verdwijnt.
  • Laat #2 (in 1e diagram) de ballhandler verdedigen met een close-out. en na de score of doelpoging uitboxen.
  • De 2 flyers maken een “split the post” beweging, dus maken een voorbeweging en snijden in aan de andere kant.
    • Hele goede variatie v.w.b. de timing, want er lopen dan 3 spelers door elkaar heen.


Teaching points:

  • Eis het tempo wat je van de spelers vraagt. Afhankelijk van de leeftijd moet de oefening een weergave zijn van wat je wilt trainen. Denk eraan dat de organisatie redelijk complex is, en dat je dus voor jongere leeftijden veel tijd steekt in het “organiseren” van de drill. Weggegooide tijd dus, en vraag jezelf af of je deze tijd hebt.
  • Goede stops maken, bij het vangen van de bal (flyers). Wees kritisch op lopen, zie dat de spelers een stabiele stop maken, kont naar achter brengen, en recht omhoog springen. Het schot begint bij de “fundering” en dat is het voetenwerk. Als dat niet goed zit, werkt dat door tot in heel je schot.
  • Ballhandler finished hard op de basket. Wedstrijdsituatie nabootsen! De aanvaller moet de verdediger visualiseren. Dus met de juiste hand dribbelen (jouw lichaam tussen de bal en verdediger), bal beschermen, ook bij 2T ritme.
  • Gebruik ook een situatie dat de ballhandler de “voorste” man van het veld is, en dus met een speed dribble moet finishen: hoge, voorwaartse dribble, bal voor je uit drukken, en zo weinig mogelijk dribbles (elke dribble is een risico).
  • Passing: Denk aan een goede passtechniek en de daarbij horende teaching points: Voor de man passen, vragen, oogcontact maken, target geven als ontvanger, in de bal lopen, strak passen, armen uitklappen, duimen naar beneden na de pass. Denk er ook aan dat de spelers niet per se hun 2T ritme hoeven vol te maken.
  • Finishen: Hard naar het bord gaan, en de bal het bord laten “zoenen”. De bal maakt een zogenaamde “soft touch” tegen het bord. Zeker bij jonge spelers is dit evident, aangezien zij de neiging hebben om de bal tegen het bord te “gooien” als ze hard naar het bord gaan. Dat houdt dus in dat ze moeten stijgen (lange pas, kleine pas, knie meenemen, uitstrekken, de bal verlaat eigenlijk automatisch je hand door de verticale beweging van je lichaam, niet stoten).  
  • Schieten: Basis is voetenwerk! Goede stop maken, en de voeten moeten gelijk goed staan. Schouderbreedte, voet onder de schot-hand iets voor de andere, iets door de knieen (120 graden), rechte rug, bovenarm direct horizontaal na het vangen, en onderarm iets minder dan 90 graden. De onderarm beweegt eerst in verticale richting, en niet de bal achter je hoofd brengen (veel gemaakte fout bij kinderen). Onder de bal doorkijken en dan de follow-through (uitstrekken). Wristflap en bal nawijzen!
  • Eerst de techniek trainen en “programmeren”, daarna pas de nadruk leggen op de snelheid. Let op: dit gaat niet in 1 training lukken!! Afhankelijk van de leeftijd kan je hiermee spelen, lees: de nadruk ergens op leggen.
Technieken
schieten : lay-up - passen : borstpass, bounce pass, overhead pass - vangen : bal met hoge snelheid - aanvallen
  • Guards + Forwards + Centers
  • vanaf U14 - 6 tot 12 spelers
  • 4 ballen
  • hele veld
  • 2 baskets


Doel:

  • pass op de flyer trainen en op volle snelheid afmaken
  • Spelers 1 en 4 krijgen de bal op de outlet positie en dribbelen direct naar de middencirkel
  • passer sprint langs de zijlijn (flyer)
  • krijgt de bal in volle snelheid aangespeeld
  • maakt de lay up zonder dribbel 


Teaching Points:

  • dribbelaar mag niet over de middellijn
  • pass moet zodanig zijn dat de flyer zonder dribbel kan afmaken
  • flyer moet met zijn hand vragen om de bal
  • op volle snelheid uitvoeren
  • communicatie: outlet roept
  • na de lay upaansluiten in de rij bij de basket waar je gescoord hebt
  • de dribbelaar keert na de pass direct terug naar de outlet en om de volgende bal 


Variaties:

  • (om de aanvaller te leren om op volle snelheid onder druk af te maken)
  • laat een verdediger tijdens de layup op de aanvaller toelopen om hem visueel af te leiden (geen fysiek contact)
  • maak de verdediger voor het oog groter met een mat oid in zijn handen
Wave
10 minuten
Technieken
schieten : lay-up - passen - rebounding - vangen : bal met hoge snelheid, bal met lage snelheid - dribbelen - Conditie - verdedigen - aanvallen
Benodigde materialen
1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal , 1 x bal
Opmerking:
variatie: na passeren middellijn fast break naar basket met 1 pass, layup zonder dribbel



  • Met 3 man op de achterlijn en de middelste heeft een bal.
  • De middelste passed naar een man en rent achter de bal aan.
  • Die passed weer naar de man aan de andere kant en loopt ook achter de bal aan.
  • Dit doen ze al lopend naar de basket aan de andere kant.
  • Als iemand dicht genoeg bij de basket staat loopt de man een lay-up.
  • Die word verdediger en de andere 2 aanvallers, die moeten proberen elkaar met een lange bal zien te bereiken.
  • Het doel van de verdediger is de aanvallers niet te laten scoren.
  • Als de aanvallers geen score weet te maken moeten ze 5 push-ups doen.


Technieken
verdedigen

Vereisten:

spelers moeten behoorlijk vaardig zijn en een goede conditie hebben

Doel:

concentratie en energie in de verdediging

Organisatie:

  • 4 tegen 4 op één basket
  • nieuwe verdedigers als de verdediging 3 stops heeft gemaakt (dwz de verdedigers verkrijgen balbezit).
  • na een score of fout op het schot levert de verdedigende ploeg weer één stop in
  • De oefening duurt 12 minuten
  • en als je niet goed verdedigt dan sta je dus 12 minuten te verdedigen.
  • als de aanvallen te lang duren telt de trainer luidkeels af: 5-4-3-2-1-0


Teaching Points:

  • Na 2 stops zet de hele verdediging een tandje bij. Als ze de derde stop maken dan mogen ze gaan aanvallen
  • De aanvallers leren als bijkomend effect spelenderwijs wie de ballen raak gooit als het spannend wordt, en wie niet.


Als je 12 man hebt:

  • roteren met 4 man
  • na elke stop of score of fout op het schot komt een nieuwe ploeg aanvallers het veld in (trainer bepaalt of het een fout is)
  • de ploeg die de derde en laatste stop veroorzaakt gaat verdedigen


Variaties:

  • drie verdedigers, vier aanvallers
  • 2 of 3 opeenvolgende stops maken voordat je mag wisselen
  • (met schotklok) 35 seconden verdedigen zonder score en zonder een fout. Bij een stop blijft de klok staan en mogen de aanvallers het opnieuw proberen. Als de aanvallers scoren, of een aanvallende rebound pakken, of als de verdediging een fout maakt, dan gaat de klok terug naar 35 seconden.